1 comment on “Het Exodushuis: van tralies naar Superkubus”

Het Exodushuis: van tralies naar Superkubus

Eén van de twee Superkubussen, onderdeel van de beroemde kubuswoningen van architect Piet Blom, biedt na dertig jaar van overwegend leegstand sinds juli 2013 onderkomen aan een Exodushuis. Onder begeleiding van Stichting Exodus Rotterdam werken hier twintig (ex)gedetineerden in de laatste fase van hun detentie aan een leven terug in de maatschappij. Al in 2006 protesteerden omwonenden tegen de komst van deze groep in hun ‘Blaakse Bos’. Tevergeefs. En dat is maar goed, want het Exodushuis blijkt een groot succes.

Tekst: Karin Spillenaar-Koolen
Foto’s: Geertje van Achterberg
(Verschenen op: Vers Beton)

“Kom binnen!” Gino houdt de deur naar zijn kamer uitnodigend voor ons open. Uit de speaker klinkt R&B en reggae . Gino draagt een strakke witte muts om zijn dreadlocks bij elkaar te houden. Een gouden tand schittert achter zijn vriendelijke lach. Hij is blij met zijn kamer, die hij te danken heeft aan de duur van zijn verblijf in het Exodushuis, maar ook aan zijn positieve inzet tijdens het programma. De kamer is niet heel groot, maar doet ruimer aan dankzij de schuin weglopende wanden. Naast zijn bed staat een prikbord waarop foto’s van dierbaren en andere persoonlijke spulletjes hangen. Gino woont al acht maanden in het Exodushuis. Een bewuste keus. Na een periode van detentie had hij hulp nodig om zijn leven weer op de rit te krijgen. Hij wilde geen beroep doen op zijn familie. Over twee maanden stroomt hij uit, naar een eigen woning en een echte baan. “Ja, daar kijk ik ontzettend naar uit.”

Structuur, regelmaat en discipline
Terugkeer in de maatschappij is vaak moeilijk na een periode van detentie. Eenzaamheid en oude patronen liggen al snel op de loer. Stichting Exodus begeleidt bewoners in een tijdsbestek van acht tot tien maanden naar een leven terug in de maatschappij. Dit om hen een kans te bieden op een volwaardig bestaan, maar ook om het risico op recidive te verkleinen. Een woning, werk, een gezond sociaal netwerk en zingeving zijn de pijlers van begeleiding. De bewoners krijgen ondersteuning bij het oplossen van eventuele schulden en het aanleren van praktische en sociale vaardigheden waarmee ze straks op eigen benen kunnen staan.

Voor niets gaat de zon op. De bewoners mogen zich weliswaar vrij bewegen binnen en buiten het Exodushuis, maar zijn wel gebonden aan regels. Die bieden structuur, regelmaat en discipline. Precies wat de doelgroep nodig heeft om weer grip op het leven te krijgen. Alcohol en drugs zijn streng verboden en bewoners kunnen rekenen op blaastesten en urinecontroles. Om 23.00 uur luidt de avondklok. Deelname aan groepsactiviteiten, zoals twee avonden per week een gezamenlijke maaltijd, is verplicht. De begeleiding heeft volledig zicht op de agenda van de bewoners en beheert hun inkomen. Van iedereen wordt verwacht dat ze, indien mogelijk, 26 uur per week besteden aan (vrijwilligers)werk of studie.

