5

Huwelijksreis deel III: Mauritius

Cabin crew, please take your seats for landing.

Het is tegen half tien ‘s avonds, lokale tijd, en de piloot zet de landing in. Sommige passagiers doen quasi-ontspannen hun ogen dicht. Anderen doen een verwoede poging dat ene hoofdstuk uit hun spannende boek nog even uit te lezen. Wij horen bij de groep die door het raam naar buiten tuurt, hopende alvast een glimp op te vangen van onze tropische bestemming. Het regent, pijpenstelen zelfs, en ondertussen is het snikheet. Nadat het toestel veilig en wel op de grond staat, worden we met een bus naar de terminal gebracht. Hier begint het laatste deel van onze huwelijksreis. Hier beginnen de (sub)tropen. Denk hierbij namelijk niet alleen aan palmbomen, zwoele avonden en hardnekkige insecten: lange wachttijden bij de douane om vervolgens geholpen te worden door een jongeman die gelijktijdig met zijn vriendin aan de telefoon hangt is ook heel tropisch ;-)!

Mauritius. Een eiland in de Indische Oceaan, circa 855 km ten oosten van Madagaskar en circa 1800 km ten oosten van het vasteland van Afrika. De ideale bestemming voor een ontspannen en exclusieve honeymoon, zo luidt het algemene oordeel. Wij hadden geboekt bij de The Oberoi, een fantastisch resort gelegen aan de prachtige Baie aux Tortues (ofwel Turtle Bay). Hier verblijven wij twee volle weken, genieten van zon, zee, strand, maar toch vooral van elkaar.

De taxichauffeur staat ons al op te wachten in de Arrivals Hall. Het is vanaf het vliegveld pakweg een uurtje rijden naar het resort. Hoewel het donker is, biedt deze rit toch de gelegenheid om alvast wat eerste indrukken van het eiland op te doen. Mauritius wordt ook wel Little India genoemd en onze chauffeur is een zogenaamde Indo-Mauritiër. Tijdens de rit draait hij oude songs van Celine Dion, Michael Bolton en Madonna. Ik vermoed dat dit de interpretatie van ‘Westerse muziek’ is die gedraaid wordt om de toeristen te plezieren. Ik vermoed ook dat de cassette met ‘Westerse muziek’ verruild zal worden voor Filmi (de Indiase filmmuziek, uitgevoerd voor Bollywoodfilms) zodra wij de auto uitstappen ;-).

Langs de snelweg staan talloze reclameborden. Kinderen lachen vrolijk in de camera en wijzen onderwijl op een fles tomatenketchup. De snelweg is druk en rondom de hoofdstad Port Louis ontstaat er zelfs even file. Voetgangers, fietsers en honden lopen langs de autowegen en regelmatig haalt de taxichauffeur een manoeuvre uit waarvoor je in Nederland een jaar of wat je rijbewijs kwijt raakt. “Are you comfortable, sir?”, vraagt hij regelmatig aan Eric. Die kan natuurlijk alleen maar bevestigend antwoorden en daar moeten we samen een beetje om lachen.

Eenmaal aangekomen bij het resort belanden we in een ware oase. De oprijlaan is prachtig, met aan weerszijden hoge (palm)bomen en sfeervolle verlichting. Het resort is eigenlijk één grote subtropische tuin. Als we de taxi uitstappen worden we opgewacht door een ontvangstcomité. Personeel staat klaar met vochtige doekjes waar we ons mee op kunnen frissen, een welkomstcocktail en, –niet onbelangrijk-, een allervriendelijkste glimlach en de namasté. De namasté is een gebruikelijk hindoeïstisch gebaar, een kleine buiging met de handpalmen tegen elkaar gedrukt, om te groeten en respect te tonen. Na een uitgebreid welkom en een rondleiding worden we naar onze kamer gebracht: een Luxury Pavilion. Hier staat de tafel al voor ons gedekt: een flesje witte wijn (heerlijk, zo bleek later!) en allemaal kleine hapjes en versnaperingen. Nadat we goed en wel ingecheckt zijn en het personeel er zeker van is dat alles op en top en naar wens is, laten ze ons alleen. De kamer, -ons verblijf voor de komende twee weken-, is prachtig. Aan alle details is gedacht. We slapen in een hemelbed en de badkamer heeft een verzonken bad waar je gemakkelijk met z’n tweeën in past. We hebben toegang tot een tuintje met twee ligstoelen en uitzicht op de baai.

De rest van ons verblijf was geweldig. Superlatieven schieten tekort. Op en top luxe en verwennerij, heerlijk gegeten en gedronken. Hoewel we sommige dagen de auto pakten om het eiland te verkennen, waren we het merendeel van de tijd in het resort te vinden. Hier lagen we aan het strand of in het water en werden we verzorgd door het personeel. De beachboy (ik heb het niet bedacht) bracht droge, schone handdoeken nog voordat je uit het water kwam. We werden continu voorzien van water en fruit. In de middag werden er altijd een paar kokosnoten geslacht en die werden vervolgens uitgedeeld aan de strandgasten. Tussendoor kwam men zelfs vragen of ze je zonnebril voor je schoon mochten maken. Dat laatste ging altijd een beetje ver, maar toch, …ongelooflijk hoe snel je aan dingen gewend raakt ;-). Via het resort konden we ook gebruik maken van kano’s en kajakken, een snorkelset en zelfs een heuse catamaran.

Ik zal verder niet in detail treden over deze reis. Een honeymoon is immers ook een beetje privé en we willen wel iets voor onszelf houden ;-).

Welcome to paradise“, staat groot aangegeven op de borden in de aankomsthal van het vliegveld. En onze romantische getaway op Mauritius in The Oberoi was absoluut het paradijs. Lieve Eric, deze laatste woorden van de Huwelijksreis-serie zijn natuurlijk voor jou. Zoals jij (en ieder ander) weet is reizen één van mijn grote passies. “Home is where the backpack is“, schreef ik ooit. Nu weet ik dat een backpack alleen niet voldoende is. Ook samen hebben we al een aantal mooie, indrukwekkende reizen gemaakt, maar deze honeymoon is toch wel de meest bijzondere reis tot nu toe. Niet zozeer door de bestemmingen, -hoewel Zuid-Afrika en The Oberoi op ons beiden veel indruk hebben gemaakt. Ook niet zozeer door de activiteiten, -hoewel ik de cocktails, het snorkelen en private dining op het strand nooit meer zal gaan vergeten. Wat het bijzonder maakt dat zijn jij en ik, ik als jouw vrouw en jij als mijn man. Wij. Drie weken quality time na een fantastisch mooie trouwdag. Echt, met niemand liever dan met jou! Ik zeg: volgend jaar een Waddeneiland. En dan mag er van mij wederom met grote letters staan: “Welcome to paradise“.

