2 comments on “Istanbul”

Istanbul

Op de Galatabrug staan de vissers zij aan zij. Met hun hengels, bevestigingshoutjes voor de brug en levend aas halen zij hun buit voor de dag binnen. Hier en daar staat een standje van waaruit maïskolven, mosselen of kastanjes verkocht worden. Er loopt een oudere man met een grote mand op zijn hoofd rond, van waaruit hij simit (ringvormig Turks sesambrood) verkoopt aan de hongerige vissers. Theeschenkers, aasverkopers en toeristen krioelen over de brug. Onder de brug bevinden zich de talloze (boot)restaurantjes. Hier verkopen ze de vis die de vissers boven hen zojuist gevangen hebben. Op allerlei manieren proberen zij de toeristen hun zaak in te krijgen. Soms beleefd en vriendelijk, soms dwingend, volhardend en ietwat agressief.

De Galatabrug verbindt het ‘oude’ Istanbul met het ‘nieuwe’ Istanbul. Hoewel de scheidslijn niet zo duidelijk te trekken is en de stadsdelen op veel manieren in elkaar overlopen, wordt al snel duidelijk wat men hiermee bedoelt. In het oude centrum vind je de Hippodroom. Hier kenmerkt Istanbul zich door de sfeer van Duizend-en-een-nacht, met paleizen, moskeeën en een bazaar waar tapijten, aardewerk, theeservies en specerijen verkocht worden. Via de Galatabrug bereik je de Iskele Caddesi, een grote en ultramoderne winkelstraat, en het Taksimplein. In en rondom dit centrum bevinden zich de uitgaanswijken, de dure winkels en het meest ‘Westerse’ deel van de stad. Istanbul kent het meest geavanceerde openbaar vervoernetwerk sinds mensenheugenis en het voormalige Constantinopel kan inmiddels concurreren met Manhattan als het aankomt op urban nightlife.

Istanbul is dus een stad van tegenstellingen. Niet in de laatste plaats door de geografische ligging, letterlijk over twee werelddelen verdeeld, op de grens van Europa en Azië. De Bosporus vormt de scheiding tussen de twee continenten.

Istanbul is een ongekend levendige, bruisende en bedrijvige stad. Alles en iedereen lijkt hier zijn plek en zijn functie te hebben. Binnen de stad ontdek je allemaal stadjes op zich: de Galatabrug, -een schoolvoorbeeld van informele economie en reciprociteit-, de wereld van de Grote Bazaar of rondom de haven, waar de mannen bij de boten toeristen proberen te verleiden voor een rondrit. Maar gelijktijdig is er genoeg dat hen allen bindt. Dat is misschien in de eerste plaats de oproep voor het gebed, die meermaals per dag vanuit alle moskeeën in de stad te horen is. Enorme geluidversterkers. De eerste oproep klinkt al om 06.00 uur ’s morgens. Niet te missen. Ten tweede is er de thee. Theeschenkers, theebarretjes, theedrinkende mensen, …en overal kom je dezelfde typische kop en schotel tegen. Waar je je ook bevindt, je zult nooit om çay verlegen zitten.

Mijn bebeğim en ik verbleven vorige week in het fascinerende Istanbul. Ik ben eenmaal eerder in Istanbul geweest en toen werd ik rondgeleid en rondgereden door een heuse local. En vooral dat rijden, …dat is een hele belevenis. De stad heeft zo’n 25 miljoen inwoners (dit is inderdaad veel meer dan het officiële aantal) en er heerst een chronisch verkeersinfarct. Nadat Eric en ik de taxi instapten die ons van het vliegveld Sabiha Gökcen naar het hotel zou brengen, bedacht ik om de stoelriemen vast te maken. Onze reis was begonnen en een ritje in de taxi zou ons al meteen een bijzondere kijk op Istanbul geven. Zo bleek, wederom: 24/7  file, maar no way dat auto’s ook daadwerkelijk stil blijven staan. Het is een constant gebeuren van in- en uitvoegen, inhalen, ingehaald worden, toeteren en je weg proberen te vinden in de enorme drukte op de wegen. Strepen op de weg zijn weinig meer dan vrijblijvende suggesties en de Turken lijken allemaal gewend te zijn aan de informele wetten op de weg. Iedereen is relaxt, ook al toeteren ze alsof het een lieve lust is. Tussen de auto’s door lopen snelwegverkopers. Soms zijn het kinderen. Ze tikken op je raam om je aandacht te krijgen. Ze verkopen sigaretten, zonnebrillen of lekkernijen. Straatarm zijn ze, en hun situatie is schrijnend en levensgevaarlijk.