Motivatie
Lastig? Al die verplichtingen en regels, het constant moeten werken aan jezelf en je toekomst? Onderzoek (2006) toont aan dat ruim een derde van de bewoners die bij (landelijk) Exodus worden begeleid, het programma succesvol afrondt. Hoewel er jaarlijks een stijging te zien is in succesvolle uitstroom, is dit niet voor iedereen haalbaar. Het proces loopt spaak door bijvoorbeeld drugsgebruik of persoonlijke problemen. Oud-bewoner Rob (43) heeft het programma met succes doorlopen. “Zolang je maar niet vergeet waarom je hier zit, waar je het allemaal voor doet – in mijn geval was dat een normaal leven. Daar kies je zelf voor.” Lara van der Well, manager van Stichting Exodus Rotterdam, benadrukt het belang van motivatie voor de slagingskansen. “De aanmeld- en intakeprocedure is heel serieus. Iemand moet echt gemotiveerd zijn voor ons programma om ervoor in aanmerking te komen. Eenmaal geplaatst is de begeleiding intensief en moeten bewoners zich aan regels en afspraken houden. Gebeurt dit niet, dan gaan we in gesprek en proberen we zoveel mogelijk nieuw, gezond gedrag te stimuleren. In geval van een delict wordt het natuurlijk een zaak van justitie.” Bij Exodus worden mensen niet veroordeeld op basis van hun verleden, maar wel aangesproken op de keuzes die ze nu maken, en de verantwoordelijkheden die ze hebben. Lara: “Openheid, transparantie en vertrouwen zijn hierin essentieel.”

Rob en Anya
Rob en Anya (27) zijn oud-bewoners van het Exodushuis, dat voor de verhuizing op de Westzeedijk zat. Allebei werken ze hier nu als vrijwilliger. Anya zit achter de balie. Rob is actief als klusjesman. Rob is blij dat hij zijn handen uit de mouwen kan steken, vertelt hij terwijl hij een deurdranger opnieuw afstelt. Een paar dagen per week werkt hij in het Exodushuis en andere dagen staat hij als vrijwilliger achter de bar in een verzorgingstehuis. Hij zou graag een ‘echte’ baan willen, maar ziet de toekomst somber in. Persoonlijke problematiek, het ontbreken van scholing en werkervaring en de huidige marktsituatie maakt het vinden van werk voor deze doelgroep een lang en moeizaam proces, vertelt Lara. Rob zit wekelijks met zijn begeleider om tafel, maar vooralsnog lukt het niet om een werkervaringsplaats voor hem te vinden. Desondanks is hij blij dat hij de rust in zijn leven heeft teruggevonden en het ‘rechte pad’ bewandelt. Maakt zijn geschiedenis in detentie het lastiger om werk te vinden? Rob lacht. “Nee hoor, in de bouw maakt niemand zich daar druk om!”

Not in my backyard!
Omwonenden waren in eerste instantie weinig enthousiast met het vooruitzicht van een woongroep voor (ex)gedetineerden in hun ‘Blaakse Bos’. Het plan om het Exodushuis hier te vestigen lag er al in 2006, maar door jarenlang procederen van omwonenden, die vreesden voor de veiligheid en verkoopwaarde van hun huis, is de uitvoering vertraagd. Lara: “Mensen zien een onderkomen voor deze doelgroep toch nog het liefst op een parkeerterrein ergens buiten de stad, terwijl er juist veel meer kennis en beleid komt dat aantoont dat we in de normale samenleving moeten zitten. Gelukkig ziet de politiek wel in dat het belangrijk is om dit project te vestigen in een buurt middenin de samenleving.” De relatie met de buurt lijkt in korte tijd al erg verbeterd te zijn. “Als mensen eenmaal langskomen en zien wat wij doen, neemt de weerstand af”, zegt Lara. “Maar er zijn ook nog een paar mensen die ons geen blik waardig gunnen. Dat houd je altijd.”

Lara gelooft dat de woongroep uiteindelijk bij kan dragen aan een betere leefbaarheid in de buurt. Bijvoorbeeld door de bemande balie van het Exodushuis, toezicht op de openbare ruimte en het tegengaan van leegstand. Een aantal bewoners is actief als klusjesman voor het Stayokay-hostel in de naastgelegen Superkubus, of voeren klusjes uit op de schepen in de haven. Een project met de Rotterdamse Bibliotheek gaat binnenkort van start. Binnenkort start een buurvrouw, gecertificeerd als mediator, met een training conflicthantering voor bewoners van het Exodushuis. Lara: “Dat zijn natuurlijk goede ontwikkelingen, en daar zijn we al ontzettend blij mee!”

. . .

