De nieuwe armen in de rijke wijken gaan ten onder aan schulden en schaamte

Ook in Hillegersberg worden steeds vaker de laatste centen omgedraaid. Mensen met voorheen een goed inkomen raken nu in grote financiële problemen. Deze ‘nieuwe armen’ zijn vaak hoogopgeleide zzp’ers. Verlammende schaamte is het gevolg en schuldsanering meestal onvermijdelijk.

Tekst: Karin Spillenaar-Koolen | Foto’s: Rosanne Dubbeld
(Verschenen op: Vers Beton in het kader van Arm Rotterdam

Vrijdagmiddag, 15.00 uur. Bij de Voedselbank in Hillegersberg-Schiebroek staan de blauwe kratten met boodschappen opgestapeld. Een vaste kern aan bezoekers stroomt binnen. De één met een boodschappenwagentje, een ander met plastic tassen. Sommigen komen hier al jaren. Een moeder met een baby in de buggy krijgt een zakje lolly’s aangereikt van één van de vrijwilligers. “Hier, dit is voor de jongens thuis!” Mannen in trainingspak schudden elkaar lachend de hand.

“Verschrikkelijk”, zegt ze terwijl ze wegkijkt. “Ik vind het echt ver-schri-kke-lijk

Schaamrood
Een blonde vrouw van rond de veertig, op hoge pumps en in een blauwe maxi-rok, stopt gejaagd de boodschappen in twee Albert Heijn tassen. Met haar blik op de grond gericht loopt ze met snelle pas naar de uitgang. Op de vraag of ze tijd heeft voor een kort gesprek slaakt ze een diepe zucht. Even dan. Ze komt nu voor de derde keer bij de Voedselbank. “Verschrikkelijk”, zegt ze terwijl ze wegkijkt. “Ik vind het echt ver-schri-kke-lijk.” Met haar (inmiddels) ex-man en zoontje woonde ze in Nieuw Terbregge. Een scheiding, gevolgd door het faillissement van het bouwbedrijf van haar ex-man, veroorzaakten grote schulden. Het huis werd door de bank verkocht voor ver onder de prijs. Nu woont ze ‘hierachter’. Meer wil ze niet kwijt. Met haar twee gevulde Albert Heijn tassen verdwijnt ze uit zicht.

Terbregse tophypotheken
Aebel van Santen is manager van Stichting VraagWijzer Hillegersberg-Schiebroek. Hier kunnen inwoners uit de deelgemeente terecht met vragen over wonen, welzijn, zorg en inkomen. Van Santen: “Wij merkten, halverwege 2013, dat een groep van hoger opgeleiden zich steeds vaker bij ons meldden met zware financiële problemen. Zulke zware problemen dat sanering veelal niet meer te vermijden was.”

Schaamte is probleem nummer één om uit de schulden te kruipen

VraagWijzer ging monitoren op postcode en kwam tot de conclusie dat het grootste aantal ‘nieuwe armen’ in (Nieuw) Terbregge woont. Dat is niet opmerkelijk, gezien het grote aantal nieuwbouwhuizen en tophypotheken in deze relatief jonge wijk. Inkomstenterugval, bijvoorbeeld door ontslag, het uitblijven van opdrachten of na een scheiding, hakt er dan financieel flink in. Van Santen: “Het is een groep die de crisis hard voelt, maar daar tegelijkertijd niet aan gewend is.” Overigens kwam de nieuwe clientèle ook uit andere delen van Hillegersberg, bijvoorbeeld het Molenlaankwartier, maar doordat huizen hier ouder en soms deels afbetaald zijn, is deze groep kleiner. “Schaamte is voor een bepaalde groep cliënten probleem nummer één om uit de schulden te kruipen”, zegt van Santen. “Je was die succesvolle zzp’er, die gewaardeerde vakman, de techneut die alles kon. Je had altijd een goed leven en een goed inkomen. Nu zit je thuis en doe je voor je gevoel ineens niet meer mee.”

UWV was klant
Pascal*, in de vijftig, ondervond het aan den lijve. Zijn huis in het Molenlaankwartier is net onder voorbehoud verkocht. De klassieke meubels in de woonkamer herinneren aan betere tijden. Tot drie jaar geleden werkte hij als operationeel directeur bij een succesvol bedrijf. “We konden lekker leven, alles doen wat we wilden. Niks te klagen.” Na een langlopend conflict met de directeur-grootaandeelhouder van het bedrijf waar hij werkte, werd besloten om de arbeidsovereenkomst te stoppen. Ontslag met wederzijds goedvinden. “Ik kreeg een overbruggingsregeling. Daar had ik achteraf gezien geen genoegen mee moeten nemen.” Eerder had Pascal zijn kansen positief ingeschat, maar de toekomst bleek weinig rooskleurig. Een ontoereikende overbruggingsregeling en de opgeschroefde pensioenleeftijd naar 67 jaar speelden hem parten.