We bereiken heelhuids ons hotel in het Sulthanmet district en hier worden we aangenaam verrast door de warme gastvrijheid en vriendelijkheid van de eigenaren. “First of all, can I offer you a welcome drink?”, luidt de eerste vraag. Na een paar minuten staan we allebei met een appelthee in ons hand de formaliteiten door te nemen. En weer even laten krijgen we uitgebreid uitleg over alles wat we maar moeten weten om ons verblijf in Istanbul tot een succes te maken. Maar we hebben een Hammam op onze kamer. What else do we need?!! ;-)

Hoewel we allebei moe zijn en eigenlijk geen honger meer hebben (het is tegen middernacht) belandden we toch in een fantastisch tentje. Helaas ben ik de naam alweer vergeten, maar dit zou de favoriete spot gaan worden gedurende ons verblijf. Op de grond liggen overal grote zitkussens waar je heerlijk op kunt loungen en er staan kleine lage tafeltjes voor je thee of gewoon voor je biertje. Je zit, als je op tijd bent, als het ware in de etalage. Hier roken we de beroemde nargile met aardbei- of appeltabak. Ze hebben zelf cappuccinotabak. Niet geprobeerd helaas, sorry. Zo drinkend en/of rokend in de etalage ben je meteen een potentiële klant voor één van de verkopers. Vanachter glas maken zij naarstig van de gelegenheid gebruik om je hun koopwaar te tonen. Overigens, onder ons tentje bevond zich een bijzonder grottenstelsel waar ik eens in verzeild raakte op zoek naar het toilet. Heel mooi en spannend!

De rest van de dagen vermaken we ons uitstekend. We bezoeken uiteraard de Sultan Ahmetmoskee, ofwel de Blauwe Moskee, met zijn zes minaretten en de handgeschilderde blauwe en groene tegeltjes. We struinen kort maar krachtig door het Topkapi paleis, de verblijfplaats voor toentertijd sultan Mehmet II, gebouwd halverwege de vijftiende eeuw kort na de Ottomaanse verovering. Hier krijg je een beeld van hoe de sultans vroeger leefden, met hun families, bedienden en de tot de verbeelding sprekende harem. Uiteraard brengen we een bezoekje aan de Aya Sofia (ongelooflijk dat deze moskee in de zesde eeuw tot stand gekomen is!) en de Basilica Cisterne, een zesde-eeuwse ondergrondse wateropslagplaats onder de Hippodroom. Vroeger verzorgde de Cisterne de watervoorziening van het Topkapi paleis.

Ook een bezoek aan de Grote Bazaar mag uiteraard niet ontbreken. Hier zijn we in totaal twee keer geweest: één keer om te beleven, de tweede keer om daadwerkelijk souvenirs uit te zoeken en te onderhandelen met de scherpe en ervaren kooplui. De regel luidt: hij noemt een prijs, vervolgens noem jij een prijs en uiteindelijk bereik je een compromis in het midden. Het vereist dus wat rekenwerk, maar daarna is het eenvoudig. Verder komt er natuurlijk een hoop theater bij kijken. Je bent vriend, vervolgens ben je vriend-af, er wordt gejammerd en geklaagd, maar de koop eindigt altijd met een handdruk en een schouderklap. De Grote Bazaar is een wereld op zich, met een eigen cultuur en een interne handel. Ook hier lopen theeschenkers met enorme dienbladen rond om de marktlui van thee te voorzien. De toeristen, wij dus, kunnen voor thee en baklava terecht bij één van de vele aanlokkelijke barretjes.Tijdens het gebed sluiten veel marktlui hun kramen, pakken hun kleedje onder de arm en begeven zich naar een centraal punt op de markt. Daar, hoe krap het ook is, wordt er gezamenlijk gebeden.

