0 comments on “Let Love Rule”

Let Love Rule

Collega A en ik drinken samen koffie op de trappen in het uitgestorven Polak gebouw op de Erasmus Universiteit. Alle werkgerelateerde zaken zijn besproken en ons gesprek gaat weer ‘gewoon’ over de liefde. Of eigenlijk; over (internet)daten en relaties. Collega A is fortysomething en single. Naar eigen zeggen niet naarstig op zoek naar een relatie – of misschien zelfs wel helemaal niet – maar wel gezellig geregistreerd op een datingsite. Je weet maar nooit.
“Weet je, Karin”, zegt ze na lang beraad. “Uiteindelijk is het hebben van een leuke en fijne relatie toch waar het gros van de singles naar verlangt.” Ze is opgestaan om de drinkbekertjes van New Fork in de prullenbak te gooien. “Maar waarom…”
“…waarom lukt het dan zo vaak niet”, vul ik haar aan.
“Juist.”

Collega A is niet de enige single in mijn vrienden- en kennissenkring. Sterker nog; het gros is af en aan single. De redenen zijn divers; geen tijd, te veeleisend of juist niet (langer) kritisch genoeg, te onafhankelijk of juist te aanhankelijk, niet genoeg kunnen/willen/durven geven of juist teveel. Zij die denken nog alle tijd van de wereld te hebben tegenover de groep die geen tijd meer wil verliezen. I’ve seen it all.

Hij uit de zakenwereld, in pak en op van Bommeltjes; ik een antropologiestudente van Zuid op teenslippers

“Ja, jij hebt het al!”, zeggen mensen weleens tegen mij, altijd met die mengeling van bewondering, verwondering en hoop. Soms oprecht blij, soms een tikje jaloers. “Jij en Eric horen bij elkaar – dat ziet zelfs een blind paard – én jullie hebben elkaar gevonden. Kortom; jij bent het bewijs dat het kán – nu ik nog.” Sure thing. Maar weet je wat mij nu zo opvalt? Dat de mensen die dit zeggen mij als een mazzelaar zien. Alsof het een toevalstreffer was waar zelfs Cupido stomverbaasd naar stond te kijken. Alsof ware liefde of die ene leuke man/vrouw hun – ondanks alle inspanningen en goede bedoelingen – niet gegund is en er niets anders rest dan een laatste beetje hoop putten uit de geïdealiseerde succesverhalen van anderen waarbij ‘de ware’ plotsklaps op het pad verscheen en hun hart veroverde.
Nee, you can’t hurry love, zongen The Supremes in 1966 al. Maar je kunt het lot wél een handje helpen en er in ieder geval voor zorgen dat je je eigen glazen niet doorlopend ingooit. Want dat is wat ik doorlopend zie gebeuren.

warjtvx0Iedereen zal begrijpen dat Eric en ik geen ‘Lexa match’ waren. Dik 21 jaar leeftijdsverschil, op het eerste gezicht twee totaal verschillende personen uit totaal verschillende leefwerelden. Hij uit de zakenwereld, in pak en op van Bommeltjes; ik een antropologiestudente van Zuid op teenslippers. Ik toen nog lekker links, hij lekker rechts. Liefde op het eerste gezicht? Mwa. Ik vond Eric de eerste tien minuten een tikje intimiderend; de blik waar ik later zo voor viel leek toen vooral…, ehm…, nors. Hij vond mij in eerste instantie – vermoedelijk – gewoon een lekker wijf. Ik heb mijn stinkende best gedaan mezelf wijs te maken dat het nooit iets kon worden tussen ons, ondanks de niet te stuiten passie. Hij op zijn beurt trok alles uit de kast om mij te laten zien dat we voor elkaar gemaakt waren, óók – of juist – in the long run. Mijn tempo, zei hij in het begin steevast. “Maar er komt een moment, meisje, dat ik echt ga vechten om je van mij te maken.” Die woorden – onheilspellend, arrogant, lief maar vooral rete-spannend – vergeet ik nevernooit meer. Maar, I know how to keep my cool. Charmant glimlachend haalde ik mijn schouders op en we proostten met onze glazen bubbels. We zopen in die periode als gods Maleiers.
Eric en ik gaan nooit meer uit elkaar.

