0 comments on “Let Love Rule”

Let Love Rule

Collega A en ik drinken samen koffie op de trappen in het uitgestorven Polak gebouw op de Erasmus Universiteit. Alle werkgerelateerde zaken zijn besproken en ons gesprek gaat weer ‘gewoon’ over de liefde. Of eigenlijk; over (internet)daten en relaties. Collega A is fortysomething en single. Naar eigen zeggen niet naarstig op zoek naar een relatie – of misschien zelfs wel helemaal niet – maar wel gezellig geregistreerd op een datingsite. Je weet maar nooit.
“Weet je, Karin”, zegt ze na lang beraad. “Uiteindelijk is het hebben van een leuke en fijne relatie toch waar het gros van de singles naar verlangt.” Ze is opgestaan om de drinkbekertjes van New Fork in de prullenbak te gooien. “Maar waarom…”
“…waarom lukt het dan zo vaak niet”, vul ik haar aan.
“Juist.”

Collega A is niet de enige single in mijn vrienden- en kennissenkring. Sterker nog; het gros is af en aan single. De redenen zijn divers; geen tijd, te veeleisend of juist niet (langer) kritisch genoeg, te onafhankelijk of juist te aanhankelijk, niet genoeg kunnen/willen/durven geven of juist teveel. Zij die denken nog alle tijd van de wereld te hebben tegenover de groep die geen tijd meer wil verliezen. I’ve seen it all.

Hij uit de zakenwereld, in pak en op van Bommeltjes; ik een antropologiestudente van Zuid op teenslippers

“Ja, jij hebt het al!”, zeggen mensen weleens tegen mij, altijd met die mengeling van bewondering, verwondering en hoop. Soms oprecht blij, soms een tikje jaloers. “Jij en Eric horen bij elkaar – dat ziet zelfs een blind paard – én jullie hebben elkaar gevonden. Kortom; jij bent het bewijs dat het kán – nu ik nog.” Sure thing. Maar weet je wat mij nu zo opvalt? Dat de mensen die dit zeggen mij als een mazzelaar zien. Alsof het een toevalstreffer was waar zelfs Cupido stomverbaasd naar stond te kijken. Alsof ware liefde of die ene leuke man/vrouw hun – ondanks alle inspanningen en goede bedoelingen – niet gegund is en er niets anders rest dan een laatste beetje hoop putten uit de geïdealiseerde succesverhalen van anderen waarbij ‘de ware’ plotsklaps op het pad verscheen en hun hart veroverde.
Nee, you can’t hurry love, zongen The Supremes in 1966 al. Maar je kunt het lot wél een handje helpen en er in ieder geval voor zorgen dat je je eigen glazen niet doorlopend ingooit. Want dat is wat ik doorlopend zie gebeuren.

warjtvx0Iedereen zal begrijpen dat Eric en ik geen ‘Lexa match’ waren. Dik 21 jaar leeftijdsverschil, op het eerste gezicht twee totaal verschillende personen uit totaal verschillende leefwerelden. Hij uit de zakenwereld, in pak en op van Bommeltjes; ik een antropologiestudente van Zuid op teenslippers. Ik toen nog lekker links, hij lekker rechts. Liefde op het eerste gezicht? Mwa. Ik vond Eric de eerste tien minuten een tikje intimiderend; de blik waar ik later zo voor viel leek toen vooral…, ehm…, nors. Hij vond mij in eerste instantie – vermoedelijk – gewoon een lekker wijf. Ik heb mijn stinkende best gedaan mezelf wijs te maken dat het nooit iets kon worden tussen ons, ondanks de niet te stuiten passie. Hij op zijn beurt trok alles uit de kast om mij te laten zien dat we voor elkaar gemaakt waren, óók – of juist – in the long run. Mijn tempo, zei hij in het begin steevast. “Maar er komt een moment, meisje, dat ik echt ga vechten om je van mij te maken.” Die woorden – onheilspellend, arrogant, lief maar vooral rete-spannend – vergeet ik nevernooit meer. Maar, I know how to keep my cool. Charmant glimlachend haalde ik mijn schouders op en we proostten met onze glazen bubbels. We zopen in die periode als gods Maleiers.
Eric en ik gaan nooit meer uit elkaar.