Onze citytrip is veelzijdig. Naast alle historische mustsees maken we nog een boottrip over de Bosporus (gewoon even zitten en rondkijken) en varen we met de ferry helemaal naar The Princes’ Islands, waarvan we het grootste eiland, Büyükada, bezoeken. Büyükada betekent letterlijk ‘groot eiland’. Tijdens mijn vorige bezoek aan Istanbul heb ik dit eiland ook aangedaan, alleen was er toen nog geen Starbucks. Op Büyükada rijden geen auto’s (op politie, brandweer en ziekenwagen na) en vervoert men zich per voet, fiets of te paard en wagen. De (negen) eilanden zijn overigens onderdeel van Istanbul en hier hebben we wederom te maken met een constast: de enorme drukte van de grote stad tegenover de idyllische autovrije rust van Büyükada. Het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt van dit eiland is Yücetepe (203 meter) en elke bezoeker wandelt, fiets of rijdt (te paard, welteverstaan) hier naar toe. Ik stelde voor om ook een paard en wagen te huren, maar Eric wilde liever fietsen. En dat hebben we geweten! Tandemfietsen lijkt gemakkelijk omdat je samen trapt, maar uiteindelijk is de tocht naar boven loodzwaar. Maar dan heb je ook wat, want het uitzicht over de zee, het eiland en over Istanbul is schitterend. We hebben geluncht bij één van de vele visrestaurantjes, omringd door tientallen zwerfkatjes die een visje mee proberen te pikken, en zaten na afloop nog heerlijk in het zonnetje met een flesje witte wijn. Overigens was dit de laatste dag dat we buiten zaten, want de dagen erna liepen we in de sneeuw (!!!). Wederom een enorme tegenstelling tijdens onze citytrip. Onze laatste twee dagen in Istanbul waren erg nat en koud.

Eten en drinken vormen altijd een belangrijk deel van al onze vakanties en stedentrips. Zo ook nu. Over het algemeen hebben we steeds prima gegeten. Het ontbijt aten we elke morgen in het hotel, een fantastisch start, en voor lunch en een late hap begaven we ons naar plekken die we onderweg gezien hadden of waar we naar toe gestuurd waren door de reisboekjes. In het restaurant bij het Topkapi paleis werden we bediend door meisjes gekleed in traditionele haremklederdracht. Het, mijns inziens, lekkerste eten kwam uit de vreemdste keuken. Snelle, adequate en ‘opdringerige’ service zorgde er toen voor dat we drie gangen en dertig minuten later buiten stonden. Soms nemen cultuurverschillen je hele avond in beslag. Interessant.

Nu ik voor de tweede keer in Istanbul geweest ben vind ik het er geloof ik nog leuker. De vorige keer was ik er met een local en heb ik vooral kennis gemaakt met het hippe, welgestelde Istanbul. Tijdens deze reis hebben Eric en ik de tegenstellingen meegemaakt. Traditioneel tegenover ultrahip. Turkse koffie en çay tegenover Starbucks op elke straathoek. 1 TL voor een thee tegenover 6 TL voor dezelfde thee elders. De Bazaar tegenover moderne overdekte winkelcentra. De snelwegverkopers tegenover het tramstelsel. Het is aan alles te merken dat Istanbul enorm groeit en ontwikkelt. Dit zorgt voor grote en vaak abrupte contrasten. Gelijktijdig trekt de stad gelukszoekers aan en dit vergroot de kloof tussen arm en rijk.

Inmiddels alweer een dag thuis. De ‘buit’ (schaaltjes, glaasjes, prullen) staat uitgestald op de eettafel en we vragen ons nu voornamelijk af waar we alles gaan laten. Voorlopig liggen de schillen van mijn pistachenootjes in één van de met derwisjen beschilderde schaaltjes. Vrijdag krijgen we eters en dan komen ze vast van pas. En dan ga ik een poging doen om Turks te koken, want de Turkse keuken (dolma, baklava, meze’s) blijft toch wel één van mijn favorieten.

Klik hier om alle foto’s van Istanbul 2012 te zien.

