De ‘grote bieb’ in Rotterdam: Let’s Talk Chess!

IMG_0887De Centrale Bibliotheek van Rotterdam, ofwel de ‘grote bieb’, was ooit een plek waar je enkel en alleen naar toe ging om boeken te lenen, dan wel retour te brengen. Die tijden zijn veranderd. Met dagelijks tentoonstellingen, lezingen en culturele activiteiten en ieder jaar circa drie miljoen bezoekers, is de grote bieb de drukst bezochte culturele instelling van Rotterdam. Iedereen is welkom: jong en oud, lid of geen lid, wel of geen dak boven je hoofd. Tegenwoordig ga je naar de bieb om er te blijven. Daarmee is de grote bieb een belangrijke ontmoetingsplaats in de stad geworden. Bijvoorbeeld tijdens een partijtje schaak. In deze blog: schaken in de grote bieb.

Let’s talk chess
Terwijl het buiten regent dat het giet, spelen Ivan (75) en zijn maat een partijtje schaak op het levensgrote schaakbord in de entreehal van de bibliotheek. Op de bankjes rondom het schaakbord zitten de andere spelers geduldig op hun beurt te wachten, de blikken strak op het spel gericht. Ze krijgen gezelschap van nieuwsgierige toeschouwers en schaakliefhebbers. Naarmate het spel vordert verplaatsen de stukken zich steeds sneller over het bord. Ivan’s tegenstander schuift zijn Koning nog wat heen en weer, maar eindigt uiteindelijk toch schaakmat. Zonder er verder nog woorden aan vuil te maken, staat het volgende tweetal op en worden de stukken terug in de startpositie gezet. Woorden lijken hier overbodig te zijn. De schakers, voornamelijk, -of eigenlijk alleen maar-, mannen spreken talen die ik niet thuis kan brengen. Vaak kunnen de heren elkaar nauwelijks verstaan, maar niemand die zich daar druk om maakt. Let’s talk chess!

Ik raak in gesprek met Peter. Peter werkt sinds een paar maanden als beveiligingsman in de bibliotheek. Hij houdt het schaakbord goed in de gaten. “Je ziet hier eigenlijk elke dag dezelfde mensen, voornamelijk mannen”, vertelt hij. “De meesten van hen zijn hier vanaf openingstijd tot sluitingstijd. Anderen komen pas rond het middaguur, maar blijven tot laat.” Peter lacht. “Tja, ik zou er na een tijdje wel genoeg van hebben, maar deze jongens houden het goed vol!”

Schaken op de stoep
Ivan is inmiddels naast me op het bankje komen zitten. Hij haalt zijn zakje met boterhammen tevoorschijn en in moeizaam Nederlands begint hij een gesprek. Wat ben ik aan het lezen? Ik laat hem het boek zien dat ik voor de vorm op mijn schoot heb liggen. Eigenlijk was ik aan het spioneren, beken ik. Ivan wil alles van me weten. Wat doe ik voor werk? Woon ik ook in Rotterdam? Getrouwd? Kinderen? Is die ring wel een echte diamant? Leven mijn ouders eigenlijk nog? En ik ben toch niet boos dat hij met me praat? Ik begrijp dat hij bedoelt te vragen of ik het vervelend vind dat hij een gesprek met me aanknoopt en snel schud ik van nee. Ivan komt uit Bosnië en heeft het grootste deel van zijn leven in het leger gezeten. Eind jaren ’90 kwam hij naar Rotterdam en sindsdien woont hij in Crooswijk. De grote bieb is inmiddels zijn tweede thuis. Ivan is één van de mannen waar Peter het over had: hij komt hier namelijk al jaren. Dag in, dag uit. Schaken kan hij dan ook als de beste. Ivan klopt zichzelf triomfantelijk op de borst en begint te lachen. Dan vervolgt hij op serieuzere toon: “Toen ik klein was, een jaar of 11 denk ik, moest ik elke dag met de trein naar school. Heen en terug. Daar, in die trein, elke dag weer, heb ik leren schaken.” Ivan keert even in zichzelf bij de herinnering. “En dan kwamen we bij onze halte, maar was het spel nog niet uitgespeeld. Dan gingen we op het perron gewoon verder. Gewoon op de stoep!”

