Op het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam worden leerlingen opgeleid tot wereldburgers. Maar een eliteschool? Dat is het allang niet meer! “We vragen veel van leerlingen, maar nooit teveel”, stelt rector Jacques van Hoof. “Je  mag best op je tenen lopen, maar wel op je eigen tenen!”

(Dit artikel is geschreven in opdracht van: BOOR)

In het statige pand aan de Wytemaweg vinden we een van de oudste scholen van Nederland: het Erasmiaans Gymnasium. Waar het op warme dagen een gezellige drukte van jewelste is voor de hoofdingang onder het erkertje, is het er nu verlaten. Enkele leerlingen haasten zich via de fietsenstalling naar binnen, verscholen onder warme sjalen en mutsen. Bezoekers lopen hier niet zomaar even binnen, blijkt al snel. We drukken op de bel, melden ons aan bij de receptioniste en stappen door de rode deur het gebouw in.

Veilige school

img_3644
Louisa

Louisa (15) is net klaar met de lesopdracht en stapt uit het wiskundelokaal, twee multomappen onder haar arm. Ze heeft wel tijd voor een gesprekje. We lopen door de gangen waar muren zijn volgehangen met eventposters, krantenartikelen en foto’s van  bekende oud-leerlingen (Ebru Umar, Ernest van der Kwast, Ramsay Nasr…). Vanaf de hoger gelegen verdieping klinkt een klassiek pianospel – leerlingen worden hier uitgedaagd zich op diverse gebieden te ontwikkelen, zo zal later blijken. Louisa is vierdejaars en volgt zowel Latijn als Grieks – al mag ze er een laten vallen. Daarnaast maakt ze gretig gebruik van het uitgebreide keuzeprogramma. Vorig jaar deed ze Chinees. Leuk, maar ook moeilijk, bekent ze. Heeft ze een talent voor talen? “Dat durf ik niet te zeggen”, lacht ze. “Ik volg ook extra wiskunde – dat vind ik net zo leuk.” Haar broer volgt het atheneum op het Libanon. “Ik wilde juist die klassieke talen in mijn pakket. En al tijdens mijn allereerste bezoek aan het Erasmiaans voelde ik me hier goed en veilig. Hier kun je helemaal jezelf zijn.”

Daar kan Jacques van Hoof, sinds 2015 rector van het Erasmiaans Gymnasium, zich in vinden. Met eerdere werkervaring als conrector op een gymnasium in Dordrecht, en later als rector op een gymnasium in Voorburg, kent hij het type school als geen ander. “Het type leerling en de manier waarop we met elkaar omgaan, is op alle gymnasia vergelijkbaar. De sociale veiligheid is heel groot. Pesten komt weinig voor.”Het type leerling vereist trouwens wél een bepaald type docent. “Gymnasiumleerlingen zijn mondig, ze zijn gelijkwaardige gesprekspartners die de discussie met je aangaan”, stelt Jacques. “Je moet leerlingen uitdagen en inspireren. Als je alleen lesgeeft uit een boek, raak je ze kwijt.”

Talentenklas

Michiel, leraar klassieke talen, werkt al negen jaar op het Erasmiaans. Uitdagen is wel aan hem besteedt. Wat voor leraar is hij? “Een strenge leraar”, antwoordt hij na even nagedacht te hebben. “Inhoud gaat voor mij boven vorm. Ik houd niet van goedkoop en snel – het moet ergens op slaan. Ik vind een werkstuk niet mooier als er een plaatje op de kaft staat. Als we met leerlingen in Rome zijn en ze zeggen een gebouw prachtig te vinden, vraag ik: ‘Waarom vind je dat? Wat zie je dan?’ Het gymnasium gaat voorbij vanzelfsprekendheid en gemak.”
Maar dat geldt evengoed voor zijn rol als docent: “Ik vraag me continu af: Wat is voor deze leerling nodig om hem of haar een stapje vooruit te laten zetten? Iedereen verdient die persoonlijke aandacht en benadering. Een leerling gaat pas een relatie met de docent aan als er oog is voor wie hij of zij is, en dan ontstaat er een klimaat waarin je kunt leren.”

“Ik vind een werkstuk niet mooier als er een plaatje op de kaft staat”

