0 comments on “‘Zij hoort bij mij’”

‘Zij hoort bij mij’

Ze houden van de stad én van elkaar. In deze rubriek gaan we op zoek naar de lovebirds van de stad. Wat is hun verhaal? Wat houdt het vuur in hun relatie brandend? Deze aflevering: Debby verliet haar geliefde Amsterdam voor haar grote liefde Priscilla.

Voorjaar 2011. Priscilla Kloostra en Debby de Vries kennen elkaar pas een paar maanden als ze besluiten samen de voettocht te maken van Rotterdam naar Santiago de Compostella. Debby voelde zich nog even bezwaard om zichzelf uit te nodigen op de tocht die Priscilla al een jaar gepland had, maar het idee om zolang zonder haar kersverse meisje te zijn, was onverteerbaar. Dus slaan ze sámen de Rotterdamse voordeur van Priscilla achter zich dicht en gaan lopen. 2700 kilometer, in drie maanden en drie weken tijd. Debby: “Ja, dan leer je elkaar kennen. Al die tijd ben je bezig geweest om je van je ‘leukste’ kant te laten zien en ineens zit je in de openlucht te poepen, terwijl de ander een meter verderop met de rugzakken staat. We zaten er soms finaal doorheen, maar we hadden een fantastische tijd.”

De twee namen zelfs een souvenir mee naar huis: kat Juan Carlos. Hij was nog maar een kitten toen de meiden hem met pijn en moeite uit een doornstruik bevrijdden. Priscilla slikt even bij de herinnering. “Het was zó zielig, hij was moederziel alleen en in Spanje ontfermt niemand zich over straatdieren.” Priscilla en Debby droegen Juan Carlos mee in een geïmproviseerde buidelzak, bezochten onderweg een dierenarts, wandelden nog twee weken door en vlogen uiteindelijk met z’n drieën naar Nederland.

‘Al die tijd ben je bezig geweest om je van je ‘leukste’ kant te laten zien en ineens zit je in de openlucht te poepen, terwijl de ander een meter verderop met de rugzakken staat’

Zomer 2017. In de Pelserthaven in de Spaanse Polder vinden we de woonboot waar het stel sinds 2015 anti-kraak woont. De voortuin ligt mooi verscholen in het groen. Grote raampartijen geven zicht op een trendy ingerichte woonkamer. Juan Carlos komt ons, samen met kat Rocco, nieuwsgierig bekijken als we naar de voordeur lopen. Een goedlachse Priscilla doet open en leidt ons de keuken in. “Gezellig, hè? Vanmorgen stonden we hier samen ontbijt klaar te maken en toen kwam er een zwanenfamilie op bezoek – dat is zo’n leuk begin van je dag.” Priscilla (32) groeide in de Pelserthaven op, vertelt ze. Op de naastgelegen boot woont haar moeder. “De boten moeten hier helaas weg en daarom heeft de gemeente een groot deel al uitgekocht. Zo kregen wij de kans om hier te wonen.” Debby (44) is inmiddels ook in de keuken en zet koffie.

Jordaan

Eerst even terug naar het moment van ontmoeting: Koninginnedag 2010. Traditiegetrouw ging Priscilla met een vriendin naar Amsterdam. In een vrouwencafé in de Jordaan ziet zij Debby, die dan al zeventien jaar in de hoofdstad woont. Debby: “Ja, ik vond Pris gelijk héél erg leuk! Maar ze stond al te praten met een ander meisje; nota bene mijn ex-vriendin. Daar baalde ik van, maar ik had ook geen zin in drama. Later die dag gingen we met z’n allen wat eten en raakten wij in gesprek. We bleken zóveel gemeen te hebben. Nog nooit had ik iemand ontmoet die net zo gepassioneerd over zangeres Roisin Murphy is als ik. Ken je haar niet? Nou, dat bedoel ik!” (lacht)

Priscilla: “We hielden contact via Facebook. Een maand later trok Debby de stoute schoenen aan en vroeg mij op date. ‘Maar dan wel iets surrealistisch’, zei ze. Ze wilde graag door een local door het Boijmans begeleid worden. Dat liet ik me geen twee keer zeggen! In Boijmans hingen toentertijd van die netten waar je in kon liggen om naar korte filmpjes te kijken. We hebben die filmpjes wel tien keer gezien! Zo naast elkaar liggen, een beetje praten, was heel intiem en zorgde voor instant romance. Daarna gingen we naar Rotown. De dag erna had ik een lichte kater, maar het maakte geen bal uit. We hadden verkering!”

Het stel besluit al snel samen te gaan wonen. In Amsterdam, waar Debby dan al een koophuis heeft. Priscilla: “Maar ik heb altijd gezegd: dit is tijdelijk, want ik wil terug naar Rotterdam.” Zo geschiedde. Debby had het na 23 jaar ook wel gezien in Amsterdam en was Rotterdam steeds meer gaan waarderen. “Natuurlijk had ik wel mijn werk en vrienden in Amsterdam”, zegt ze. “Dat was weleens lastig, maar inmiddels heb ik hier ook een leuk sociaal leven opgebouwd.”

Gedurende het gesprek vullen de twee elkaar soepel aan en zijn opvallend eensgezind. Geen onvertogen woord. Maken ze weleens ruzie? “Nauwelijks tot nooit”, zegt Debby lachend. “We denken over de meeste dingen hetzelfde, vinden dezelfde dingen leuk. Daardoor gaat het allemaal vanzelf.” Is dat nooit saai? Welnee, roept Priscilla uit: “Ik kan vreselijk met Debby lachen! Als je zou weten wat ze weleens in mijn oor fluistert op een feestje, of de grapjes die ze maakt… ‘Nee, zoiets zegt Debby niet’, zeggen mensen dan. Ze komt heel rustig en bedachtzaam over en mensen denken vaak dat ze alleen maar heel lief is. Is ze natuurlijk ook, maar ze is ook een boef, hoor!”

Vooruit, geen ruzies dus. Jaloezie dan? “Ik kan wel een beetje jaloers zijn”, bekent Priscilla met een ietwat beschroomd lachje. “Debby is echt een ‘plakker’, dan zegt ze voor tienen thuis te zijn maar is er na middernacht nog niet. ‘Waar zit ze nou?’, dacht ik vroeger weleens. Zeker als ze haar telefoon niet opnam, zat ik me echt op te vreten! Inmiddels weet ik dat ze het dan gewoon gezellig heeft. Debby houdt ook al haar exen op facebook, met name de korte scharrels in haar vriendenlijst vind ik storend.”

