Silhouette of hiking man in mountain

Let’s talk about ♂ ♀! In deze rubriek maak ik jullie deelgenoot van mijn belevenissen met mannen door de tijd heen. Deze aflevering: Finn.


Hij was er altijd. Finn. Ik kan me serieus waar geen avond in Baroeg herinneren waarop hij niet bij de bar stond. In mijn beleving was-ie oud, maar vermoedelijk had hij net de veertig gepasseerd. Donkerblonde, haast rossige krullen tot over zijn brede schouders. Een ietwat lodderige blik boven een schaapachtige grijns – vermoedelijk verklaarbaar door het consequente nachtelijke tijdstip van ontmoeten. In zijn zwarte mouwloze shirt van een band-waarvan-ik-de-naam-niet-meer-weet kon je hem uittekenen.

Ik was zijn oogappel. Hij in eerste instantie mijn heil bij verveling op rustige avonden, als ik moe was van het dansen of als het gejammer en gehuppel van de gothics me de keel begon uit te hangen. Ik viel er altijd – op een prettige manier – een beetje tussenin; te nuchter en te eigenwijs om bij de kliek van ‘goths’ te horen, te ijdel en te fladderig voor de echte metalheads.
Finn was een echte metalhead.

Maar altijd hield hij gepaste afstand. Nooit raakte hij me aan, zelfs geen hand op mijn schouder

“Hallo prinses”, zei hij steevast. Ik kreeg immer zijn onverdeelde aandacht. Het maakte niet uit met wie hij in gesprek was; zodra ik me bij hem voegde draaide hij zich om en regelde een drankje voor me. Dan spraken we over mijn examens, over zijn werk in de bouw. Over zijn lieve, oude moeder van wie hij ontiegelijk veel hield, over de bijzondere figuren die onderwijl langsliepen. Giechelende of juist melodramatische mannen in rokken met eyeliner – Finn sloeg ze hoofdschuddend gade. Die moesten toch wel homo zijn?
Het waren in eerste instantie leuke, maar nooit diepe gesprekken. Na een tijdje was ik er weer klaar mee. Dan hoorde ik een leuk nummer, zag ik iemand anders waar ik naartoe wilde of moest ik gewoon weer ‘vrij’ zijn om te paraderen. “Ik ga even naar het toilet”, loog ik dan. Of ik haalde een biertje voor Finn aan de bar – die gaf ik hem dan in het voorbijgaan. Sommige avonden kwam ik helemaal niet. Te druk met andere mensen, was ik dan. Dan lachte ik alleen maar als zijn blik de mijne ving.

Volgens Finn was ik de mooiste vrouw van Baroeg. Hij schroomde niet me dat te vertellen. Zonder te flirten of ‘plat’ te zijn sprak hij zijn bewondering uit over mijn ogen, mijn vrouwelijke vormen, mijn kledingstijl en mijn sensuele dansbewegingen ‘als die van een godin’. Maar altijd op gepaste afstand. Nooit raakte hij me aan, zelfs geen hand op mijn schouder.
Pas jaren later ben ik dit type man gaan herkennen; de aanbidder. Hij is heimelijk – of niet zo heimelijk – verliefd op een vrouw, maar overtuigd van het feit dat zij out of his league is. Hij zal haar daarom nooit proberen te versieren, zal nooit een move maken, omdat hij haar op een torenhoog voetstuk geplaatst heeft. Ondertussen geniet hij – in afwachting van haar initiatief – van het contact met haar. Met de ‘kruimels’ die hij krijgt neemt hij genoegen.

En ik liet het me welgevallen – genoot er stiekem van.
Hoewel Eric me pas vele jaren later liefkozend ‘zijn narcistje’ is gaan noemen, vierde narcistje hier haar hoogtijdagen. Ik herinner me nog heel levendig hoe ik gedurende die eerste jaren Baroeg binnenstapte. Hoe ik liep en keek. Hoe ik lachte en mensen begroette – ik voelde me de koningin van het bal. En als ik me niet zo kon voelen, was de avond ineens een stuk minder geslaagd. Dansen deed ik met mijn blik omlaag of op oneindig, ogenschijnlijk in mezelf gekeerd. Maar ik voelde de ogen prikken en wist altijd precies voor wie ik me bewoog. Iedereen moest me leuk, lief, aardig en vooral godsgruwelijk aantrekkelijk vinden. Ik wilde gewild zijn. Die doorlopende drang naar aandacht en bevestiging was dodelijk vermoeiend en kwam – vanzelfsprekend – voort uit een andersoortige onzekerheid. Maar niemand die het zag. Eric grapt weleens plagend (vooruit, soms zegt-ie het ronduit geïrriteerd ;-)) dat ik het liefst een trompetgeschal zou laten klinken bij binnenkomst op een feestje. Het zat toen niet ver van de waarheid.
Een act was het echter niet; het was thuiskomen. Nooit meer ben ik in een uitgaansgelegenheid zo in mijn element geweest. Zo vrij en zo mezelf. Natuurlijk, ik ging ook weleens naar een van de grotere feesten in Utrecht of Amsterdam, daar gebeurde het immers echt, liet ik me vertellen. Maar nooit was het zoals in mijn geliefde Baroeg, tussen de met graffiti bespoten muren van dat kleine, eenzame gebouw in Rotterdam-Lombardijen.