Het Erasmiaans Gymnasium is – zeker voor een gymnasiumschool – heel cultureel gemengd. Ruim twintig procent van de leerlingen heeft een niet-Westerse achtergrond, stelden cijfers uit 2009 al. “Dit is ook zeker niet de één procent beste leerlingen uit de stad – zo’n eliteschool willen we niet zijn”, zegt Jacques. “We doen actief moeite om kinderen uit alle lagen van de bevolking binnen te halen. We benaderen dan ook álle basisscholen in Rotterdam.”
Kinderen uit zwakkere sociaaleconomische milieus, voor wie het niet vanzelfsprekend is naar het gymnasium te gaan, maar die het wel kunnen, worden in groep 7 al gedetecteerd. In groep 8 jaar krijgen zij een jaar lang elke woensdag les op het Erasmiaans, in de zogenaamde Talentenklas. Vooral taalles. Daar zit vaak de achterstand en, aldus de rector: “voor dit onderwijsniveau is taal onmiskenbaar belangrijk.” Maar ook extra cultuurlessen, maatschappijleer en bijvoorbeeld museumbezoeken behoren tot het programma. Ouders zijn om de week welkom voor informatiebijeenkomsten. Als de leerling het Talentenprogramma goed afrondt én een vwo-advies krijgt, hoeft hij of zij  niet te loten voor een plekje op het Erasmiaans. (Iets wat in 2016 sowieso niet meer aan de orde was doordat ouders hun kinderen niet meer op verschillende scholen konden inschrijven.)
“De instromers krijgen gratis huiswerkklassen en indien nodig extra begeleiding”, zegt Jacques. “Die extra begeleiding doen we trouwens voor iedereen. We nemen Diataal en Diacijfer af; scoor je zwak, dan krijg je ondersteuning.”

Oxford

Vooruit, geen elitaire school dus, maar zeker wel een school met een hele goede naam! “Dat is waar”, stelt Jacques. “Kijk, stilstand is geen optie en er is altijd wat te verbeteren, maar ik geloof dat het Erasmiaans in Rotterdam een heel sterk merk is.” Die goede naam dankt de school volgens de rector niet alleen aan de goede resultaten, maar ook aan de inbedding in de stad. “Leerlingen hebben hier veel mogelijkheden; we doen interessante projecten, voeren debatten, er is veel aanbod op het vlak van cultuur – ook samen met musea, concertzalen en andere organisaties in de stad. We waren bijvoorbeeld betrokken bij het Rotterdams dictee en organiseren jaarlijks de Ronald McDonald sponsorloop. Leerlingen kunnen hier allerlei taalcertificaten halen en ieder jaar kunnen er twee leerlingen naar Oxford. Heb je iets bedacht, en zijn er leerlingen voor in – doen! Initiatief wordt enorm gewaardeerd en daardoor ontstaan er steeds nieuwe dingen.”

“Als je helemaal niet reageert, zeg je eigenlijk dat je het gedrag goedkeurt”

img_36314
Jacques van Hoof

De bel schalt door het gebouw en kondigt het einde van het lesuur aan. Onmiddellijk is het gedaan met de serene rust die zojuist nog op de gangen  heerste. Samen met Jacques lopen we de gangen door op weg naar het lokaal waar straks een vergadering is van de klassenvertegenwoordigers van de eerstejaars. Meiden banen zich giechelend een weg richting de kluisjes, waar stelletjes her en der in innige omhelzingen staan. De allerjongsten sjouwen hun rugzakken met grote moeite voort – ondanks het werken met iPads dat geïntroduceerd is, zijn er nog veel boeken nodig. Boterhammen worden uit de voorvakken van de Eastpacks gehaald – ook gymnasiasten krijgen trek van zo’n uurtje Scheikunde!

“Wat hoor ik dáár nou?” Jacques stopt met een quasi-verbaasd gezicht bij een groepje waarvan een van de jongens – in alle vrolijke baldadigheid – een scheldkreet richting zijn vriend gooide. Hij trekt een verontschuldigend gezicht naar de rector. Er wordt gelachen: “Sorry meneer, het was een grapje.” We lopen door. “Kijk, als je helemaal niet reageert, zeg je eigenlijk dat je het gedrag goedkeurt.” Het is duidelijk: Onderwijzen gaat, ook buiten het klaslokaal, gewoon door.

Zitbankjes

We zijn inmiddels in het lokaal Frans, dat nu gebruikt wordt voor de vergadering van de eerstejaars. Jaarleider Yvonne leidt de vergadering, tussen posters van de Eiffeltoren en Charles Aznavour. Wat vonden de leerlingen van e examens? Wat voor input voor deze vergadering kregen ze mee uit hun eigen klas? De opmerkingen gaan vooral over onduidelijkheid over de te leren stof, de tassenberg in de hoek van de examenzaal en het online rooster dat niet iedereen meteen had kunnen openen. Alle punten worden door Jacques opgeschreven. Wanneer Yvonne in de rondvraag wil weten hoe de leerlingen hun tijd op het Erasmiaans ervaren, is de groep opvallend eensgezind; minstens zo leuk als verwacht, gezellig en – ondanks de dik duizend leerlingen en zeven eerstejaarsgroepen, voelt het tóch alsof je iedereen kent. “Misschien omdat we allemaal dezelfde vakken volgen”, oppert Valentijn. Tegen het eind van het uurtje wordt er gegiecheld en gegeind, maar evengoed wordt er naar elkaar geluisterd. “Sssst”, siste een meisje tegen haar buurvrouw. “Iemand is zich aan het voorstellen.” “Oh – sorry.” Respect voor elkaar is hier doodnormaal.