‘Als ik haar zie nadat we elkaar een tijdje niet gezien hebben, gaan de vlinders geheid weer fladderen’

Debby: “Er is geen enkele reden voor jaloezie: Pris hoort gewoon bij mij, het klopt tussen ons. Dat wist ik al heel snel. Met haar kan ik echt de zeven zeeën bevaren. Ze is down to earth en optimistisch, altijd in voor iets nieuws, en dat stimuleert mij ook weer meer tot actie.” Debby kan namelijk best lui zijn, bekent ze. “Een weekend waarin we niet van de bank komen is voor mij prima geslaagd, maar Pris denkt daar anders over. Nu doen we beiden: in joggingsbroek Netflixen en de dag erna uit eten of naar een festivalletje.”

Over die zeven zeeën gesproken: reizen is nog steeds een grote passie van het stel. “Met Deb ervaar ik een gevoel van thuis, waar ter wereld ook”, zegt Priscilla. Ze vangt Debby’s blik en even is daar zo’n intiem moment. “In 2016 zegden we allebei onze baan op en trokken vijf maanden door Nieuw Zeeland, Singapore, Maleisië, Thailand en Vietnam. Zo houden we het samen spannend; door iets nieuws te gaan doen, of door samen een reis voor te bereiden.”

En ook na zeven jaar laait het vuur in de relatie nog regelmatig op. Debby: “Als ik Priscilla hoor schaterlachen, of als ik haar zie nadat we elkaar een tijdje niet gezien hebben, gaan de vlinders geheid weer fladderen.”

Kindje

Hebben Priscilla en Debby nog een kinderwens? “Zeker”, zeggen ze wederom bijna tegelijk. Ze zijn zelfs al aan het kijken naar de mogelijkheden. Debby: “Gezien mijn leeftijd zou Priscilla het kindje dragen. Mocht het lukken, zou dit de kroon op onze liefde zijn. Maar ook als dat niet lukt, zijn we hartstikke gelukkig samen.” Want weet je, vult Priscilla aan. “Als we samen op een feestje zijn, en ik zie Deb vanuit mijn ooghoek lachen of bedachtzaam kijken, dan denk ik: ‘Ik heb echt de allerleukste in deze ruimte! Met haar wil ik oud worden!”


Debby de Vries (44) werkt als freelance webadviseur voor het Koninklijke Instituut voor de Tropen. Priscilla Kloostra (32) werkt als projectondersteuner bij de VNG Academie en is bezig met de voorselectie voor de vrijwillige brandweer.

Advertenties
0 comments on “Let’s talk about ♂ ♀: Op date met boze Fred”

Let’s talk about ♂ ♀: Op date met boze Fred

Let’s talk about ♂ ♀! In deze rubriek maak ik jullie deelgenoot van mijn belevenissen met mannen door de tijd heen. Over ontmoetingen, leuke en minder leuke dates, vlinders, verliefdheid, gestuntel en awkward moments. Deze aflevering: op date met Franse Fred.


Hij staat voor de deur, lees ik in het sms’je. In de drukke meidenbadkamer veeg ik de condens van de spiegel en check nog één keer mijn gezicht. Veel valt er niet te checken. Ik heb gedoucht, mijn benen geschoren, een kwak goedkope dagcrème op mijn gezicht gesmeerd en wat extra mascara opgedaan. Haren geborsteld, afgedragen rokje aan, slippers eronder, klaar. Meer heb ik niet bij me en eigenlijk is het resultaat best oké.

Vreemd, om hier in Australië een ‘date’ te hebben. Met een heuse Fransman nog wel. Une soirée romantique. Chic ook wel, ondanks dat alles uit mijn muffe backpack komt rollen.
Ik heb eigenlijk alleen vage herinneringen aan Fred. Fred – spreek uit Frèdddè – komt uit Parijs, vertelde hij. Gisteravond ontmoette ik hem in de Joint Bar. Daar was ik met mijn collega’s van het Italiaanse restaurant – waar ik sinds een paar weken in de bediening werk – na werktijd een afzakkertje gaan nemen. Fred was naast me komen zitten, had me aan de praat en aan het lachen gekregen en even later stonden we samen op de dansvloer. De herinneringen zijn vanaf dat moment een ietsepietsie onscherp door de nodige biertjes, maar ik weet nog dat we samen naar mijn hostel liepen en dat hij me keurig voor de deur afzette. Een heer, als we die halfslachtige awkward zoen vergeten. Vanmorgen vond ik in mijn broekzak een verfrommeld briefje met een telefoonnummer dat ik gelijk in de vuilnisbak gooide. Maar even later ontving ik een berichtje.

De man die beleefd komt vragen of ik wil dansen, kan een heftig nee-schudden verwachten; hij die me in een vloeiende beweging uit mijn ‘comfort zone’ trekt heeft me misschien de hele avond met de voetjes van de vloer

Ik neem de trap. ‘Ja’ zeggen tegen een date, bedenk ik me onderweg naar beneden, is niks voor mij. Alleen dat pleit al voor deze Fred. Want mij versieren is, in deze fase van mijn leven, knáp lastig. Niet dat ik bot, arrogant of nadrukkelijk afwijzend ben; ik smeer ‘m gewoon. Alcohol maakt de gemoederen wellicht iets losser, maar dan nog is er een aanzienlijke kans aanwezig dat ik na een toiletbezoek ineens nergens meer te bekennen ben – dat heeft al voor een hoop ongemakkelijke situaties gezorgd, daar je elkaar de dag erna in het hostel nog weleens kan tegenkomen. Mannen? Eng, lastig, en O MY dat heerlijke opgeluchte gevoel als ze weer opgehoepeld zijn. Het is de aanhouder die wint. Hij die er gewoon ineens ís en me geen kans tot nadenken of weglopen geeft. De man die beleefd komt vragen of ik wil dansen, kan een heftig nee-schudden verwachten; hij die me in een vloeiende beweging uit mijn ‘comfort zone’ trekt heeft me misschien de hele avond met de voetjes van de vloer. Als je vraagt of ik wat wil drinken zeg ik waarschijnlijk nee; je moet het gewoon gaan halen. Stom? Ja misschien, maar die luchtige brutale vastberadenheid heeft bij mij nu eenmaal de beste kans van slagen. Dus die Fred kan eigenlijk geen verkeerde zijn, toch?