Vroeger was het UWV een klant waar ik zaken mee deed. Nu zat ik zelf aan het bureau bij Werkplein

Banen liggen niet voor het oprapen. Met zijn eigen bedrijf, dat hij naast zijn loondienst al runde, haalt hij nog weinig opdrachten binnen. “Ons eigen vermogen raakte op en er kwam niks binnen, want ik kwam niet in aanmerking voor een WW-uitkering of bijstand. Tja, dan slaat de stress wel toe.” Pascal lacht. “Vroeger was het UWV een klant waar ik zaken mee deed. Nu zat ik zelf aan het bureau bij Werkplein.”

Schijn hoog houden
Brood eten om die BMW voor de deur te kunnen laten staan? Jarige kinderen ziek melden zodat ze niet hoeven te trakteren? Van Santen is dergelijke scenario’s niet tegengekomen. “Deze groep teert op spaargeld. Ze bezuinigen werkelijk op alles en hopen op betere tijden. Vaak zijn problemen opgestapeld door te lang wachten, dan is hulp onvermijdelijk.” In gesprek gaan met schuldeisers blijkt dan al een gepasseerd station en het spoor leidt linea recta naar de kredietbank en schuldsanering. Van Santen: “Vergis je niet in de schulden. We hebben het hier niet over schulden door teveel shoppen bij Wehkamp, maar schulden die ontstaan door geen enkele inkomsten meer hebben. Je kunt wel stoppen met uitgeven, maar de hypotheek wordt niet minder.”

Pascal en zijn vrouw draaien elk dubbeltje om. Pascal: “Alle onderhoud aan huis doe ik tegenwoordig zelf – en geloof me, deze oude huizen hebben flink onderhoud nodig. We gaan nu naar Lidl. Abonnementen en sommige verzekeringen zijn opgezegd. En even geen vakanties meer.” Hij wijst naar de auto die op het pad staat. “Die doe ik niet weg, want je moet toch mobiel blijven. Dat hoort voor mij bij het proces van alles weer op de rit krijgen. Maar hij is eigenlijk wel toe aan een beurtje – dat stel ik dan weer uit.”

Ik heb mijn vrienden nooit over onze situatie verteld

Voorheen gingen Pascal en zijn vrouw tweemaal per jaar eten bij een sterrenrestaurant met vrienden. Dat zit er voorlopig niet in. Pascal: “Ik heb mijn vrienden nooit verteld hoe het zit, of ze over onze situatie verteld.” Waarom niet? Pascal moet even nadenken over die vraag. “Ja, toch die schaamte, hè? Gevoelens van falen, dat speelt een grote rol. Maar ik wil ook niet dat zij gaan betalen. Zo wil ik het niet.”

Flyeren op maat
In tegenstelling tot de ‘oude armen’, die vaak uit een omgeving komen waar familieleden en buren ook in de bijstand zitten, zijn de ‘nieuwe armen’ meestal onbekend met instanties. Ze zijn niet gewend om hulp te vragen en schakelen die hulp daardoor te laat in. Van Santen: “Deze mensen zijn vaak zo verrast en geschrokken – ‘wat overkomt ons nu?’ – dat ze niet handelen. Die stilstand is funest, want problemen stapelen zich op. Hoe eerder de hulp komt, hoe beter.”

Om de nieuwe armen vroegtijdig te bereiken en ze zo te behoeden voor een definitieve val, besloot de organisatie te flyeren in de wijken waar veel clientèle vandaan kwam. Terbregge. Er werd een folder op maat gemaakt. Van Santen: “De folder die wij normaal gebruiken, leek ons ongeschikt. De nieuwe armen herkennen zich niet in de doelgroep die daarin aangesproken werd.” Er werd een nieuwe folder ontworpen, met daarin opgenomen het woord zzp’er en een foto van een man met bril en polo.