Wereldburgers

In het tekenlokaal zitten Hera (14) Anna (13) en Koen (14) aan hun schilderij van een oog te werken – alhoewel ze van mening zijn dat potlood fijner werkt. Alle drie wisten ze zeker dat ze naar het Erasmiaans wilden en sprongen een gat in de lucht toen de kogel door de kerk was. Welke toekomst hebben ze voor ogen? Hera wil arts worden. Na haar afstuderen gaat ze naar Engeland voor een studie geneeskunde. Anne kiest voor psychologie, waar Koen Econometrie aan de Erasmus Universiteit gaat doen.

“Onze leerlingen zijn de leidinggevenden van de toekomst”

“Onze leerlingen zijn de leidinggevenden van de toekomst”, zegt Jacques. “Dat brengt iets met zich mee. Je moet ontwikkeld zijn, een wereldburger – je draagt straks immers ook verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van anderen.” Mede om die reden verzorgt de school veel internationale uitwisselingen en stedenreizen. “Zesdejaars gaan naar Spanje voor een talencursus, we hebben een uitwisseling met Bazel en natuurlijk de reis naar Rome. In de lessen proberen we te focussen op (internationale) actualiteiten.” Dat kan nog wat meer, geeft Jacques toe, concluderend uit de leerlingenenquête. “We gaan binnenkort in gesprek met een leerlingenpanel over hoe we dit vorm kunnen geven.”

Bankjes

Heeft de rector nog meer wensen? “Meer bankjes en een grotere kantine!” Even ervoor werd dit ook al genoemd in de vergadering. De kantine is klein, tegen elkaar aangedrukt op tafels zitten is gezellig, maar niet ideaal. “We hebben relatief weinig ruimte voor zoveel leerlingen, al kunnen we daar nu niets aan veranderen – de laatste uitbreiding dateert van 2003  In de zomer gaat dat natuurlijk beter…”, zegt de Jacques. “Daarnaast werken we deels met iPads in de klas en kijken we altijd naar hoe lesprogramma’s en didactiek verbeterd kunnen worden.” Het docentencorps is heel constant, zo blijkt. “Dat betekent dat we hele ervaren en bevlogen docenten hebben, maar gelijktijdig is het team ook al wat ouder. Daar komt vanzelf verandering in; jonge docenten zouden wel weer een aanwinst voor de school zijn.”

img_3635
Leana en Josefina

We nemen afscheid van de rector. Onderweg naar de uitgang lokt een gitaarspel ons naar boven. Zesdeklassers Josefina en Leana zijn druk aan het oefenen als we het lokaal binnenstappen. Josefina bespeelt de bas, terwijl Leana de elektrische gitaar ter hand heeft. Om en om zingen ze. “We hebben muziek als eindexamenvak en de opdracht was: schrijf een nummer”, legt Josefina uit. “Bijna iedereen in de klas heeft een bandje of is op een andere manier actief in de muziek.” Wanneer moet het nummer klaar zijn? “Morgen al! Dan moeten we het voordragen.” We zullen de meiden niet langer storen en maken ons gauw uit de voeten.



Over Jacques van Hoof

Jacques is van oorsprong bioloog. Zijn interesse ging uit naar de ‘typische’ biologie, zo vertelt hij. “Planten en dieren. Mijn afstudeeronderzoek naar malaria deed ik in Suriname, in het oerwoud. Heerlijk ontheemd en daarmee zo vormend. Zo ontdek je dat mensen en hun gewoontes heel anders kunnen zijn – leer daar maar mee dealen. Zo’n leerervaring gun ik iedereen.”

Na een tijdlang lesgegeven te hebben op middelbare scholen, deed hij een postdoc in Milieukunde en werd vervolgens projectleider bij een mileuorganisatie. “Dat zegde ik al snel op – ik geloofde niet in het project waar ik betrokken bij was.” Typeert hem dat? “Zeker! Ik ben bereid een hele hoop werk te verzetten, maar klopt het voor mijn gevoel niet, dan stop ik.” Jacques kwam bij de Educatieve Dienst van Safaripark Beekse Bergen te werken, een hele leuke baan die hij aanvankelijk nog combineerde met zijn werk in het onderwijs. Tot hij de knoop doorhakte en fulltime in het onderwijs ging werken.

Over het Erasmiaans

Hoewel de school vernoemd is naar de Rotterdammer Desiderius Erasmus (1467-1536), bestond ze al lang voor zijn tijd. De school is eind 13e of begin 14e eeuw opgericht als parochieschool. De oudste bekende geschreven vermelding van de school dateert van 1328. Dat jaar wordt daarom aangehouden als het oprichtingsjaar van de school. Daarmee is ‘het Erasmiaans’ een van de oudste scholen voor voortgezet onderwijs en het op twee na oudste gymnasium van Nederland.Tot 1937 was de school gevestigd aan de Coolvest, waar nu het Beursplein ligt.

Advertenties

Reageren?

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s