0 comments on “Kirsten Spuijbroek: “Het is zó persoonlijk. Ergens wil ik het niet verkopen””

Kirsten Spuijbroek: “Het is zó persoonlijk. Ergens wil ik het niet verkopen”

Vers Beton interviewt in samenwerking met Rotterdamse Nieuwe jonge beeldbepalende en bijzondere ondernemers in Rotterdam. Wie zijn ze, wat doen ze en waarom kozen ze voor Rotterdam? Ik interviewde drie ondernemers in de creatieve maakindustrie. Kirsten Spuijbroek, sieradenontwerpster, bijt het spits af. 

“Ik kom eraan hoor,” roept Kirsten (34) opgewekt door de telefoon. “Ik moest nog even melk halen voor de koffie.” Een moment later komt de goedlachse brunette aangefietst – rood gestifte lippen, een grote boodschappentas aan het stuur en een stuk speelgoed-op-stok in de hand. “Die is voor mijn zoontje Wolf – hij is drie.” In haar appartement op de Mathenesserweg zet ze koffie en thee en stelt voor om het gesprek boven in haar atelier voort te zetten.

Kirsten Spruijbroek, portret, R'damse Nieuwe
Beeld: Max van Dongen

Vertel, Kirsten. Wie ben jij?

“Ik woon sinds 2009 in Rotterdam. Ik kom uit Sprang-Capelle, een protestants gereformeerd dorpje in katholiek Brabant. Na wat omzwervingen begon ik op mijn 21e aan de studie tot ambachtelijk meubelmaker in Amsterdam. Hier in Rotterdam heb je een vergelijkbare opleiding, maar die is meer gericht op interieurbouw. Wij leerden echt met hout werken; zwaluwstaartjes steken, doeklatten maken en haaks schaven. Een supermooi vak, maar ik miste de brede materiaalkennis – ik wilde echt meubels ontwerpen en (met de hand) maken! Dus na mijn afstuderen koos ik voor de kunstacademie in Arnhem – productdesign. In mijn tweede jaar besloot ik me vanaf dan volledig te focussen op sieraden.”

Want je was een sieradenfanaat?

“Totaal niet! Ik droeg het ook nooit. Nu draag ik mijn eigen werk of dat van collega’s. Het is door mijn werk moeilijk om iets moois te zien. Bijvoorbeeld de sieraden in winkelketens; betaalbaar en soms best mooi, maar ik kan het niet kopen omdat ik weet dat ze hun inspiratie zoeken bij jonge goede ontwerpers. Kopietjes! Dat is enerzijds onvermijdelijk als je draagbare sieraden wil maken – alles heeft immers een referentie, daar kun je niet aan ontsnappen. Maar soms is het té duidelijk. Ik draag zelf trouwens nooit armbanden of overdadig veel sieraden. Ik houd juist van dat ene stuk waarmee je een mooi statement maakt.”

Hoe ben jij begonnen als ondernemer?

“Eigenlijk direct na de kunstacademie. Het was altijd al duidelijk dat ik nooit in loondienst zou werken. Ik kom uit een heel ondernemende familie. Mijn moeder had een naaiatelier. Mijn oma, overgrootmoeder en tal van ooms en tantes hadden ook eigen bedrijven. Op mijn dertiende liep ik in een winkelcentrum, toen ik me plotsklaps realiseerde dat de vrouwen in de winkels niet de eigenaren waren. Zij werken voor een baas! Ik dacht altijd dat alle volwassen mensen een bedrijf hadden!”

“Ik ben opgegroeid met hele zelfstandige vrouwen om me heen. Ik heb mijn oma nog nooit zien koken of stofzuigen; voor haar was het altijd vanzelfsprekend om te werken en het huishouden uit te besteden. Ik heb ook betere dingen te doen dat poetsen en – no offense – vier kinderen te baren. Dat deden zij trouwens wel; ik snap nog steeds niet hoe! Maar ik zie het mezelf niet doen.”

Wie zijn jouw klanten?

“Mensen met een voorliefde voor bijzondere dingen. Mijn sieraden liggen bij Groos en Olga Korstanje, maar ook bij prachtige winkels in Utrecht en Berlijn. En ik heb een galerie in Antwerpen.”

Waar haal jij inspiratie vandaan?