Eenmaal in de spreekkamer is er ruimte nodig om emoties over de gebeurtenissen en de situatie kwijt te raken, aldus van Santen. “Iemand moet horen ‘dit gebeurt vaker, het kan iedereen overkomen’. Daarna kunnen ze meestal zelfstandig aan de slag. Maar die schroom en schaamte moeten opengebroken worden.”
Kamperen in de woonkamer

Leuk is anders, maar ik red me wel. Veel erger vind ik het voor al die mensen die nog kinderen thuis hebben

Bas* is de ergste schaamte inmiddels voorbij, maar hij herinnert zich de eerste keer bij de Voedselbank nog goed. “Man, ik schaamde me kapot. Het past helemaal niet in mijn aard om mijn handje op te houden. Maar ja, ik moet rondkomen van twintig euro per week, dus ik heb weinig keus.” Hij komt nu al een paar maanden bij de Voedselbank. Voorheen reed hij gevaarlijke stoffen op de vrachtwagen (“Het geld kwam met bakken binnen!”), maar door ziekte raakte hij zijn baan kwijt. Schulden liepen op en Bas eindigt bij de kredietbank. Op een gegeven moment sloot Eneco de energie af. Als fervent kampeerder had Bas nog een paar gasflessen staan waarop hij kon koken. “Ik geef niet echt om materiële spullen. Kijk, ik red het wel zo, leuk is anders, maar ik red me wel. Veel erger vind ik het voor al die mensen die nog kinderen thuis hebben.”

Pascal is nu schuldenvrij, op een lening binnen de familie na. Ondernemend als hij is, besloot hij niet bij de pakken neer te zitten. Bezig blijven, was het motto. Zo is hij brieven aan instanties en schuldeisers gaan schrijven voor lotgenoten. Een bed & breakfast beginnen in Frankrijk, een droom voor na zijn pensioen, zit er niet meer in, maar Pascal treurt niet. “Ik was voorheen eigenlijk altijd met werk bezig, nu ben ik veel meer thuis. Ik word binnenkort opa, dan start er weer een heel nieuw tijdperk.”

Om privacyredenen zijn de namen Bas en Pascal gefingeerd.

Arm in de rijke wijk
In deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek lag het gemiddeld vrij besteedbaar inkomen in 2012 op € 39.000 per huishouden. Dit was fors hoger dan het Rotterdams gemiddelde (€ 29.500). In Schiebroek ligt het gemiddelde besteedbaar inkomen op € 30.000. In het Molenlaankwartier (in Hillegersberg-Noord) op € 57.700. In Terbregge is het € 45.400. Het werkloosheidspercentage in Hillegersberg-Schiebroek was in 2012 6,5 procent.
De deelgemeente telde in 2012 20.106 woningen (47 procent huurwoningen). Het aantal mensen met een uitkering bedroeg 1.202. De rijkste wijk van Rotterdam is Kralingen-Oost. Het gemiddelde vrij besteedbaar inkomen in 2012 was hier € 59.100.
Bron: Beleidsnotitie Toekomst Zorg en Welzijn Hillegersberg-Schiebroek, december 2012

Huwelijksreis deel II: Stellenbosch

Iedereen die in Zuid-Afrika geweest is zal ongetwijfeld weleens gegrinnikt hebben om het Afrikaans. Volgens wikipedia is het Afrikaans de dochtertaal van het Nederlands, ontstaan uit zeventiende-eeuwse Nederlandse dialecten, en werd Afrikaans vroeger Kaap-Hollands genoemd. Waarschijnlijk is 90 tot 95% van de woordenschat van Nederlandse origine. Hoewel iedereen in Zuid-Afrika Engels spreekt, -en ook de bewegwijzering, reclame en overige publieke informatie in het Engels gecommuniceerd wordt-, ontbreekt het Afrikaans zeker niet in het straatbeeld. En dat levert vaak grappige situaties op. Zo is ‘lift’ in het Afrikaans ‘hijsbakkie’. ‘Verkeerslicht’ wordt ‘robot’ en een ‘viaduct’ noemt men een ‘duikweg’. Bij elke ‘robot’ staat een bord: druk knoppie. Stel dat je op een andere willekeurige plaats in Zuid-Afrika juist niet op dat knoppie zou mogen drukken, zou er staan: nie knoppie drukken nie. Een parkeerweg langs de snelweg wordt ‘aftrekplek’ genoemd. Een vrijgezel is een ‘alleenloper’ en een middelbare school wordt ‘hoërskool’ genoemd. Je moet er in Zuid-Afrika rekening mee houden dat de lokale bevolking jouw Nederlands redelijk kan volgen, net zo goed als jij het Afrikaans in grote lijnen kunt volgen (hoewel bemoeilijkt door dialect en spreektempo).