Goddank, ik herken ‘m nog. Hm, valt in eerste instantie toch een beetje tegen. Klein van stuk, kalend. Niet te snel oordelen, Karin, gisteravond was het ook gezellig. Toch? En jij bent altijd degene die het hardst roept verder te kijken dan het uiterlijk en zelfs dan een eerste indruk.
Fred loopt me tegemoet en geeft me twee zoenen.
“Op z’n Frans, zoals het hoort”, zegt-ie.
Hij werpt een goedkeurende blik op mijn outfit. Ik voel me er een beetje ongemakkelijk onder, daar hij nota bene gekleed lijkt te zijn voor een sollicitatiegesprek bij een hip reclamebureau in Melbourne. Strakke jeans, overhemd, mooie bruine instappers. Hoe doen sommige backpackers dat toch, vraag ik me af. Hij slaapt toch ook in hostels? Leeft toch ook uit een rugzak? Worden zijn spullen niet in het laadruim van een overvolle bus gesmeten? Ach, het zal wel met prioriteiten te maken hebben. Of zijn dit zijn date-kleren?
“Dit hostel…”, zegt Fred terwijl hij driftig wijst op de deur waar ik zojuist door naar buiten ben gestapt, “sucks!”
“O”, zeg ik verbaasd. “Ik vind het anders een prima hostel, netjes en gezellig. Elke ochtend gratis ontbijt en in het weekend pannenkoeken – wat wil je als backpacker nog meer?” Ik hoor hoe opgewekt ik klink – gratis dan ook het lievelingswoord van menig backpacker – maar Fred laat zich niet overtuigen.
“Ik heb hier één nacht geslapen, toen ik net aankwam – vreselijk! Droge toast, slecht beleg, kleine kamers – het enige positieve aan deze plek is de locatie.”
Het groepje naast ons luistert geamuseerd mee naar het betoog van de boze Fred. Die gaat onverstoorbaar door: “Nu slaap ik in Base. Dat is al een stuk beter, al deel ik de kamer met twee annoying Duitsers.”

(…)

“Nou, zullen we dan maar?”, stel ik voor, een beetje beduusd. Subtiel draai ik een paar keer weg van zijn bezitterige hand op mijn rug.
Samen lopen we langs het Italiaanse restaurantje (“Werk je hier?!”) naar St Kilda Road. Ik ben nu dik zeven maanden in Australie, waarvan drie weken in Melbourne, en geniet met volle teugen van alles dat deze Australische metropool te bieden heeft. Fred is minder enthousiast.
“De mensen…”, legt hij ongevraagd uit. Het is een mooi land hoor, daar niet van, maar die Australiërs zijn natuurlijk gewoon lomp en onbehouwen. Vind je niet? Wat? Echt niet?!

Als ik door zo’n botanische tuin huppel op mijn slippers en in mijn stukgedragen spijkerbroekje, immer zwaar belast met de Lonely Planet en een liter water in mijn kleine rugzak, kijk ik soms jaloers naar die stelletjes

Nee, een leuk gesprek komt niet op gang. Ik zit ook niet te wachten op Fred’s negatieve verhandelingen over alles wat ter sprake komt. Waarom heb ik eigenlijk ja gezegd toen hij me mee uitvroeg? Ach, ik weet het best. Omdat ik hier smacht naar een beetje romantiek, dáárom! Mannen genoeg, aan aandacht geen tekort, maar altijd ‘op z’n backpackers’. En Fred heeft stiekem wel een beetje gelijk; veel Australische mannen zijn, evenals de Ieren, Engelsen en Nieuw-Zeelanders die ik tijdens mijn reis steevast op elke hoek tegenkom, wat lomp en makkelijk als het om vrouwen gaat. Proberen elke vrouw te verleiden tot een snelle wip. Dan heb je nog de Zuid-Amerikanen; daar ben ik mentaal nog niet aan toe, vrees ik. Maar als ik dan door zo’n botanische tuin huppel op mijn slippers en in mijn stukgedragen spijkerbroekje, immer zwaar belast met de Lonely Planet en een liter water in mijn kleine rugzak, kijk ik soms jaloers naar die verliefde stelletjes. Misschien moet ik bij thuiskomst ook weer wat serieuzer worden, op zoek gaan naar een leuke man. Settelen. Etentjes bij kaarslicht, goede gesprekken, weekendjes weg. We’ll see. Een date met Fred leek – for the time being – een goed alternatief.
Toegegeven, het heeft ook te maken met het gebeuren in Sydney. Daar ontmoette ik Remy uit Toulouse – als hij Fins en ik op mijn beurt Mandarijns had gesproken, hadden we elkaar evengoed kunnen verstaan als in het Engels – die ik tijdens onze tweede ontmoeting na een gepassioneerde zoenpartij beduusd achterliet in de bar. That’s me. Beetje spijt van. Remy was volgens mij my best shot geweest voor een beetje passie en romantiek Down Under. Vandaar nu mijn focus op die Fransozen. Kijk wat het me gebracht heeft.

Fred is ondertussen bij het eten beland. In Parijs, dáár eet je goed. Op alle andere plekken in de wereld is het eigenlijk gewoon ruk. En probeer hier maar eens een croissant of een goed stuk stokbrood te krijgen! Lukt je niet! En dan denken ze ook nog verstand van wijnen te hebben… Hij bestelt steevast een Franse fles. Mijn trip naar de Barossa Valley? Nou, hij zal me straks even uitleggen wat nu écht goede wijnen zijn. Over eten en drinken gesproken, hij weet een leuk Thais restaurantje.
“Ik trakteer.”

Kijk, dat is dan weer aardig.

We nemen plaats aan een tafeltje bij het raam en bestellen allebei een biertje.
“Het is geen bijzonder tentje hoor”, verontschuldigt Fred zich met een gebaar op de kale witte muren, “Maar het eten is hier best oké – je moet de masamang curry met garnalen nemen, echt, trust me.”
Om te pesten besluit ik voor de groene curry met kip te gaan.
De serveerster verschijnt aan onze tafel.
“Eenmaal de masamang curry met garnalen en eenmaal de groene curry met kip”, zegt Fred, met zwaar Frans accent waar ikzelf nog maar net aan gewend ben geraakt.
“Uhh”, doet de serveerster, wiens Engels overduidelijk al niet haar beste taal is.
Al ogenrollen tikt Fred op de kaart; nummer 13 en nummer 26. Nu snapt ze het.
“Jezus”, zegt hij als ze weg is. Hij kijkt me samenzweerderig aan als hij zegt: “Asians, right… so annoying! But they make good food.”

Ik ben er klaar mee. Met grote happen werk ik mijn rijst en curry naar binnen. Ik verbrand mijn bek, maar who cares?
“Ik moet er vandoor.”
“Nu al?” Fred doet een poging mijn hand over de tafel vast te pakken maar ik moet ineens hoognodig mijn servet opvouwen.
“Ja – ik heb nog een andere afspraak”, lieg ik.
Teleurstelling is in Fred’s ogen te lezen, maar hij herstelt zich snel. Dat mag ik dan weer wel.
“I’ll walk you.”
Shit.
“Hoeft niet”, zeg ik kordaat. “Hé, het was gezellig, dank je wel voor het eten.”
Met twee zoenen – elk ander aantal is immers stupide – nemen we afscheid en ik wandel op eigen houtje terug richting het hostel. Zonder hand in mijn rug.