“Ik heb onlangs een hele draagbare en betaalbare collectie gemaakt. Geïnspireerd op het speelgoed van mijn zoontje en de blokkendoos. Speelgoed heeft veel symbolische waarde; als kind speel je ermee maar op een gegeven moment word je te oud en laat je het liggen. Daarmee staat het symbool voor geforceerd volwassen worden. Ik heb speelgoed uit elkaar getrokken en materiaal bekeken. Dat bleek veelal kunststof, dus daar zijn de sieraden ook van gemaakt. Nu ben ik er van af aan het stappen – ik wil alleen nog maar vrij werk maken. Ik ga niet meer nadenken over of ik iets wel of niet aan winkel kan verkopen.”

Hoe breng je de waar aan de man, dan?

“Vroeger dus echt door winkels af te struinen, en met succes. Maar ik ben geen verkoper. Althans, niet voor mezelf.”

Is dat bescheidenheid?

“Ja, dat houdt me wel tegen. Plus: ik kan de tijd beter besteden. Het minst leuke aan zelfstandig zijn is ondernemen, haha!Wat ik bedoel: voor mij is het zo persoonlijk – ontwerpen is persoonlijk. Wat je ontwerpt komt uit jou en dat ben jij. En dat moet je naar buiten brengen. Afwijzing en kritiek daarop wordt dan heel persoonlijk. Dat is het misschien niet, maar zo voelt het wel. Dat maakt het ook moeilijk om een waarde – als in geld – aan ontwerpen te geven.”

Je hebt rouwsieraden gemaakt. Dat klinkt erg persoonlijk.

“Dat was mijn afstudeerproject van de kunstacademie. Mijn zus overleed twaalf jaar geleden – en dat motiveerde mij. Het is lang geleden maar zo voelt het niet. Het verbaast me dat mensen ervanuit gaan dat een rouwproces op een gegeven moment ophoudt. Het houdt nooit op. Verdriet slijt niet; maar je weet het wel een plek te geven. Vanuit die gedachte ben ik met rouwsieraden begonnen. Tot 100 jaar geleden waren rouwsieraden overigens heel gebruikelijk. Tegenwoordig moet alles in het leven zo snel: ook voor rouw staat maar een beperkte tijd.”

“Ik maakte een tijd geleden een ketting van ebbenhout en porselein. Daar was ik maanden mee bezig. Ergens wil ik dat ook niet verkopen, of ik moet iemand er echt blij mee maken. Er zit enorm veel liefde en tijd in. Nu maak ik ook sieraden met as van de overledene in giethars. Uit dat werk haal ik zoveel voldoening.”

We weten nu dat je ondernemer tegen wil en dank bent, maar je hebt vast ook iets goeds gedaan op dat vlak.

“Gaandeweg leer je een hoop. Natuurlijk maak je fouten en die blijf je maken. Daar kun je moedeloos en chagrijnig van worden, maar besef dat je ervan leert. Ik ben in 2009 voor mezelf begonnen. Als ik nu terugkijk ben ik zo enorm gegroeid. Ik had eens een grote miscommunicatie met een galerie – met alle gevolgen van dien – daar ben ik toen kapot van geweest. Op dat moment was het zo heftig…je kent de etiquette nog niet. Maar juist door ervaring leert men. Voor mij werkt het bijvoorbeeld het beste om dingen uit te besteden. Schoenmaker blijf bij je leest! Mijn boekhouding en mijn schrijfwerk besteed ik uit – het kost mij onevenredig veel tijd en die tijd gebruik ik liever om te ontwerpen en te creëren.”

Tot besluit: mogen we jou nou een echt Rotterdamse maker noemen?

“Nou, aanvakelijk was Rotterdam niet mijn eerste keus, haha! Ik wilde eerst dolgraag naar Utrecht. Maar ik ben enorm van de stad gaan houden en wil hier niet meer weg. Mijn werk past ook goed in Rotterdam. Utrecht is pittoresk, historisch, kitsch. Mijn werk is eerder minimaal, groots en strak. Je kunt veel zeggen over Rotterdam maar kitsch is het allerminst. Hier wordt hard gewerkt. Een indrukwekkend CV, belangrijke opdrachtgevers of een prestigieuze galerie? Boeie! Hier win je respect door hard te werken!”

