Let’s talk about ♂ ♀! In deze rubriek maak ik jullie deelgenoot van mijn belevenissen met mannen door de tijd heen. Over ontmoetingen, leuke en minder leuke dates, vlinders, verliefdheid, gestuntel en awkward moments. Deze aflevering: op date met Franse Fred.


Hij staat voor de deur, lees ik in het sms’je. In de drukke meidenbadkamer veeg ik de condens van de spiegel en check nog één keer mijn gezicht. Veel valt er niet te checken. Ik heb gedoucht, mijn benen geschoren, een kwak goedkope dagcrème op mijn gezicht gesmeerd en wat extra mascara opgedaan. Haren geborsteld, afgedragen rokje aan, slippers eronder, klaar. Meer heb ik niet bij me en eigenlijk is het resultaat best oké.

Vreemd, om hier in Australië een ‘date’ te hebben. Met een heuse Fransman nog wel. Une soirée romantique. Chic ook wel, ondanks dat alles uit mijn muffe backpack komt rollen.
Ik heb eigenlijk alleen vage herinneringen aan Fred. Fred – spreek uit Frèdddè – komt uit Parijs, vertelde hij. Gisteravond ontmoette ik hem in de Joint Bar. Daar was ik met mijn collega’s van het Italiaanse restaurant – waar ik sinds een paar weken in de bediening werk – na werktijd een afzakkertje gaan nemen. Fred was naast me komen zitten, had me aan de praat en aan het lachen gekregen en even later stonden we samen op de dansvloer. De herinneringen zijn vanaf dat moment een ietsepietsie onscherp door de nodige biertjes, maar ik weet nog dat we samen naar mijn hostel liepen en dat hij me keurig voor de deur afzette. Een heer, als we die halfslachtige awkward zoen vergeten. Vanmorgen vond ik in mijn broekzak een verfrommeld briefje met een telefoonnummer dat ik gelijk in de vuilnisbak gooide. Maar even later ontving ik een berichtje.

De man die beleefd komt vragen of ik wil dansen, kan een heftig nee-schudden verwachten; hij die me in een vloeiende beweging uit mijn ‘comfort zone’ trekt heeft me misschien de hele avond met de voetjes van de vloer

Ik neem de trap. ‘Ja’ zeggen tegen een date, bedenk ik me onderweg naar beneden, is niks voor mij. Alleen dat pleit al voor deze Fred. Want mij versieren is, in deze fase van mijn leven, knáp lastig. Niet dat ik bot, arrogant of nadrukkelijk afwijzend ben; ik smeer ‘m gewoon. Alcohol maakt de gemoederen wellicht iets losser, maar dan nog is er een aanzienlijke kans aanwezig dat ik na een toiletbezoek ineens nergens meer te bekennen ben – dat heeft al voor een hoop ongemakkelijke situaties gezorgd, daar je elkaar de dag erna in het hostel nog weleens kan tegenkomen. Mannen? Eng, lastig, en O MY dat heerlijke opgeluchte gevoel als ze weer opgehoepeld zijn. Het is de aanhouder die wint. Hij die er gewoon ineens ís en me geen kans tot nadenken of weglopen geeft. De man die beleefd komt vragen of ik wil dansen, kan een heftig nee-schudden verwachten; hij die me in een vloeiende beweging uit mijn ‘comfort zone’ trekt heeft me misschien de hele avond met de voetjes van de vloer. Als je vraagt of ik wat wil drinken zeg ik waarschijnlijk nee; je moet het gewoon gaan halen. Stom? Ja misschien, maar die luchtige brutale vastberadenheid heeft bij mij nu eenmaal de beste kans van slagen. Dus die Fred kan eigenlijk geen verkeerde zijn, toch?