(Eigenlijk zou ons verhaal verfilmd moeten worden. Ik dacht zelf aan Mr. Big en Rihanna in de hoofdrol. Helaas neemt Nick Cassavetes zijn telefoon niet op. Ik blijf het gewoon proberen.)

Ik dwaal af.

Een tijdje geleden zat ik – Karin Koolen de antropoloog, betweter in de liefde – aan tafel met het team van Married At First Sight. Je weet wel, dat RTL4 programma waarin mensen gematcht worden door de wetenschap. We bogen ons over de vraag; als zoveel singles een relatie wíllen, waarom lukt het ze niet?

Zijn we het verleerd? De liefde

Ik denk dat ik daar inmiddels wat zinnigs over kan zeggen. En hoewel het antwoord op die vraag natuurlijk allerminst eenvoudig of eenduidig is, vatte ik zojuist het idee op om hier een reeks korte artikelen over te schrijven. Gewoon, hier op mijn blog; mijn ideeën, dicht bij mezelf en deels over mezelf. Want De Liefde blijft nu eenmaal het onderwerp waar ik het allerliefst over praat en schrijf. Ik zal altijd een hopeloze romanticus zijn. Ik zal altijd blij zijn als ik iemand ontmoet die vol trots, liefde en passie over zijn of haar geliefde spreekt.

Ik zal schrijven waarom ik denk dat we te veeleisend zijn maar tóch niet kritisch genoeg. Ik zal uitleggen waarom ik de uitspraak ‘een relatie moet een aanvulling zijn en geen invulling’ totale bullshit vind. Over de illusie van maakbaarheid, de illusie van perfectie én de illusie van gelijkheid. Over de angst om kwetsbaar te zijn, over de obsessie met hoe anderen ons zien. De angst voor het verlies van controle. Misschien ook wel over de angst om onbedoeld een seksist te zijn en grenzen van anderen te overschrijden… Over de contradictie tussen wat mensen echt (onbewust?) willen en wat ze daadwerkelijk doen. Tussen wens en handeling. Tussen wat we van een ander verlangen en hoe we ons vervolgens zélf opstellen.

Menig vrouw loopt warm voor de liefde in films als The Notebook, Fifty Shades of Grey, An Officer and a Gentleman (oeh, die laatste scene!), Pretty Woman en Twilight (bdsm, officieren, prostitutie, vampieren… Desondanks exact hetzelfde concept en daarmee exact dezelfde films). Dit is blijkbaar wat ons hart sneller doet kloppen; de schijnbaar onmogelijke match, maar de liefde die overwint omdat er simpelweg geen houden aan is. Omdat hij alles uit de kast trekt en niet opgeeft als zij de boel afhoudt; omdat zij haar hart volgt. Enerzijds smachten we naar die liefde, anderzijds houden we – doodsbenauwd voor het verlies van controle en de angst gekwetst te worden – ons hoofd het liefst koel tijdens onze eigen zoektocht naar een man of vrouw.

Zijn we het verleerd? De liefde. Het flirten. De passie, die onmiskenbaar voortkomt uit de touwtjes loslaten en je hart en lijf laten spreken?

Daar maak ik me weleens druk om. Ik maak me ook druk om Syrië hoor, en ja, ik tob wat af over de aanslagen in Frankrijk en Turkije, over vrouwenbesnijdenis in Somalië en het onderdrukkende politieke regime in Saoedi-Arabië. Over klimaatverandering en milieuvervuiling, over bedreigde ijsberen en stierenvechten en arme honden die aan bomen gebonden worden omdat het baasje wil kamperen in Spanje. Over alles wat kut en klote is in de wereld. Maar hierover dus ook. Misschien wel juist nu. Want ik geloof in de liefde. En wat zou een wereld zonder liefde zijn. Daarom: Let Love Rule. Maar dan echt.

Volgende keer: Te veeleisend, maar niet kritisch genoeg!