Stellenbosch
Voordat we van Kaapstad naar Mauritius vlogen hebben we nog een paar dagen in Stellenbosch doorgebracht. Dit kleine stadje (60.000 inwoners) staat niet alleen bekend om de universiteit, maar ook om de karakteristieke eikenbomen en de ligging tussen de mooiste wijnvelden van het land. (De vele eiken zijn overigens een overblijfsel van de grote behoefte aan eikenhout in de begintijd van de (Europese) wijnboerderijen, die waren namelijk gewend hun wijnvaten van eikenhout te maken.)
Stellenbosch ligt op nog geen uurtje rijden van Kaapstad. Ook hier vind je townships en onheilspellende beveiliging rondom de woningen, maar toch doet het stadje veel gemoedelijker en veiliger aan. De locals benoemen dit evengoed: in Stellenbosch kun je ’s avonds prima over straat. Nog een opvallend verschil met Kaapstad is de taal. Waar Kaapstad voornamelijk Engelstalig georiënteerd is, is Stellenbosch bijna uitsluitend Afrikaanstalig. Slechts zeven procent spreekt hier Engels. Dit heeft vermoedelijk voor een groot deel te maken met de universiteit. De lessen op zowel het bachelor- als het masterniveau worden in het Afrikaans onderwezen. Dit is opvallend, gezien het feit dat de Zuid-Afrikaanse overheid juist steeds meer druk uitoefent op landelijke universiteiten om het onderwijs in het Engels aan te bieden. Hier hebben ze zich in Stellenbosch altijd tegen verzet, tot op heden met succes. Een ander onderwerp van discussie en protest zijn de plannen om de universiteit van Stellenbosch (voornamelijk blank) en de universiteit van Kaapstad (voornamelijk kleurling) te laten fuseren, dit met het doel om Stellenbosch wat meer ‘kleur’ te geven. De universiteit kent namelijk de laagste integratiecijfers van zwarte en gekleurde studenten in Zuid-Afrika. Momenteel is slechts 23 procent van de studenten van zwarte, gekleurde of Indische afkomst. Tijdens het Apartheidsregime was de universiteit van Stellenbosch een louter blanke, Afrikaanstalige universiteit. In de jaren tachtig werden mondjesmaat zwarte studenten toegelaten, maar het is pas sinds de val van het regime dat de universiteit echt open staat voor zwarten en gekleurden.

Markt
Maar goed, genoeg over de universiteit. Wij waren immers op vakantie, huwelijksreis welteverstaan, en dan onderneem je over het algemeen andere activiteiten. Zoals een bezoek brengen aan de lokale markt. En die was leuk in Stellenbosch! Elke zaterdagochtend is er de Fresh Food Market, een zogenaamde slow food market waar alle producten vers worden bereid door de marktverkopers. De Fresh Food Market is een heel levendige markt waar je met gemak uren doorheen kunt kuieren. Vanuit pakweg vijftig kraampjes wordt er een grote verscheidenheid aan internationaal, multicultureel eten en drinken aangeboden: versbereide sushi, kebab, couscous en allerlei heerlijke verse salades. Vlees en vis wordt voor je neus gebakken op een grillplaat of in een frituurpan. Een Duitser (ver)koopt authentieke bratwursten. Zijn kraam staat pal naast de dames van het gebak. Er ligt een arsenaal aan groenten, fruit, kaas en vleeswaren. Brood is er in alle soorten en maten. Een koffiestandje verzorgt de lekkerste espresso. Wij kregen acuut spijt dat we die ochtend in het hotel een uitgebreid ontbijt genuttigd hadden, maar gelukkig vonden we nog een gaatje. Oesters met champagne (och, waarom niet?) en sushi en couscous ingepakt en wel in de rugzak voor de picknick later die dag.

Wijnen
Zuid-Afrika staat natuurlijk bekend om de wijnstreken/wijnen en rondom Stellenbosch vind je een aantal prachtige wijngaarden. Nadat wij uitgestruind waren op de markt reden we naar het Waterford Estate. Eikenbomen en wijngaarden, een landweg met citrusbomen en lavendel met in de verte het landgoed… Het doet allemaal wat mediterraans aan en het is werkelijk prachtig. Na een kleine rondleiding kregen we een tafeltje op het terras en werden er beurtelings wat wijnen voor ons neergezet, soms vergezeld van een stukje chocola. De dessertwijn, de Waterford Heatherleigh, is heerlijk en hiervan bestelde ik na de proefsessie nog een glas. Ze keken me even raar aan en ik concludeerde dat de Heatherleigh de meest onwaarschijnlijke keus is zo vlak voor de lunch. Gekke Hollanders! ;-)