Advertenties
0 comments on “Ken Theater: “Bij ons kun je helemaal onderaan beginnen en bovenaan eindigen””

Ken Theater: “Bij ons kun je helemaal onderaan beginnen en bovenaan eindigen”

‘Groot denken is de sleutel tot succes maar wees nooit te groot om klein te beginnen.’ Die tekst prijkt op het Instagram-profiel van theatermaker Kenneth Asporaat (26), oprichter en eigenaar van Ken Theater. Niet zomaar een spreuk, maar tevens de gedachte achter zijn onderneming, zo blijkt. “Bij ons kunnen jongeren helemaal onderaan beginnen en uiteindelijk helemaal bovenaan eindigen – heel Amerikaans geïnspireerd eigenlijk.”

Lees het interview met Kenneth Asporaat op Vers Beton!

Beeld: FLoor Margarita Cornelisse
Beeld: FLoor Margarita Cornelisse
0 comments on “TATTOO ♡ 4EVER”

TATTOO ♡ 4EVER

Wie zijn lichaam wil laten verfraaien met een tatoeage, heeft in Rotterdam veel keuze. Twee bekende shops zijn Moose Tattoo aan de Kleiweg en Flaneur’s tattoo studio aan de Nieuwe Binnenweg. Beide eigenaars hebben een eigen kijk op het vak. Zo noemt de één zichzelf een tatoeëerder, terwijl de ander zichzelf vooral ziet als een kunstenaar. Voor Gers! ging ik bij de heren langs!

Tekst: Karin Koolen
(Dit artikel is gepubliceerd in Gersmagazine #9)

Lees hier het artikel!

0 comments on “RDM Makerspace: “Wij zijn een sportschool voor makers””

RDM Makerspace: “Wij zijn een sportschool voor makers”

Even snel een 3D printer of een lasersnijder nodig? Zoek je een plek om je nieuwe robotarm of vliegende drone te testen? In Rotterdam kan het!
Voor Vers Beton sprak ik met Vincent Wegener, co-eigenaar van RDM Makerspace, ofwel; de sportschool voor makers.
“Grote bedrijven ontdekken hier steeds meer de kracht van samenwerken met start-ups om nieuwe innovaties te ontwikkelen.”

Beeld: FLoor Margarita Cornelisse
Beeld: FLoor Margarita Cornelisse

 

Om te kunnen begrijpen wat RDM Makerspace is, moeten we even terug in de tijd. Vroeger stond RDM voor Rotterdamse Droogdok Maatschappij. Zesduizend man werkten hier, in Heijplaat, aan de scheepsbouw. Tegenwoordig staan de letters voor Research Design Manufacturing. Onderwijsinstituten, onderzoekscentra en bedrijven werken hier nu samen aan beter techniekonderwijs, nieuwe kennis en duurzame innovaties die nodig zijn voor de haven en stad Rotterdam. Het middelpunt van de RDM Campus is het Innovation Dock, met een vloeroppervlak van zo’n 23.000 vierkante meter. De ruimte is verdeeld in zones; in een grote waterbak kunnen bedrijven op schaalmodel scheepvaart testen. In een door veiligheidsnetten ommuurde zone kan straks geoefend worden met vliegende drones.

Sinds anderhalf jaar huist RDM Makerspace, een initiatief van Vincent Wegener en Jurjen Lengkeek, in diezelfde loods.

Vincent, wat is RDM Makerspace?
“Ik zeg altijd, RDM Makerspace is een sportschool voor makers. Je wordt lid of je neemt een dag- of strippenkaart, maar in plaats van toegang tot gewichten en loopbanden, kun je hier onder meer gebruik maken van 3D printers, lasersnijders, CNC frezen en lasapparatuur. Mits je er veilig mee kunt werken natuurlijk.
Daarnaast bieden we ook cursussen en workshops aan. Sowieso voor de gebruikers van RDM Makerspace om te leren werken met die machines, maar we ontvangen ook groepen tijdens bedrijfsuitjes of techniekdagen voor scholen. Leren lassen, een workshop 3D printen, of je eigen houten meubel maken. Er is van alles mogelijk. En de reden dat dit nu allemaal mogelijk is, is te danken aan de derde industriële revolutie waar we nu midden in zitten.”

