Mijn 23e verjaardag vierde ik in Airlie Beach, Australië. Airlie Beach, het hart van het Great Barrier Reef en de gateway naar de Whitsunday Islands. Een veel mooiere plek om je verjaardag te vieren kan ik niet verzinnen. Ik geloof zelfs dat ik…
(…)
Oké, correctie! Ik heb mijn Ozzie-blog er zojuist even bijgehaald en blijkbaar vierde ik mijn verjaardag tijdens een hike (de Whitsunday Great Walk) met Hiddo (Nederlands) en Nick (Duits). Ik was dus net even de hort op, blijkt nu. Ook leuk!

Neem mij de vergissing niet kwalijk. 22 was ik, 5 september 2006, toen ik een jaar lang met slechts een backpack Down Under (Australië en Nieuw-Zeeland) ging. Tot mijn schrik moet ik constateren dat het inmiddels bijna zeven jaar geleden is. Met Karin versie 3.0 onmiskenbaar in zicht lijkt het jaar soloreizen door Australië en Nieuw-Zeeland ver weg, maar gelijktijdig voelt het als de dag van gisteren. Uitgaande van het ondenkbare, onvoorstelbare en uiterst onwenselijke scenario dat ik op dit moment singel was, vraag ik me het volgende af: hoe zou het zijn als ik die reis nu zou maken?

In Backpackystan is contact leggen peanuts. Altijd en overal backpackers die allemaal min of meer vergelijkbare routes afleggen, weliswaar in verschillend tempo en met verschillende prioriteiten onderweg. Continu kwam ik oude bekenden en nieuwe vrienden tegen met wie ik dan weer een tijdje optrok tot onze wegen als vanzelf uiteengingen. Continu nieuwe werelden. Zelden alleen, wel altijd op mezelf. Meestal ging ik om met leeftijdsgenoten, wat logisch was gezien de meeste backpackers van mijn leeftijd waren. Vaak ontmoette ik ook dertigers (eind twintig/begin dertig) en deze groep liet zich gemakkelijk samenvoegen met de twintigers. Veertigers en vijftigers waren er ook, maar die gingen toch vaak hun eigen weg, -als ze al in hostels te vinden waren. Wij, de jonge twintigers, waren veelal fris en onbevangen. Vers uit de studiebanken bestormden we voor korte of langere tijd het avontuur Down Under alvorens ons te richten op vervolgstudies of werk in ons thuisland. De dertigers hadden vaak een ander verhaal, ontdekte ik. Zo was daar Katharina (toen 31) uit Duitsland. Na jarenlang samengewoond te hebben met haar vriend liep de relatie spaak. Katharina moest zichzelf opnieuw uitvinden en koers bepalen, zo vertelde ze, en dit deed ze het liefst zo ver mogelijk van huis. Ook herinner ik me Flo, die voorheen een vaste aanstelling had bij een ICT-bedrijf in Berlijn, maar werd getergd door het almaar knagende gevoel van ‘is dit het nou?’ en ‘wat wil ik nu echt?’. Flo zegde zijn baan op om een jaar de wereld rond te reizen. Ook Hiddo (toen 32 jaar), de jongen met wie ik dus klaarblijkelijk mijn verjaardag vierde, was op zijn minst zoekende, werkloos, maatschappijkritisch en fed up met Nederland. Deze reizigers waren niet langer onbevangen, maar op zoek. Down Under was voor hun meer beladen. Om de één of andere intuïtieve reden hield ik deze verhalen bij in mijn reisdagboek. Ik heb altijd interesse gehad in persoonlijke verhalen  van mensen en dit waren verhalen waar ik me goed mee kon identificeren. Want ik was dan weliswaar 22 (later 23) en mocht mezelf technisch gezien nog scharen onder de groep van avonturiers-alvorens-aan-de-bak-te-gaan, maar eigenlijk wist ik toen al beter.

Mijn reis rondom de wereld heeft me verrijkt en verpest. Ik kan het eigenlijk niet anders zeggen. Reizen verruimt je blik op de wereld. Het vergroot je (cultureel) relativeringsvermogen en helpt je op eigen benen te staan. Reizen heeft mij zelfvertrouwen gegeven, het besef dat ik de wereld aankan. Maar vooral was het heel erg leuk, met een overdosis aan geweldige ervaringen, leuke mensen en heel héél veel vrijheid. Maar een reis zou geen reis zijn als hij eeuwig zou duren. Zonder dat verder dramatisch te bedoelen, kan ik stellen dat het na Australië nooit meer helemaal goed gekomen is. Down Under deed ik precies die dingen waar ik goed in ben: van dag tot dag leven, kortstondige maar intensieve contacten aangaan en continu op weg zijn. En heel veel levensgenieten. Het is vooral dat ‘op weg willen zijn’ dat mijn leven vandaag de dag soms lastig maakt.