“Do you like Justin?”, klinkt het plotseling naast me

Een kwartier later plingt mijn telefoon. Fred.

“Hi Karin, thank you for sharing a great time with me! You wanna meet tomorrow? We can chill at the beach. X F.”

Ik sta even stil. Hoe the fuck kan dat? Ik weet dat ik nog weleens het verkeerde signaal uit kan zenden, maar ik heb tijdens het eten nauwelijks een woord gezegd. Fred des te meer. Over zijn problemen met Westpac, over domme, vervelende kamergenoten en over Australische mannen (“They just don’t know how to treat a lady”). Waarom hij zijn geliefde Frankrijk überhaupt verlaten heeft voor een bezoek overseas? Je weet pas dat het in je eigen land beter is, als je andere landen bezocht hebt, zo luidde zijn antwoord.

Ik sta stil en tik een berichtje terug.

“Hi Fred, thanks for dinner. It was nice meeting you yesterday, but after tonight I don’t think you’re my type. Ciao!”

Ik ben aangekomen bij de bar van gisteravond. De Joint Bar. Eén drankje dan. Ik ben er aan toe!
Het is nog rustig en vanaf mijn kruk aan de bar staar ik naar het grote televisiescherm waar op dat moment What Goes Around van Justin Timberlake draait.
“Do you like Justin?”, klinkt het plotseling naast me.
Ik kijk opzij en staar recht in het lachende, brutale gezicht van een blonde Ozzie. Stante pede ben ik vrolijk.
“Well yeah, I mean, he is bringing sexy back, right?” Ik vind het gevat van mezelf.
Een grote grijns verschijnt op het gezicht van Bruce. Hij vindt het ook grappig.
” … and all he wants from me is to be his love! That’s pretty cool, don’t you think?”, vervolg ik daarom maar.
“Well yeah, I work pretty much the same way, babe. Actually I was the one who brought sexy back in the first place. Now tell me, what do you drink?”

Twee uur later loop ik van de bar terug naar mijn hostel. Alleen, want Bruce is geen galante Fransoos. Maar ik heb wel gelachen. Ontzettend hard gelachen.

Op mijn telefoon staat een ongelezen berichtje. Van Fred.

“I didn’t ask you to marry me, Karin, I just thought it would be nice to meet again. But hey, I don’t think I like you very much either. So have a good life!”

Met een glimlach stop ik het toestel terug in mijn broekzak.

4 comments on “De vrouw in het blauwe jurkje”

De vrouw in het blauwe jurkje

Voor de grote spiegel houdt ze halt. Ze duwt haar borsten vooruit en laat haar handen langs haar flanken omlaag glijden. Haar gezicht verraadt niets. Ook niet als ze een halve draai maakt en een blik over haar schouder werpt voor een beter zicht op haar achterwerk. Hoog op de tenen, lippen licht getuit. Een beetje zoals Rihanna dat soms op de rode loper doet.

“Hij zit heel mooi”, oordeelt de verkoopster. “En hij staat u werkelijk waar ge-wel-díg!” Er is geen woord van gelogen.
De verkoopster lijkt lucht voor haar te zijn. Haar man staat ernaast, leunend tegen het wandje naast de spiegel. Ik schat hem begin veertig, iets ouder dan zijn vrouw. Zijn blik laat haar geen seconde los en om zijn mond speelt een zelfverzekerde, goedkeurende glimlach. Hij houdt ervan, oordeel ik. Van haar. Van zijn hautaine, eigengereide prinsesje.
“Hier…”, zegt ze met haar blik nog steeds op de spiegel, wijzend op een stukje stof bij de naad waar voor een ongeoefend oog als de mijne niks aan te zien valt. “Dit hier zit niet goed.”
“Dat kunnen we uiteraard voor u innemen – geen énkel probleem”, snelt de verkoopster toe.

Als ik een pashokje uit zou lopen in een jurk die mij zó als gegoten zat, die mij van een goede 7 naar een 10+ zou transformeren, zou ik juichen en zingen. Mijn gezicht spreekt boekdelen; de verkoopster zou ter plekke en handenwrijvend een reservering maken bij Parkheuvel om haar commissie erdoorheen te jagen nog voordat ik langs de kassa geweest ben.
Nee, dan deze vrouw. De kokerrok omhelst haar slanke rondingen zonder ergens druk uit te oefenen. De marineblauwe stof licht haar groene ogen op en kleurt prachtig bij haar donkerbruine bos opgestoken krullen. Kuiten om ‘u’ tegen te zeggen. Een perzikgladde huid. Iedereen kijkt inmiddels naar deze prachtige verschijning. Maar ze geeft geen sjoege. Although she knows!

“Dicht bij jezelf blijven, Ka”, riep ze opgewekt tegen me nadat ze besloten had dat jurkjes ronduit kut waren

Een tijdje geleden winkelde ik hier nog met mijn vriendin. De vriendin met naar eigen zeggen een ‘vreselijk lijf’, voor wie winkelen de hel op aarde is en die de hulptroepen (als in: mij) inschakelde voor de jacht op een jurkje. Nu eens wat anders dan zwarte oversized bloezen over een zwarte jeans, was de taak die ik kreeg. En bovendien, ze had een feestje. Aangezien ze aangaf over een aardig shopbudget te beschikken duwde ik haar met het nodige geweld het pashokje bij Reiss in de Bijenkorf in – precies het pakhokje waar Mrs Blue Dress net uitkomt. De donkergroene A-lijn jurk stond prachtig bij mijn vriendin’s getinte huid en haar voluptueuze vormen, maar uiteindelijk zaten we bij Raoel achter een omelet met extra kaas en met een tas vol… juist, zwarte bloesjes en nog een lekkere warme trui. “Dicht bij jezelf blijven, Ka”, riep ze opgewekt tegen me nadat ze besloten had dat jurkjes ronduit kut waren. Ik vond het best. Ik had inmiddels koppijn van het vele argumenteren en complimenteren en bovendien stond ze erop onze lunch te betalen omdat ze zogezegd €270,- had uitgespaard. Zelf had ik wel een zwart cocktailjurkje gescoord. Een keuze kreeg ik nagenoeg niet, want: “Die ga jij gewoon kopen, Ka. Hup, naar de kassa ermee.”