‘Daar kom jij niet in met die kuiten van je, meid’, sneerde ze tegen me

Finn had wat met laarzen. Lieslaarzen, om precies te zijn. Hij had een mooi paar zien staan bij Silhouette – je weet wel, die vreselijke winkel aan de Karel Doormanstraat waar ze hoerige pumps en laarzen in alle kleuren van de regenboog verkopen – en wilde ze voor me kopen. Ik ben er als tiener trouwens een keer snoeihard beledigd door een onbehouwen boerin van middelbare leeftijd die op mijn verzoek een stel laarzen uit het magazijn haalde. ‘Daar kom jij niet in met die kuiten van je, meid’, sneerde ze terwijl ze de doos in mijn handen duwde. Dat was nogal bizar. Het was namelijk die periode in mijn leven waarin ik leefde op een appel en een cracker en een minimaal hapje avondeten, dagelijks twee uur op de fiets zat en de resterende tijd al joggend of in de sportschool doorbracht. Ik had chronisch spierpijn en was altijd hongerig, maar ik woog 56 kilo en heb er sindsdien nooit meer zo goed uitgezien.
De laars paste. Er ging precies een vinger tussen. Ik nam ze niet.

Net als de lieslaarzen van Finn. Die nam ik ook niet, al bood hij op een gegeven moment wekelijks aan ze voor me te kopen. Altijd laat op de avond, als de alcohol rijkelijk gevloeid had. Dat hoefden we niet samen te doen, benadrukte hij. Hij zou me het geld geven en dan kon ik ze zelf gaan halen. Als ik ze maar wel zou dragen, minstens één keer zodat hij ze kon zien. Zijn overtuiging groeide toen ik na een tijdje lak ging dragen naar de gothic-dansavonden. Zo’n nauwsluitend laktopje met kanten vleermuis-mouwen en een bijbehorend minirokje – dat trok ik aan en zo stapte ik ’s avonds laat bij Maashaven op lijn 2 richting Lombardijen. Dat de laarzen zo’n outfit inderdaad af zouden maken, realiseerde ik me. Dat ik officieel op een kinky meesteres zou lijken als ik mijn kisten voor lieslaarzen zou omruilen, realiseerde ik me ook.

Toen ik na mijn reis door Australië en Nieuw-Zeeland in Baroeg terugkeerde, had een nieuwe generatie er zijn intrede gedaan. Finn was er nog steeds. Mijn ego had inmiddels normale vormen aangenomen, evenals mijn ziekelijke obsessie met mijn lichaam. Ik was rustiger en sterker geworden, had ‘op mezelf leren bouwen’, zoals men dat zo mooi zegt. Nu ik geen onstuimige behoefte meer voelde om kortgerokt door Baroeg te paraderen, de dansvloer te domineren en iedereen te laten zien hoe de hiërarchie in deze tent nu écht bepaald was, zat ik soms een halve avond met Finn aan de bar te praten. Zo leerde ik dat hij ooit een relatie had gehad. Hij ging helemaal voor haar, zij vond dat-ie te hard van stapel liep. Het liep uit op niks. Hij vertelde me dat zijn vader lang geleden gestorven was; zijn moeder was inmiddels hulpbehoevend. Hij kwam er zo vaak als kon, vaak direct uit zijn werk, om met haar te eten. Ik vertelde hem over de avonturen tijdens mijn reis en over de zoektocht naar een baan. Soms vertelde ik ook over mijn relatie.