Franschhoek
De rest van onze tijd in Stellenbosch is gewoon heel ontspannen. Lekker eten, drinken en wat rondstruinen door Stellenbosch en de omliggende dorpjes. Zo brachten we een bezoek aan Franschhoek. Franschhoek is genoemd naar de 200 Franse Hugenotenfamilies die hier in 1688 neerstreken op de vlucht voor het toenmalige bewind van Lodewijk XIV in Frankrijk. De Fransen hadden uiteraard een niet te onderschatten kennis op het vlak van wijnbouw en gastronomie. Wij namen er een kijkje bij het Huguenot Monument, een herdenkingsmonument ter nagedachtenis aan, -en ter ere van-, de Franse Hugenoten. Vanuit Franschhoek hebben wij de beroemde Franschhoekpas gereden, een klim waar maar geen einde aan lijkt te komen. Schitterende uitzichten.

Seizoenen en studenten
Tijdens ons bezoek in juli was het in Zuid-Afrika hartje winter, maar het was alles behalve koud. De temperatuur schommelde telkens tussen de vijftien en twintig graden. Blijkbaar is de gemiddelde Zuid-Afrikaan of zeer kouwelijk, of heeft hij ondanks de aangename temperatuur gewoonweg behoefte aan een winterseizoen. Op veel plekken in Kaapstad en Stellenbosch brandt binnen de open haard, wat voor een eigenaardig gevoel zorgt als je op je teenslippers en shirtje langsloopt. Mensen die buiten op het terras aan een Afrikaans wijntje nippen doen dit onder een heater en het liefst ook onder een fleece deken. Toegegeven, het heeft wel iets gezelligs.

Stellenbosch is een echte studentenstad. Jonge mensen, studentenverenigingen, heel veel sportactiviteiten en af en toe dronken gelal en gezwalk over straat getuigen hier van. We hebben ons er te weinig in verdiept, maar ik vraag me af of bier voor deze studenten ook het vloeibare goud is, of dat de jongens en meisjes hier het weekend inluiden met / zich te buiten gaan aan louter Chardonnay of Cabernet Sauvignon van de plaatselijke wijnboer. ;-)

Anyway, er zijn nog veel vragen over. Het is alweer tijd om afscheid te nemen van Zuid-Afrika. Wij hebben slechts een piepklein stukje van dit enorm grote land bezocht, maar de verscheidenheid die wij in dit korte tijdsbestek tegen zijn gekomen, heeft ons overtuigd om nog eens naar Zuid-Afrika terug te keren.

Zuid-Afrika, …Totsiens!

(Wil je alle foto’s van Stellenbosch bekijken? Ze staan in het menu onder ‘foto’.)

Huwelijksreis deel I: Kaapstad

Nadat Eric en ik besloten hadden om onze huwelijksreis in Kaapstad te beginnen, heb ik me in eerste instantie voorbereid op een stedentrip. Kaapstad, ook wel de moederstad van Zuid-Afrika genoemd, is natuurlijk één van de allermooiste steden ter wereld, niet in de laatste plaats door de ligging aan de Atlantische Oceaan en aan de voet van de beroemde Tafelberg. Toch heb ik voorafgaand aan ons bezoek langer stilgestaan bij de bezienswaardigheden en the places to be in de stad zelf dan bij het natuurschoon en de rijke flora en fauna in en rondom de stad. Dit kwam daardoor als een welkome verrassing. Wat eveneens als een verrassing kwam was de emotionele impact die de stad op mij had. Kaapstad mag dan een prachtige, levendige en ogenschijnlijk gemoedelijke stad zijn, maar zij kent evengoed een donkere geschiedenis van slavernij en apartheid. Het Apartheidsregime is in 1990 officieel afgeschaft, maar, zo schrijft de Lonely Planet treffend:

Visit South Africa and reminders of its past greet you at each turn. The country’s human drama is reflected in the faces and in the walks of millions of its citizens.”

Criminaliteit, hiv/aids, discriminatie en armoede zijn problemen waar het land op grote schaal mee te kampen heeft. Honderdduizenden mensen zitten ‘vast’ in de townships en streven elke dag naar een betere levensstandaard. De Zuid-Afrikaanse overheid, maar ook de bewoners van de townships zelf, hebben verschillende projecten opgezet om de leefomstandigheden en het toekomstperspectief van de mensen in de gemeenschappen te verbeteren. Er is echter nog een lange weg te gaan.