Het is precies wat ik tegen Mrs Blue Dress wil zeggen – al heeft zij geen enkele aanmoedig nodig. Feit is: Ik kijk graag naar een mooie, zelfbewuste vrouw. Ik houd ervan, helemaal als ze al even zelfbewust en stijlvol is aangekleed en tot in de puntjes aandacht aan zichzelf lijkt te hebben besteed. Héél soms loop ik stiekem een stukje met iemand mee om nog even goed te kunnen kijken. Ter inspiratie, zeg maar. My guilty pleasure – misschien had ik een ander vak moeten kiezen. Stylist of fotograaf ofzo. Modellenscout! Schilder of kunstenares. O, en dat hautaine, die air – kom maar op. Ik heb daar ronduit een zwak voor. Het fascineert me, zeker als je ziet dat het grotendeels schijn is en er een andersoortig verhaal achter schuilgaat.

Ik was niet populair op de middelbare school. (Nee, duh, denk je nu vast ;-)) Ja, wél binnen mijn eigen vriendenclubje dat bestond uit alto’s, nerds, weirdo’s en andersoortige buitenbeentjes, maar de rest van de school vond me maar een rare. Met mijn rockband-merchandise-kleding, mijn kisten, mijn veel te grote tieten voor de brugklas – die ik altijd fier vooruit stak omdat ik niet wist wat er anders mee te doen – en mijn gestaar naar de jongens en meiden die nu net niets van mij moesten hebben; ik kreeg de nodige rollende ogen en kattige sneren te verduren. “Jezus, wat kijkt ze nou?”, hoorde ik ze tegen elkaar zeggen. Ik kon er niets aan doen. Het wakkerde mijn nieuwsgierigheid alleen maar verder aan. Nieuwsgierigheid naar die vreemde stam, naar die meiden die zo anders leken te zijn dan ik. Ik zeg het wel vaker; ik ben niet voor niets antropoloog geworden.
De Bitches. Zo noemde ik de meiden die zich als een roedel door het schoolgebouw verplaatsten, die in de pauze stonden te roken bij hun scooters en bezielend geleid en aangemoedigd werden door de mooie Alpha die toevallig het zusje van een groot voetballer bij Feyenoord was. De Bitches droegen allemaal wat zij droeg; van het parfum tot aan de slaapzakjas die toen in de mode was. Ze spraken dezelfde taal en vonden dezelfde mensen leuk. Als de dood om uit de toon te vallen. Sommige Bitches trok ik beter dan andere Bitches. Sterker, van sommige kon ik het ‘hebben’. De OpperBitch fascineerde mij; die air leek haar natuurlijk af te gaan, haar geveinsde nonchalance leek soms bijna echt. Vaak was zij nog best wel ‘oké’. Feit is: Hoe dommer en onnozeler de Bitches waren, hoe harder ze lachten. En vice versa. Hoe ‘lelijker’ en onzekerder, hoe meer ze zich inspanden om anderen het leven zuur te maken en aansluiting te vinden bij de OpperBitch. En dat dát een stomme beslissing was, bedacht ik me al in de eerste brugklas.
Jaren na onze eindexamens hadden we een reünie. Het principe bleek onveranderd.

Vanonder haar perfect gekrulde wimpers glijdt haar blik van mijn onopgemaakte gezicht naar mijn in sneakers gehulde voeten

Ik heb mijn rondje over de kledingafdeling van de Bijenkorf gemaakt. Nog een kwartiertje voordat ik Eric beneden bij de metro oppik en om de tijd te doden sta ik een paar schoenen te passen. Mrs Blue Dress heeft dezelfde jurk nu in het wit aan. Ze heeft er inmiddels een paar Jimmy Choo’s onder en staat nog steeds op dezelfde hautaine, ondoorgrondelijke manier voor de spiegel. Ik ben benieuwd wat haar rang in de roedel was. Of dat ze überhaupt bij de roedel hoorde.
“Serieus, als jij die blauwe jurk niet neemt weet ik niet wie ‘m in godsnaam wel moet nemen”, zeg ik. De woorden rollen zo spontaan en opgewekt uit mijn mond dat ik er zelf van sta te kijken.
De verkoopster is verrukt met mijn bijval en knikt enthousiast mee. Haar man lacht naar me, warm en oprecht, en richt zijn blik vervolgens op zijn Mrs Blue Dress. Trots. Peilend. Blijkbaar is het aanspreken van zijn vrouw nooit zonder risico. Ik mocht hem al en nu mag ik hem nog meer. Hij ziet haar, vermoedelijk. Dwars door het pantser heen.
Ze kijkt me aan via de spiegel. Of eigenlijk; ze neemt me op. Dat plebs dat haar durft aan te spreken. Zich met háár durft te bemoeien en een oordeel velt over háár mogelijke aankoop. Vanonder haar perfect gekrulde wimpers glijdt haar blik van mijn onopgemaakte gezicht naar mijn in sneakers gehulde voeten. En weer terug. Ze heeft geen idee. ‘Kom maar op, dame’, denk ik. Dit riedeltje ken ik nog wel. Ik kijk haar net zolang aan tot ze haar blik afwendt. Na een moment van stilzwijgen geeft ze me een kort knikje. “Dank je.” Bits en kortaf.
Ik glimlach en lees onderwijl het appje van mijn man. Hij staat al beneden. Ik trek de schoenen uit en zet ze terug op het rek.

Ze neemt ‘m.
“Ik neem ‘m”, zegt ze tegen de verkoopster, die gelijk enthousiast begint te kirren en het kledingstuk uit haar handen neemt. “Een hele goede keus, mevrouw – hij staat u werkelijk waar schitterend. Ik weet zeker dat u er veel plezier van zult beleven en…”
Ze knikt afwezig en bladert nog wat door de rekken. Blijkbaar is het de bedoeling dat manlief nu gaat afrekenen. Dat doet-ie. Pas als hij zijn pinpas tevoorschijn haalt sluit ze zich aan bij de kassa. Even later loopt het paar richting de roltrap. Haar hoge hakken klikkend op de tegelvloer, haar neus hoog in de wind, zijn arm om haar schouder.

2 comments on “Let’s talk about ♂ ♀: Enrique, de Colombiaanse dansgod (deel 1)”

Let’s talk about ♂ ♀: Enrique, de Colombiaanse dansgod (deel 1)

Let’s talk about ♂ ♀! In deze rubriek maak ik jullie deelgenoot van mijn belevenissen met mannen door de tijd heen. Over ontmoetingen, leuke en minder leuke dates, vlinders, verliefdheid, gestuntel en awkward moments. Deze aflevering: de Colombiaanse dansgod Enrique (deel 1).


Bonaire, 2010. Ik ontmoette Enrique (35) – patsboem – gewoon op straat. Ik verbleef voor mijn studie een paar maanden op Bonaire en had die middag net een interview afgenomen. Enrique woonde al elf jaar op Curaçao en werkte daar als systeembeheerder bij Digicel. Af en toe reisde hij naar Bonaire om technische storingen op te lossen.
Enrique is geboren in Colombia. Of nee, ColombIIIEEEJÁÁÁ, zoals hij zijn geboorteland uitspreekt. Een beetje zingend en vol trots, alsof het een feest is. Dat is het waarschijnlijk ook.