“Zo heeft mijn vader ’t gewild!”
Sinds de voltooiing van het kubussencomplex van architect Piet Blom in 1982, was het lastig om voor de twee superkubussen een geschikte bestemming te vinden. Een donkere ruimte, groot en hoog, geen verbinding tussen de verdiepingen en al gauw snikheet. Niet de ideale omstandigheden voor de huidige doelgroep waar transparantie, sociale controle en het faciliteren van ontmoetingen tussen bewoners, belangrijke voorwaarden zijn voor het slagen van het programma. Dankzij slim puzzelwerk van architecten Maarten Polkamp en Sander van Schaik, die ook het Stayokay-hostel ontwierpen, is er nu een passende bestemming. Het leverde de architecten zelfs een nominatie op voor de Rotterdam Architectuurprijs 2013. Bij de opening van het Exodushuis was zoon Abel Blom, eveneens architect, zeer te spreken over het project. “Zo heeft mijn vader ’t gewild.”

Advertenties
3 comments on “Nederlanders in buitenlandse detentie”

Nederlanders in buitenlandse detentie

NaamloosDonderdag 11 juli jl. reed ik naar Utrecht voor een ontmoeting met Peter Middelkoop, predikant-directeur van Stichting Epafras. Deze stichting bezoekt en ondersteunt Nederlanders in buitenlandse detentie. Het interview met Peter Middelkoop is 30 juli 2013 in het RD (reformatorisch dagblad) gepubliceerd. Klik hier om het artikel te bekijken.

Ik besluit het gesprek te starten door iets over mezelf te vertellen: wie ben ik, wat is mijn achtergrond en vanwaar mijn interesse in de bezigheden van Stichting Epafras.
Tja… Vanwaar mijn interesse eigenlijk? Ik heb geen geliefde, familie, vrienden of zelfs vage kennissen in een buitenlandse cel, -of in welke willekeurige cel dan ook. Drugssmokkel is een ver van mijn bed show en mijn grootste vergrijp tot op heden is openbare beschonkenheid in landen waar dit eigenlijk gewoon mag. In Singapore keek ik wel uit. De mensen in mijn nabije omgeving zijn over het algemeen niet bijzonder coulant en vergevingsgezind naar onze medelanders in een buitenlandse cel, dus vanwaar mijn fascinatie en mijn –bij tijd en wijlen- emotionele betrokkenheid?

Eigenlijk weet ik het wel. Het gaat in de eerste plaats over vrijheid. Ik schreef in een vorig blog dat vrijheid voor mij het allergrootste goed is. Vrijheid om te bewegen, om te gaan en staan en om het leven te leven zoals dat bij mij past. Die vrijheid is mij heilig. Iets waar je voor vecht en dat je koestert. Het is mijn grootste nachtmerrie om die vrijheid, en daarmee de grip op mijn eigen leven, te verliezen. De oude wijzen uit het verre Oosten zouden waarschijnlijk betogen dat ik een vorig leven zelf achter buitenlandse tralies heb doorgebracht!

Oude wijzen uit het verre Oosten zouden zeggen dat ik in een vorig leven zelf achter buitenlandse tralies zat…

Ten tweede gaat het over het nemen van besluiten. Peter Middelkoop wijst er in ons gesprek terecht op dat er al heel wat aanlopen en verkeerde besluiten genomen kunnen zijn alvorens iemand in de val raakt. Maar wat mij fascineert zijn de keuzemomenten in een mensenleven met ingrijpende, soms allesbepalende gevolgen voor de toekomst. Links afslaan kan je leven redden en rechts afslaan kost je mogelijk je kop. Erop of eronder.
Je hebt een verschrikkelijk misdrijf gepleegd in een hotelkamer in een Zuid-Amerikaans land en je weet dat ze je zoeken. Grote kans dat je gepakt wordt en zelfs in hoger beroep tot 28 jaar cel veroordeeld wordt. Overzie je de gevolgen? En zo ja: over welke ruimte kun je nog zelf beschikken? Welke kansen grijp je om je eigen toekomst in handen te houden? Tijd is alles, het kan in een paar tellen gebeurd zijn. Mensen die me kennen weten dat ik dit de meest interessante vraag vond ten tijde van de zaak Joran van der Sloot. Stel, dan loop je daar, in Chili, met een internationaal arrestatiebevel boven je hoofd. En dan? Serieus, en dan?!