Eerste indrukken
De vlucht van Schiphol naar Kaapstad duurt elf uur. Omdat de KLM natuurlijk allang wist dat wij op honeymoon waren, -overbodig was het feit dat ik het had gemeld bij de incheckbalie, de boardinggate en bij het cabinepersoneel-, kregen we een glaasje champagne aan boord. Leuk begin van de reis! Daar zit je dan: lekker veel beenruimte, je natje en je droogje en een interactief mediasysteem tot je beschikking. Ondertussen vlieg je over de uitgestrekte Sahara, zandstormen en eindeloze wegen. Je vliegt over landen als Algerije, Niger (één van de armste landen ter wereld volgens de definitie van het IMF), Nigeria en Angola. ’s Avonds laat landden we in Kaapstad. Ondanks dat we een lange vlucht achter de rug hebben, zijn we allebei energiek en enthousiast. Kaapstad staat al geruime tijd op mijn verlanglijstje, eigenlijk vanaf het moment dat ik mijn ‘reiscarrière’ in Australië begon. Op het vliegveld ga ik nog even snel naar het toilet. (Wie niet, trouwens?) Hier hangt een reclameposter voor een nieuw shampoomerk. “For all skin colours“, staat er onder. Grappig en opvallend, …in Nederland zou men het hebben over haar- of huidtypen. Kleur is sinds de afschaffing van het Apartheidsregime officieel geen stratificerende factor meer, het is, -afgaande op deze goedbedoelde reclameposter-, nog wel een factor waarmee de Zuid-Afrikaanse bevolking ingedeeld wordt.

Het is inmiddels donker en onze taxichauffeur brengt ons naar het hotel: Four Rosmead, een zogenaamd boutique guesthouse op loopafstand van het centrum. Daar het te laat en te donker is om ons goed te kunnen oriënteren in de stad en de aanblik van ons boutique guesthouse omringd door hoge muren, prikkeldraad en hoogspanningsbeveiliging bovendien wat onheilspellend aandoet, besluiten we die avond lekker in het hotel te blijven. De ontvangst in het hotel, de gastvrijheid en de vriendelijkheid voelt als een warm bad. We krijgen een prachtige kamer toebedeeld en kruipen die avond heerlijk onder de lakens.

Long Street & meer
De volgende dag staat de huurauto voor ons klaar. Wij besluiten echter om de stad al wandelend te verkennen. Na wat struinen en kaartlezen belanden we in The Company’s Garden, een 350 jaar oude tuin, waarin niet alleen het parlementsgebouw en het Tuynhuis te vinden zijn, maar ook tal van musea en culturele centra. Wij lopen echter door naar Long Street. Long Street is gewoon, …tja, Long Street. Een lange straat (;-)) bomvol cafés, winkeltjes en eetgelegenheden. Het uitgaanscentrum en backpackerswalhalla van Kaapstad. Overdag kun je hier kiezen uit tal van cafés voor een kop koffie of een snelle lunch en ’s avonds weet je van gekkigheid niet waar je aan tafel moet voor een avondmaal. Long Street loopt over in Kloof Street. Deze straat is een stuk rustiger dan Long Street, maar desalniettemin erg leuk. Via een zijstraat van Long Street bereik je de Greenmarket Square. Eén en al gezelligheid. Op deze markt worden bijna uitsluitend handgemaakte Afrikaanse souvenirs gekocht. Denk aan houtsnijwerk, sieraden en allerlei toeristische prullaria. Om de markt heen bevinden zich touroperators die toeristen The Big Five of een kijkje in de townships van Kaapstad beloven.
Onze hotspots: R Caffé, vida e caffè en Melissa’s voor koffie, Mama Africa voor Zuid-Afrikaanse gerechten en een authentieke Afrikaanse ervaring (lees: zeer toeristisch maar een must-see) en Long Street Cafe voor al het bovengenoemde en meer.

Parking marshalls
Overal in Kaapstad, en trouwens ook in Stellenbosch, vind je zogenaamde parking marshalls. Elke parkeerplaats in de stad valt onder een parkeerzone en hiermee onder verantwoordelijkheid van een marshall. Een aantal marshalls zijn in dienst van de gemeente en voor de parkeerplekken op bijvoorbeeld Long Street moet een vast tarief betaald worden aan deze mannen. Op veel plekken echter staan de marshalls er als kleine zelfstandigen en betalen is hier optioneel. Als je aan komt rijden wijzen ze je vrije parkeerplekken aan (handig), ze helpen je met in- en uitparkeren (vaak zeer overbodig), maar het belangrijkste is dat ze een oogje in het zeil houden. Het geeft een prettig gevoel. Als je vervolgens terugkomt vertellen ze nadrukkelijk dat alles goed gegaan is en dat er geen problemen zijn geweest met de auto: “Everything is fine, yes! Thank You!”, roepen ze. Met andere woorden: “Give me some money!”. Geen probleem. Wij een gerust gevoel, zij een paar rand rijker.