(Eigenlijk zou ons verhaal verfilmd moeten worden. Ik dacht zelf aan Mr. Big en Rihanna in de hoofdrol. Helaas neemt Nick Cassavetes zijn telefoon niet op. Ik blijf het gewoon proberen.)

Ik dwaal af.

Een tijdje geleden zat ik – Karin Koolen de antropoloog, betweter in de liefde – aan tafel met het team van Married At First Sight. Je weet wel, dat RTL4 programma waarin mensen gematcht worden door de wetenschap. We bogen ons over de vraag; als zoveel singles een relatie wíllen, waarom lukt het ze niet?

Zijn we het verleerd? De liefde

Ik denk dat ik daar inmiddels wat zinnigs over kan zeggen. En hoewel het antwoord op die vraag natuurlijk allerminst eenvoudig of eenduidig is, vatte ik zojuist het idee op om hier een reeks korte artikelen over te schrijven. Gewoon, hier op mijn blog; mijn ideeën, dicht bij mezelf en deels over mezelf. Want De Liefde blijft nu eenmaal het onderwerp waar ik het allerliefst over praat en schrijf. Ik zal altijd een hopeloze romanticus zijn. Ik zal altijd blij zijn als ik iemand ontmoet die vol trots, liefde en passie over zijn of haar geliefde spreekt.

Ik zal schrijven waarom ik denk dat we te veeleisend zijn maar tóch niet kritisch genoeg. Ik zal uitleggen waarom ik de uitspraak ‘een relatie moet een aanvulling zijn en geen invulling’ totale bullshit vind. Over de illusie van maakbaarheid, de illusie van perfectie én de illusie van gelijkheid. Over de angst om kwetsbaar te zijn, over de obsessie met hoe anderen ons zien. De angst voor het verlies van controle. Misschien ook wel over de angst om onbedoeld een seksist te zijn en grenzen van anderen te overschrijden… Over de contradictie tussen wat mensen echt (onbewust?) willen en wat ze daadwerkelijk doen. Tussen wens en handeling. Tussen wat we van een ander verlangen en hoe we ons vervolgens zélf opstellen.

Menig vrouw loopt warm voor de liefde in films als The Notebook, Fifty Shades of Grey, An Officer and a Gentleman (oeh, die laatste scene!), Pretty Woman en Twilight (bdsm, officieren, prostitutie, vampieren… Desondanks exact hetzelfde concept en daarmee exact dezelfde films). Dit is blijkbaar wat ons hart sneller doet kloppen; de schijnbaar onmogelijke match, maar de liefde die overwint omdat er simpelweg geen houden aan is. Omdat hij alles uit de kast trekt en niet opgeeft als zij de boel afhoudt; omdat zij haar hart volgt. Enerzijds smachten we naar die liefde, anderzijds houden we – doodsbenauwd voor het verlies van controle en de angst gekwetst te worden – ons hoofd het liefst koel tijdens onze eigen zoektocht naar een man of vrouw.

Zijn we het verleerd? De liefde. Het flirten. De passie, die onmiskenbaar voortkomt uit de touwtjes loslaten en je hart en lijf laten spreken?

Daar maak ik me weleens druk om. Ik maak me ook druk om Syrië hoor, en ja, ik tob wat af over de aanslagen in Frankrijk en Turkije, over vrouwenbesnijdenis in Somalië en het onderdrukkende politieke regime in Saoedi-Arabië. Over klimaatverandering en milieuvervuiling, over bedreigde ijsberen en stierenvechten en arme honden die aan bomen gebonden worden omdat het baasje wil kamperen in Spanje. Over alles wat kut en klote is in de wereld. Maar hierover dus ook. Misschien wel juist nu. Want ik geloof in de liefde. En wat zou een wereld zonder liefde zijn. Daarom: Let Love Rule. Maar dan echt.