Goddank, ik herken ‘m nog. Hm, valt in eerste instantie toch een beetje tegen. Klein van stuk, kalend. Niet te snel oordelen, Karin, gisteravond was het ook gezellig. Toch? En jij bent altijd degene die het hardst roept verder te kijken dan het uiterlijk en zelfs dan een eerste indruk.
Fred loopt me tegemoet en geeft me twee zoenen.
“Op z’n Frans, zoals het hoort”, zegt-ie.
Hij werpt een goedkeurende blik op mijn outfit. Ik voel me er een beetje ongemakkelijk onder, daar hij nota bene gekleed lijkt te zijn voor een sollicitatiegesprek bij een hip reclamebureau in Melbourne. Strakke jeans, overhemd, mooie bruine instappers. Hoe doen sommige backpackers dat toch, vraag ik me af. Hij slaapt toch ook in hostels? Leeft toch ook uit een rugzak? Worden zijn spullen niet in het laadruim van een overvolle bus gesmeten? Ach, het zal wel met prioriteiten te maken hebben. Of zijn dit zijn date-kleren?
“Dit hostel…”, zegt Fred terwijl hij driftig wijst op de deur waar ik zojuist door naar buiten ben gestapt, “sucks!”
“O”, zeg ik verbaasd. “Ik vind het anders een prima hostel, netjes en gezellig. Elke ochtend gratis ontbijt en in het weekend pannenkoeken – wat wil je als backpacker nog meer?” Ik hoor hoe opgewekt ik klink – gratis dan ook het lievelingswoord van menig backpacker – maar Fred laat zich niet overtuigen.
“Ik heb hier één nacht geslapen, toen ik net aankwam – vreselijk! Droge toast, slecht beleg, kleine kamers – het enige positieve aan deze plek is de locatie.”
Het groepje naast ons luistert geamuseerd mee naar het betoog van de boze Fred. Die gaat onverstoorbaar door: “Nu slaap ik in Base. Dat is al een stuk beter, al deel ik de kamer met twee annoying Duitsers.”

(…)

“Nou, zullen we dan maar?”, stel ik voor, een beetje beduusd. Subtiel draai ik een paar keer weg van zijn bezitterige hand op mijn rug.
Samen lopen we langs het Italiaanse restaurantje (“Werk je hier?!”) naar St Kilda Road. Ik ben nu dik zeven maanden in Australie, waarvan drie weken in Melbourne, en geniet met volle teugen van alles dat deze Australische metropool te bieden heeft. Fred is minder enthousiast.
“De mensen…”, legt hij ongevraagd uit. Het is een mooi land hoor, daar niet van, maar die Australiërs zijn natuurlijk gewoon lomp en onbehouwen. Vind je niet? Wat? Echt niet?!

Als ik door zo’n botanische tuin huppel op mijn slippers en in mijn stukgedragen spijkerbroekje, immer zwaar belast met de Lonely Planet en een liter water in mijn kleine rugzak, kijk ik soms jaloers naar die stelletjes

Nee, een leuk gesprek komt niet op gang. Ik zit ook niet te wachten op Fred’s negatieve verhandelingen over alles wat ter sprake komt. Waarom heb ik eigenlijk ja gezegd toen hij me mee uitvroeg? Ach, ik weet het best. Omdat ik hier smacht naar een beetje romantiek, dáárom! Mannen genoeg, aan aandacht geen tekort, maar altijd ‘op z’n backpackers’. En Fred heeft stiekem wel een beetje gelijk; veel Australische mannen zijn, evenals de Ieren, Engelsen en Nieuw-Zeelanders die ik tijdens mijn reis steevast op elke hoek tegenkom, wat lomp en makkelijk als het om vrouwen gaat. Proberen elke vrouw te verleiden tot een snelle wip. Dan heb je nog de Zuid-Amerikanen; daar ben ik mentaal nog niet aan toe, vrees ik. Maar als ik dan door zo’n botanische tuin huppel op mijn slippers en in mijn stukgedragen spijkerbroekje, immer zwaar belast met de Lonely Planet en een liter water in mijn kleine rugzak, kijk ik soms jaloers naar die verliefde stelletjes. Misschien moet ik bij thuiskomst ook weer wat serieuzer worden, op zoek gaan naar een leuke man. Settelen. Etentjes bij kaarslicht, goede gesprekken, weekendjes weg. We’ll see. Een date met Fred leek – for the time being – een goed alternatief.
Toegegeven, het heeft ook te maken met het gebeuren in Sydney. Daar ontmoette ik Remy uit Toulouse – als hij Fins en ik op mijn beurt Mandarijns had gesproken, hadden we elkaar evengoed kunnen verstaan als in het Engels – die ik tijdens onze tweede ontmoeting na een gepassioneerde zoenpartij beduusd achterliet in de bar. That’s me. Beetje spijt van. Remy was volgens mij my best shot geweest voor een beetje passie en romantiek Down Under. Vandaar nu mijn focus op die Fransozen. Kijk wat het me gebracht heeft.

Fred is ondertussen bij het eten beland. In Parijs, dáár eet je goed. Op alle andere plekken in de wereld is het eigenlijk gewoon ruk. En probeer hier maar eens een croissant of een goed stuk stokbrood te krijgen! Lukt je niet! En dan denken ze ook nog verstand van wijnen te hebben… Hij bestelt steevast een Franse fles. Mijn trip naar de Barossa Valley? Nou, hij zal me straks even uitleggen wat nu écht goede wijnen zijn. Over eten en drinken gesproken, hij weet een leuk Thais restaurantje.
“Ik trakteer.”