(xus)

ps. De rest van de foto’s van Mauritius vind je in het menu onder ‘foto’!

Advertenties
5

Huwelijksreis deel II: Stellenbosch

Iedereen die in Zuid-Afrika geweest is zal ongetwijfeld weleens gegrinnikt hebben om het Afrikaans. Volgens wikipedia is het Afrikaans de dochtertaal van het Nederlands, ontstaan uit zeventiende-eeuwse Nederlandse dialecten, en werd Afrikaans vroeger Kaap-Hollands genoemd. Waarschijnlijk is 90 tot 95% van de woordenschat van Nederlandse origine. Hoewel iedereen in Zuid-Afrika Engels spreekt, -en ook de bewegwijzering, reclame en overige publieke informatie in het Engels gecommuniceerd wordt-, ontbreekt het Afrikaans zeker niet in het straatbeeld. En dat levert vaak grappige situaties op. Zo is ‘lift’ in het Afrikaans ‘hijsbakkie’. ‘Verkeerslicht’ wordt ‘robot’ en een ‘viaduct’ noemt men een ‘duikweg’. Bij elke ‘robot’ staat een bord: druk knoppie. Stel dat je op een andere willekeurige plaats in Zuid-Afrika juist niet op dat knoppie zou mogen drukken, zou er staan: nie knoppie drukken nie. Een parkeerweg langs de snelweg wordt ‘aftrekplek’ genoemd. Een vrijgezel is een ‘alleenloper’ en een middelbare school wordt ‘hoërskool’ genoemd. Je moet er in Zuid-Afrika rekening mee houden dat de lokale bevolking jouw Nederlands redelijk kan volgen, net zo goed als jij het Afrikaans in grote lijnen kunt volgen (hoewel bemoeilijkt door dialect en spreektempo).

Stellenbosch
Voordat we van Kaapstad naar Mauritius vlogen hebben we nog een paar dagen in Stellenbosch doorgebracht. Dit kleine stadje (60.000 inwoners) staat niet alleen bekend om de universiteit, maar ook om de karakteristieke eikenbomen en de ligging tussen de mooiste wijnvelden van het land. (De vele eiken zijn overigens een overblijfsel van de grote behoefte aan eikenhout in de begintijd van de (Europese) wijnboerderijen, die waren namelijk gewend hun wijnvaten van eikenhout te maken.)
Stellenbosch ligt op nog geen uurtje rijden van Kaapstad. Ook hier vind je townships en onheilspellende beveiliging rondom de woningen, maar toch doet het stadje veel gemoedelijker en veiliger aan. De locals benoemen dit evengoed: in Stellenbosch kun je ’s avonds prima over straat. Nog een opvallend verschil met Kaapstad is de taal. Waar Kaapstad voornamelijk Engelstalig georiënteerd is, is Stellenbosch bijna uitsluitend Afrikaanstalig. Slechts zeven procent spreekt hier Engels. Dit heeft vermoedelijk voor een groot deel te maken met de universiteit. De lessen op zowel het bachelor- als het masterniveau worden in het Afrikaans onderwezen. Dit is opvallend, gezien het feit dat de Zuid-Afrikaanse overheid juist steeds meer druk uitoefent op landelijke universiteiten om het onderwijs in het Engels aan te bieden. Hier hebben ze zich in Stellenbosch altijd tegen verzet, tot op heden met succes. Een ander onderwerp van discussie en protest zijn de plannen om de universiteit van Stellenbosch (voornamelijk blank) en de universiteit van Kaapstad (voornamelijk kleurling) te laten fuseren, dit met het doel om Stellenbosch wat meer ‘kleur’ te geven. De universiteit kent namelijk de laagste integratiecijfers van zwarte en gekleurde studenten in Zuid-Afrika. Momenteel is slechts 23 procent van de studenten van zwarte, gekleurde of Indische afkomst. Tijdens het Apartheidsregime was de universiteit van Stellenbosch een louter blanke, Afrikaanstalige universiteit. In de jaren tachtig werden mondjesmaat zwarte studenten toegelaten, maar het is pas sinds de val van het regime dat de universiteit echt open staat voor zwarten en gekleurden.

Markt
Maar goed, genoeg over de universiteit. Wij waren immers op vakantie, huwelijksreis welteverstaan, en dan onderneem je over het algemeen andere activiteiten. Zoals een bezoek brengen aan de lokale markt. En die was leuk in Stellenbosch! Elke zaterdagochtend is er de Fresh Food Market, een zogenaamde slow food market waar alle producten vers worden bereid door de marktverkopers. De Fresh Food Market is een heel levendige markt waar je met gemak uren doorheen kunt kuieren. Vanuit pakweg vijftig kraampjes wordt er een grote verscheidenheid aan internationaal, multicultureel eten en drinken aangeboden: versbereide sushi, kebab, couscous en allerlei heerlijke verse salades. Vlees en vis wordt voor je neus gebakken op een grillplaat of in een frituurpan. Een Duitser (ver)koopt authentieke bratwursten. Zijn kraam staat pal naast de dames van het gebak. Er ligt een arsenaal aan groenten, fruit, kaas en vleeswaren. Brood is er in alle soorten en maten. Een koffiestandje verzorgt de lekkerste espresso. Wij kregen acuut spijt dat we die ochtend in het hotel een uitgebreid ontbijt genuttigd hadden, maar gelukkig vonden we nog een gaatje. Oesters met champagne (och, waarom niet?) en sushi en couscous ingepakt en wel in de rugzak voor de picknick later die dag.