30. In november word ik dertig. Ja, daar schrik ik zelf ook van ;-). We horen en lezen vaak over wat tegenwoordig het dertigers dilemma genoemd wordt. Dertig als een kruispunt in je leven, de leeftijd waarop de keuzes die je maakt definitiever worden en een belangrijker karakter krijgen. In sommige gevallen zelfs: nu of nooit. Daarbij hebben de (voornamelijk hoogopgeleide) dertigers te maken met een enorme veelheid aan opties. Accepteer je een promotie op het werk of is dit de tijd voor die carrièreswitch die je al een tijdlang voor ogen had? Blijf je in Nederland wonen of biedt het buitenland meer kansen? Ga je voor je carrière, of droom je heimelijk van een heel ander leven? Een guesthouse op Bonaire? Een olijvenboomgaard in Toscane? Wil je eigenlijk nog een vaste relatie, … en kinderen, …want dan moet je misschien toch op gaan schieten. En blijf je dan (deeltijd) werken of word je een thuisblijfmoeder?
Ik ben er van overtuigd dat we vaak wel weten wat we echt willen, maar ons ervan weerhouden dit te uiten omwille van sociale en maatschappelijke verwachtingen en  doemdenken. Waar sta ik nu? En weet ik, inmiddels 29 jaar oud, eigenlijk wat ik echt wil? Getrouwd, gelukkig getrouwd. Ik heb een huisje, een beestje en een paar boompjes in de tuin. So far so good. Onlangs heb ik mijn baan opgezegd (= op weg zijn) en sinds die tijd ben ik zelfverklaard freelance journalist met een antropologische inborst. Sommigen zullen zeggen dat ik mijn hart volg en dicht bij mezelf sta, anderen zullen vinden dat ik te weinig steady ben en teveel van koers verander. Ik heb in Australië geleerd dat het leven is wat jij er van maakt, dat niks betekenis heeft tot jij er een betekenis aan toekent. Inzichten die na twee jaar antropologie niet alleen gesterkt, maar ook nog eens wetenschappelijk onderbouwd zijn. Echter, het maakt het (werkende) leven er niet eenvoudiger op. Ik verlang een grote mate van vrijheid om de dingen te doen en laten zoals ik ze voor ogen heb. Misschien, denk ik soms, was dat ene jaar backpacken ook wel te leuk en te vrij. Mijn ‘probleem’ is sindsdien dat ik van mening ben dat mijn leven vooral leuk moet zijn, met vrijheid als grootste goed. En als je dan toch zelf de regie voert over je leven, waarom dan nog genoegen nemen met minder als je weet dat het allerbeste gewoon een reële mogelijkheid is? Waarom een stoffige vergadering bijwonen als je voor hetzelfde geld kan kajakken door het Abel Tasman National Park, een woestijntocht kan maken op een schommelende kameel of druiven kunt plukken in het zuiden van Frankrijk. Ik bedoel maar. Gelijktijdig een naïeve, egocentrische en bijna hedonistische levensfilosofie, en terwijl ik dit schrijf voel ik de schoen wringen.

Terug naar Australië, of eigenlijk naar Backpackystan. Eigenlijk is Backpackystan een soort parallelle wereld. Met volle teugen leven, zonder mee te gaan met de maatschappelijke tendens. Een wereld die niet helemaal ‘echt’ is, maar vergankelijk. Een wereld zonder verantwoordelijkheden en eisen, waarin je continu je schepen kunt verbranden en vooruit kijkt. Op weg zijn. In die ruimte zijn de dolers en hedonisten in hun element, tot de illusie niet meer houdbaar is en het leven treurig in plaats van avontuurlijk wordt. Zo ontmoette ik ook mensen die al tientallen jaren op weg waren en snel besloot ik dan: daar moet het niet naar toe. Hoe langer je doolt, hoe moeilijker het is om weer te landen.

Hoe zou het met de backpackers van toen gaan? Hebben ze inmiddels banen, gezinnen, kinderen? Beklimmen ze de Himalaya of runnen ze een biologische lunchroom van huis uit? Zijn ze goed geland?

Advertenties

Reageren?

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s