De derde industriële revolutie?
“In het kort komt het er op neer dat dankzij de daling in prijzen van machines, de toenemende rekenkracht van computers, het gebruikersgemak van software en het delen van kennis via internet, iedereen opeens de mogelijkheid heeft om zelf dingen te maken, waar dit voorheen te duur en complex was voor de gewone burger.”

Wie maken er gebruik van de Makerspace?
“We bedienen een heel breed spectrum, van start-ups tot grote bedrijven. Wij zien dat veel zzp’ers, start-ups, kunstenaars een plek zoeken waar ze ruimte hebben en aan een community kunnen deelnemen. We zijn nu anderhalf jaar bezig en zien een stijgend aantal leden uit Rotterdam. Maar we werken ook samen met YES!Delft van de Technische Universiteit. Het is een hele leuke community waardoor mensen blijven plakken.”

Hoeveel leden hebben jullie?
“Inmiddels zijn er een tiental leden die hier echt dagelijks zijn en nog zo’n 150 mensen die eens per maand langskomen om – bijvoorbeeld – de lasersnijder te gebruiken. Het afgelopen jaar gaven we workshops aan ruim duizend mensen. En dan nog alle bedrijfsuitjes en congressen.”

Hoe is de Makerspace ontstaan?
“RDM Rotterdam, eigendom van het Rotterdamse Havenbedrijf, bestond natuurlijk al veel langer. In 2009 hebben de Hogeschool Rotterdam, het Albeda College en later Zadkine samen met een aantal grote bedrijven hier hun intrek genomen. Op een gegeven moment ontstond de behoefte om iets te doen voor en met kleine ondernemers en start-ups. Op RDM staan vele machines en is veel ruimte en zo kwamen we op het idee van de Makerspace; toegang tot deze faciliteiten zoals je toegang hebt bij een sportschool. Dit concept bestaat al langer in de VS, dus voordat we onze eigen Makerspace startte zijn we naar de VS gegaan en hebben we verschillende Makerspaces bezocht in onder andere New York, Boston en Detroit.
Toen hebben wij dus een plan ingediend, niet alleen gericht op machines maar ook op zones waar je kunt vliegen met drones, robotarmen kunt testen, enzovoorts. Ons plan werd omarmd door de Hogeschool Rotterdam en Havenbedrijf Rotterdam. Zo is de bal gaan rollen.”

Hoe komen jullie aan de machines?
“In eerste instantie gebruikten we alleen de machines van de Hogeschool Rotterdam op de tijden dat zij er geen gebruik van maakten. Maar al snel zijn we zelf gaan investeren. We gebruiken nog steeds hun machines, maar andersom komen er ook steeds meer studenten naar ons toe om te prototypen, of om even iets te printen.
Daarnaast neemt de community zelf ook weer machines mee die aan elkaar worden uitgeleend. Daarmee zijn de machines de verantwoordelijkheid van iedereen, in plaats van dat ze alleen van ons zijn.”

Je zit hier in het Innovation Dock met grote spelers zoals Gemeente Rotterdam, IHC, Damen Shipyards, T-Mobile en Imtech. Hoe profiteren jullie daarvan?
“Kijk, voor innovatie in de haven heb je onderwijsinstellingen en kleine spelers nodig om nieuw talent aan te boren. Maar die moeten wel weer samenkomen met het bedrijfsleven. Wat is nou beter dan dat fysiek te faciliteren?! Grote bedrijven ontdekken hier steeds meer de kracht van samenwerken met start-ups om nieuwe innovaties te ontwikkelen. Het is hier daardoor eigenlijk een groot dorp; we kennen elkaar, gunnen elkaar wat, verwijzen elkaar door. Daarom zijn we in anderhalf jaar al zo ver, omdat we niet alleen zijn.
Dit is echt uniek in de regio, misschien wel in Nederland. Ik ken geen plek die zo mooi is opgeknapt, zo open is ingericht om ondernemers een plek te geven en tegelijk zo uitnodigt om samen te werken.”