Wijnen
Zuid-Afrika staat natuurlijk bekend om de wijnstreken/wijnen en rondom Stellenbosch vind je een aantal prachtige wijngaarden. Nadat wij uitgestruind waren op de markt reden we naar het Waterford Estate. Eikenbomen en wijngaarden, een landweg met citrusbomen en lavendel met in de verte het landgoed… Het doet allemaal wat mediterraans aan en het is werkelijk prachtig. Na een kleine rondleiding kregen we een tafeltje op het terras en werden er beurtelings wat wijnen voor ons neergezet, soms vergezeld van een stukje chocola. De dessertwijn, de Waterford Heatherleigh, is heerlijk en hiervan bestelde ik na de proefsessie nog een glas. Ze keken me even raar aan en ik concludeerde dat de Heatherleigh de meest onwaarschijnlijke keus is zo vlak voor de lunch. Gekke Hollanders! ;-)

Franschhoek
De rest van onze tijd in Stellenbosch is gewoon heel ontspannen. Lekker eten, drinken en wat rondstruinen door Stellenbosch en de omliggende dorpjes. Zo brachten we een bezoek aan Franschhoek. Franschhoek is genoemd naar de 200 Franse Hugenotenfamilies die hier in 1688 neerstreken op de vlucht voor het toenmalige bewind van Lodewijk XIV in Frankrijk. De Fransen hadden uiteraard een niet te onderschatten kennis op het vlak van wijnbouw en gastronomie. Wij namen er een kijkje bij het Huguenot Monument, een herdenkingsmonument ter nagedachtenis aan, -en ter ere van-, de Franse Hugenoten. Vanuit Franschhoek hebben wij de beroemde Franschhoekpas gereden, een klim waar maar geen einde aan lijkt te komen. Schitterende uitzichten.

Seizoenen en studenten
Tijdens ons bezoek in juli was het in Zuid-Afrika hartje winter, maar het was alles behalve koud. De temperatuur schommelde telkens tussen de vijftien en twintig graden. Blijkbaar is de gemiddelde Zuid-Afrikaan of zeer kouwelijk, of heeft hij ondanks de aangename temperatuur gewoonweg behoefte aan een winterseizoen. Op veel plekken in Kaapstad en Stellenbosch brandt binnen de open haard, wat voor een eigenaardig gevoel zorgt als je op je teenslippers en shirtje langsloopt. Mensen die buiten op het terras aan een Afrikaans wijntje nippen doen dit onder een heater en het liefst ook onder een fleece deken. Toegegeven, het heeft wel iets gezelligs.

Stellenbosch is een echte studentenstad. Jonge mensen, studentenverenigingen, heel veel sportactiviteiten en af en toe dronken gelal en gezwalk over straat getuigen hier van. We hebben ons er te weinig in verdiept, maar ik vraag me af of bier voor deze studenten ook het vloeibare goud is, of dat de jongens en meisjes hier het weekend inluiden met / zich te buiten gaan aan louter Chardonnay of Cabernet Sauvignon van de plaatselijke wijnboer. ;-)

Anyway, er zijn nog veel vragen over. Het is alweer tijd om afscheid te nemen van Zuid-Afrika. Wij hebben slechts een piepklein stukje van dit enorm grote land bezocht, maar de verscheidenheid die wij in dit korte tijdsbestek tegen zijn gekomen, heeft ons overtuigd om nog eens naar Zuid-Afrika terug te keren.

Zuid-Afrika, …Totsiens!

(Wil je alle foto’s van Stellenbosch bekijken? Ze staan in het menu onder ‘foto’.)

5

Huwelijksreis deel I: Kaapstad

Nadat Eric en ik besloten hadden om onze huwelijksreis in Kaapstad te beginnen, heb ik me in eerste instantie voorbereid op een stedentrip. Kaapstad, ook wel de moederstad van Zuid-Afrika genoemd, is natuurlijk één van de allermooiste steden ter wereld, niet in de laatste plaats door de ligging aan de Atlantische Oceaan en aan de voet van de beroemde Tafelberg. Toch heb ik voorafgaand aan ons bezoek langer stilgestaan bij de bezienswaardigheden en the places to be in de stad zelf dan bij het natuurschoon en de rijke flora en fauna in en rondom de stad. Dit kwam daardoor als een welkome verrassing. Wat eveneens als een verrassing kwam was de emotionele impact die de stad op mij had. Kaapstad mag dan een prachtige, levendige en ogenschijnlijk gemoedelijke stad zijn, maar zij kent evengoed een donkere geschiedenis van slavernij en apartheid. Het Apartheidsregime is in 1990 officieel afgeschaft, maar, zo schrijft de Lonely Planet treffend:

Visit South Africa and reminders of its past greet you at each turn. The country’s human drama is reflected in the faces and in the walks of millions of its citizens.”

Criminaliteit, hiv/aids, discriminatie en armoede zijn problemen waar het land op grote schaal mee te kampen heeft. Honderdduizenden mensen zitten ‘vast’ in de townships en streven elke dag naar een betere levensstandaard. De Zuid-Afrikaanse overheid, maar ook de bewoners van de townships zelf, hebben verschillende projecten opgezet om de leefomstandigheden en het toekomstperspectief van de mensen in de gemeenschappen te verbeteren. Er is echter nog een lange weg te gaan.

Eerste indrukken
De vlucht van Schiphol naar Kaapstad duurt elf uur. Omdat de KLM natuurlijk allang wist dat wij op honeymoon waren, -overbodig was het feit dat ik het had gemeld bij de incheckbalie, de boardinggate en bij het cabinepersoneel-, kregen we een glaasje champagne aan boord. Leuk begin van de reis! Daar zit je dan: lekker veel beenruimte, je natje en je droogje en een interactief mediasysteem tot je beschikking. Ondertussen vlieg je over de uitgestrekte Sahara, zandstormen en eindeloze wegen. Je vliegt over landen als Algerije, Niger (één van de armste landen ter wereld volgens de definitie van het IMF), Nigeria en Angola. ’s Avonds laat landden we in Kaapstad. Ondanks dat we een lange vlucht achter de rug hebben, zijn we allebei energiek en enthousiast. Kaapstad staat al geruime tijd op mijn verlanglijstje, eigenlijk vanaf het moment dat ik mijn ‘reiscarrière’ in Australië begon. Op het vliegveld ga ik nog even snel naar het toilet. (Wie niet, trouwens?) Hier hangt een reclameposter voor een nieuw shampoomerk. “For all skin colours“, staat er onder. Grappig en opvallend, …in Nederland zou men het hebben over haar- of huidtypen. Kleur is sinds de afschaffing van het Apartheidsregime officieel geen stratificerende factor meer, het is, -afgaande op deze goedbedoelde reclameposter-, nog wel een factor waarmee de Zuid-Afrikaanse bevolking ingedeeld wordt.

