De Afrikaandermarkt: one size fits all

Een stad wordt weliswaar ontworpen door architecten, planologen en politici, maar gekleurd door de mensen die er wonen, werken en leven. Karin gaat elke twee weken op zoek naar de gezichten, verhalen en de dagelijkse realiteit van Rotterdam en de Rotterdammers. Deze week is Karin op de Afrikaandermarkt. Met foto’s van Menno van der Meer.

Door: Karin Spillenaar-Koolen
Gepubliceerd op Vers Beton

De markt op het Afrikaanderplein is the place to be voor iedereen die de culturele diversiteit van Rotterdam aan den lijve wil ervaren. De wijk wordt al meer dan honderd jaar bepaald door steeds nieuwe groepen mensen uit alle windstreken die zich hier vestigen. Je vindt hier producten uit pakweg 55 verschillende landen, van bakkeljauw, pastechi, okra’s en Turkse pizza tot Hollandse aardbeien en gebakken schol. Tal van etniciteiten en culturen komen hier samen voor de wekelijkse boodschappen.

One size fits all
Het is woensdagmiddag en het Afrikaanderplein stroomt langzaam vol. Twee Rotterdamse vrouwen van rond-de-vijftig geven elkaar amicaal drie zoenen. “Kommie vandaag weer snoep kopen, An?” “Nee, noten!” Al kletsend lopen ze samen de markt op. Bij een kledingrek blijft het tweetal staan. “Vind je dit niks?”, vraagt An aan haar vriendin terwijl ze een zwarte broek omhoog houdt. “Daar pas ik toch nooit in, joh.” De Pakistaanse verkoper komt aangesneld en verzekert de dames ervan dat iedereen in deze broek past. Om zijn woorden kracht bij te zetten trekt hij de taille van de broek wijder. “One size fits all”. Het tweetal bedankt en wandelt verder.

Mohammed
“Derde keer trakteren!”, roept Mohammed als we elkaar voor de zoveelste keer tegen het lijf lopen. We raken aan de praat. “Waarom ik naar de Afrikaandermarkt kom vraag je?” Mohammed knikt met zijn hoofd richting café Het Tapperijtje om aan te geven dat we daarheen moeten als we dergelijke zaken gaan bespreken. “Kom! Theetje drinken.” Zijn trolley, volgeladen met aardappelen, uien en bossen munt en peterselie, trekt hij met zich mee.

Mohammed is geboren in Marokko en kwam twintig jaar geleden naar Nederland. Sindsdien woont hij in IJsselmonde, vertelt hij als we even later achter een dampende kop thee zitten. Op de markt verkoopt hij tassen, riemen en sieraden. Elke zaterdag staat hij op de Afrikaandermarkt met een mooie standplaats op de kruising. Woensdag zou hij het moeten doen met een plekje achterin. Daar past hij voor. “Zonde van mijn tijd”. In Parijs doet Mohammed zijn inkopen bij groothandels: “In Frankrijk is zoveel meer keuze dan in Nederland. Mooie spullen voor een goede prijs!”

“Hier vallen de klappen”
Die goede prijs blijkt meer noodzaak dan luxe. Veel marktkooplieden verkeren in zwaar weer. Vorig jaar zijn de standprijzen op de Rotterdamse markten met 32 procent verhoogd: voor velen de genadeklap. Laurensz van der Burg (voorzitter van de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel): “De hele Afrikaanderwijk kent economische misère en veel kooplieden kwamen voorheen al nauwelijks rond. Prijsstijgingen, maar ook Europese wetgeving, maken het voor de markt steeds moeilijker. De meeste handelaren zijn tegenwoordig al blij met een kleine winst op een dag.”

Mohammed houdt zijn hoofd nog boven water. Hoe ziet hij de toekomst? “Moeilijk”, bekent hij. “Hier vallen de klappen. Inkoopprijzen en onkosten gaan omhoog, maar de klanten willen nog steeds een lage prijs betalen.” Veel marktkooplui zien zich genoodzaakt om hun prijzen te verhogen en kunnen daardoor steeds lastiger concurreren met winkeliers. Bezoekersaantallen lopen terug en veel kramen staan leeg. Mohammed gebaart naar zijn collega’s bij het voedsel. “Mensen moeten altijd eten, maar je koopt niet iedere week een nieuwe tas.”

Op de markt is je gulden een daalder waard. “Een kilo mandarijnen, voor maar éééén euro!” De Turkse Karan (“ze noemen me hier Kurry”) is trots op zijn kraam. Hij verkoopt onder meer zoete komkommertjes, naar eigen zeggen een kruising tussen komkommer en pompoen. Iedereen die langsloopt mag een stukje proeven. Karan gebruikt een vergiet dat hij met tape aan een oude bezemsteel bevestigd heeft om de stukjes uit te delen. Hij is het zonnetje van de markt en dat loont.