Waar ben je het meest trots op?
“Op onze community. We hadden anderhalf jaar geleden niet durven dromen een plek als deze te zijn, waar mensen gewoon dagelijks komen om te werken. Er is veel vertrouwen en wederkerigheid binnen onze community en mensen voelen zich er echt onderdeel van. Als wij alles zelf hadden moeten doen was het niet gelukt. We hebben een kring van zzp’ers die workshops geven, meehelpen als er aanvragen zijn van mensen die iets willen maken uit hout, bijvoorbeeld. Iedereen verdient zo wat aan het platform. Kortom; door je aan te sluiten bij RDM Makerspace, vergroot je je netwerk en je kansen.”

Heb je daar een voorbeeld van?
“Sinds een tijdje is het architectenbureau Studio RAP lid bij ons. Zij ontwerpen niet alleen, maar maken zoveel mogelijk zelf met behulp van robotarmen. Onlangs kregen zij een opdracht van één van de huurders van een kavel van RDM. RAP werkt daar nu aan een paviljoen, met houten dak en een constructie van staal en glas, waar straks workshops in worden geven. Zo vind je elkaar.”

Jullie zitten op Heijplaat, toch wel uit de route. Hoe bevalt deze locatie?
“Hier heb je de ruimte om alles op één locatie te huisvesten. Om alle partijen bij elkaar te brengen. Een perfect netwerk, je krijgt iedereen mee. Zo weten wij als RDM Makerspace bijvoorbeeld dat we een drone zone kunnen ontwikkelen, omdat HRO en TU daarin geïnteresseerd zijn.
Deze plek heeft natuurlijk ook een stukje historie. Er zit een ziel in het gebouw. Ik vind die overgang heel mooi; vroeger werkten hier zesduizend man aan de scheepsbouw, nu is er een nieuwe impuls met nieuwe makers. Door die commitment van alle partijen om er wat van te maken is het wat het is. Daar liften wij als RDM Makerspace op mee, maar we dragen er ook aan bij.
In Amsterdam bestaat een initiatief met eenzelfde insteek, maar dat zit wel op een bedrijventerrein. Daar merk je toch dat ze die verbinding missen, want iedereen doet zijn eigen ding. Dit is een open gebouw, letterlijk zonder deuren, dus je bent snel geneigd om elkaar te helpen en samen koffie te drinken.”

Dat gezegd hebbende, hoe Rotterdams is jullie bedrijf?
“Ja, we hebben natuurlijk een Rotterdams hart door de historie en veel van onze leden komen uit de stad. Maar ook hoe we werken; aanpakken, korte lijnen, direct contact, geen bullshit. ‘dit is ons idee, doe je mee, wat is nodig?’ Alle clichés zeg maar; handen uit de mouwen. Kijk wat je binnen anderhalf jaar kunt realiseren.”

Waar zie je jezelf over vijf jaar?
“We zijn nog steeds aan het uitbreiden met machines. We willen ons meer richten op 3D printen, drones, sensoren, robotarmen. Die laatste worden steeds goedkoper, en het wordt steeds interessanter voor bedrijven om te bekijken wat ze kunnen automatiseren. We hebben al afspraken gemaakt met een bedrijf dat robotarmen levert. Zij vinden dit ook een goede plek om te laten zien wat allemaal kan. Duizenden mensen komen hier jaarlijks langs, dus dat maakt het een heel leuke visuele plek.
We willen natuurlijk nog meer mensen en bedrijven naar ons toe trekken. Nog meer partijen samen krijgen. Juist ook die één pitter, die uitvinder op zijn zolderkamertje. Mensen hoeven niet zelf te investeren in de aanschaf van allerlei dure machines om hun ideeën te verwezenlijken. Wij moeten plek worden waar je heen gaat voor het ontwikkelen van je ideeën en producten, maar ook voor de volgende stap: Funding, netwerken… Wij worden dat platform die dat allemaal aanbiedt!”

0 comments on “Damage: “Meer moeite doen maakt het leuk””

Damage: “Meer moeite doen maakt het leuk”

Beeld: FLoor Margarita Cornelisse
Beeld: FLoor Margarita Cornelisse

In samenwerking met Rotterdamse Nieuwe portretteert Vers Beton jonge, spraakmakende ondernemers in de stad. Wie zijn ze, waar komen ze vandaan en wat doen ze? Ik sprak met Alexandre Furtado, co-eigenaar van het bijzondere winkelconcept Damage aan de Hillelaan, over fashion en design, Rotterdam als modestad en over boven alles je eigen weg volgen.