Volgende keer: Te veeleisend, maar niet kritisch genoeg!

0 comments on “Waarom ben jij nog single?!”

Waarom ben jij nog single?!

Ze zien er goed uit, hebben een prima baan en kunnen lekker kletsen. En toch zijn ze nog single. Vier mannen over versieren, afknappers en blauwtjes lopen.

Verschenen in: Vrouw magazine 16 oktober 2015
Tekst: Karin Spillenaar-Koolen
Beeld: Feriet Tunc

Lees het artikel hier.

3 comments on “Seks in de kunuku: deel 2 | (Let’s talk about ♂ ♀)”

Seks in de kunuku: deel 2 | (Let’s talk about ♂ ♀)

Let’s talk about ♂ ♀! In deze rubriek maak ik jullie deelgenoot van mijn belevenissen met mannen door de tijd heen. Deze aflevering: Seks in de kunuku op Bonaire, deel 2.


<< Deel 1
We rijden weer. De lichten van het grote stadion doemen alweer op in de verte. Daddy Yankee is inmiddels opgehouden met spelen. In plaats daarvan heeft M. een cd vol gedateerde rapmuziek opgezet. Het klinkt hol en krakend uit de speakers. Het meisje zit weer voorin. Ze heeft geen woord gezegd en kijkt strak voor zich uit. Ik vind dat knap, mensen die écht strak voor zich uit kunnen kijken. Ik ben daar simpelweg niet toe in staat. Mijn ogen schieten doorlopend alle kanten op, mijn oren zijn voortdurend gespitst. Ik wil niks missen van hetgeen er naast en achter me gebeurd, zo bloednieuwsgierig ben ik naar de wereld om me heen. Zij niet. Althans, schijnbaar niet.
M. brengt de auto tot stilstand voor een rood geschilderd huis. Hij fluistert iets in haar oor, zij rolt met haar ogen en met een schijnbaar hautaine beweging stapt ze uit. In mijn maanden op het eiland heb ik allang geleerd daar doorheen te prikken. Het is een maniertje van doen. Ik had haar graag nog willen vertellen dat ze alle reden heeft om écht trots te zijn, dat ze deze kerel niet nodig heeft voor wat ze dan ook van hem nodig denkt te hebben. Dat ze beter is dan dit, maar dat allereerst en vooral zelf moet beseffen. Maar ze is al naar binnen.

Vrouwen kijken de kat uit de boom, mannen verwelkomen me met open armen

Ineens zie ik mezelf zitten. In deze auto met geblindeerde ramen en de bestuurdersstoel op stand middagdutje (ik vermoed dat M. nog nét over het stuur heen kan kijken), met twee mannen met elk drie telefoons op zak en de rap nog steeds oorverdovend uit de speakers.
En ik schiet hardop in de lach.
“Heb je het naar je zin, dushi?” M. zoekt oogcontact via de achteruitkijkspiegel. Zijn ogen fonkelen even intens als zijn gouden voortand. Hij heeft duidelijk zijn dag vandaag. Het werkt – hoe gek ook – een beetje aanstekelijk.
“Nou, echt hoor!”, antwoord ik. “Hell yeah, dolle pret!”
“Lekker relax toch?”, vult Jimmy aan. “Beetje rijden…, beetje chillen…”
Ik knik bevestigend. Mijn sarcasme ontgaat de heren volledig. God, ik verlang weer even naar normaal gezelschap. En naar een biertje. Polar, Amster Bright, whatever. Vermoedelijk nog maar zesentwintig rondjes door het kleine centrum voordat ik eindelijk aan een bar zit.