Met Ivan aan mijn kant ontdek ik dat de meeste mannen op en rondom het schaakspel uit Bosnië komen. In veel Bosnische families speelde schaak een cruciale rol in het dagelijks sociaal leven. Ivan: “De mannen zaten de hele nacht te schaken, zelfs als de kinderen en vrouwen allang naar bed waren. Schaken, schaken, schaken!” Hij grijnst ondeugend. “Dan kwamen de vrouwen ’s morgens uit bed, …en zagen die mannen daar nog steeds schaken!.”

Altijd boos
“Ssssssht! Sssht!!” De man op het bankje tegenover ons begint woeste gebaren te maken. Ivan haalt zijn schouders op. “Aah hij daar, Servisch! Die is altijd boos!”, verklaart hij het gedrag van de brombeer. “Hij heeft zijn hele familie verloren in de oorlog. Allemaal dood.” Ik laat het even bezinken. Ik geloof dat ik ook boos zou zijn. Ivan maakt een wegwuif gebaar naar de Serviër en roept daar iets bij dat ik niet kan verstaan. “Wat zei je nu tegen hem?”, vraag ik daarom. Ivan begint weer hartelijk te lachen en mompelt iets over ‘vergeten’ en ‘nationalistisch’.

Het tafereel rondom het schaakspel doet gemoedelijk aan, maar hier schuilt misschien wel een hoop pijn, concludeer ik. De meeste mannen zijn gevlucht voor de burgeroorlog in Bosnië, die tussen 1992 en 1995 woedde na het uiteenvallen van Joegoslavië, en zijn zodoende in Nederland terechtgekomen. Nog altijd wensen veel van de Servische Bosniërs onafhankelijkheid van hun gebied in Bosnië-Herzegovina en aansluiting bij Servië. Veel van hen zijn volgens Ivan ‘altijd boos’. Schaken lijkt voor deze mensen een uitlaatklep en gelijktijdig een afleiding van alle zorgen en pijn. Het spel vereist scherpe aandacht en concentratie. Tijdens het schaken kun je simpelweg alleen maar met het spel bezig zijn.

“Aanraken is zetten, en loslaten is gezet”
Er schuift een Nederlandse man aan. Laten we hem Nico noemen, want ik heb zijn echte naam niet gevraagd. In een versleten boodschappenkarretje vervoert hij zijn hele hebben en houwen. Het meisje naast hem schuift ongemakkelijk heen en weer en staat uiteindelijk toch maar op. Nico lijkt het niet te merken, of het deert hem niet. Met één hand houdt hij zijn karretje stevig vast en de andere hand omklemt zijn lange baard. Hij houdt zijn blik op het bord gericht en knikt erbij alsof hij het spel doorgrond heeft. Meespelen? Hij kijkt wel uit. De laatste keer dat Nico meespeelde raakte hij verwikkeld in een hevige ruzie. Peter kan zich deze consternatie nog levendig voor de geest halen. “Nico wil de officiële regels van het spel volgen. Aanraken is zetten, en loslaten is gezet, vindt hij. De andere schakers nemen het vaak niet zo nauw met die regels.” Sindsdien is Nico alleen nog toeschouwer.

Rivaliteit en emotionele waarde
Meestal gaat het schaakgebeuren er gemoedelijk aan toe, maar af en toe moet de beveiliging ingrijpen. Eén van de regels is dat er niet om geld gespeeld mag worden. Daar wordt streng op toegezien. Peter: “In principe is iedereen welkom in de bibliotheek en daarmee bij het schaakspel. Mits ze zich weten te gedragen. Af en toe raakt het allemaal een beetje verhit en worden die mannen luidruchtig. Dan smijten ze die stukken echt neer, vliegt er ineens een Paard door de hal”, vertelt Peter. Later krijg ik ook nog een verhaal te horen over rivalen die schaakstukken voor elkaar verstopten, zodat de rivaal de volgende dag niet aan het spel kan beginnen.