4 comments on “DWDD en Pauw & Witteman”

DWDD en Pauw & Witteman

Wilt u een uitzending van De Wereld Draait Door bijwonen? Surf dan snel naar de website!”. Wie dagelijks naar Matthijs van Nieuwkerk kijkt, moet deze woorden inmiddels kunnen dromen. Ik liep al langere tijd met het idee mijn talenten als background eens te demonstreren en ook Eric keek al geruime tijd uit naar zijn grote doorbraak op televisie. Helaas, het is nu een kleine week geleden en ik ben nog steeds niet gevraagd als tafeldame. Ook lijken we onze carrière als figurant, laat staan die op het witte doek, niet als vanzelfsprekend in onze schoot geworpen te krijgen. ;)

Oké, even serieus nu. Wij hebben dus een uitzending van DWDD en van Pauw en Witteman bijgewoond. Gezien het feit dat wij allebei graag een uitzending van vrijdag bij wilden wonen zijn we gelijk maar ondersteunend VARA-lid geworden. De vrijdagen zijn namelijk erg populair en zitten maanden vooruit al volgeboekt. Er worden echter een paar plaatsen gereserveerd voor VARA-leden. Ondersteunend lid worden (dus geen gids ontvangen, maar wel meetellen voor het ledenaantal en hiermee de zendtijd) kost € 8,50. Dit bedrag ben je ook kwijt wil je een uitzending bijwonen als niet-lid. Het enige argument tegen blijft dan een principiële, welke wellicht opging voor Eric (maar toen had ik ons al lid gemaakt :)).

Alvorens de trein te pakken naar (Studio Westergasfabriek in) Amsterdam keek ik nog even op de website wie er die avond te gast zouden zijn: Sonja Barend, Erica Terpstra en Ewout Genemans. Tafelheer is Marc-Marie Huijbregt. Goede vangst! Gezien Eric in Amsterdam werkt, bleek het handig om in de Westergastfabriek af te spreken. Zo gezegd, zo gedaan. Eenmaal verenigd komen we binnen in een klein restaurant/eetcafé. Nog voor we het eerste drankje bestellen melden we ons bij de VARA-gastvrouw. Zij zet een streepje achter onze namen op de lijst en we worden voorzien van een toegangsticket. “Tien over half zeven verzamelen”, instrueert ze wijzend naar de trap, “daar onder het televisiescherm en dan gaan we gezamenlijk naar binnen”. Mooi. Dit geeft ons ruim voldoende tijd om nog wat te gaan eten en drinken. We besluiten, daar we tussen de programma’s door nog een reservering hebben in het Mediacafe, om nu alleen een voorgerecht te nemen. Carpaccio en eendenborstfilet. Het is, zonder meer, een prima keuken! Ik ken Eric niet anders dan een fijnproever en kritisch als het gaat om datgene uit de keuken komt, maar zelfs hij zit te smullen.

Iets te vroeg (ben ik de enige die het spannend vindt?) staan we onder het televisiescherm bij de trap. Vooraan de rij, bij de deur waar we straks doorheen moeten, denken we. Uiteindelijk blijken we juist helemaal achteraan de rij te staan, voor een deur die potdicht is en dat ook zal blijven, maar dat zal geen probleem worden. “Wij willen graag in beeld”, zeggen we eenmaal binnen tegen de VARA-gastvrouw (dezelfde ja) die ons naar de stoelen zal begeleiden. En dat hebben we geweten. Eerste rij, pal achter Sonja Barend zitten we. Het zijn de plaatsen waar normaliter (op niet-vrijdagen) die gasten zitten die later nog bij Matthijs aan tafel zullen schuiven. Even slikken. Ongeveer een half uurtje voordat we de lucht in gaan (zo noemen ze dat toch?) komt Matthijs de studio ingelopen. Het is een vreselijk aardige en charmante man, zo blijkt. Hij gaat op een, …nee sorry, op DE kruk zitten en spreekt de hele zaal toe, daarbij proberend zijn oogcontact eerlijk te verdelen over de hele zaal. Nog een hele opgave in een ruimte met zitplaatsen over 360 graden en een balkon verdeeld. In zijn toespraak vertelt Matthijs over het succes van DWDD, hoe trots ze op dit succes zijn, maar vooral over de (zijns inziens) formule en het behoud van dit succes. Wij, zo oordeelt hij, zijn de sfeermakers van het programma en het is daarom belangrijk dat we het naar ons zin hebben en er een leuke en relaxte avond van maken. Als het publiek wat gelaten of mat zal reageren, belooft Matthijs een tandje bij te zetten. We krijgen tijd voor het stellen van vragen, het maken van foto’s (en dan te bedenken dat Matthijs dit iedere avond doet) en de tafelgasten worden aangekondigd en gaan nog even in de make-up. Het is heel vreemd om zoiets vertrouwds van zo dichtbij mee te maken. Je bent geneigd om Matthijs en Marc-Marie als oude vrienden te begroeten en de sfeer is zo informeel dat het bijna de normaalste zaak van de wereld lijkt om naar de tafel toe te lopen en jezelf een glaasje water in te schenken. Ondertussen klinkt Aretha Franklin uit de speakers, een traditie in de studio waar niet meer van afgeweken zal worden.