Het is inmiddels donker en onze taxichauffeur brengt ons naar het hotel: Four Rosmead, een zogenaamd boutique guesthouse op loopafstand van het centrum. Daar het te laat en te donker is om ons goed te kunnen oriënteren in de stad en de aanblik van ons boutique guesthouse omringd door hoge muren, prikkeldraad en hoogspanningsbeveiliging bovendien wat onheilspellend aandoet, besluiten we die avond lekker in het hotel te blijven. De ontvangst in het hotel, de gastvrijheid en de vriendelijkheid voelt als een warm bad. We krijgen een prachtige kamer toebedeeld en kruipen die avond heerlijk onder de lakens.

Long Street & meer
De volgende dag staat de huurauto voor ons klaar. Wij besluiten echter om de stad al wandelend te verkennen. Na wat struinen en kaartlezen belanden we in The Company’s Garden, een 350 jaar oude tuin, waarin niet alleen het parlementsgebouw en het Tuynhuis te vinden zijn, maar ook tal van musea en culturele centra. Wij lopen echter door naar Long Street. Long Street is gewoon, …tja, Long Street. Een lange straat (;-)) bomvol cafés, winkeltjes en eetgelegenheden. Het uitgaanscentrum en backpackerswalhalla van Kaapstad. Overdag kun je hier kiezen uit tal van cafés voor een kop koffie of een snelle lunch en ’s avonds weet je van gekkigheid niet waar je aan tafel moet voor een avondmaal. Long Street loopt over in Kloof Street. Deze straat is een stuk rustiger dan Long Street, maar desalniettemin erg leuk. Via een zijstraat van Long Street bereik je de Greenmarket Square. Eén en al gezelligheid. Op deze markt worden bijna uitsluitend handgemaakte Afrikaanse souvenirs gekocht. Denk aan houtsnijwerk, sieraden en allerlei toeristische prullaria. Om de markt heen bevinden zich touroperators die toeristen The Big Five of een kijkje in de townships van Kaapstad beloven.
Onze hotspots: R Caffé, vida e caffè en Melissa’s voor koffie, Mama Africa voor Zuid-Afrikaanse gerechten en een authentieke Afrikaanse ervaring (lees: zeer toeristisch maar een must-see) en Long Street Cafe voor al het bovengenoemde en meer.

Parking marshalls
Overal in Kaapstad, en trouwens ook in Stellenbosch, vind je zogenaamde parking marshalls. Elke parkeerplaats in de stad valt onder een parkeerzone en hiermee onder verantwoordelijkheid van een marshall. Een aantal marshalls zijn in dienst van de gemeente en voor de parkeerplekken op bijvoorbeeld Long Street moet een vast tarief betaald worden aan deze mannen. Op veel plekken echter staan de marshalls er als kleine zelfstandigen en betalen is hier optioneel. Als je aan komt rijden wijzen ze je vrije parkeerplekken aan (handig), ze helpen je met in- en uitparkeren (vaak zeer overbodig), maar het belangrijkste is dat ze een oogje in het zeil houden. Het geeft een prettig gevoel. Als je vervolgens terugkomt vertellen ze nadrukkelijk dat alles goed gegaan is en dat er geen problemen zijn geweest met de auto: “Everything is fine, yes! Thank You!”, roepen ze. Met andere woorden: “Give me some money!”. Geen probleem. Wij een gerust gevoel, zij een paar rand rijker.

Castle of Good Hope en V&A Waterfront
Een bezoek aan Kaapstad is niet compleet zonder een bezoek aan de Castle of Good Hope. Het Kasteel is het oudste koloniale gebouw van Zuid-Afrika en is gebouwd door de eerste Nederlandse kolonisten van de VOC tussen 1666 en 1667. Het Kasteel fungeerde aanvankelijk als bevoorradingspost voor schepen van en naar het oosten. Boven de ingang van het fort schittert het embleem van De Verenigde Nederlanden: een leeuw met de zeven pijlen van de eenheid in zijn klauw. Eronder staan de wapenschilden van Amsterdam, Delft, Van Hoorn, Middelburg, Rotterdam en Enkhuizen (dit waren de Nederlandse steden waar de VOC een zetel had). Leuk om even gezien te hebben.

Meerdere malen zijn we echter teruggekeerd naar Victoria and Alfred Waterfront (kortweg: V&A ). Denk: haven, live muziek, terrasjes, winkels en straatentertainment. Wij hebben hier heerlijk geluncht bij Den Anker, een heus Belgisch café in Zuid-Afrika. Eric ging natuurlijk lekker aan het Belgisch bier! Vanaf het terras heb je uitzicht op de Tafelberg en de baai. We hebben hier zelfs zeehonden gezien. In V&A vind je ook het Two Oceans Aquarium. Hier kun je allerlei vissen uit de Atlantische en Indische oceaan bekijken. Ook is de ragged-tooth shark te spotten. Zoals elk zichzelf respecterend aquarium tegenwoordig vind je ook in Two Oceans een speciale afdeling met nemo’s (clown vis). Je kunt hier onder het aquarium doorkruipen (en vervolgens halverwege weer omhoog komen), waardoor je vervolgens met je hoofd tussen de vissen zit. Je moet wel gehurkt blijven zitten, want het is maar net een meter hoog. Of zou het voor kleine kinderen bedoeld zijn? Hmm… Welnee joh!