Onze wegen kruisen elkaar en hij springt figuurlijk – zo niet letterlijk – een gat in de lucht. Bijna voor een brommer. Terwijl ik charmant lachend door wil lopen is Enrique al volop met mij in gesprek. Hij wil, nee hij moet, mijn naam weten en spreekt ‘m vervolgens met zoveel kaarslicht en rozenblaadjes uit dat ik twijfel of dat nog steeds mijn naam is.
Waar kom ik vandaan, wil hij weten. Wat doe ik op Bonaire? Waar kun je hier trouwens dansen en, now that he knows, ga ik met hem mee? Niet? Je hebt al een afspraak. Natuurlijk, helaas, kan gebeuren. Hoe laat ben je klaar? Vanavond dan! Ook niet? Enrique vliegt de dag erna terug naar Curaçao. Mag hij mijn telefoonnummer?
“Why not? Please, amiga…”

Mijn schaterlach als hij een hand theatraal op zijn hart legt moedigt Enrique aan om alle registers open te trekken. Als hij dat niet al gedaan had. Verdomd moeilijk om van deze volhardende enthousiasteling af te komen, concludeer ik. Met een grote lach neemt hij plaats op één knie.
“Dushi, will you have a drink with me?”
Ik bedank vriendelijk. Ik trek dit soort Zuid-Amerikaanse gepassioneerde hartstocht slecht. Het maakt me nerveus en ik wil er altijd hard voor wegrennen, misschien wel juist omdat ik heel goed weet dat ik het lastig vind om duidelijke grenzen te communiceren.
“I really hope we’ll meet again, mi dushi amiga.”
“Well, maybe, Enrique! Who knows, right? Bye.”
Zo, die is weg. Met een grote glimlach op mijn gezicht loop ik verder. Bijna happy hour in City Café!

“Explore with me, Karin! Let’s spend the day together”

Winnaar
Een paar weken later. Zaterdagmiddag. Zo af en toe moet je de hysterische hectiek van Bonaire even ontvluchten en je heil zoeken op het rustigere, gemoedelijke Curaçao. Oké, dat was een grapje. Anyway, ik ben op Curaçao. Net als ik de Pontjesbrug oploop hoor ik een bekende stem. Enrique en ik lopen elkaar recht tegemoet. Vluchten kan niet meer.
“Karin! Hey you! Wow, it’s so great to see you again!”
Ik lach mijn mooiste lach. Ik kan er niks aan doen. Enrique’s enthousiasme en zijn blije gezicht werken aanstekelijk. En vleiend, ook dat. We praten wat bij. Enrique wil weten wat ik doe op Curaçao (rondkijken), wanneer ik terug ga naar Bonaire (morgen) en wat ik van Curaçao vind (geen idee, ik ben hier net tien minuten en toen kwam jij).
“So, no plans, right?” Hij knipoogt.
“Ehm, well, not really…, I was just about exploring Willemstad a bit, do some shopping.”
“Explore with me!” Weer die aanstekelijke lach. “Let’s spend the day together, Karin.”
Ik schud weifelend mijn hoofd, stamel iets over tijd voor mezelf en hoor hoe belachelijk ik klink.
“Come on, Karin, don’t you think it’s a great coincidence that we meet again. Don’t walk away from me again.”
Enrique heeft mijn handen alweer in de zijne gelegd, kijkt me diep in de ogen en stelt dat het lot heeft bepaald dat hij zijn dushi amiga precies hier en nu ontmoet. Of ik nu eindelijk een fruit juice met hem wil gaan drinken. Hij wijst op de kraam een paar meter verderop.
“Let me buy you a fruit juice.”
Vooruit, we hebben een winnaar. Hoe kan ik nu nog weigeren? En een fruit juice klinkt heel onschuldig. Trouwens ook heel gezond, dus dat kan vast geen kwaad. Om alvast elk misverstand uit de wereld te helpen vertel ik hem nogmaals over mijn (toenmalige) vriend en maak luid en duidelijk dat ik niet met hem ga zoenen of whatsoever. Het is een beetje een raar begin maar soit. Dan is het maar vast gezegd. Als je zoals ik van jezelf weet dat je non-verbaal vaak onbedoeld een bepaalde en ‘verkeerde’ indruk maakt, kun je verbaal maar beter zo duidelijk mogelijk zijn.
“Ok, no problem, dushi – do you like banana?”


Klik hier voor deel 2

2 comments on “Wat mannen kunnen leren van 50 tinten grijs”

Wat mannen kunnen leren van 50 tinten grijs

Op Valentijnsdag gingen manlief en ik naar de meest besproken én gehypte film van het moment: Fifty Shades of Grey. Van het verhaal kun je vinden wat je wilt. Een onbeduidend keukenmeidenromannetje? Een belediging voor het feminisme? Of juist een stereotype weergave van – en daarmee een belediging voor – de wereld die bdsm heet? Hoe dan ook, met wereldwijd meer dan honderdmiljoen verkochte exemplaren (het boek staat daarmee in de Top 10 Bestselling Books) en afgeladen bioscoopzalen vol grinnikende, zwijmelende en hitsige vrouwen, moeten we onder ogen zien dat het verhaal van Christian Grey en Anastasia Steele menig hoofd op hol bracht.

Tja, wat moet je daar nou mee als man? Is dat dan wat vrouwen écht willen? Moet jij nu ook de zweep ter hand nemen, een miljardenbedrijf en een helikopter bezitten en je geliefde klusschuur ombouwen tot SM speelkamer om de meisjes nog te kunnen bekoren? Grote kans dat je er ook helemaal niet uitziet alsof je zo uit een Calvin Klein reclameposter bent gestapt.
Goed nieuws; het antwoord op die vragen is vermoedelijk nee. Vrouwen zoeken namelijk een echte man en geen sprookjesfiguur. Daarbij, de kans dat jouw meisje van de één op de andere dag een onbedwingbaar verlangen heeft gekregen om zich nederig aan jouw voeten te werpen, leefregels en straf accepteert en zich gedwee aan het andreaskruis laat binden, acht ik klein. Vooruit, misschien wil ze wat meer experimenteren in de slaapkamer, maar jij bent de beroerdste niet, toch?

Moet jij nu je klusschuur ombouwen tot SM speelkamer om de meisjes te bekoren?

Waarmee niet gezegd is dat de film nutteloos is. Sterker, wie goed kijkt en zich leergierig opstelt kan nog een boel leren van die Mr. Grey. Dus, zet je irritatie en trots even opzij en let op! Hierbij, wat mannen kunnen leren van 50 tinten grijs.