Glad ijs
In alle eerlijkheid, mannen, mannen op Bonaire…, ik vond het lastig en ik heb mijn vinger er nooit helemaal op kunnen leggen. Al snel na mijn aankomst bleek dat het makkelijker was om contact te leggen met mannen dan met vrouwen. Vrouwen kijken de kat uit de boom. Mannen verwelkomden me met open armen, praatten honderduit, hadden meestal tijd en waren bovendien overal te vinden. In de haven, op de visserspier, aan de bar. Precies op die plekken waar ik de eerste weken rondhing. Ik schoof aan, bevestigde het levend aas met grote tegenzin aan de haakjes (alles voor het veldwerk!) en vroeg hen ondertussen de hemd van het lijf. Om enige afstand te bewaren vertelde ik over thuis en over mijn relatie, vroeg ik met overdreven belangstelling naar die van hun en deed ik zo mattie-mattie mogelijk. Mijn schouderkloppen waren opzettelijk hard, mijn begroetingen eveneens weinig vrouwelijk. Maar hé, ik ken mezelf en ik was me terdege van het gladde ijs bewust.

As far as they’re concerned ben je gewoon hartstikke beschikbaar

Het mocht lang niet altijd baten. Want, dat vriendje van je, die is hier toch helemaal niet. Hij komt over drie maanden zeg je? Nou wat zeg ik, hij is hier toch helemaal niet! En vertel nou eens eerlijk, waarom zit je hier nu al de hele ochtend? Nee, écht, eerlijk nu, vanwaar die belangstelling voor mijn hengel?
Lacherig probeerde ik onder de avances uit te komen maar de toon was dan allang gezet. Hoe rijker mijn onderzoeksgroep met mannen gevuld raakte, hoe meer trucs ik uit de kast moest halen.

“Je bent gewoon te aardig”, zei één van mijn vrienden op een gegeven moment.
“Te aardig? Hallo?! Ik probeer hier gewoon een beetje te integreren ja, een beetje rapport op te bouwen!”
“Karin, doe toch niet zo naïef. Je bent jong, aantrekkelijk en vrolijk, en je loopt hier met alle mannen te kletsen. En, as far as they’re concerned, je bent hier zónder man dus gewoon hartstikke beschikbaar.”

Pas toen ik aan het werk ging bij een buitenschoolse opvang en Jimmy als protector aan mijn zijde kreeg, kon ik echt ongestoord de sprong in het diepe maken.

Hoewel…

We staan aan de bar. Jimmy, M., M’s vrouw, haar nicht en ik. Van bier moet ik plassen dus ik schuifel door de mensenmassa op weg naar de toiletten. Ik heb niet door dat M. achter me aangekomen is.


(wordt vervolgd…)

3 comments on “Seks in de kunuku (Let’s talk about ♂ ♀)”

Seks in de kunuku (Let’s talk about ♂ ♀)

Let’s talk about ♂ ♀! In deze rubriek maak ik jullie deelgenoot van mijn belevenissen met mannen door de tijd heen. Deze aflevering: Seks in de kunuku op Bonaire.


Het meisje is ingestapt.
“Hoi”, zeg ik vanaf de achterbank. Een bijna onwaarneembare glimlach is haar respons. Mind your own business. Ze is echter te beleefd om haar niet mis te verstane lichaamstaal verbaal kracht bij te zetten.
“Hoi…”
Het meisje is tenger en heeft haar krullen in een knotje op haar hoofd gebonden. Ik schat haar begin twintig. Iets jonger dan ik. Op haar gezicht is geen spoortje make-up te bekennen en ze draagt een T-shirt van Dia di Rincon, het eilandfeest dat voor de meeste inwoners het absolute hoogtepunt van het jaar vormt.
Jimmy heeft zijn plaats op de bijrijdersstoel afgestaan en ploft nu naast mij neer op de achterbank. M. trapt het gas in en onder luid geronk rijden we de wijk uit. Een grote stofwolk verraadt ons spoor.
Niemand zegt iets.
Ik heb wel honderd vragen.
Ik stel er geen één.