Het Kaapse schiereiland
De tweede dag in Kaapstad pakken we de auto. Het duurt een minuut of vijf, maar dan zijn we helemaal gewend aan het ‘links rijden’, alsof we nooit anders gedaan hebben. We rijden vanaf het hotel naar Camps Bay. Zuid-Afrika, en voornamelijk de Westelijke Kaap-provincie, is talloze prachtige stranden rijk. Tijdens ons verblijf in Kaapstad was het winter (plusminus 15 tot 20 graden), dus helaas niet de ideale omstandigheden voor een duik in het water of een dag luieren in het zand. Wij besluiten de stranden gewoon te bekijken, een wandeling langs de kust te maken en lekker een drankje te doen op één van de terrassen. Camps Bay, vroeger uitsluitend toegankelijk voor blanken, is prachtig: een hagelwit strand, een azuurblauwe zee, palmbomen en een strand dat naadloos overgaat in een boulevard.

Na de koffie rijden we door naar Signil Hill. Vroeger werden van hieruit de schepen met grote vlaggen de haven van Kaapstad binnengeleid. Ga dus maar na wat een spectaculair uitzicht je vanaf deze heuvel moet hebben. Je kijkt uit over de Tafelberg en het voetbalstadion in Greenpoint.

Een bezoek aan Kaapstad is nooit compleet zonder een bezoek aan het schiereiland: The Cape Peninsula (Afrikaans: Kaapse Skiereiland). We stoppen voor lunch in Houtbaai, een vissersplaatsje waar zeesnoek de specialiteit is, en beginnen vanaf hier de Chapman’s Peak Drive.

De Chapman’s Peak Drive is één van de hoogtepunten van ons bezoek aan Kaapstad en volgens ‘kenners’ is dit één van de mooiste autoroutes ter wereld. De weg slingert van Houtbaai naar Noordhoek over een afstand van negen kilometer. Adembenemende uitzichten op de Atlantische Oceaan, kliffen, baaien en kleine eilandjes.

Het hoogtepunt (of eigenlijk het meest zuidwestelijke punt) van het schiereiland is Kaap de Goede Hoop. Kaapstad is begonnen bij wat wij nu kennen als Kaap de Goede Hoop. Hier vestigde Jan van Riebeeck in 1652 een verversingspost voor de Nederlandse VOC. Wij beginnen bij Cape Point, een klif met een groot uitzichtplatform. Helemaal op het uiterste punt van Cape Point staat de oude vuurtoren, daterend uit 1860 en gelegen op 238 meter boven zeeniveau. Vanaf dit punt heb je een wijds uitzicht over de Atlantische Oceaan. Kaap de Goede Hoop werd in het verleden ook wel de Cape of Storms genoemd, wegens het feit dat veel schepen schipbreuk leden door de enorme stormen en de gevaarlijk hoge kliffen. Veel ongelukken zijn ook mede veroorzaak doordat de oude vuurtoren vaak in mist gehuld was. Na een ongeluk in 1911 is er in 1914 een nieuwe vuurtoren opgetrokken, op 87 meter boven zeeniveau. Veel van de scheepswrakken zijn zichtbaar vanaf de kust.

District Six
De laatste dag in Kaapstad bezoeken we het District Six Museum, opgericht in 1994. Hier vind je een expositie over de gewelddadige verdrijving van alle inwoners van District Six in 1966. Tot de jaren zeventig woonde ongeveer een tiende deel van de Kaapse bevolking in deze buurt. De gemeenschap bestond uit bevrijde slaven, immigranten en kooplui. In 1950 schreef de blanke apartheidsregering de Group Areas Act uit en tijdens het bewind halverwege de jaren zestig werd besloten dat District Six blank gebied was. Alle kleurlingen werden gedwongen te vertrekken. In de daaropvolgende jaren zijn er zestigduizend mensen gedwongen te verhuizen naar de Cape Flats, de grote braakliggende terreinen rondom het vliegveld. Nadat alle gebouwen in de wijk met een bulldozer waren platgegooid, gaf de regering de wijk een nieuwe naam: Zonnebloem. Tot op de dag van vandaag is er niks van de overheidsplannen ten uitvoering gebracht en is het voormalige District Six een braakliggend terrein. De plek is simpelweg te beladen. Inmiddels worden er plannen gesmeed om er een groot stadspark van te maken. Het museum is indrukwekkend. Vroegere bewoners van de wijk zijn werkzaam in het museum en een grote getekende kaart op de vloer geeft vroegere wijkbewoners de gelegenheid om met krijt aan te kruisen waar hun huis stond. Eric en ik spenderen bijna twee uur in het museum, allebei gefascineerd en geraakt door de persoonlijke verhalen, foto’s en artikelen die er tentoongesteld zijn.

En verder
Een paar dagen later zitten Eric en ik in de auto. We rijden over de N2 richting het vliegveld voor onze vlucht naar Mauritius. We rijden langs één van de grote en oudste townships van Kaapstad: Nyanga (betekent ‘maan’ in Xhosa). Hier wonen naar schatting 170.000 mensen, maar het kunnen er evengoed twee keer zoveel zijn. De beelden die ik in een paar flitsen te zien krijg zijn schrijnend. Zeventig procent van de mensen hier is werkloos en vijfentwintig procent lijdt aan hiv/aids. Ik realiseer me dat dit de prijs is die Zuid-Afrika moet betalen voor honderden jaren van sociaal wanbeleid, discriminatie en apartheid. Langzaam maar zeker wordt er vooruitgang geboekt, op bepaalde levensterreinen en voor bepaalde mensen. Mensen zijn ook niet alleen maar slachtoffer, ze zijn ook actors. En hoewel de sociale problemen nog alom aanwezig zijn, ontstaat er vandaag de dag ook meer ruimte voor trots, initiatief en hoop. Kaapstad is één van de allermooiste steden waar ik ooit geweest ben. Zuid-Afrika is één van de meest beladen, maar gelijktijdig ook één van de meest interessante landen waar ik ben geweest.

Wij zijn in totaal drie dagen in Kaapstad geweest. En ja, dat is veel te kort. Helaas is het niet gelukt om Robbeneiland te bezoeken (volgeboekt). Ook was het achteraf gezien erg interessant geweest om enkele townships te bezoeken. Maar, …des te meer reden om nog eens naar Kaapstad terug te keren!
Voordat wij naar Mauritius vliegen verblijven we nog drie dagen in Stellenbosch. Verslagen van Stellenbosch en Mauritius zullen hier spoedig verschijnen.