1. Ga voor haar en voor haar alleen!
Het verhaal van Grey en Ana gaat over liefde. Punt. Geloof mij, niet de zweepjes, zijn biceps en de overdadige cadeaus brengen vrouwen wereldwijd in rep en roer. Nee, wat de harten sneller laat kloppen is in de eerste plaats de tomeloze liefde van hem voor haar, de geestdrift en vastberadenheid waarmee hij haar van hem wilt maken.
Elke vrouw wil zo’n man. Een man die voor haar gaat. Elke vrouw wil, voor de juiste man, de enige zijn. Wil je haar (en dan bedoel ik, wil je haar écht), ga voor haar en voor haar alleen. Maak haar het middelpunt van jouw bestaan. Laat blijken hoezeer je naar haar verlangt. In woord (I want you, Ana! – en er dan heel gepijnigd bij kijken) en daad. Ook als dat betekent dat je al je afspraken met CEO’s cancelt en met je helikopter naar haar vakantieadres reist (“You’re the only person I’d fly three thousand miles for”) om haar te kunnen zien. Of je chauffeur erop uitstuurt om te onderzoeken waar ze werkt en plotsklaps voor haar neus te staan om kilometers aan touw te kopen. Je kunt haar natuurlijk ook op een etentje trakteren. Of romantisch bootje gaan varen op de plas. Weg met die telefoon! Investeer in jullie tijd samen. Laat zien dat geen moeite teveel is, zonder als een schoothondje achter haar aan te lopen. O ja, en natuurlijk ook zonder haar te stalken. Da’s niet chic!

2. Wees kritisch
Grey zegt tegen Ana: “I’ve never wanted more, until I met you.”

Als World’s Most Eligible Billionaire Bachelor kan Grey elke vrouw krijgen die hij wil. Hij hoeft ze niet. Hij wacht op, en kiest voor, haar. That’s hot! Dus weg met tinder. Klaar met de scharrels. Afgelopen met de ongemakkelijke hapsnap-sekspartijtjes na een avondje kroegen. Als een man zichzelf niet serieus neemt, doet zij het al helemaal niet. Jij bent vanaf nu hard to get. Je gaat alleen nog maar voor de vrouw die jou in vuur en vlam zet en voor haar haal je alles uit de kast. Zelfbeheersing is trouwens ook heel sexy.

3. Verdiep je in haar
Vraag, luister, kijk, onthoud en vraag door. Leer haar kennen zoals alleen jij dat kunt. Er is maar weinig zo vleiend als een man die vastberaden is om jou te doorgronden. Zorg dat je weet hoe ze haar koffie drinkt, wat ze leest (Thomas Hardy?) en wat haar hart sneller laat kloppen. Zo hoef je op haar verjaardag niet met een boekenbon aan te komen. Make it special.
O ja, héél belangrijk; verken ieder plekje van haar lichaam. Leer hoe je haar laat sidderen van genot, haar laat smeken om genade. Zorg dat je haar orgasmes geeft waar ze haar kleinkinderen later over vertelt.

4. Wees alert
Grey hield zijn Ana nauwlettend in de gaten. Wat ze ook deden. Of zij nu aan het kotsen was, voor hem in het zweefvliegtuig zat, met blote billen over zijn knie lag of pannenkoeken stond te bakken, zijn blik was telkens bijna onafgebroken op haar gericht. Er ontging hem niets. Een man die elke beweging en twinkeling in zich opneemt, dwars door je heen kijkt en je gedachten lijkt te kunnen lezen… Ja, dat is best sexy!

5. Zeg: “Ik ben niet de man voor jou”
Gebruiken op eigen risico! Ik wens niet aansprakelijk gesteld te worden voor eventuele geleden schade.
Want stel, je staat in je trainingspakkie met een stuk in je kraag in de kroeg, het geld uit te geven dat je eigenlijk niet hebt terwijl je je drank, drugs en/of gokprobleem nog steeds niet onder ogen ziet, en je zegt – met slechte adem en dubbele tong – “ik ben niet de man voor jou”, dan zal ze dat waarschijnlijk beamen en je voorbij lopen.
Maar stel, je leven staat een beetje leuk op de rit en jij komt goedverzorgd voor de dag, dan kun je ‘m eens proberen.
Dat doe je a la Mr. Grey als volgt: Sta voor haar, neem haar kin tussen duim en wijsvinger of houd twee handen in haar haren. Streel teder haar wang en laat je ogen vlammen – héél belangrijk! En dan, als zij siddert van begeerte en haar lippen tuit in afwachting van de verlossende kus, zeg jij (met je gezicht vlakbij de hare en je blik vol van passie, pijn en ingetoomd verlangen): “Ik ben niet de man voor jou, Rozemarijn (of Eva, Sylvia, Fatima, Anouk, Bridget…) – je moet me vergeten!”
Met kordate tred en zichtbaar hartzeer loop je weg, haar beduusd en met knikkende knieën achterlatend.
‘Wie is die man?’, zal ze denken… Zorg wel dat je de naam juist hebt.

6. Een echte man heeft geduld
Vooruit, nu weer even serieus. Je hebt tip 1 goed gelezen, dus je laat al blijken dat je haar wilt. Goed bezig! Dat betekent echter niet dat je haast maakt. Geduld is een schone zaak in deze! Ana liet Grey wekenlang in spanning of ze al dan niet dat contract ging tekenen. En hij maar mailen… Toen ze elkaar eindelijk weer troffen vertrok ze vroegtijdig naar huis. Ja, dat vond Grey best jammer, maar zoals een echte man betaamt waardeert hij een sterke vrouw die haar eigen keuzes maakt. Ook als dat keuzes zijn die hem ‘benadelen’.
Als een vrouw het waard is om op te wachten – om welke reden ook, heb dan geduld. Don’t push! Een man zonder geduld is geen man. Heeft ook weer met dat zelfbeheersing te maken… En een man die afhaakt omdat het niet snel genoeg naar zijn zin gaat, of omdat hij het wachten beu is, is haar nooit waard. Hij neemt trouwens ook zijn verlies.

7. Leer iets stoers
Iets mannelijks, iets wat vreselijk knap is en wat maar weinig mannen kunnen. Helikoptervliegen bijvoorbeeld. Of vrachtwagentrekken. Kitesurfen! Schilderen mag ook. Vrouwen vinden het leuk als een man iets goed kan. Maakt niet eens zoveel uit wat. Kantklossen?

Zeg: “Wat wil je drinken?” Of beter: “Drink wat met me.”