0 comments on “Let’s talk about ♂ ♀: Op date met boze Fred”

Let’s talk about ♂ ♀: Op date met boze Fred

Let’s talk about ♂ ♀! In deze rubriek maak ik jullie deelgenoot van mijn belevenissen met mannen door de tijd heen. Over ontmoetingen, leuke en minder leuke dates, vlinders, verliefdheid, gestuntel en awkward moments. Deze aflevering: op date met Franse Fred.


Hij staat voor de deur, lees ik in het sms’je. In de drukke meidenbadkamer veeg ik de condens van de spiegel en check nog één keer mijn gezicht. Veel valt er niet te checken. Ik heb gedoucht, mijn benen geschoren, een kwak goedkope dagcrème op mijn gezicht gesmeerd en wat extra mascara opgedaan. Haren geborsteld, afgedragen rokje aan, slippers eronder, klaar. Meer heb ik niet bij me en eigenlijk is het resultaat best oké.

Vreemd, om hier in Australië een ‘date’ te hebben. Met een heuse Fransman nog wel. Une soirée romantique. Chic ook wel, ondanks dat alles uit mijn muffe backpack komt rollen.
Ik heb eigenlijk alleen vage herinneringen aan Fred. Fred – spreek uit Frèdddè – komt uit Parijs, vertelde hij. Gisteravond ontmoette ik hem in de Joint Bar. Daar was ik met mijn collega’s van het Italiaanse restaurant – waar ik sinds een paar weken in de bediening werk – na werktijd een afzakkertje gaan nemen. Fred was naast me komen zitten, had me aan de praat en aan het lachen gekregen en even later stonden we samen op de dansvloer. De herinneringen zijn vanaf dat moment een ietsepietsie onscherp door de nodige biertjes, maar ik weet nog dat we samen naar mijn hostel liepen en dat hij me keurig voor de deur afzette. Een heer, als we die halfslachtige awkward zoen vergeten. Vanmorgen vond ik in mijn broekzak een verfrommeld briefje met een telefoonnummer dat ik gelijk in de vuilnisbak gooide. Maar even later ontving ik een berichtje.

De man die beleefd komt vragen of ik wil dansen, kan een heftig nee-schudden verwachten; hij die me in een vloeiende beweging uit mijn ‘comfort zone’ trekt heeft me misschien de hele avond met de voetjes van de vloer

Ik neem de trap. ‘Ja’ zeggen tegen een date, bedenk ik me onderweg naar beneden, is niks voor mij. Alleen dat pleit al voor deze Fred. Want mij versieren is, in deze fase van mijn leven, knáp lastig. Niet dat ik bot, arrogant of nadrukkelijk afwijzend ben; ik smeer ‘m gewoon. Alcohol maakt de gemoederen wellicht iets losser, maar dan nog is er een aanzienlijke kans aanwezig dat ik na een toiletbezoek ineens nergens meer te bekennen ben – dat heeft al voor een hoop ongemakkelijke situaties gezorgd, daar je elkaar de dag erna in het hostel nog weleens kan tegenkomen. Mannen? Eng, lastig, en O MY dat heerlijke opgeluchte gevoel als ze weer opgehoepeld zijn. Het is de aanhouder die wint. Hij die er gewoon ineens ís en me geen kans tot nadenken of weglopen geeft. De man die beleefd komt vragen of ik wil dansen, kan een heftig nee-schudden verwachten; hij die me in een vloeiende beweging uit mijn ‘comfort zone’ trekt heeft me misschien de hele avond met de voetjes van de vloer. Als je vraagt of ik wat wil drinken zeg ik waarschijnlijk nee; je moet het gewoon gaan halen. Stom? Ja misschien, maar die luchtige brutale vastberadenheid heeft bij mij nu eenmaal de beste kans van slagen. Dus die Fred kan eigenlijk geen verkeerde zijn, toch?