2

Istanbul

Op de Galatabrug staan de vissers zij aan zij. Met hun hengels, bevestigingshoutjes voor de brug en levend aas halen zij hun buit voor de dag binnen. Hier en daar staat een standje van waaruit maïskolven, mosselen of kastanjes verkocht worden. Er loopt een oudere man met een grote mand op zijn hoofd rond, van waaruit hij simit (ringvormig Turks sesambrood) verkoopt aan de hongerige vissers. Theeschenkers, aasverkopers en toeristen krioelen over de brug. Onder de brug bevinden zich de talloze (boot)restaurantjes. Hier verkopen ze de vis die de vissers boven hen zojuist gevangen hebben. Op allerlei manieren proberen zij de toeristen hun zaak in te krijgen. Soms beleefd en vriendelijk, soms dwingend, volhardend en ietwat agressief.

De Galatabrug verbindt het ‘oude’ Istanbul met het ‘nieuwe’ Istanbul. Hoewel de scheidslijn niet zo duidelijk te trekken is en de stadsdelen op veel manieren in elkaar overlopen, wordt al snel duidelijk wat men hiermee bedoelt. In het oude centrum vind je de Hippodroom. Hier kenmerkt Istanbul zich door de sfeer van Duizend-en-een-nacht, met paleizen, moskeeën en een bazaar waar tapijten, aardewerk, theeservies en specerijen verkocht worden. Via de Galatabrug bereik je de Iskele Caddesi, een grote en ultramoderne winkelstraat, en het Taksimplein. In en rondom dit centrum bevinden zich de uitgaanswijken, de dure winkels en het meest ‘Westerse’ deel van de stad. Istanbul kent het meest geavanceerde openbaar vervoernetwerk sinds mensenheugenis en het voormalige Constantinopel kan inmiddels concurreren met Manhattan als het aankomt op urban nightlife.

Istanbul is dus een stad van tegenstellingen. Niet in de laatste plaats door de geografische ligging, letterlijk over twee werelddelen verdeeld, op de grens van Europa en Azië. De Bosporus vormt de scheiding tussen de twee continenten.

Istanbul is een ongekend levendige, bruisende en bedrijvige stad. Alles en iedereen lijkt hier zijn plek en zijn functie te hebben. Binnen de stad ontdek je allemaal stadjes op zich: de Galatabrug, -een schoolvoorbeeld van informele economie en reciprociteit-, de wereld van de Grote Bazaar of rondom de haven, waar de mannen bij de boten toeristen proberen te verleiden voor een rondrit. Maar gelijktijdig is er genoeg dat hen allen bindt. Dat is misschien in de eerste plaats de oproep voor het gebed, die meermaals per dag vanuit alle moskeeën in de stad te horen is. Enorme geluidversterkers. De eerste oproep klinkt al om 06.00 uur ’s morgens. Niet te missen. Ten tweede is er de thee. Theeschenkers, theebarretjes, theedrinkende mensen, …en overal kom je dezelfde typische kop en schotel tegen. Waar je je ook bevindt, je zult nooit om çay verlegen zitten.

Mijn bebeğim en ik verbleven vorige week in het fascinerende Istanbul. Ik ben eenmaal eerder in Istanbul geweest en toen werd ik rondgeleid en rondgereden door een heuse local. En vooral dat rijden, …dat is een hele belevenis. De stad heeft zo’n 25 miljoen inwoners (dit is inderdaad veel meer dan het officiële aantal) en er heerst een chronisch verkeersinfarct. Nadat Eric en ik de taxi instapten die ons van het vliegveld Sabiha Gökcen naar het hotel zou brengen, bedacht ik om de stoelriemen vast te maken. Onze reis was begonnen en een ritje in de taxi zou ons al meteen een bijzondere kijk op Istanbul geven. Zo bleek, wederom: 24/7  file, maar no way dat auto’s ook daadwerkelijk stil blijven staan. Het is een constant gebeuren van in- en uitvoegen, inhalen, ingehaald worden, toeteren en je weg proberen te vinden in de enorme drukte op de wegen. Strepen op de weg zijn weinig meer dan vrijblijvende suggesties en de Turken lijken allemaal gewend te zijn aan de informele wetten op de weg. Iedereen is relaxt, ook al toeteren ze alsof het een lieve lust is. Tussen de auto’s door lopen snelwegverkopers. Soms zijn het kinderen. Ze tikken op je raam om je aandacht te krijgen. Ze verkopen sigaretten, zonnebrillen of lekkernijen. Straatarm zijn ze, en hun situatie is schrijnend en levensgevaarlijk.

We bereiken heelhuids ons hotel in het Sulthanmet district en hier worden we aangenaam verrast door de warme gastvrijheid en vriendelijkheid van de eigenaren. “First of all, can I offer you a welcome drink?”, luidt de eerste vraag. Na een paar minuten staan we allebei met een appelthee in ons hand de formaliteiten door te nemen. En weer even laten krijgen we uitgebreid uitleg over alles wat we maar moeten weten om ons verblijf in Istanbul tot een succes te maken. Maar we hebben een Hammam op onze kamer. What else do we need?!! ;-)

Hoewel we allebei moe zijn en eigenlijk geen honger meer hebben (het is tegen middernacht) belandden we toch in een fantastisch tentje. Helaas ben ik de naam alweer vergeten, maar dit zou de favoriete spot gaan worden gedurende ons verblijf. Op de grond liggen overal grote zitkussens waar je heerlijk op kunt loungen en er staan kleine lage tafeltjes voor je thee of gewoon voor je biertje. Je zit, als je op tijd bent, als het ware in de etalage. Hier roken we de beroemde nargile met aardbei- of appeltabak. Ze hebben zelf cappuccinotabak. Niet geprobeerd helaas, sorry. Zo drinkend en/of rokend in de etalage ben je meteen een potentiële klant voor één van de verkopers. Vanachter glas maken zij naarstig van de gelegenheid gebruik om je hun koopwaar te tonen. Overigens, onder ons tentje bevond zich een bijzonder grottenstelsel waar ik eens in verzeild raakte op zoek naar het toilet. Heel mooi en spannend!

