2 comments on “Tafelen op de nachtmarkt in Belvès”

Tafelen op de nachtmarkt in Belvès

Belvès was tot een paar uur geleden nog een slaperig dorpje in de Franse Dordogne, maar nu is het marktplein omgetoverd tot een bruisende dorpskern. Lange tafels en banken zijn functioneel opgesteld en de roze slingers die het plein versieren lichten prachtig op in het schemerdonker. Het is woensdagavond en dus tijd voor de marché nocturne, ofwel: de nachtmarkt. De lange tafels midden op het plein worden omringd door tientallen marktkramen. Lokale boeren, maar ook de dorpsslager, de plaatselijke bakker en andere lokale ondernemers, bieden vanavond hun gerechten aan. Dit varieert van couscous met merguez worstjes, mosselen, pizza en Indiase curry tot een lamstoofpotje en beenham met sperzieboontjes. Op is op. De hongerige dorpelingen en nieuwsgierige toeristen moeten wel hun eigen bord en bestek meenemen. Voor de mensen die hun servies onverhoopt toch thuis hebben laten liggen is er gelukkig een oplossing. Voor een klein bedrag kun je een servies lenen van de organisatie.

IMG_2533

De marché nocturne van Belvès is niet uniek. In de zomermaanden worden op veel plaatsen in Frankrijk dergelijke nachtmarkten georganiseerd. In eerste instantie ontstond het idee voor de toeristen. De dorpjes in Zuidwest Frankrijk maken moeilijke tijden door (denk aan: concurrentie van grote bedrijven, vergrijzing omdat jongeren naar de stad trekken…) en veel kleine boeren en ondernemers komen nog maar nauwelijks rond. Het idee om lokale producten van lokale boeren tijdens een wekelijkse markt aan de man te brengen en zo een extra centje te verdienen, lijkt dan geen slecht idee.

Maar bovenal is het gewoon heel gezellig. Een zwoele zomeravond, lekker eten en drinken en een zanger voor het muzikale vertier. Iemand maakte de treffende vergelijking met een slotscène van Asterix en Obelix; broederlijk aan een lange tafel, genietend van dranken en spijzen. Misschien moeten wij dat in Nederland ook gaan doen; in de zomermaanden wekelijks een ouderwets dorpsfeest houden, een gelegenheid waar iedereen voor uitloopt, waar familieleden, vrienden en buren elkaar logischerwijs ontmoeten en waar lokale ondernemers hun werk zichtbaar kunnen maken.

In Belvès sluiten we de culinaire markt af met een portie aardbeien met ijs en slagroom. We drinken nog een kopje koffie van het kleine cafeetje op de hoek – die de koffie voor deze gelegenheid in een kartonnen bekertje schenkt – en laten de marché nocturne achter ons.
Jusqu’à l’année prochaine!. Ofwel: tot volgend jaar.

2 comments on “Nice en de Côte d’Azur”

Nice en de Côte d’Azur

Nadat Eric en ik eenmaal besloten hadden in de herfstvakantie te gaan stedentrippen, begon de gevreesde brainstormsessie. Want waar wilden we naar toe… Werd het Madrid? Of Barcelona? Dublin? Of toch maar Istanbul? Wilden we eigenlijk niet naar Scandinavië? Of toch maar richting de zon? Het was Eric die ineens met het voorstel kwam om naar Nice te gaan. Om de één of andere reden had ik nooit bedacht om deze stad aan de Côte d’Azur voor een paar dagen te bezoeken. Waarom niet? Geen idee. Geheel onterecht, dat weet ik inmiddels wel.

Nice, gelegen in de regio Provence-Alpes-Côte d’Azur, is een stad met een krappe miljoen inwoners. Dankzij de lange zomers en het altijd aangename klimaat wordt Nice het hele jaar door druk bezocht door toeristen. En terecht, want het is een heerlijke en comfortabele stad. Na aankomst op het vliegveld haalden wij onze huurauto op (een rode Ford Focus) en reden over de Promenade des Anglais naar ons hotel. De Promenade des Anglais omvat misschien wel alles waar Nice voor staat: het is bruisend, gemoedelijk, mondain en het wordt spik en span onderhouden. Men flaneert, ziet en wordt gezien. Het is dé plek om te socializen en overal waar je kijkt zie je mensen genieten: van elkaar, van het zonnetje en van de azuurblauwe zee. Er wordt gejogd, gefietst en geskatet. Kleine kinderen worden voortgeduwd in kinderwagens en honden worden uitgelaten. Het vreemde beeld aan het plaatje wordt gekleurd door mensen met dikke winterjassen en sjaals om, pal naast de mensen die in bikini op het strand de lauwe zonnestralen proberen mee te pakken. Een enkeling waagt een duik in het water, dat inmiddels tot een temperatuur van 19 graden gezakt moet zijn. Heerlijk vertrouwd is daarentegen het beeld van de oude deftige Franse mesdames die met gekapte poedels langs het water wandelen. Of de keurige messieurs die met een baguette onder de arm en een alpinopet op hun hoofd hun weg naar huis vervolgen. Sommige dingen veranderen nooit, en moeten misschien ook nooit veranderen.