Wat ooit begon als webshop, is sinds twee jaar een ‘echte’ winkel aan de Hillelaan op Rotterdam-Zuid. Wie door de – van vloer tot plafond hoge – ramen van de winkel naar binnen kijkt, zal zich even afvragen wat dit nu precies voor zaak is. Kledingstukken hangen aan rekken en op de zelfontworpen human hangers. Een platencollectie is kunstzinnig aan de muur bevestigd en de boeken zijn weloverwogen over tafels uitgestald.

Alexandre, vertel, wat is Damage?
“Damage is een shop en platform in één. Naast kleding verkopen we ook kunst, boeken, platen en interieurartikelen. En wat losse items, zoals verzorgingsartikelen. Sinds kort doen we ook vintage, wat we dan weer combineren met nieuwe kleding – zoals mensen dat zelf ook doen. Bijzonder is: de producten die wij verkopen komen voort uit intensieve samenwerkingen met ontwerpers. Achter elk product zit een proces en verhaal.
Daarnaast bieden we ook ruimte voor kleinschalige evenementen, zoals tentoonstellingen, filmvertoningen, boekpresentaties, muziek features, lezingen, enzovoorts.”

Hoe ziet die samenwerking met ontwerpers er concreet uit?
“Voor de kleding werken we samen met bekende en onbekendere kledingontwerpers uit Europa. We vinden het belangrijk om persoonlijk en direct contact te hebben. Korte lijnen, echt samen om tafel zitten en creëren. We werken steeds vaker met Nederlandse ontwerpers, want dit stelt ons in staat om die doelstelling te behalen. We gaan altijd voor kwaliteit, niet voor de naam van een ontwerper. Het ontwerp moet voor zich spreken. De ontwerpers zijn wel namen op zich, maar het label hangt uiteindelijk in je nek. Het is een intrinsieke beleving.”

“Ook onze interieurproducten ontstaan uit samenwerkingen, zoals die met Miya Kondo. Zij ontwierp voor haar afstudeerproject aan de Design Academy de human hangers in de winkel – dat zijn een speciaal soort kleerhangers-met-magneet. De lampen zijn van een ontwerpster uit Amersfoort, en sinds kort ook beschikbaar voor verkoop. Dus functioneel als licht in de winkel, maar ook gelijk voor verkoop.”

Twee vliegen in één klap…
“Precies. We kijken continu op een slimme manier naar hoe we meer kunnen halen uit wat we hebben. Geen catalogus, maar de producten neerzetten en zo het verhaal van het product en de ontwerper vertellen. Ook al koopt iemand niet gelijk, hij maakt wel kennis met een ontwerp of een ontwerper. Zo geven we een podium aan hen die aan de winkel meegewerkt hebben.”

Hoe zou je jullie stijl omschrijven?
“Mensen vragen me weleens om dit in een hokje te plaatsen. Dan noemen ze ons termen als concept store, lifestyle, maar die woorden zijn erg hol en dekken de lading niet. Mode, architectuur, design, film, daar wil ik alles van meekrijgen, juist die verscheidenheid daarin en dat op de één of andere manier hierin terugbrengen.”

Hoe komen jullie aan de naam?
“Damage was de naam van een hiphoplabel. De jongen die het label runde maakte T-shirts en werkten met Rotterdamse hiphopartiesten. Na een jaar stopte hij en toen kwam de naam beschikbaar. Wij vonden het een heel krachtige naam. Damage is een overkoepelde naam en daaronder organiseren we andere projecten. Zoals Playground.”

Hoe is het idee ontstaan?
“Mijn broer (Anibal Furtado, KK) en ik hadden altijd al het idee iets op te zetten. Damage ontstond geleidelijk, organisch, het had ook iets anders kunnen worden. Maar deze kans deed zich voor. In eerste instantie wilden we een eigen kledinglijn, maar omdat wij geen ervaring hebben met ontwerpen hadden we mensen nodig om mee samen te werken. Het label kwam niet van de grond. Toen groeiden we naar een verzamelplaats, een platform, van ontwerpers en producten. Maar wel zodanig geselecteerd dat het een geheel vormt en goed met elkaar samengaat. De wisselwerking moet kloppen, dat vinden we heel belangrijk.”