We rijden het land in. Ik ken de weg inmiddels, zelfs als het donker is. M. heeft hier een kunuku. Of eigenlijk, zijn vader heeft hier een kunuku en die heeft het weer van zijn vader die het vermoedelijk van zijn vader heeft. Een paar weken terug kreeg ik een rondleiding. Er staat een schuurtje met wat gereedschap en kookgerei. Er lopen wat geiten. Vast ook hordes leguanen. Het is zo’n typische plek waar mannen zich met mannenzaken bezighouden. Hout hakken, klussen, jagen, slapen – dat werk. En nog wat andere dingen.

Waarom zit ik hier anders tegen middernacht met Jimmy-my-lips-are-sealed in de auto, in de middle of nowhere, terwijl zijn zoveelste neef in de kunuku ligt te wippen met een chica uit Nikiboko

De auto komt tot stilstand en M. zet de motor uit. Uit het handschoenenvakje pakt hij een zaklantaarn.
“Braaf zijn he?”, zegt hij met een tanden-bloot-smile tegen mij voordat hij de deur dichtslaat. “Doe geen dingen die ik ook niet zou doen!”
Ik beloof het plechtig. Het meisje is alvast vooruitgelopen. Haar kordate tred doet vermoeden dat ze hier vaker geweest is.

M. en het meisje verdwijnen uit beeld en ik zie mijn kans schoon.
“Wie is dat meisje, Jimmy?”
“Gewoon, dushi, je weet toch. Een meisje. Uit Nikiboko. M. kent haar goed.” Mijn vriend laat het afrondend klinken, alsof al mijn vragen daarmee beantwoord zijn. Hij zou inmiddels toch beter moeten weten.
“Ja maar, het is niet zijn vriendin toch? En ze leek me ook n…”
“Niet zoveel vragen stellen, Karin”, kapt Jimmy mijn vragenvuur af. Hij heeft zijn aandacht alweer op zijn telefoon gericht. “Je stelt weer teveel vragen. Wij wachten hier gewoon even. Ze zijn zo weer terug.”
Met een zucht laat ik me achterover vallen. Het is een terugkerend riedeltje. Mijn vriendschap met Jimmy heeft me diep in de Bonaireaanse gemeenschap gebracht. Veel dieper dan wanneer ik aan de bar bij City Café was blijven hangen. Hier liggen de antwoorden op mijn onderzoeksvragen. De eyeopeners.
Maar vragen stellen, leerde ik al snel, is niet heel gebruikelijk en wordt ook niet altijd op prijs gesteld. Het wordt soms onbeleefd gevonden, zelfs. Bemoeizuchtig. Verdacht.

“Een hoertje dus”, mompel ik. “Of een by-side…”

Ja, dat is soms lastig. Ik ben van nature nieuwsgierig en als je mij mijn gang laat gaan stel ik gewoon de hele dag door vragen en houd ik het liefst non-stop een gesprek op gang. Dat vond mijn vader vroeger al heel vermoeiend – en hij was niet de enige. Daarbij, ik ben hier om antropologisch onderzoek te doen. Waarom zit ik hier anders tegen middernacht met Jimmy-my-lips-are-sealed in de auto, in de middle of nowhere, terwijl zijn zoveelste neef in de kunuku ligt te wippen met een chica uit – gewoon – Nikiboko die we zojuist hebben opgepikt onderweg naar een party. Eerst het bier, toen het meisje. Reuze leerzaam. Antropologische wegen zijn onvoorspelbaar.
Anderzijds, het leert me ook iets over de samenleving. Niet het wippen-in-de-kunuku-gedeelte (want ik ga er maar vanuit dat dit niet doodnormaal is – laten we wel zijn, het is de eerste keer dat ik dit meemaak), maar het ongemak met bevraagd worden. Het vertelt me iets over omgangsnormen. Over discretie. Over de behoefte aan stilte en privacy in een gemeenschap waar iedereen alles van elkaar weet en waar je elkaar voortdurend tegen het lijf loopt. Tijdens werk, in het weekend, op straat. Misschien vertelt het me wel iets over een gemeenschap waar dingen vanzelfsprekend worden gevonden en dus niet bevraagd hoeven worden. Kijken en luisteren werkt beter dan vraagvuren op mensen afschieten, besef ik. Meestal lukt het me om daar rekening mee te houden.
Soms ook niet.