Nu ik geen onstuimige behoefte meer voelde om kortgerokt door Baroeg te paraderen en de dansvloer te domineren, zat ik soms een halve avond met Finn aan de bar te praten

“Weet je waarom ik je altijd prinses noem, Karin?”, vroeg hij op een gegeven ogenblik. Dat was hij namelijk consequent blijven doen. Zijn ogen waren nog lodderiger dan een uur daarvoor en hij sprak met dubbele tong. Zelf was ik ook niet helemaal nuchter meer, maar ik kan me dit gesprek nog levendig herinneren. “Omdat je echt een prinses bent – en volgens mij besef je dat zelf helemaal niet. Niet écht, althans. Niet alleen omdat je een mooie, sexy vrouw bent, maar omdat je een mooi en puur mens bent. En hij… -” Finn gebaarde met zijn hoofd naar mijn toenmalige vriend die een eind verderop stond “- …hij verdient jou niet, want hij ziet niet dat hij een prinses heeft. Jij verdient een man die jou als een godin behandelt, die je op handen draagt. Als je mijn vriendin zou zijn, dan zou ik jou elke seconde van de dag als een godin behandelen.”
Het was de eerste keer dat Finn zich zo uitsprak, zo openhartig werd. Ik had er waarschijnlijk om gelachen – zijn laatste belofte leek me ook knap vermoeiend voor beide partijen – als hij niet zo bloedserieus geweest was. Ik moest ‘m iets plechtig beloven – dat heb ik gedaan. Ik weet alleen niet meer wat het was.
Ik had Finn moeten vertellen dat-ie maar ten dele gelijk had. Dat je een vrouw op handen moet dragen zónder haar te verafgoden. Daar wordt namelijk geen enkele vrouw leuker van en uiteindelijk blijf je als man gedesillusioneerd achter. Dat je met twee stevige benen op de grond moet staan en allereerst uit moet gaan van je eigen kracht, voordat je welke vrouw dan ook kan geven wat ze nodig heeft.
Maar die dingen bedacht ik pas veel later.

Op een gegeven moment sprak Finn over een wandelreis die hij wilde maken. Ergens koud en bergachtig – hij had erover gelezen in de National Geographic. Ongetwijfeld heeft hij me verteld waarheen, maar in de jaren die inmiddels verstreken zijn is het land me ontschoten. Hij moest nog een paar maanden doorsparen en met zijn baas overleggen, maar dan zou-ie gaan. Hij had een paar mensen in gedachten die hem mochten vergezellen, waaronder zijn beste vriend en een collega. Eerlijke mensen, oprecht, die niet over anderen lullen of achter je rug om gaan. Het liefst ook een beetje sportief, want in gejammer onderweg had hij geen zin. Alhoewel hij me niet expliciet uitnodigde, was zijn boodschap helder; ik mocht mee.

Finn heeft de reis nooit gemaakt.

De scheve grijns en glimmende ogen die zijn doorleefde gelaat normaal zo typeerden, ontbraken

Ik hoorde het tijdens de Downward Spiral; mijn favoriete dansavond in de Baroeg bij uitstek. De avonden waarop steevast iedereen er was – en daar ging het uiteindelijk om. De avond was nog jong. Op weg naar de bar voor een drankje schoof ik even aan bij E., een goede bekende en vriend van Finn. De scheve grijns en glimmende ogen die zijn doorleefde gelaat normaal zo typeerden, ontbraken.
“Finn is dood.”
Hij zei het zo plompverloren dat ik hem lange tijd stomverbaasd aankeek.
“Oh… Hoe, eh, wat?!”
“Afgelopen week. Hij kreeg een balk op zijn hoofd toen-ie aan het werk was. In één keer afgelopen.”
Ik geloofde ‘m niet. Of ik kon het niet bevatten. Ik denk eigenlijk dat laatste. Ik herinner me dat ik wegliep, in een poging te dansen. Het was waar, vertelde iemand toen ik het verifieerde in een poging uit deze vreemde droom te ontwaken.
Toen ik terug naar de bar liep was mijn kruk nog vrij. E. schoof een biertje mijn kant op.
“Finn is dood.”
“Dat zei ik toch.”
“Jezus.”
“Zeg dat wel…”

Hij had waarschijnlijk geen pijn gehad, vertelde E. Ik hoopte het maar. Ik dacht aan zijn moeder. Dik in de zeventig, en dan je enige kind verliezen – god, dat arme mens. Aan de reis, die hij zo graag had willen maken. Nu pas ontdekte ik echt hoe geliefd Finn in Baroeg was. Ik dacht aan onze laatste gesprekken. Na mijn reis heb ik hem nog een keer of zes gezien. Ik was blij dat ik hem in die keren beter heb leren kennen, in plaats van enkel langs te hupsen als het mij uitkwam. Dat ik de persoon Finn gezien heb, in plaats van vertroebeld te zijn door mijn eigen noden en behoeften.
Soms verschijnt hij ineens in mijn gedachten, zijn goedlachse gezicht met zijn vriendelijke, lodderige ogen, en dan moet ik bekennen dat ik zijn woorden nooit vergeten ben. Soms beneveld, soms glashelder.
“Hallo prinses.”


De naam Finn is een pseudoniem.

Advertenties

Reageren?

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s