De rest van de dagen vermaken we ons uitstekend. We bezoeken uiteraard de Sultan Ahmetmoskee, ofwel de Blauwe Moskee, met zijn zes minaretten en de handgeschilderde blauwe en groene tegeltjes. We struinen kort maar krachtig door het Topkapi paleis, de verblijfplaats voor toentertijd sultan Mehmet II, gebouwd halverwege de vijftiende eeuw kort na de Ottomaanse verovering. Hier krijg je een beeld van hoe de sultans vroeger leefden, met hun families, bedienden en de tot de verbeelding sprekende harem. Uiteraard brengen we een bezoekje aan de Aya Sofia (ongelooflijk dat deze moskee in de zesde eeuw tot stand gekomen is!) en de Basilica Cisterne, een zesde-eeuwse ondergrondse wateropslagplaats onder de Hippodroom. Vroeger verzorgde de Cisterne de watervoorziening van het Topkapi paleis.

Ook een bezoek aan de Grote Bazaar mag uiteraard niet ontbreken. Hier zijn we in totaal twee keer geweest: één keer om te beleven, de tweede keer om daadwerkelijk souvenirs uit te zoeken en te onderhandelen met de scherpe en ervaren kooplui. De regel luidt: hij noemt een prijs, vervolgens noem jij een prijs en uiteindelijk bereik je een compromis in het midden. Het vereist dus wat rekenwerk, maar daarna is het eenvoudig. Verder komt er natuurlijk een hoop theater bij kijken. Je bent vriend, vervolgens ben je vriend-af, er wordt gejammerd en geklaagd, maar de koop eindigt altijd met een handdruk en een schouderklap. De Grote Bazaar is een wereld op zich, met een eigen cultuur en een interne handel. Ook hier lopen theeschenkers met enorme dienbladen rond om de marktlui van thee te voorzien. De toeristen, wij dus, kunnen voor thee en baklava terecht bij één van de vele aanlokkelijke barretjes.Tijdens het gebed sluiten veel marktlui hun kramen, pakken hun kleedje onder de arm en begeven zich naar een centraal punt op de markt. Daar, hoe krap het ook is, wordt er gezamenlijk gebeden.

Onze citytrip is veelzijdig. Naast alle historische mustsees maken we nog een boottrip over de Bosporus (gewoon even zitten en rondkijken) en varen we met de ferry helemaal naar The Princes’ Islands, waarvan we het grootste eiland, Büyükada, bezoeken. Büyükada betekent letterlijk ‘groot eiland’. Tijdens mijn vorige bezoek aan Istanbul heb ik dit eiland ook aangedaan, alleen was er toen nog geen Starbucks. Op Büyükada rijden geen auto’s (op politie, brandweer en ziekenwagen na) en vervoert men zich per voet, fiets of te paard en wagen. De (negen) eilanden zijn overigens onderdeel van Istanbul en hier hebben we wederom te maken met een constast: de enorme drukte van de grote stad tegenover de idyllische autovrije rust van Büyükada. Het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt van dit eiland is Yücetepe (203 meter) en elke bezoeker wandelt, fiets of rijdt (te paard, welteverstaan) hier naar toe. Ik stelde voor om ook een paard en wagen te huren, maar Eric wilde liever fietsen. En dat hebben we geweten! Tandemfietsen lijkt gemakkelijk omdat je samen trapt, maar uiteindelijk is de tocht naar boven loodzwaar. Maar dan heb je ook wat, want het uitzicht over de zee, het eiland en over Istanbul is schitterend. We hebben geluncht bij één van de vele visrestaurantjes, omringd door tientallen zwerfkatjes die een visje mee proberen te pikken, en zaten na afloop nog heerlijk in het zonnetje met een flesje witte wijn. Overigens was dit de laatste dag dat we buiten zaten, want de dagen erna liepen we in de sneeuw (!!!). Wederom een enorme tegenstelling tijdens onze citytrip. Onze laatste twee dagen in Istanbul waren erg nat en koud.

Eten en drinken vormen altijd een belangrijk deel van al onze vakanties en stedentrips. Zo ook nu. Over het algemeen hebben we steeds prima gegeten. Het ontbijt aten we elke morgen in het hotel, een fantastisch start, en voor lunch en een late hap begaven we ons naar plekken die we onderweg gezien hadden of waar we naar toe gestuurd waren door de reisboekjes. In het restaurant bij het Topkapi paleis werden we bediend door meisjes gekleed in traditionele haremklederdracht. Het, mijns inziens, lekkerste eten kwam uit de vreemdste keuken. Snelle, adequate en ‘opdringerige’ service zorgde er toen voor dat we drie gangen en dertig minuten later buiten stonden. Soms nemen cultuurverschillen je hele avond in beslag. Interessant.

Nu ik voor de tweede keer in Istanbul geweest ben vind ik het er geloof ik nog leuker. De vorige keer was ik er met een local en heb ik vooral kennis gemaakt met het hippe, welgestelde Istanbul. Tijdens deze reis hebben Eric en ik de tegenstellingen meegemaakt. Traditioneel tegenover ultrahip. Turkse koffie en çay tegenover Starbucks op elke straathoek. 1 TL voor een thee tegenover 6 TL voor dezelfde thee elders. De Bazaar tegenover moderne overdekte winkelcentra. De snelwegverkopers tegenover het tramstelsel. Het is aan alles te merken dat Istanbul enorm groeit en ontwikkelt. Dit zorgt voor grote en vaak abrupte contrasten. Gelijktijdig trekt de stad gelukszoekers aan en dit vergroot de kloof tussen arm en rijk.

Inmiddels alweer een dag thuis. De ‘buit’ (schaaltjes, glaasjes, prullen) staat uitgestald op de eettafel en we vragen ons nu voornamelijk af waar we alles gaan laten. Voorlopig liggen de schillen van mijn pistachenootjes in één van de met derwisjen beschilderde schaaltjes. Vrijdag krijgen we eters en dan komen ze vast van pas. En dan ga ik een poging doen om Turks te koken, want de Turkse keuken (dolma, baklava, meze’s) blijft toch wel één van mijn favorieten.