Wat is jouw affiniteit met fashion, of design?
“Ik heb niet per se een affiniteit met fashion. Ik sta open voor wat er om me heen gebeurt, zie de wereld als een breder geheel. Ontwerpers zijn allemaal mensen met een persoonlijk verhaal en een visie. Ik ben geïnteresseerd in hoe dingen tot stand komen en waar inspiratie vandaan komt. Door die achtergronden en zienswijzen ontdek ik ook weer nieuwe dingen.”

Damage
Damage BEELD: FLOOR MARGARITA CORNELISSE

Wie zijn de klanten?
“Van alles en nog wat. Maar ze hebben allemaal interesse in nieuwe dingen en zijn vaak creatief. Sommigen zijn gewoon nieuwsgierig, naar de winkel of het verhaal achter Damage. Anderen komen heel gericht winkelen, weten wat ze willen.”

“Je komt in aanraking met zoveel verschillende mensen. Uit Rotterdam, maar ook uit het buitenland. Laatst kwam er iemand speciaal voor onze winkel uit Rusland. Hij kocht kleding en boeken. De volgende dag pakte hij de vlucht terug. Dat was bijzonder!”

“Mensen, zien de website en komen naar de Hillelaan. Dan is hier in dit stukje veel te zien. We maken mensen graag wegwijs in wat er te doen is in Katendrecht, op de Kaap. Kijk wat er om je heen is! Het is goed om je bewust te zijn van de omgeving waarin je je bevindt en te zien dat dat waarde heeft.”

Doen jullie aan promotie?
Ja, via de website, advertenties en er verschijnen soms artikelen op blogs. Naamsbekendheid genereren is nog altijd één van de voornaamste activiteiten, vooral omdat we niet op een locatie zitten waar je ons even snel tegen het lijf loopt. Maar het mooist is mond-op-mond-reclame. Niet opgedrongen, maar oprecht. Mensen met een goede ervaring die blij zijn met hun spullen en de moeite nemen om het aan anderen door te geven. Dat vind ik het meest waardevol.”

Is Rotterdam de juiste plek voor een concept als die van jullie?
“We wonen zelf in Rotterdam en wilden het dicht bij onszelf houden. Een andere stad was een optie geweest, maar minder praktisch. Hoewel we niet vanuit een achterban werkten. We kenden niemand uit de industrie.
Op retail niveau is in Rotterdam nog een wereld te winnen. Het aanbod en de verscheidenheid is best beperkt in vergelijking met internationale steden of met Amsterdam, maar zelfs met Utrecht en Eindhoven.”

Dat lijkt me ook een uitdaging…
“Je moet de markt winnen ja. De lat ligt hoger. In steden als Londen of Berlijn wordt een concept als dit misschien sneller begrepen en omarmd. Hier moet je meer moeite doen, dat maakt het ook leuk.”

Dus geen ambitie om in het centrum te zitten?
“Nee, hier is zoveel eer te behalen. Een grote stad als Rotterdam moet zich ook niet teveel op één locatie focussen. Er zouden meerdere hubs moeten zijn. Niet één Witte de With, maar de hele Cool moet bruisen, zoals Gyz la Riviere stelde in de film Rotterdam 2040. Een stad is divers en die diversiteit moet je zoveel mogelijk in haar structuur verwerken. Iedereen moet met iedereen te maken kunnen krijgen. Op de Binnenweg is dat al goed gelukt.”

Hoe zie je de toekomst van Damage?
“We willen met Damage een stabiel bedrijf neerzetten, van waaruit misschien afsplitsingen kunnen ontstaan. Boeken uitgeven, ik noem maar wat. Of meer met tentoonstellingen doen.”

Heb je tot slot nog een tip voor andere ondernemers?
“Wij zijn dit gestart zijn vanuit een bepaald geloof en oprechtheid. Volg je eigen weg, zou ik willen zeggen. Mensen spelen vaak met ideeën en dat blijft dan bij ideeën. Soms moet je zien of het werkt, of het is wat je voor ogen had. Misschien dat anderen daarmee ook op ideeën komen en aan de slag gaan. Hopelijk vormen wij daarmee een inspiratie bron.”