Als de uitzending eenmaal begint (na de aankondiging van Matthijs voor de ‘Ster’) moeten we uiteraard stoppen met kletsen, fotograferen en proberen de aandacht van Matthijs te vangen. Het blijft immers live televisie!

“…Sonja Barend, Erica Terpstra, Ewout Genemans. Tafelheer is Marc-Marie Huijbregt. Dit is De wereld Draait Doorrrrr!”. Matthijs staat met zijn armen over elkaar de autocue voor de lezen, pal voor onze neus. Het is begonnen. We zijn in de lucht!

Het bijwonen van de uitzending is ontzettend leuk. We treffen het met de gasten en de gesprekken aan tafel. Chef’Special verzorgt de muziek. Lullig is even dat zanger Joshua Nolet tijdens zijn vertolking van ‘Met Z’n Allen’ (Hennie Huisman) de naam van Ewout even kwijt is en hem aanspreekt met Wouter. En dat terwijl hij hem net een hart onder de riem probeert te steken nadat Ewout in de zeik gezet was door de heren van Voetbal International tijdens de uitreiking van de Gouden Televizier-Ring. Anyway, het mocht niet baten. Erica Terpstra is in het echt net zo leuk, positief en aanstekelijk als op televisie en praat uitvoerig over haar reizen en reisprogramma. Sonja Barend is een klassieker (en nee, dat is niet lullig bedoeld) en leidt samen met Matthijs de hele uitzending. Ze kan over alles meepraten en haar tv-comeback vormt maar een deel van de gespreksstof aan tafel. Marc-Marie komt een paar minuten voor de uitzending binnen stormen, slurpt zijn (vermoedelijk inmiddels koud geworden) latte macchiato naar binnen en doet vervolgens zijn typische ding. Geweldig. Veel humor. Goede band, leuke gasten, prima sfeer.

Na de uitzending eten we ons hoofdgerecht in hetzelfde eetcafé als eerder. Wederom heerlijke gerechten (alleen daarom zou je hier al terug willen komen). Tijdens het eten loopt de VARA-gastvrouw langs de tafels met de toegangstickets voor Pauw en Witteman. We drinken nog snel een laatste kop koffie en maken onze weg naar de desbetreffende (naastgelegen) studio. Eenmaal in de opnamestudio aangekomen mogen we niet meer in beeld (hebben we ons zo misdragen?) en worden we ad rem weggemoffeld in een hoekje achter twee joekels van camera’s. Eric concludeert dat ze tijdens de uitzending van Pauw en Witteman niet dezelfde gezichten in beeld willen hebben als tijdens DWDD. Klinkt logisch. Heel vervelend vinden we het niet overigens. Tijdens DWDD zaten we namelijk wel ontzettend in beeld, -de hele tijd, zeg maar- en daar ben je je dan toch bewust van. Heel ontspannen zat ik niet…

Pauw en Witteman is andere koek. De regisseur spreekt ons voorafgaand aan de uitzending toe. Hij vraagt ons de applaudisseren als ‘Jeroen en Paul’ binnenkomen. Het is immers alweer vrijdag en de heren kunnen een extra aanmoediging na deze lange werkweek goed gebruiken. Er wordt nadrukkelijk gevraagd om stilte tijdens de uitzending. Het wordt gewaardeerd, bovendien, als wij onze aandacht bij de (gesprekken aan) tafel willen houden. Het staat immers erg lullig als je in beeld verschijnt terwijl je net een gesprek met je buurman aangaat, of erger nog, in je neus peutert. Tot slot wordt gevraagd om niet naar de monitor (waarop de uitzending zoals op televisie te zien getoond wordt) te kijken, want ook dan lijkt het op televisie net alsof men geen interesse toont.