Kijk, dat is dan weer aardig.

We nemen plaats aan een tafeltje bij het raam en bestellen allebei een biertje.
“Het is geen bijzonder tentje hoor”, verontschuldigt Fred zich met een gebaar op de kale witte muren, “Maar het eten is hier best oké – je moet de masamang curry met garnalen nemen, echt, trust me.”
Om te pesten besluit ik voor de groene curry met kip te gaan.
De serveerster verschijnt aan onze tafel.
“Eenmaal de masamang curry met garnalen en eenmaal de groene curry met kip”, zegt Fred, met zwaar Frans accent waar ikzelf nog maar net aan gewend ben geraakt.
“Uhh”, doet de serveerster, wiens Engels overduidelijk al niet haar beste taal is.
Al ogenrollen tikt Fred op de kaart; nummer 13 en nummer 26. Nu snapt ze het.
“Jezus”, zegt hij als ze weg is. Hij kijkt me samenzweerderig aan als hij zegt: “Asians, right… so annoying! But they make good food.”

Ik ben er klaar mee. Met grote happen werk ik mijn rijst en curry naar binnen. Ik verbrand mijn bek, maar who cares?
“Ik moet er vandoor.”
“Nu al?” Fred doet een poging mijn hand over de tafel vast te pakken maar ik moet ineens hoognodig mijn servet opvouwen.
“Ja – ik heb nog een andere afspraak”, lieg ik.
Teleurstelling is in Fred’s ogen te lezen, maar hij herstelt zich snel. Dat mag ik dan weer wel.
“I’ll walk you.”
Shit.
“Hoeft niet”, zeg ik kordaat. “Hé, het was gezellig, dank je wel voor het eten.”
Met twee zoenen – elk ander aantal is immers stupide – nemen we afscheid en ik wandel op eigen houtje terug richting het hostel. Zonder hand in mijn rug.

“Do you like Justin?”, klinkt het plotseling naast me

Een kwartier later plingt mijn telefoon. Fred.

“Hi Karin, thank you for sharing a great time with me! You wanna meet tomorrow? We can chill at the beach. X F.”

Ik sta even stil. Hoe the fuck kan dat? Ik weet dat ik nog weleens het verkeerde signaal uit kan zenden, maar ik heb tijdens het eten nauwelijks een woord gezegd. Fred des te meer. Over zijn problemen met Westpac, over domme, vervelende kamergenoten en over Australische mannen (“They just don’t know how to treat a lady”). Waarom hij zijn geliefde Frankrijk überhaupt verlaten heeft voor een bezoek overseas? Je weet pas dat het in je eigen land beter is, als je andere landen bezocht hebt, zo luidde zijn antwoord.

Ik sta stil en tik een berichtje terug.

“Hi Fred, thanks for dinner. It was nice meeting you yesterday, but after tonight I don’t think you’re my type. Ciao!”

Ik ben aangekomen bij de bar van gisteravond. De Joint Bar. Eén drankje dan. Ik ben er aan toe!
Het is nog rustig en vanaf mijn kruk aan de bar staar ik naar het grote televisiescherm waar op dat moment What Goes Around van Justin Timberlake draait.
“Do you like Justin?”, klinkt het plotseling naast me.
Ik kijk opzij en staar recht in het lachende, brutale gezicht van een blonde Ozzie. Stante pede ben ik vrolijk.
“Well yeah, I mean, he is bringing sexy back, right?” Ik vind het gevat van mezelf.
Een grote grijns verschijnt op het gezicht van Bruce. Hij vindt het ook grappig.
” … and all he wants from me is to be his love! That’s pretty cool, don’t you think?”, vervolg ik daarom maar.
“Well yeah, I work pretty much the same way, babe. Actually I was the one who brought sexy back in the first place. Now tell me, what do you drink?”

Twee uur later loop ik van de bar terug naar mijn hostel. Alleen, want Bruce is geen galante Fransoos. Maar ik heb wel gelachen. Ontzettend hard gelachen.

Op mijn telefoon staat een ongelezen berichtje. Van Fred.

“I didn’t ask you to marry me, Karin, I just thought it would be nice to meet again. But hey, I don’t think I like you very much either. So have a good life!”

Met een glimlach stop ik het toestel terug in mijn broekzak.

Advertenties

Reageren?

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s