Goddank, ik herken ‘m nog. Hm, valt in eerste instantie toch een beetje tegen. Klein van stuk, kalend. Niet te snel oordelen, Karin, gisteravond was het ook gezellig. Toch? En jij bent altijd degene die het hardst roept verder te kijken dan het uiterlijk en zelfs dan een eerste indruk.
Fred loopt me tegemoet en geeft me twee zoenen.
“Op z’n Frans, zoals het hoort”, zegt-ie.
Hij werpt een goedkeurende blik op mijn outfit. Ik voel me er een beetje ongemakkelijk onder, daar hij nota bene gekleed lijkt te zijn voor een sollicitatiegesprek bij een hip reclamebureau in Melbourne. Strakke jeans, overhemd, mooie bruine instappers. Hoe doen sommige backpackers dat toch, vraag ik me af. Hij slaapt toch ook in hostels? Leeft toch ook uit een rugzak? Worden zijn spullen niet in het laadruim van een overvolle bus gesmeten? Ach, het zal wel met prioriteiten te maken hebben. Of zijn dit zijn date-kleren?
“Dit hostel…”, zegt Fred terwijl hij driftig wijst op de deur waar ik zojuist door naar buiten ben gestapt, “sucks!”
“O”, zeg ik verbaasd. “Ik vind het anders een prima hostel, netjes en gezellig. Elke ochtend gratis ontbijt en in het weekend pannenkoeken – wat wil je als backpacker nog meer?” Ik hoor hoe opgewekt ik klink – gratis dan ook het lievelingswoord van menig backpacker – maar Fred laat zich niet overtuigen.
“Ik heb hier één nacht geslapen, toen ik net aankwam – vreselijk! Droge toast, slecht beleg, kleine kamers – het enige positieve aan deze plek is de locatie.”
Het groepje naast ons luistert geamuseerd mee naar het betoog van de boze Fred. Die gaat onverstoorbaar door: “Nu slaap ik in Base. Dat is al een stuk beter, al deel ik de kamer met twee annoying Duitsers.”

(…)

“Nou, zullen we dan maar?”, stel ik voor, een beetje beduusd. Subtiel draai ik een paar keer weg van zijn bezitterige hand op mijn rug.
Samen lopen we langs het Italiaanse restaurantje (“Werk je hier?!”) naar St Kilda Road. Ik ben nu dik zeven maanden in Australie, waarvan drie weken in Melbourne, en geniet met volle teugen van alles dat deze Australische metropool te bieden heeft. Fred is minder enthousiast.
“De mensen…”, legt hij ongevraagd uit. Het is een mooi land hoor, daar niet van, maar die Australiërs zijn natuurlijk gewoon lomp en onbehouwen. Vind je niet? Wat? Echt niet?!

Als ik door zo’n botanische tuin huppel op mijn slippers en in mijn stukgedragen spijkerbroekje, immer zwaar belast met de Lonely Planet en een liter water in mijn kleine rugzak, kijk ik soms jaloers naar die stelletjes

Nee, een leuk gesprek komt niet op gang. Ik zit ook niet te wachten op Fred’s negatieve verhandelingen over alles wat ter sprake komt. Waarom heb ik eigenlijk ja gezegd toen hij me mee uitvroeg? Ach, ik weet het best. Omdat ik hier smacht naar een beetje romantiek, dáárom! Mannen genoeg, aan aandacht geen tekort, maar altijd ‘op z’n backpackers’. En Fred heeft stiekem wel een beetje gelijk; veel Australische mannen zijn, evenals de Ieren, Engelsen en Nieuw-Zeelanders die ik tijdens mijn reis steevast op elke hoek tegenkom, wat lomp en makkelijk als het om vrouwen gaat. Proberen elke vrouw te verleiden tot een snelle wip. Dan heb je nog de Zuid-Amerikanen; daar ben ik mentaal nog niet aan toe, vrees ik. Maar als ik dan door zo’n botanische tuin huppel op mijn slippers en in mijn stukgedragen spijkerbroekje, immer zwaar belast met de Lonely Planet en een liter water in mijn kleine rugzak, kijk ik soms jaloers naar die verliefde stelletjes. Misschien moet ik bij thuiskomst ook weer wat serieuzer worden, op zoek gaan naar een leuke man. Settelen. Etentjes bij kaarslicht, goede gesprekken, weekendjes weg. We’ll see. Een date met Fred leek – for the time being – een goed alternatief.
Toegegeven, het heeft ook te maken met het gebeuren in Sydney. Daar ontmoette ik Remy uit Toulouse – als hij Fins en ik op mijn beurt Mandarijns had gesproken, hadden we elkaar evengoed kunnen verstaan als in het Engels – die ik tijdens onze tweede ontmoeting na een gepassioneerde zoenpartij beduusd achterliet in de bar. That’s me. Beetje spijt van. Remy was volgens mij my best shot geweest voor een beetje passie en romantiek Down Under. Vandaar nu mijn focus op die Fransozen. Kijk wat het me gebracht heeft.