Ten derde gaat het over mensen, menswaardigheid en mensenrechten. In veel gevangenissen buiten Europa zijn de omstandigheden zwaar, erbarmelijk vaak. Maanden, of zelfs jaren in detentie voordat een zaak überhaupt voorkomt. Mensen behandeld als honden. Geweld, corruptie, gevangenen die HIV of aids oplopen. Propvolle, smerige cellen. Zo’n ‘straf’ is mijns inziens bijna altijd (bijna ja…) onevenredig in verhouding tot het misdrijf waar iemand voor opgepakt is. Menswaardigheid zou altijd gewaarborgd moeten worden, ongeacht.

Tenslotte betreft het goed en kwaad, of eigenlijk: de interpretatie van goed en kwaad. Goed gedrag, fout gedrag, gedrag dat nog net door de beugel kan, …allemaal subjectieve invulling en afhankelijk van tijd(geest), plaats en sociaal-culturele context. Er bestaat geen objectief, vastomlijnd antwoord op wat goed en kwaad is. Alleen conformisme en conformiteitsdwang om een samenleving leefbaar en draaiend te houden. Vanuit die gedachte is ‘straf’ ook alleen relevant wanneer bezien vanuit een specifieke tijd- en plaatsgebonden sociaal-culturele context. ‘Straf’ betekent: jij conformeert je niet aan de normen en afspraken zoals ze hier en op dit moment van toepassing zijn en daarom onderga je de gevolgen die volgens onze ideeën (hier en nu) het meest passend zijn. Je zou kunnen zeggen dat mensen socialiseren binnen een context waarin een bepaalde interpretatie van goed en kwaad heerst. Binnen deze context ontwikkelt een individu een set van normen en waarden van waaruit hij zijn eigen handelen beziet en beoordeelt.

Maar je weet toch dat in Singapore de doodstraf staat voor het smokkelen van drugs?!

Maar je weet toch dat in Singapore de doodstraf gegeven wordt voor het smokkelen van bepaalde hoeveelheden drugs? Of dat je er in Peru zestien jaar voor kunt krijgen? ’s Lands wijs, ’s lands eer. Of niet?
Ik realiseer me dat er hier ook iets vals nationalistisch meespeelt. Een gevoel van: wat zij daar doen en laten moeten ze zelfs weten, maar van ‘onze’ mensen blijven ze af. Die worden niet in overvolle cellen met kakkerlakken gegooid, laat staan dat ze worden geslagen of opgehangen. Ik ben geneigd om dat te denken, maar gelijktijdig voel ik die schoen weer wringen.
Tijdens het gesprek met Peter Middelkoop realiseer ik me dat ik tot dusver alleen maar oog had voor de ‘pechvogels’ die door rechters en officieren met andere referentiekaders en nationale belangen worden veroordeeld tot belachelijke gevangenisstraffen. Natuurlijk zitten er ook draaideurcriminelen tussen en mensen die willens en wetens drugs smokkelen, er vaak al een gevangenisstraf in Nederland op hebben zitten. Moeten de Nederlanders dan een betere behandeling krijgen dan de andere gedetineerden? Omdat ik me zo met hen ‘identificeer’? Een gevangenis is altijd een afspiegeling van (het afvalputje van) de samenleving. En het kan ook niet zo zijn dat Henk en Piet lak hebben aan de wetten in Thailand, omdat ze weten dat ze dankzij hun geweldige Nederlands paspoort nooit in Thailand berecht zullen worden. Zo werkt het niet. Moet Nederland betalen om een goede zorg en behandeling in detentie te garanderen? Nee, dat is van de zotte en bovendien vragen om problemen.
Maar Nederlanders die wegrotten achter buitenlandse tralies voor een vergrijp waar je hier hooguit een paar maanden cel voor krijgt, dat kan ik op de één of andere manier niet verkroppen. Ik sluit me daarom aan bij Middelkoop: ondersteunen, zoveel als kan. En bemiddelen, bemiddelen en nog meer bemiddelen. Alles in het werk stellen om hen zo snel mogelijk terug naar Nederland te krijgen.

Nieuwsgierig naar het artikel dat ik schreef voor het RD?
Klik hier om het te lezen!