“Ik wilde zeggen, ze leek me ook niet erg gelukkig, of denk jij daar anders over?”
“Ik wéét het niet, Karin! Hoe moet ik nou weten hoe zij zich voelt?” Jimmy kijkt nog steeds op zijn telefoon. In het licht van de display kan ik nog net zijn lange dreads onderscheiden. Zijn opgekrulde mondhoek verraadt dat zijn verontwaardiging grotendeels gespeeld is.
“Of is ze een prostituee?”
Ai ai ai, mamí!” Jimmy doet zijn best om geïrriteerd te klinken maar ik hoor de lach in zijn stem. “Jij houdt niet op, he?”

Ik geef het op. De man die alle antwoorden heeft wil ze niet geven. Ik slaak nog eens nadrukkelijk een zucht en tuur uit het raam de duisternis in. In de verte balkt een ezel.
“Een hoertje dus, ik wist het…”, mompel ik. “Of een by-side…”
Jimmy’s schaterlach scandeert door de auto terwijl hij het volume van de radio omhoog draait. De hoofdpijn-reggaeton van Daddy Yankee klinkt ineens luid en duidelijk door de speakers.


>> deel 2

0 comments on “Khal Drogo en zijn gesteven overhemd (Let’s talk about ♂ ♀)”

Khal Drogo en zijn gesteven overhemd (Let’s talk about ♂ ♀)

Let’s talk about ♂ ♀! In deze rubriek maak ik jullie deelgenoot van mijn belevenissen met mannen door de tijd heen. Over ontmoetingen, leuke en minder leuke dates, vlinders, verliefdheid, gestuntel en awkward moments. Deze aflevering: Khal Drogo en zijn gesteven witte overhemd.


Zo, ik zit. Laat mijn vriendin het Louvre maar bekijken, ik zit hier prima bij die piramide. Allemaal leuk en aardig, die Parijse bezienswaardigheden, maar ik blijf een antropoloog. En daarmee is gezegd dat het observeren van mensen en straattaferelen mijn grootste genoegen is. Gelijk een goed excuus om mijn benen even te rusten te leggen na een hele dag slenteren.
Er was een tijd dat ik op een dag als vandaag mijn teva sandalen had aangetrokken, bedenk ik terwijl ik me uit mijn charmante maar ondertussen pijnlijke schoenen wurm. Dat was toen ik nog verstandig en praktisch was. Maar Parijs is de stad van de mode, van elegantie, van zien en gezien worden en…

Shit. Over zien en gezien worden gesproken… Ik ben gespot. Ik kijk recht in het gezicht van een man. Arabisch uiterlijk. Sophisticated. Niet eentje van drie hoog achter in de Tarwewijk, eerder type duizend-en-één nacht. Type Khal Drogo eigenlijk, maar dan piekfijn aangekleed. Strakke kaaklijn, pikzwart haar in een staartje gebonden. Een jaar of 45. Zijn zware laarzen onder die zwarte broek lijken me veel te warm voor vandaag. Maar goed, echte mannen gaan natuurlijk gelaarsd door het leven. Het kraakwit gesteven overhemd is halfopen zodat er wat borsthaar zichtbaar is. Khal heeft één been opgetrokken en leunt ontspannen achterover.
En hij kijkt. Naar mij. Onafgebroken. Strak, zonder humor of ook maar een spoortje van een vriendelijke glimlach om de gemoederen te sussen. En ik maar denken dat alleen Jason Statham die kunst beheerste. Nu we het toch over filmsterren hebben; Khal heeft het intimiderende zelfvertrouwen van Marlo Brando in The Godfather en het sexappeal van…, eh… nou ja, van Khal Drogo dus. Anyway, you get the picture. En zo niet…

Als je dán nog drie keer terugkijkt zeg je: ‘Je intimideert me fucking mateloos’

Shit. Niet nu. Hier heb ik geen zin in. Hier ben ik ook he-le-maal niet op voorbereid. Ik zit ook ineens niet lekker meer.