Fred is ondertussen bij het eten beland. In Parijs, dáár eet je goed. Op alle andere plekken in de wereld is het eigenlijk gewoon ruk. En probeer hier maar eens een croissant of een goed stuk stokbrood te krijgen! Lukt je niet! En dan denken ze ook nog verstand van wijnen te hebben… Hij bestelt steevast een Franse fles. Mijn trip naar de Barossa Valley? Nou, hij zal me straks even uitleggen wat nu écht goede wijnen zijn. Over eten en drinken gesproken, hij weet een leuk Thais restaurantje.
“Ik trakteer.”

Kijk, dat is dan weer aardig.

We nemen plaats aan een tafeltje bij het raam en bestellen allebei een biertje.
“Het is geen bijzonder tentje hoor”, verontschuldigt Fred zich met een gebaar op de kale witte muren, “Maar het eten is hier best oké – je moet de masamang curry met garnalen nemen, echt, trust me.”
Om te pesten besluit ik voor de groene curry met kip te gaan.
De serveerster verschijnt aan onze tafel.
“Eenmaal de masamang curry met garnalen en eenmaal de groene curry met kip”, zegt Fred, met zwaar Frans accent waar ikzelf nog maar net aan gewend ben geraakt.
“Uhh”, doet de serveerster, wiens Engels overduidelijk al niet haar beste taal is.
Al ogenrollen tikt Fred op de kaart; nummer 13 en nummer 26. Nu snapt ze het.
“Jezus”, zegt hij als ze weg is. Hij kijkt me samenzweerderig aan als hij zegt: “Asians, right… so annoying! But they make good food.”

Ik ben er klaar mee. Met grote happen werk ik mijn rijst en curry naar binnen. Ik verbrand mijn bek, maar who cares?
“Ik moet er vandoor.”
“Nu al?” Fred doet een poging mijn hand over de tafel vast te pakken maar ik moet ineens hoognodig mijn servet opvouwen.
“Ja – ik heb nog een andere afspraak”, lieg ik.
Teleurstelling is in Fred’s ogen te lezen, maar hij herstelt zich snel. Dat mag ik dan weer wel.
“I’ll walk you.”
Shit.
“Hoeft niet”, zeg ik kordaat. “Hé, het was gezellig, dank je wel voor het eten.”
Met twee zoenen – elk ander aantal is immers stupide – nemen we afscheid en ik wandel op eigen houtje terug richting het hostel. Zonder hand in mijn rug.

“Do you like Justin?”, klinkt het plotseling naast me

Een kwartier later plingt mijn telefoon. Fred.

“Hi Karin, thank you for sharing a great time with me! You wanna meet tomorrow? We can chill at the beach. X F.”

Ik sta even stil. Hoe the fuck kan dat? Ik weet dat ik nog weleens het verkeerde signaal uit kan zenden, maar ik heb tijdens het eten nauwelijks een woord gezegd. Fred des te meer. Over zijn problemen met Westpac, over domme, vervelende kamergenoten en over Australische mannen (“They just don’t know how to treat a lady”). Waarom hij zijn geliefde Frankrijk überhaupt verlaten heeft voor een bezoek overseas? Je weet pas dat het in je eigen land beter is, als je andere landen bezocht hebt, zo luidde zijn antwoord.

Ik sta stil en tik een berichtje terug.

“Hi Fred, thanks for dinner. It was nice meeting you yesterday, but after tonight I don’t think you’re my type. Ciao!”