Jeroen en Paul lopen de studio in. Ook nu is er gelegenheid voor het stellen van vragen. Dit mag zowel aan Pauw en Witteman alsook aan de daarvoor aangewezen gasten. Iemand in de zaal vraagt of de heren echt alle boeken van hun schrijvende tafelgasten lezen, zoals beweerd wordt. Het antwoord luidt natuurlijk bevestigend. We gaan weer de lucht in. De bekende tune van Pauw en Witteman klinkt door de studio. Aan tafel verschijnen Mauro met zijn moeder en Carla van Os van Defense for Children. En Marianne Zwagerman met haar strijd tegen mutserig gedrag. Dit was, voor degene die het gezien hebben, natuurlijk heel vreemd. Een webshop is geen carrière (laten we het eens over de precieze definitie van carrière hebben), vrouwen moet ont-mutsen door zelf te gaan kiezen in het leven en authentiek te durven te zijn (maar een webshop is nog steeds geen carrière en zo blijf je toch ondanks al je goede intenties in dat mutsenparadijs hangen), maar die zogenoemde authenticiteit is voor het leeuwendeel toch al ingevuld door mevrouw Zwagerman herself. Of ik snap het natuurlijk helemaal verkeerd. Maak ik me druk om niks. Misschien moet ik het boek lezen. Misschien moet ik deze post niet gebruiken om mijn vraagtekens kenbaar te maken. ;)

Het gesprek met, over en rondom Mauro was schrijnend, hier en daar tenenkrommend. Heel Nederland was getuige van de blunder van Henk Bleker toen hij Mauro tijdens de uitzending  een briefje toeschoof met het aanbod dat hij mee mocht naar FC Twente – PSV. “Mooi niet”, was de terechte reactie van Mauro.

Tijdens DWDD waren Eric en ik voornamelijk bezig met wat er om ons heen gebeurde. Wanneer ik de uitzending diezelfde nacht terug kijk, zie ik mijn ogen van links naar rechts en van onder naar boven schieten. Bij Pauw en Witteman werden we meer in beslag genomen door hetgeen aan tafel besproken werd. Wellicht omdat we nu al eerder een opname in een studio gezien hadden. Of omdat we ditmaal niet in beeld zaten. Over het algemeen kunnen we zeggen dat deze laatste formeler was, zowel in onderwerpen als in opzet van het programma en de gang van zaken in de studio. Desalniettemin allebei erg leuk en interessant.

Tot slot: ontzettend leuk avondje uit en bijzonder om dit zo eens meegemaakt te hebben. Het kost niks (of nou ja, bijna niks), je eet er onderwijl heerlijk en je bent een ervaring rijker. Wij kunnen het iedereen aanraden!

0 comments on “Holland Doc: Curaçao”

Holland Doc: Curaçao

Bekijk hier: Holland Doc: Curaçao (een documentaire van Sander Snoep en Sarah Vos)

“Op het eiland Curaçao ontmoeten Nederlanders elkaar op feestjes en tijdens het golfen op de besloten resorts van Nederlandse projectontwikkelaars. In ‘Curaçao’ wordt langzaam duidelijk gemaakt dat zij nauwelijks notie hebben van het aandeel dat Nederland heeft gehad in de geschiedenis van de voormalige kolonie. En al helemaal niet van de verstrekkende gevolgen daarvan voor de huidige samenleving.

Curaçao legt daarmee de onaangename kanten bloot van het karakter van een handelsvolk dat vaak denkt als enige het juiste voorbeeld te geven.

De zwarte en witte eilandbewoners op Curaçao spreken elkaar nauwelijks. Hun noodzakelijke omgang blijkt uiterst stroef en gespannen. En bovenal zwijgzaam. Totdat een manager van de lokale Albert Heijn-vestiging zijn zwarte personeel en het witte management op een cursus stuurt met als motto: ‘Waarom wil een Antilliaan geen leiding geven?’

Regisseurs Sander Snoep en Sarah Vos maken in hun documentaire duidelijk dat de kloof tussen de Nederlandse en Antilliaanse bevolking nog steeds erg groot is. Ze hekelen het neokoloniale superioriteitsgevoel van de Nederlanders en tegelijk het diep gewortelde minderwaardigheidscomplex van de autochtone bevolking, dat naar hun oordeel zijn oorsprong vindt in de tijd van de slavernij. Aan de hand van historische beelden en teksten wordt duidelijk gemaakt dat er in de loop van de eeuwen weinig is veranderd.”