“Je moet er wat van maken”
“Je moet er wat van maken”, meent ook Arie vanachter zijn kraam. Hij verkoopt van-alles-en-nog-wat: van wc-eend tot chocoladerepen. “Blijven lachen, een dolletje maken met de klanten. Dan komen ze terug. Je kunt het bijltje erbij neergooien, maar wat gaat dat je opleveren dan?”. De zaak van Arie draait nog ‘best’, vindt hij zelf. “Tuurlijk, vroeger was het anders, gezelliger ook, maar wat koop je daarvoor? Sommige van die jongens zitten hier met zo’n muil.” Hij houdt zijn knoestige hand onder zijn gezicht om aan te geven over wat voor muil hij het heeft. “Dan ken je toch niet anders verwachten dan dat de klanten van je wegblijven.”

Freehouse
Dat alles staat of valt met de manier waarop je jezelf en je koopwaar presenteert, begrepen ze ook bij Freehouse, een stichting die zoekt naar coöperatieve werkverbanden tussen bewoners, ondernemers en onderwijsinstellingen in de Afrikaanderwijk. In 2009/2010 ontwikkelde Freehouse diverse projecten en interventies binnen de bestaande Afrikaandermarkt. Doel: de markt aantrekkelijker maken. Marktkooplui werden gekoppeld aan kunstenaars en ontwerpers die hen hielpen hun kraam aantrekkelijker in te richten. Biologische producten werden als zodanig op de kaart gezet, een fruitkraam specialiseerde zich in smoothies en de groenteboer verkocht kant-en-klare soeppakketten. De markt kreeg een heuse foodcourt en er werd een modeshow georganiseerd met de stoffen en kleding die op de markt verkrijgbaar waren. In de zomer van 2010 werden er drie unieke markten rondom de thema’s mode en design, food en samenleven georganiseerd.

De projecten werden een groot succes en veel marktlieden namen de ideeën van Freehouse dankbaar in gebruik. Toch lijkt de invloed van dit mooie initiatief door recessie en het verloop op de markt alweer vervaagd. Een aantal kramen houden de nieuwe inrichting en uitvoering door de jaren heen in ere, maar veel kooplui zijn terug bij oude gewoontes en gebruiken. Momenteel ontwikkelt Freehouse nieuwe activiteiten om de unieke kwaliteiten van de markt zichtbaar te maken.

Het zit in het bloed
De markt is als een virus dat in je bloed zit, zo blijkt uit de verhalen van veel kooplui. Dat zeg je niet zomaar vaarwel. De dame van de kaas denkt nog lang niet aan stoppen. “Ik sta al zo lang op de markt, kind!”, zegt ze. “Wat moet ik anders gaan doen?” Ze lacht om het idee. “Nee hoor, we gaan gewoon door. Ik ken niet anders, ik kan niet anders en ik wil niet anders, zeg ik altijd maar!”

Tafelen op de nachtmarkt in Belvès

Belvès was tot een paar uur geleden nog een slaperig dorpje in de Franse Dordogne, maar nu is het marktplein omgetoverd tot een bruisende dorpskern. Lange tafels en banken zijn functioneel opgesteld en de roze slingers die het plein versieren lichten prachtig op in het schemerdonker. Het is woensdagavond en dus tijd voor de marché nocturne, ofwel: de nachtmarkt. De lange tafels midden op het plein worden omringd door tientallen marktkramen. Lokale boeren, maar ook de dorpsslager, de plaatselijke bakker en andere lokale ondernemers, bieden vanavond hun gerechten aan. Dit varieert van couscous met merguez worstjes, mosselen, pizza en Indiase curry tot een lamstoofpotje en beenham met sperzieboontjes. Op is op. De hongerige dorpelingen en nieuwsgierige toeristen moeten wel hun eigen bord en bestek meenemen. Voor de mensen die hun servies onverhoopt toch thuis hebben laten liggen is er gelukkig een oplossing. Voor een klein bedrag kun je een servies lenen van de organisatie.

IMG_2533

De marché nocturne van Belvès is niet uniek. In de zomermaanden worden op veel plaatsen in Frankrijk dergelijke nachtmarkten georganiseerd. In eerste instantie ontstond het idee voor de toeristen. De dorpjes in Zuidwest Frankrijk maken moeilijke tijden door (denk aan: concurrentie van grote bedrijven, vergrijzing omdat jongeren naar de stad trekken…) en veel kleine boeren en ondernemers komen nog maar nauwelijks rond. Het idee om lokale producten van lokale boeren tijdens een wekelijkse markt aan de man te brengen en zo een extra centje te verdienen, lijkt dan geen slecht idee.

Maar bovenal is het gewoon heel gezellig. Een zwoele zomeravond, lekker eten en drinken en een zanger voor het muzikale vertier. Iemand maakte de treffende vergelijking met een slotscène van Asterix en Obelix; broederlijk aan een lange tafel, genietend van dranken en spijzen. Misschien moeten wij dat in Nederland ook gaan doen; in de zomermaanden wekelijks een ouderwets dorpsfeest houden, een gelegenheid waar iedereen voor uitloopt, waar familieleden, vrienden en buren elkaar logischerwijs ontmoeten en waar lokale ondernemers hun werk zichtbaar kunnen maken.

In Belvès sluiten we de culinaire markt af met een portie aardbeien met ijs en slagroom. We drinken nog een kopje koffie van het kleine cafeetje op de hoek – die de koffie voor deze gelegenheid in een kartonnen bekertje schenkt – en laten de marché nocturne achter ons.
Jusqu’à l’année prochaine!. Ofwel: tot volgend jaar.