Ik ben aangekomen bij de bar van gisteravond. De Joint Bar. Eén drankje dan. Ik ben er aan toe!
Het is nog rustig en vanaf mijn kruk aan de bar staar ik naar het grote televisiescherm waar op dat moment What Goes Around van Justin Timberlake draait.
“Do you like Justin?”, klinkt het plotseling naast me.
Ik kijk opzij en staar recht in het lachende, brutale gezicht van een blonde Ozzie. Stante pede ben ik vrolijk.
“Well yeah, I mean, he is bringing sexy back, right?” Ik vind het gevat van mezelf.
Een grote grijns verschijnt op het gezicht van Bruce. Hij vindt het ook grappig.
” … and all he wants from me is to be his love! That’s pretty cool, don’t you think?”, vervolg ik daarom maar.
“Well yeah, I work pretty much the same way, babe. Actually I was the one who brought sexy back in the first place. Now tell me, what do you drink?”

Twee uur later loop ik van de bar terug naar mijn hostel. Alleen, want Bruce is geen galante Fransoos. Maar ik heb wel gelachen. Ontzettend hard gelachen.

Op mijn telefoon staat een ongelezen berichtje. Van Fred.

“I didn’t ask you to marry me, Karin, I just thought it would be nice to meet again. But hey, I don’t think I like you very much either. So have a good life!”

Met een glimlach stop ik het toestel terug in mijn broekzak.

3 comments on “Seks in de kunuku: deel 2 | (Let’s talk about ♂ ♀)”

Seks in de kunuku: deel 2 | (Let’s talk about ♂ ♀)

Let’s talk about ♂ ♀! In deze rubriek maak ik jullie deelgenoot van mijn belevenissen met mannen door de tijd heen. Deze aflevering: Seks in de kunuku op Bonaire, deel 2.


<< Deel 1
We rijden weer. De lichten van het grote stadion doemen alweer op in de verte. Daddy Yankee is inmiddels opgehouden met spelen. In plaats daarvan heeft M. een cd vol gedateerde rapmuziek opgezet. Het klinkt hol en krakend uit de speakers. Het meisje zit weer voorin. Ze heeft geen woord gezegd en kijkt strak voor zich uit. Ik vind dat knap, mensen die écht strak voor zich uit kunnen kijken. Ik ben daar simpelweg niet toe in staat. Mijn ogen schieten doorlopend alle kanten op, mijn oren zijn voortdurend gespitst. Ik wil niks missen van hetgeen er naast en achter me gebeurd, zo bloednieuwsgierig ben ik naar de wereld om me heen. Zij niet. Althans, schijnbaar niet.
M. brengt de auto tot stilstand voor een rood geschilderd huis. Hij fluistert iets in haar oor, zij rolt met haar ogen en met een schijnbaar hautaine beweging stapt ze uit. In mijn maanden op het eiland heb ik allang geleerd daar doorheen te prikken. Het is een maniertje van doen. Ik had haar graag nog willen vertellen dat ze alle reden heeft om écht trots te zijn, dat ze deze kerel niet nodig heeft voor wat ze dan ook van hem nodig denkt te hebben. Dat ze beter is dan dit, maar dat allereerst en vooral zelf moet beseffen. Maar ze is al naar binnen.

Vrouwen kijken de kat uit de boom, mannen verwelkomen me met open armen

Ineens zie ik mezelf zitten. In deze auto met geblindeerde ramen en de bestuurdersstoel op stand middagdutje (ik vermoed dat M. nog nét over het stuur heen kan kijken), met twee mannen met elk drie telefoons op zak en de rap nog steeds oorverdovend uit de speakers.
En ik schiet hardop in de lach.
“Heb je het naar je zin, dushi?” M. zoekt oogcontact via de achteruitkijkspiegel. Zijn ogen fonkelen even intens als zijn gouden voortand. Hij heeft duidelijk zijn dag vandaag. Het werkt – hoe gek ook – een beetje aanstekelijk.
“Nou, echt hoor!”, antwoord ik. “Hell yeah, dolle pret!”
“Lekker relax toch?”, vult Jimmy aan. “Beetje rijden…, beetje chillen…”
Ik knik bevestigend. Mijn sarcasme ontgaat de heren volledig. God, ik verlang weer even naar normaal gezelschap. En naar een biertje. Polar, Amster Bright, whatever. Vermoedelijk nog maar zesentwintig rondjes door het kleine centrum voordat ik eindelijk aan een bar zit.