Ik weet precies hoe het werkt hoor, dat oogcontact. Even kort glimlachen en dan wegkijken, dat is vriendelijkheid. Niks aan de hand. Zeker als je glimlacht zoals je dat ook tegen een winkelmeisje doet. Als je het daarbij laat kun je weer gewoon overgaan tot de orde van de dag. Kijk je vervolgens nog een keer, ja dán is er een grote kans aanwezig dat je aan het flirten bent. Of gewoon rete-nieuwsgierig bent.
Ogen rollen en dan wegkijken, die ken ik ook. Fuck off, heet dat. Dat doe je alleen bij hele nare, seksistische, opdringerige mannetjes. Of mannen die via jou indruk op elkaar willen maken maar helaas nét die gunfactor missen waardoor jij ze voor het oog van de hele groep wilt dissen. Dán (strak) terugkijken is uitdagen. Provoceren, misschien wel.
Je ogen neerslaan betekent voor veel mannen beet. Hoe zuidelijker, hoe sterker die overtuiging, weet ik. ‘Je maakt me verlegen’, zeg je daarmee. Als je dán terugkijkt en dat nog drie keer doet zeg je: ‘Je intimideert me fucking mateloos en ik weet niet meer waar ik moet kijken.’

Ik heb het nu al zes keer gedaan. Dat laatste. Ik kan er niks aan doen. Sinds Khal Drogo met zijn gesteven overhemd tegenover me zit ben ik nergens anders meer mee bezig. Hij ook niet trouwens. Er is nog steeds geen spoortje warmte te bekennen in zijn blik. Misschien doet-ie dat spelletje, wie het eerst wegkijkt die… Ja, die wat eigenlijk? Die heeft verloren, vermoed ik.
Nou, in dat geval ga ik hier af als een gieter.

Khal Drogo is óf een pinkjesknipper óf een gigolo

Ik richt mijn aandacht nadrukkelijk op een Engels-Indiaas gezin dat naast me is komen zitten. Baby krijgt de fles. Zoonlief speelt handjeklap met zijn vader. Happy family bezoekt Parijs. Het scenario had niet onschuldiger kunnen zijn.
Misplaatst eigenlijk, die Khal Drogo voor het Louvre. Hij zou beter tot zijn recht komen in een schimmige loods, waar hij dan verveeld en quasi-ongeïnteresseerd achter zijn bureau zit en zijn boy met een bijna onwaarneembare hoofdknik sommeert een pinkje af te knippen van die mogelijke spion die informatie doorspeelt. Of hij ís de pinkjesknipper, en kijkt er dan net zo strak en intimiderend bij als nu. Of zou hij uitbater van een club zijn? Zo’n hele louche. Misschien is het wel een gigolo. Of zit hij hier ook gewoon te wachten op zijn vrouw en kind…
Die laatste gedachte wuif ik weg. Khal Drogo is óf een pinkjesknipper óf een gigolo. Misschien is hij de leider van het grootste maffia-netwerk van Frankrijk, dat kan ook nog. Maar een toerist die hier zit te wachten op vrouw en kind… Nee. Dat kan met geen mogelijkheid het geval zijn.