Castle of Good Hope en V&A Waterfront
Een bezoek aan Kaapstad is niet compleet zonder een bezoek aan de Castle of Good Hope. Het Kasteel is het oudste koloniale gebouw van Zuid-Afrika en is gebouwd door de eerste Nederlandse kolonisten van de VOC tussen 1666 en 1667. Het Kasteel fungeerde aanvankelijk als bevoorradingspost voor schepen van en naar het oosten. Boven de ingang van het fort schittert het embleem van De Verenigde Nederlanden: een leeuw met de zeven pijlen van de eenheid in zijn klauw. Eronder staan de wapenschilden van Amsterdam, Delft, Van Hoorn, Middelburg, Rotterdam en Enkhuizen (dit waren de Nederlandse steden waar de VOC een zetel had). Leuk om even gezien te hebben.

Meerdere malen zijn we echter teruggekeerd naar Victoria and Alfred Waterfront (kortweg: V&A ). Denk: haven, live muziek, terrasjes, winkels en straatentertainment. Wij hebben hier heerlijk geluncht bij Den Anker, een heus Belgisch café in Zuid-Afrika. Eric ging natuurlijk lekker aan het Belgisch bier! Vanaf het terras heb je uitzicht op de Tafelberg en de baai. We hebben hier zelfs zeehonden gezien. In V&A vind je ook het Two Oceans Aquarium. Hier kun je allerlei vissen uit de Atlantische en Indische oceaan bekijken. Ook is de ragged-tooth shark te spotten. Zoals elk zichzelf respecterend aquarium tegenwoordig vind je ook in Two Oceans een speciale afdeling met nemo’s (clown vis). Je kunt hier onder het aquarium doorkruipen (en vervolgens halverwege weer omhoog komen), waardoor je vervolgens met je hoofd tussen de vissen zit. Je moet wel gehurkt blijven zitten, want het is maar net een meter hoog. Of zou het voor kleine kinderen bedoeld zijn? Hmm… Welnee joh!

Het Kaapse schiereiland
De tweede dag in Kaapstad pakken we de auto. Het duurt een minuut of vijf, maar dan zijn we helemaal gewend aan het ‘links rijden’, alsof we nooit anders gedaan hebben. We rijden vanaf het hotel naar Camps Bay. Zuid-Afrika, en voornamelijk de Westelijke Kaap-provincie, is talloze prachtige stranden rijk. Tijdens ons verblijf in Kaapstad was het winter (plusminus 15 tot 20 graden), dus helaas niet de ideale omstandigheden voor een duik in het water of een dag luieren in het zand. Wij besluiten de stranden gewoon te bekijken, een wandeling langs de kust te maken en lekker een drankje te doen op één van de terrassen. Camps Bay, vroeger uitsluitend toegankelijk voor blanken, is prachtig: een hagelwit strand, een azuurblauwe zee, palmbomen en een strand dat naadloos overgaat in een boulevard.

Na de koffie rijden we door naar Signil Hill. Vroeger werden van hieruit de schepen met grote vlaggen de haven van Kaapstad binnengeleid. Ga dus maar na wat een spectaculair uitzicht je vanaf deze heuvel moet hebben. Je kijkt uit over de Tafelberg en het voetbalstadion in Greenpoint.

Een bezoek aan Kaapstad is nooit compleet zonder een bezoek aan het schiereiland: The Cape Peninsula (Afrikaans: Kaapse Skiereiland). We stoppen voor lunch in Houtbaai, een vissersplaatsje waar zeesnoek de specialiteit is, en beginnen vanaf hier de Chapman’s Peak Drive.

De Chapman’s Peak Drive is één van de hoogtepunten van ons bezoek aan Kaapstad en volgens ‘kenners’ is dit één van de mooiste autoroutes ter wereld. De weg slingert van Houtbaai naar Noordhoek over een afstand van negen kilometer. Adembenemende uitzichten op de Atlantische Oceaan, kliffen, baaien en kleine eilandjes.