Glad ijs
In alle eerlijkheid, mannen, mannen op Bonaire…, ik vond het lastig en ik heb mijn vinger er nooit helemaal op kunnen leggen. Al snel na mijn aankomst bleek dat het makkelijker was om contact te leggen met mannen dan met vrouwen. Vrouwen kijken de kat uit de boom. Mannen verwelkomden me met open armen, praatten honderduit, hadden meestal tijd en waren bovendien overal te vinden. In de haven, op de visserspier, aan de bar. Precies op die plekken waar ik de eerste weken rondhing. Ik schoof aan, bevestigde het levend aas met grote tegenzin aan de haakjes (alles voor het veldwerk!) en vroeg hen ondertussen de hemd van het lijf. Om enige afstand te bewaren vertelde ik over thuis en over mijn relatie, vroeg ik met overdreven belangstelling naar die van hun en deed ik zo mattie-mattie mogelijk. Mijn schouderkloppen waren opzettelijk hard, mijn begroetingen eveneens weinig vrouwelijk. Maar hé, ik ken mezelf en ik was me terdege van het gladde ijs bewust.

As far as they’re concerned ben je gewoon hartstikke beschikbaar

Het mocht lang niet altijd baten. Want, dat vriendje van je, die is hier toch helemaal niet. Hij komt over drie maanden zeg je? Nou wat zeg ik, hij is hier toch helemaal niet! En vertel nou eens eerlijk, waarom zit je hier nu al de hele ochtend? Nee, écht, eerlijk nu, vanwaar die belangstelling voor mijn hengel?
Lacherig probeerde ik onder de avances uit te komen maar de toon was dan allang gezet. Hoe rijker mijn onderzoeksgroep met mannen gevuld raakte, hoe meer trucs ik uit de kast moest halen.

“Je bent gewoon te aardig”, zei één van mijn vrienden op een gegeven moment.
“Te aardig? Hallo?! Ik probeer hier gewoon een beetje te integreren ja, een beetje rapport op te bouwen!”
“Karin, doe toch niet zo naïef. Je bent jong, aantrekkelijk en vrolijk, en je loopt hier met alle mannen te kletsen. En, as far as they’re concerned, je bent hier zónder man dus gewoon hartstikke beschikbaar.”

Pas toen ik aan het werk ging bij een buitenschoolse opvang en Jimmy als protector aan mijn zijde kreeg, kon ik echt ongestoord de sprong in het diepe maken.

Hoewel…

We staan aan de bar. Jimmy, M., M’s vrouw, haar nicht en ik. Van bier moet ik plassen dus ik schuifel door de mensenmassa op weg naar de toiletten. Ik heb niet door dat M. achter me aangekomen is.


(wordt vervolgd…)

0 comments on ““Hij had je vader kunnen zijn” | Frans en Tamara”

“Hij had je vader kunnen zijn” | Frans en Tamara

Een tijdje geleden interviewde ik een aantal stellen met groot leeftijdverschil. Dit weekend verschenen drie van die interviews (helaas fors ingekort) in Vrouw Magazine. Hier deel ik de langere versies. Vandaag het laatste deel uit de reeks: Frans [56] en Tamara Geraeds [34]!

Tekst: Karin Spillenaar-Koolen
Beeld: Feriet Tunc

11229840_987457681305975_6272047396262762927_o

Tamara en Frans Geraeds ontmoetten elkaar in 1997 op de badmintonvereniging. Kan een relatie met een generatiekloof wel werken, vroeg hij zich af. Inmiddels zijn ze 11 jaar getrouwd.

De ontmoeting
Frans: “Ik vond Tamara al meteen een hartstikke leuke meid. Ze is frivool, opgewekt en uitbundig. Maar toen was ze pas 17, natuurlijk veel te jong.”
Tamara: “Drie jaar later had ik vervoer nodig naar de badminton. Frans bood zich direct aan. We hadden leuke gesprekken. Ik vond hem aardig, meer niet. Toen bekende hij opeens dat hij mij meer dan leuk vond. Dat zag ik totaal niet aankomen!”
Frans: “Ik wist dat Tamara in die tijd omging met een man die vier jaar jonger was dan ik. Dat liep niet lekker. Ik vroeg haar toen of ze het ook leuk zou kunnen hebben met iemand van mijn leeftijd. ‘Natuurlijk’, zei ze.”
Tamara: “Ik denk dat de gevoelens voor Frans er al langer waren, maar na zijn bekentenis kwamen ze in alle hevigheid naar boven.”