Khal Drogo kijkt eindelijk even de andere kant op. Ik maak van de gelegenheid gebruik om hem eens goed te bekijken. Eigenlijk is-ie niet bijzonder knap. Harde lijnen, sporen van acne op zijn gezicht. Niet heel breedgeschouderd ook. Maar toch. Een man hoeft niet knap te zijn. Een man moet goed uit zijn ogen kijken en zoveel zelfvertrouwen uitstralen dat je geen lijn of imperfectie meer ziet.
Dit is nou echt zo’n type dat ineens, als je nét even met je ogen knippert, weg is. En dan plots naast je staat, zijn hand toereikt. Come, zegt hij dan. En dat jij dan met spaghettibenen omhoog komt en er als een mak schaap achteraan loopt. Hup naar de slachtbank. Of dat-ie helemaal niets zegt en wegloopt en jij er als vanzelf achteraan waggelt omdat je begrijpt dat dat de bedoeling is.
Dat zou theoretisch goed kunnen gaan. Je gaat samen picknicken langs het water waar hij je druiven en slokjes Franse wijn voert. Op de rug van Khal Drogo bereik je de top van de Eiffeltoren en samen geniet je van een weergaloos uitzicht over de stad van de liefde. Daarna eet je escargot en gaat een gepassioneerde avond in Parijs tegemoet. Zonder woorden, zonder lachen, want daar doet Khal niet aan. Na een paar uur weet je al niet meer wie je nu eigenlijk was en waar jij ook alweer voor stond in het leven. Maar dat maakt niet uit, want Khal Drogo leidt de weg. Eigen identiteit en zelfbeschikking zijn ontzettend overschat. Samen leef je nog ellenlang en hysterisch gelukkig.

En dan is maar te hopen dat papa op tijd arriveert bij de Seine om jou van die boot te trekken en te voorkomen dat je een toekomst als seksslavin tegemoet gaat

Maar evengoed eindig je in je ondergoed op een draaischijf in een veilinghuis, waar vrouwenhandelaren vrij op je kunnen bieden. En dan is maar te hopen dat papa op tijd arriveert bij de Seine om jou van die boot te trekken en daarmee te voorkomen dat je een toekomst als seksslavin van één of andere oliesjeik tegemoet gaat. Kan ook. Net zo makkelijk. En aangezien de meeste papa’s geen über-bekwame en meedogenloze ex-agenten zijn zoals vechtersbaas Liam Neeson, is de kans groot dat dit horrorscenario werkelijkheid wordt.

T-026

Nou, als hij hier naar toe komt ga ik mooi niet mee. Hij zoekt het maar uit met zijn gesteven overhemd en die stoere laarzen van ‘m.

Khal Drogo kijkt terug. Plotseling. Ineens. Zo krachtig en priemend nu dat hij mijn blik vastpint in de zijne. Ik kijk met grote hertenogen terug en voel mijn ledematen verstijven. Daar ga ik. Zeg maar dag tegen het onbezorgde leven. Oliesjeik, here I come. Maar voordat ik mijn lot in zijn handen leg en mijn vrije leventje vaarwel zeg wil ik naar de Eiffeltoren. Helemaal naar boven. Op zijn rug. En misschien nog even mijn moeder bellen om afscheid te nemen.
Khal houdt zijn hoofd tikje schuin. Alsof-ie zegt: je krijgt nog héél even meisje en dan gaan we dit volgens mijn wetten spelen. Warempel zie ik zijn mondhoek iets omhoog gaan.

“Kaar, je ziet een beetje pips.”
Mijn hart maakt een opgelucht sprongetje als ik de stem van mijn vriendin naast me hoor. Snel trek ik mijn sandaaltjes weer aan.
“O joh echt? Ik voel me anders prima. Zullen we gaan?”
Met spaghettibenen sta ik op en zet een stevige pas in. Pas als we bijna het plein af zijn kijk ik om.
Khal Drogo is niet meer alleen. Naast hem staan een jochie van een jaar of vijf en een mooie vrouw met een kleurrijke hoofddoek. Khal trekt een lachende grimas naar het babytje in zijn armen.

Inwendig lachend steek ik mijn arm door die van mijn vriendin. “Nou, ik ben wel toe aan een wijntje, en jij?”

image