Het hoogtepunt (of eigenlijk het meest zuidwestelijke punt) van het schiereiland is Kaap de Goede Hoop. Kaapstad is begonnen bij wat wij nu kennen als Kaap de Goede Hoop. Hier vestigde Jan van Riebeeck in 1652 een verversingspost voor de Nederlandse VOC. Wij beginnen bij Cape Point, een klif met een groot uitzichtplatform. Helemaal op het uiterste punt van Cape Point staat de oude vuurtoren, daterend uit 1860 en gelegen op 238 meter boven zeeniveau. Vanaf dit punt heb je een wijds uitzicht over de Atlantische Oceaan. Kaap de Goede Hoop werd in het verleden ook wel de Cape of Storms genoemd, wegens het feit dat veel schepen schipbreuk leden door de enorme stormen en de gevaarlijk hoge kliffen. Veel ongelukken zijn ook mede veroorzaak doordat de oude vuurtoren vaak in mist gehuld was. Na een ongeluk in 1911 is er in 1914 een nieuwe vuurtoren opgetrokken, op 87 meter boven zeeniveau. Veel van de scheepswrakken zijn zichtbaar vanaf de kust.

District Six
De laatste dag in Kaapstad bezoeken we het District Six Museum, opgericht in 1994. Hier vind je een expositie over de gewelddadige verdrijving van alle inwoners van District Six in 1966. Tot de jaren zeventig woonde ongeveer een tiende deel van de Kaapse bevolking in deze buurt. De gemeenschap bestond uit bevrijde slaven, immigranten en kooplui. In 1950 schreef de blanke apartheidsregering de Group Areas Act uit en tijdens het bewind halverwege de jaren zestig werd besloten dat District Six blank gebied was. Alle kleurlingen werden gedwongen te vertrekken. In de daaropvolgende jaren zijn er zestigduizend mensen gedwongen te verhuizen naar de Cape Flats, de grote braakliggende terreinen rondom het vliegveld. Nadat alle gebouwen in de wijk met een bulldozer waren platgegooid, gaf de regering de wijk een nieuwe naam: Zonnebloem. Tot op de dag van vandaag is er niks van de overheidsplannen ten uitvoering gebracht en is het voormalige District Six een braakliggend terrein. De plek is simpelweg te beladen. Inmiddels worden er plannen gesmeed om er een groot stadspark van te maken. Het museum is indrukwekkend. Vroegere bewoners van de wijk zijn werkzaam in het museum en een grote getekende kaart op de vloer geeft vroegere wijkbewoners de gelegenheid om met krijt aan te kruisen waar hun huis stond. Eric en ik spenderen bijna twee uur in het museum, allebei gefascineerd en geraakt door de persoonlijke verhalen, foto’s en artikelen die er tentoongesteld zijn.

En verder
Een paar dagen later zitten Eric en ik in de auto. We rijden over de N2 richting het vliegveld voor onze vlucht naar Mauritius. We rijden langs één van de grote en oudste townships van Kaapstad: Nyanga (betekent ‘maan’ in Xhosa). Hier wonen naar schatting 170.000 mensen, maar het kunnen er evengoed twee keer zoveel zijn. De beelden die ik in een paar flitsen te zien krijg zijn schrijnend. Zeventig procent van de mensen hier is werkloos en vijfentwintig procent lijdt aan hiv/aids. Ik realiseer me dat dit de prijs is die Zuid-Afrika moet betalen voor honderden jaren van sociaal wanbeleid, discriminatie en apartheid. Langzaam maar zeker wordt er vooruitgang geboekt, op bepaalde levensterreinen en voor bepaalde mensen. Mensen zijn ook niet alleen maar slachtoffer, ze zijn ook actors. En hoewel de sociale problemen nog alom aanwezig zijn, ontstaat er vandaag de dag ook meer ruimte voor trots, initiatief en hoop. Kaapstad is één van de allermooiste steden waar ik ooit geweest ben. Zuid-Afrika is één van de meest beladen, maar gelijktijdig ook één van de meest interessante landen waar ik ben geweest.

Wij zijn in totaal drie dagen in Kaapstad geweest. En ja, dat is veel te kort. Helaas is het niet gelukt om Robbeneiland te bezoeken (volgeboekt). Ook was het achteraf gezien erg interessant geweest om enkele townships te bezoeken. Maar, …des te meer reden om nog eens naar Kaapstad terug te keren!
Voordat wij naar Mauritius vliegen verblijven we nog drie dagen in Stellenbosch. Verslagen van Stellenbosch en Mauritius zullen hier spoedig verschijnen.