2 comments on “Nice en de Côte d’Azur”

Nice en de Côte d’Azur

Nadat Eric en ik eenmaal besloten hadden in de herfstvakantie te gaan stedentrippen, begon de gevreesde brainstormsessie. Want waar wilden we naar toe… Werd het Madrid? Of Barcelona? Dublin? Of toch maar Istanbul? Wilden we eigenlijk niet naar Scandinavië? Of toch maar richting de zon? Het was Eric die ineens met het voorstel kwam om naar Nice te gaan. Om de één of andere reden had ik nooit bedacht om deze stad aan de Côte d’Azur voor een paar dagen te bezoeken. Waarom niet? Geen idee. Geheel onterecht, dat weet ik inmiddels wel.

Nice, gelegen in de regio Provence-Alpes-Côte d’Azur, is een stad met een krappe miljoen inwoners. Dankzij de lange zomers en het altijd aangename klimaat wordt Nice het hele jaar door druk bezocht door toeristen. En terecht, want het is een heerlijke en comfortabele stad. Na aankomst op het vliegveld haalden wij onze huurauto op (een rode Ford Focus) en reden over de Promenade des Anglais naar ons hotel. De Promenade des Anglais omvat misschien wel alles waar Nice voor staat: het is bruisend, gemoedelijk, mondain en het wordt spik en span onderhouden. Men flaneert, ziet en wordt gezien. Het is dé plek om te socializen en overal waar je kijkt zie je mensen genieten: van elkaar, van het zonnetje en van de azuurblauwe zee. Er wordt gejogd, gefietst en geskatet. Kleine kinderen worden voortgeduwd in kinderwagens en honden worden uitgelaten. Het vreemde beeld aan het plaatje wordt gekleurd door mensen met dikke winterjassen en sjaals om, pal naast de mensen die in bikini op het strand de lauwe zonnestralen proberen mee te pakken. Een enkeling waagt een duik in het water, dat inmiddels tot een temperatuur van 19 graden gezakt moet zijn. Heerlijk vertrouwd is daarentegen het beeld van de oude deftige Franse mesdames die met gekapte poedels langs het water wandelen. Of de keurige messieurs die met een baguette onder de arm en een alpinopet op hun hoofd hun weg naar huis vervolgen. Sommige dingen veranderen nooit, en moeten misschien ook nooit veranderen.

De eerste indrukken waren alvast positief! Snel checken we in, gooien de koffer op het bed en begeven ons de stad in. Het duurt ongeveer vier en een halve minuut voordat de eerste verkoper zich bij ons meldt. Zit je net lekker op een bankje te genieten van het zonnetje en die azuurblauwe zee, heb je ineens ruzie met een opdringerige Congolese sieradenverkoper. Het mag de pret niet drukken. We slenteren verder door de stad, pakken een lunch (uiteraard een salade niçoise) op Cours Saleya, met haar bloemenmarkt en standjes vol fruit, noten en lokale lekkernijen, en klimmen uiteindelijk naar het uitzichtpunt bij het Parc du Château. Al tijdens de klim krijg je een steeds mooier wordend uitzicht over de stad en de kust en uiteindelijk beland je bij een waterval. Spectaculair, en je bent uren zoet en vele calorieën armer ;-)!

Die avond vonden we een leuk eettentje nabij Cours Saleya. De rest van de avond slijten we ietwat ordinair in de (overprijsde) hotelbar. Wel lekker. Dronken Amerikanen, een pianist en Mojito’s. En dan zo je bed inrollen. De vakantie is begonnen en het kan eigenlijk al niet meer stuk.

De resterende dagen pakken we regelmatig de auto. We rijden langs de kust, via Antibes naar Cannes en helemaal terug naar Monte Carlo-Monaco. Een ietwat vreemde gewaarwording, dat Monaco, zo’n ultrarijk dwergstaatje vol luxe mega jachten en dan een enorme schreeuwende kermis ernaast. Eric en ik zijn er snel weg: luxe is niet per se prettig vertoeven, zo oordelen we. Weliswaar erg leuk om het hier eens gezien te hebben.