8. Take the lead!
Een inkoppertje… Niet iedere vrouw is gecharmeerd van een contract waarin ze zichzelf willingly surrendered to your will en veel mannen zullen niet uit de voeten kunnen met een pauwenveer zoals Grey dat kan. Laat staan met een leren paddle. No worries, maar in godsnaam, take the lead! Niet door willekeurige dames op straat bij de strot te grijpen en naar je kruis te dwingen, zoals Julien Blanc vorig jaar suggereerde. Of door een duidelijke ‘nee’ als een ‘misschien’ te interpreteren en daarnaar te handelen. Wel door initiatief te tonen, regie te pakken en leiding te nemen. Minimaal in de slaapkamer! Wij vrouwen zijn ondertussen heerlijk geëmancipeerd – en dat vinden we fijn! – maar een sterke, zelfverzekerde en daadkrachtige man die weet wat hij wil en ons daarin meeneemt vinden we óók heel fijn.
Ik ken maar weinig vrouwen die dit tegen zullen spreken. Of eigenlijk ken ik er geen één.

Gratis tip: Je staat in de kroeg en ziet een leuk meisje. Wat zeg je dan? In ieder geval niet: “Joh, hee, wat leuk, ik zag je staan, en nou ja, toen dacht ik, ehm, als je het niet wilt moet je het zeggen hoor, maar ehm, wil je misschien wat drinken? Ehm, met mij, zeg maar…”
Nope. Zeg: “Wat wil je drinken?” Of nog beter: “Drink wat met me.”
Maar dat is misschien een kwestie van smaak. Ook hierbij wens ik niet aansprakelijk gesteld te worden voor geleden schade! Denk ook nog even aan tip 5, over je adem en dat trainingspakkie enzo.

9. Ontwikkel jezelf
Nee hoor, je hoeft geen miljoenenbedrijf te hebben. Ook geen helikopter en penthouse in Seattle. Zelfs geen titel of een eigen bedrijf. Maar doe wat je leuk vindt en waar je goed in bent en: get even better! Niks aantrekkelijker dan een man die zijn dromen najaagt. Een man die goed is in wat hij doet en datgene met passie uitvoert. Of je nu chirurg, stukadoor, drummer of kantklosser bent. Maak er wat van!

10. Liefde is geven en nemen
Tja, Grey geeft Ana peperdure boeken, een laptop, een auto en een  upgrade naar business class. Zij geeft hem, ehm…, zichzelf. Wat ze echter niet krijgt is een slaapplek in zijn bed en de mogelijkheid hem aan te raken. Daar heeft zelfs Mr. Grey nog een hoop te leren, concluderend uit de sluitende liftdeuren waarmee het definitieve afscheid tussen beiden aan het eind van de film gesuggereerd wordt. Op naar punt 11…

11. Wees sterk én kwetsbaar
Natuurlijk ben jij net als Grey solide, beheerst en zo sterk als gepantserd glas. Je hebt slechts één zwakte. En die zwakte is zij. Of niet? Nou nee. Vooruit, het ging Grey in beginsel ook niet goed af. Het was de reden dat Ana hem verliet aan het einde van deel één. Geen enkel mens is alleen maar sterk; iedereen is kwetsbaar. Let her in! Maak haar deelgenoot. Schenk openheid en vertrouwen. Ze wil je leren kennen. Ze wil je helpen en steunen en daarbij zal ze zich speciaal voelen als jij haar dat inkijkje in de krochten van je ziel gunt. En ach, vrouwen… We ♡ fixing and healing a man’s heart!

12. Eis een rol in haar leven
Wees geen sufferd. Loop niet als een schoothond achter haar aan. Geef het maximale, maar verlang van haar dat ze ook voor jou gaat – op welke manier dan ook. Doet ze dat niet, probeer dan tip 1 nog eens. En tip 7. Denk aan tip 5. Wil ze dan nog niet, dan heb je helaas pech! Ze wil je niet. Haak af.

13. Wees zorgzaam (en bemoeizuchtig)
Grey plaatst Ana op een voetstuk en zorgt dat het haar aan niets ontbreekt. Maar om nou zomaar haar auto in te ruilen en er een nieuw exemplaar voor in de plaats te zetten, ja, dat zijn wellicht iets teveel goede bedoelingen. En ja, het is bemoeizuchtig, overbezorgd, irritant en zelfs kleinburgerlijk als je eist dat ze niet teveel drinkt en haar vervolgens stante pede uit de kroeg haalt als ze ladderzat blijkt. Maar stiekem is het ook best leuk, zo’n zorgzame man. En lief. Dus leer van Grey en zorg voor haar, ook al kan ze dat prima zelf.
A strong woman can do it by herself, but a strong man won’t let her. Dat werk.

14. Liefde en passie hoeven niet altijd maar leuk te zijn
Passie is niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Een relatie gaat niet zonder slag of stoot. De mooiste liefdesliedjes komen voort uit het grootste en meest rauwe hartzeer. Hoe groter de passie, hoe sterker de emoties en hoe harder de landing. Bereid je dus voor op evenveel frustraties, ruzies en huilpartijen als op onstuimige sekspartijen en intens zwoele blikken. Het één gaat niet zonder het ander. Daarbij, een sterke vrouw wil een sterke man, maar ironisch genoeg zijn dat ook de mannen die we het vaakst afstoten. Just saying

15. Know sex
Vooruit, en toch ook maar even dit. Je lijkt dan misschien niet op Charlie Hunnam (want laten we wel zijn, die had de rol van Grey natuurlijk gewoon moeten spelen! – hoewel, hem zien we toch het liefst in een leren motorjack…), zorg er desondanks voor dat je de beste versie van jezelf bent. Niet onbelangrijk: know sex! Experimenteer en word goed! Want anno 2015, met het vrouwvolk in rep en roer door één of andere film over een dominante multimiljonair met een voorliefde voor een jonge maagd en het betere knoop- en slagwerk, moet jij jezelf natuurlijk wel van je beste kant laten zien!

Succes!

Als manlief (die trouwens niets van Grey kan leren – eerder andersom) deze tekst morgenochtend onder ogen krijgt, weet ik al precies wat hij gaat zeggen:
“Het is makkelijk om allerlei eisen aan mannen te stellen, maar wat te denken van de vrouwen? Hebben die geen verantwoordelijkheid, geen plichten?”
Dan gaat mijn antwoord zijn: “Natuurlijk wel!” Want de uitspraak dat iedere vrouw een zeer fijn mannelijk exemplaar verdient, is niet aan mij besteed. Je krijgt wat je najaagt. Ook zij moet durven zijn, durven kiezen en eisen, en evengoed moet ze durven geven en investeren. It takes two to tango!

Maar dat is een volgend verhaal. ;)

50-why-50-shades-of-grey-will-have-you-asking-is-that-it

Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen? Scroll omlaag en volg mijn blog!