De eerste indrukken waren alvast positief! Snel checken we in, gooien de koffer op het bed en begeven ons de stad in. Het duurt ongeveer vier en een halve minuut voordat de eerste verkoper zich bij ons meldt. Zit je net lekker op een bankje te genieten van het zonnetje en die azuurblauwe zee, heb je ineens ruzie met een opdringerige Congolese sieradenverkoper. Het mag de pret niet drukken. We slenteren verder door de stad, pakken een lunch (uiteraard een salade niçoise) op Cours Saleya, met haar bloemenmarkt en standjes vol fruit, noten en lokale lekkernijen, en klimmen uiteindelijk naar het uitzichtpunt bij het Parc du Château. Al tijdens de klim krijg je een steeds mooier wordend uitzicht over de stad en de kust en uiteindelijk beland je bij een waterval. Spectaculair, en je bent uren zoet en vele calorieën armer ;-)!

Die avond vonden we een leuk eettentje nabij Cours Saleya. De rest van de avond slijten we ietwat ordinair in de (overprijsde) hotelbar. Wel lekker. Dronken Amerikanen, een pianist en Mojito’s. En dan zo je bed inrollen. De vakantie is begonnen en het kan eigenlijk al niet meer stuk.

De resterende dagen pakken we regelmatig de auto. We rijden langs de kust, via Antibes naar Cannes en helemaal terug naar Monte Carlo-Monaco. Een ietwat vreemde gewaarwording, dat Monaco, zo’n ultrarijk dwergstaatje vol luxe mega jachten en dan een enorme schreeuwende kermis ernaast. Eric en ik zijn er snel weg: luxe is niet per se prettig vertoeven, zo oordelen we. Weliswaar erg leuk om het hier eens gezien te hebben.

In Antibes zijn we daarentegen als een vis in het water, letterlijk. Ook hier wonen de ultrarijken (George Clooney bijvoorbeeld, om maar eens iemand te noemen), maar eveneens vind je hier een gezellige, oude dorpskern en een typische Provençaalse markt. We struinen door de straten en de haven, winkelen en zoeken naar leuke souvenirs, eten vissensoep en carpaccio in een knusse bistro en sluiten Antibes af met een biertje in een pub. Daar er deze dag een grote rugbymatch plaatsvond leek Antibes wel gekoloniseerd door (dronken) Engelsen, Ieren en Australiërs. De horeca draaide een fantastische omzet, dat weet ik zeker.

Maar Nice bleef toch favoriet. De smalle steegjes in het oude centrum leken wel eindeloos en toch kon je er nooit verdwalen. Oude gebouwen, sporen van de Romeinen, de Grieken en de Middeleeuwen. Een tram waar modern Rotterdam nog een puntje aan kan zuigen. Overal kunst. Op straat geen snoeppapiertje of propje papier te bekennen. Nice bruist dag en nacht. Hoe ver je ook afgedwaald denkt te zijn, ineens sta je weer midden op een plein vol terrasjes en barretjes. En dan heb je ineens trek in een ijsje. De mensen zijn er on-Frans vriendelijk. Er heerst een continu vakantiegevoel en het leven lijkt zichzelf te leven. Het blijft mij verbazen hoe anderhalf uur vliegen je in zo’n andere wereld kan doen belanden. Overigens was de nieuwbouw in Nice in een vergelijkbare stijl gebouwd als de oude monumenten. En reed de tram in het oude centrum op accu om zo de lelijkheid van bovenleiding te voorkomen. Ze kunnen trouwens nog steeds geen cappuccino’s maken, die Fransen. Wel fantastisch lekkere croissantjes bakken en idem dito rosé schenken. En dan weet je, over het verlies van de vertrouwde charme van Frankrijk hoeven we ons voorlopig geen zorgen te maken.

Bekijk hier de foto’s van Nice!