Klik hier om alle foto’s van Istanbul 2012 te zien.

2

Nice en de Côte d’Azur

Nadat Eric en ik eenmaal besloten hadden in de herfstvakantie te gaan stedentrippen, begon de gevreesde brainstormsessie. Want waar wilden we naar toe… Werd het Madrid? Of Barcelona? Dublin? Of toch maar Istanbul? Wilden we eigenlijk niet naar Scandinavië? Of toch maar richting de zon? Het was Eric die ineens met het voorstel kwam om naar Nice te gaan. Om de één of andere reden had ik nooit bedacht om deze stad aan de Côte d’Azur voor een paar dagen te bezoeken. Waarom niet? Geen idee. Geheel onterecht, dat weet ik inmiddels wel.

Nice, gelegen in de regio Provence-Alpes-Côte d’Azur, is een stad met een krappe miljoen inwoners. Dankzij de lange zomers en het altijd aangename klimaat wordt Nice het hele jaar door druk bezocht door toeristen. En terecht, want het is een heerlijke en comfortabele stad. Na aankomst op het vliegveld haalden wij onze huurauto op (een rode Ford Focus) en reden over de Promenade des Anglais naar ons hotel. De Promenade des Anglais omvat misschien wel alles waar Nice voor staat: het is bruisend, gemoedelijk, mondain en het wordt spik en span onderhouden. Men flaneert, ziet en wordt gezien. Het is dé plek om te socializen en overal waar je kijkt zie je mensen genieten: van elkaar, van het zonnetje en van de azuurblauwe zee. Er wordt gejogd, gefietst en geskatet. Kleine kinderen worden voortgeduwd in kinderwagens en honden worden uitgelaten. Het vreemde beeld aan het plaatje wordt gekleurd door mensen met dikke winterjassen en sjaals om, pal naast de mensen die in bikini op het strand de lauwe zonnestralen proberen mee te pakken. Een enkeling waagt een duik in het water, dat inmiddels tot een temperatuur van 19 graden gezakt moet zijn. Heerlijk vertrouwd is daarentegen het beeld van de oude deftige Franse mesdames die met gekapte poedels langs het water wandelen. Of de keurige messieurs die met een baguette onder de arm en een alpinopet op hun hoofd hun weg naar huis vervolgen. Sommige dingen veranderen nooit, en moeten misschien ook nooit veranderen.

De eerste indrukken waren alvast positief! Snel checken we in, gooien de koffer op het bed en begeven ons de stad in. Het duurt ongeveer vier en een halve minuut voordat de eerste verkoper zich bij ons meldt. Zit je net lekker op een bankje te genieten van het zonnetje en die azuurblauwe zee, heb je ineens ruzie met een opdringerige Congolese sieradenverkoper. Het mag de pret niet drukken. We slenteren verder door de stad, pakken een lunch (uiteraard een salade niçoise) op Cours Saleya, met haar bloemenmarkt en standjes vol fruit, noten en lokale lekkernijen, en klimmen uiteindelijk naar het uitzichtpunt bij het Parc du Château. Al tijdens de klim krijg je een steeds mooier wordend uitzicht over de stad en de kust en uiteindelijk beland je bij een waterval. Spectaculair, en je bent uren zoet en vele calorieën armer ;-)!

Die avond vonden we een leuk eettentje nabij Cours Saleya. De rest van de avond slijten we ietwat ordinair in de (overprijsde) hotelbar. Wel lekker. Dronken Amerikanen, een pianist en Mojito’s. En dan zo je bed inrollen. De vakantie is begonnen en het kan eigenlijk al niet meer stuk.

De resterende dagen pakken we regelmatig de auto. We rijden langs de kust, via Antibes naar Cannes en helemaal terug naar Monte Carlo-Monaco. Een ietwat vreemde gewaarwording, dat Monaco, zo’n ultrarijk dwergstaatje vol luxe mega jachten en dan een enorme schreeuwende kermis ernaast. Eric en ik zijn er snel weg: luxe is niet per se prettig vertoeven, zo oordelen we. Weliswaar erg leuk om het hier eens gezien te hebben.

In Antibes zijn we daarentegen als een vis in het water, letterlijk. Ook hier wonen de ultrarijken (George Clooney bijvoorbeeld, om maar eens iemand te noemen), maar eveneens vind je hier een gezellige, oude dorpskern en een typische Provençaalse markt. We struinen door de straten en de haven, winkelen en zoeken naar leuke souvenirs, eten vissensoep en carpaccio in een knusse bistro en sluiten Antibes af met een biertje in een pub. Daar er deze dag een grote rugbymatch plaatsvond leek Antibes wel gekoloniseerd door (dronken) Engelsen, Ieren en Australiërs. De horeca draaide een fantastische omzet, dat weet ik zeker.

Maar Nice bleef toch favoriet. De smalle steegjes in het oude centrum leken wel eindeloos en toch kon je er nooit verdwalen. Oude gebouwen, sporen van de Romeinen, de Grieken en de Middeleeuwen. Een tram waar modern Rotterdam nog een puntje aan kan zuigen. Overal kunst. Op straat geen snoeppapiertje of propje papier te bekennen. Nice bruist dag en nacht. Hoe ver je ook afgedwaald denkt te zijn, ineens sta je weer midden op een plein vol terrasjes en barretjes. En dan heb je ineens trek in een ijsje. De mensen zijn er on-Frans vriendelijk. Er heerst een continu vakantiegevoel en het leven lijkt zichzelf te leven. Het blijft mij verbazen hoe anderhalf uur vliegen je in zo’n andere wereld kan doen belanden. Overigens was de nieuwbouw in Nice in een vergelijkbare stijl gebouwd als de oude monumenten. En reed de tram in het oude centrum op accu om zo de lelijkheid van bovenleiding te voorkomen. Ze kunnen trouwens nog steeds geen cappuccino’s maken, die Fransen. Wel fantastisch lekkere croissantjes bakken en idem dito rosé schenken. En dan weet je, over het verlies van de vertrouwde charme van Frankrijk hoeven we ons voorlopig geen zorgen te maken.

Bekijk hier de foto’s van Nice!