In Antibes zijn we daarentegen als een vis in het water, letterlijk. Ook hier wonen de ultrarijken (George Clooney bijvoorbeeld, om maar eens iemand te noemen), maar eveneens vind je hier een gezellige, oude dorpskern en een typische Provençaalse markt. We struinen door de straten en de haven, winkelen en zoeken naar leuke souvenirs, eten vissensoep en carpaccio in een knusse bistro en sluiten Antibes af met een biertje in een pub. Daar er deze dag een grote rugbymatch plaatsvond leek Antibes wel gekoloniseerd door (dronken) Engelsen, Ieren en Australiërs. De horeca draaide een fantastische omzet, dat weet ik zeker.

Maar Nice bleef toch favoriet. De smalle steegjes in het oude centrum leken wel eindeloos en toch kon je er nooit verdwalen. Oude gebouwen, sporen van de Romeinen, de Grieken en de Middeleeuwen. Een tram waar modern Rotterdam nog een puntje aan kan zuigen. Overal kunst. Op straat geen snoeppapiertje of propje papier te bekennen. Nice bruist dag en nacht. Hoe ver je ook afgedwaald denkt te zijn, ineens sta je weer midden op een plein vol terrasjes en barretjes. En dan heb je ineens trek in een ijsje. De mensen zijn er on-Frans vriendelijk. Er heerst een continu vakantiegevoel en het leven lijkt zichzelf te leven. Het blijft mij verbazen hoe anderhalf uur vliegen je in zo’n andere wereld kan doen belanden. Overigens was de nieuwbouw in Nice in een vergelijkbare stijl gebouwd als de oude monumenten. En reed de tram in het oude centrum op accu om zo de lelijkheid van bovenleiding te voorkomen. Ze kunnen trouwens nog steeds geen cappuccino’s maken, die Fransen. Wel fantastisch lekkere croissantjes bakken en idem dito rosé schenken. En dan weet je, over het verlies van de vertrouwde charme van Frankrijk hoeven we ons voorlopig geen zorgen te maken.

Bekijk hier de foto’s van Nice!

1 comment on “Antillenreis”

Antillenreis

Op dit moment zitten bijna alle fractievoorzitters op de Antillen. Alleen Roemer, Slob, Thieme en Wilders zijn niet van de partij. Ik ben natuurlijk jaloers. Want ik kijk nu namelijk uit mijn keukenraam naar een donkere lucht en een bak regen die uit de lucht komt vallen. Maar goed, Eric en ik vertrekken morgen weliswaar naar Nice en daar is het weer vast een stuk nicer! ;-)

Op Antillenreis dus. Volgens het gezonde verstand (en overigens geverifieerd door de mediaberichten) worden de fractieleiders overspoeld. Niet zozeer door regen, wel door bezorgde, onzekere, klagende en boze eilandbewoners en lokaal bestuur. De start na 10-10-10 verloopt namelijk niet zo goed, zoals we weten. Nieuw ontstane armoede, inflatie, corruptie… De eilanden voelen zich nog teveel bemoederd door het ‘moederland’ en uiten frustraties van bemoeienis en machtsmisbruik. Gelijktijdig voelen zij zich niet gehoord en zelfs buitengesloten. Ik schrok van de berichten over Saba, die zich stelselmatig genegeerd en buitengesloten voelen door de Nederlandse overheid. De Sabanen probeerden een jaar lang tevergeefs een afspraak te maken op het ministerie van Volksgezondheid en worden nu pas gehoord.

Er is een gebrek aan onafhankelijke, open en eerlijke informatie. Er is een gebrek aan vertrouwen en misschien zelfs wel een gebrek aan een gezamenlijke visie. Nederland probeert de problemen op de eilanden op te lossen, maar dat de huidige situatie gecompliceerd is en doordrenkt van tegenstrijdige belangen en gevoeligheden, is duidelijk geworden.

Morgen komen de fractievoorzitters terug naar Nederland. Zonder twijfel vol van nieuwe indrukken en ideeën, verhalen en ambities. Ik ben benieuwd welke weg er hierna bewandeld zal gaan worden. Ik hoop een weg waarin niet slechts aandacht is voor economie, bestuur en politiek, maar des te meer voor de mensen in de nieuwe Nederlandse gemeenten en landen binnen het Koninkrijk zelf. De mensen op die prachtige eilanden, vol levensvreugde en natuurschoon, die zich steeds meer ontheemd lijken te gaan voelen in hun hervormde ‘thuis’.