‘Blijf jij bij zo’n oud wijf? Je bent gek, inruilen!’

Het dilemma
Frans: Het was nooit mijn bedoeling op zoek te gaan naar een jongere vrouw. In het begin prentte ik mezelf steeds in dat het niet kon. Je krijgt zoveel gedoe over je heen als oudere man. Iedereen vertelt je ook dat een relatie met een generatiekloof niet zal werken. Op een gegeven moment ga je dat zelf ook geloven.”
Tamara: “Ik zei op mijn vijftiende al tegen mijn moeder dat ik waarschijnlijk met een veel oudere man thuis zou komen. Dat vond ze niet leuk, maar zelf heb ik er geen problemen mee. Ik vond mannen van mijn leeftijd vaak wat onvolwassen, die hadden niet dat beschermende dat oudere mannen vaak wel hebben.”
Frans: “De eyeopener kwam voor mij toen een vriend zei: ‘Frans, je wilt maar één ding. Ga ervoor. Geniet, al duurt het maar vijf jaar.’”

De vooroordelen
Tamara: “Het eerste jaar was moeilijk. Mijn ouders vonden hem aardig, maar veel te oud voor mij. Veel mensen hadden hun oordeel klaar: Frans zou in een midlifecrisis zitten, ik was op zijn geld uit.”
Frans: “We haalden vaak grapjes uit. Mensen dachten dat we vader en dochter waren. Dan vond ik het leuk om als ‘papa’ ineens bij Tamara de paskamer in te duiken en haar een volle kus te geven. Die verbouwereerde blikken, heerlijk. Nog steeds krijg ik wel eens commentaar. Dan grap ik: ‘Blijf jij bij zo’n oud wijf? Je bent gek, inruilen!’ Dan ben je snel van de opmerkingen af, hoor.”

Het geluk
Tamara: “We doen veel leuke dingen samen. Naar de film, weekendjes weg. Als we samen aan tafel zitten praten we aan één stuk door. Dat zijn dingen die we kunnen blijven doen.”
Frans: “Tamara’s vader stelde nog wel vraagtekens bij de trouwplannen. Ik zei tegen hem: ‘Ik garandeer dat je dochter een verschrikkelijk mooi leven krijgt. Houd me daar maar aan en gun me dan jullie dochter.’ Na dertien jaar zijn we nog steeds verliefd. Ik rijd elke dag op mijn gemak naar mijn werk toe en te hard naar huis, zo graag wil ik naar haar toe.”
Tamara: “Frans leert mij mijn hart te volgen en mijn dromen na te jagen. Hij heeft me ook altijd gestimuleerd om boeken te gaan schrijven.”
Frans: “Ik wil dat ze gelukkig is. En wie weet wordt haar derde boek een bestseller, waardoor ik binnenkort met pensioen kan (lacht).”

Ik hoop vooral dat Frans geestelijk goed blijft, dan duw ik gewoon de rolstoel

De toekomst
Tamara: “Er komen geen kinderen. We willen volop genieten van elkaar.”
Frans: “Eens laat ik haar achter. Toen ik 55 werd hakte dat besef er wel in. Ik wil mee kunnen met haar, alles kunnen doen.”
Tamara: “Ik hoop vooral dat Frans geestelijk goed blijft, dan duw ik gewoon de rolstoel. Zolang ik hem maar niet hoef te missen.”
Frans: “De laatste tijd denk ik: rotleeftijd, kan er geen tien jaar af. Ik vergeet kleine dingetjes, ben vaker moe.”
Tamara: “Ik vind dat weleens jammer, maar ook begrijpelijk. Andere stellen hebben dat misschien niet, maar die hebben weer iets anders. Die doen misschien niks meer samen.”


Tamara Geraeds is schrijfster en oprichter en eigenaar van tekstbureau Charizma. In oktober 2015 verschijnt haar nieuwe boek: Christopher Plum en het Zwaard der Wanhoop.


Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen? Scroll omlaag en volg mijn blog!