schakenDat het schaakbord in de grote bieb emotionele waarde heeft, bewijst het verhaal van Harry Hoek, organisator en inrichter van de tentoonstellingen in de Centrale Bibliotheek van Rotterdam. Hij ontwierp al in 1996 een Rotterdams schaakspel, met de Zwaan als Koningin, de Euromast als Koning en de Kubuswoningen als pionnen. Met steun van de Gemeente Rotterdam en het Schaakmuseum bracht hij in 2005 een abstracte versie van zijn schaakspel in tafelmodel en XL-versie op de markt. De XL-versie werd in de hal van de grote bieb geplaatst, ter vervanging van het oude schaakspel. Prachtig, vond Harry, maar de gevestigde schakers konden er maar moeilijk aan wennen. Boze brieven en klachten werden bij de directie gedeponeerd, waaruit bleek dat de spelers niet met het nieuwe spel uit de voeten konden. De boodschap was duidelijk: wij willen ons oude bord terug. Na een jaar gaf de organisatie zich gewonnen en vandaag de dag spelen de schakers weer op hun oude bord.

Prima, vinden de schakers. Het ‘oude’ bord bestaat uit losliggende zwarte en witte vlakken met eenvoudige schaakstukken. De vlakken zijn wat verschoven. “Die moeten ze eigenlijk weer recht leggen”, vindt Ivan. Verder lijkt het hem allemaal niet te deren. Of je elkaar nou wel of niet kunt verstaan, …of je nu Bosniak, Kroaat of Serviër bent. Let’s talk chess!

Rotterdam: fietsen door de Maastunnel

IMG_0872De Rotterdamse Maastunnel vierde vorig jaar haar 70-jarig jubileum. De verkeerstunnel verbindt de oevers van de Nieuwe Maas met elkaar (Rotterdam-Zuid en Rotterdam-West) en wordt dagelijks gebruikt door 75.000 motorvoertuigen, 4000 (brom)fietsers en een groot aantal voetgangers. De oude generatie Rotterdammers koestert warme herinneringen aan de tochten door de tunnel; anno 2013 is de Maastunnel voor veel Rotterdammers nog een dagelijks ritueel. Tenminste, …als de roltrap werkt!

Vrijdagmiddag. De zon schijnt en de Wereldhavendagen zijn in volle gang. In het kader van mijn project Bloggen over Rotterdam sta ik bij het toegangsgebouw aan de Zuidzijde van de Maastunnel, aan het Charloisse Hoofd. Ik hang hier wat rond, observeer mensen, luister gesprekken af en knoop praatjes aan. Het is een drukte van belang. Daar waar normaal slechts een enkeling gebruik maakt van de lift, staat er nu een lange rij voor de liftdeuren. Een defecte roltrap is de boosdoener.

Arie (71) stapt maar weer op zijn fiets. Hij was van plan geweest om een kijkje te nemen aan de andere kant van de Maas, waar dit weekend de Wereldhavendagen gevierd worden. Een auto heeft hij niet. Helemaal uit Lombardijen fietste hij naar het Charloisse Hoofd om zijn reis via de tunnel te vervolgen. Helaas, de roltrappen doen het niet. Er is een fietsslot naar beneden gevallen en deze is tussen het mechanisme van de trap terecht gekomen. Een team van monteurs is al geruime tijd bezig om het probleem te verhelpen en dit gaat naar alle waarschijnlijkheid nog wel even duren. Alleen mensen die hun fiets kunnen dragen mogen gebruik maken van één van de stilstaande roltrappen. Arie haalt zijn schouders op. “Die fiets van mij naar beneden sjouwen? Op mijn leeftijd? Nou, dan maar niet hoor. Ik ga zo weer lekker naar huis, een prakkie maken.” Arie komt oorspronkelijk uit Oud-Charlois en werkte in zijn jonge jaren in Coolhaven. Nu fietst hij nog één of twee keer per jaar door de Maastunnel, maar vroeger deed hij dit twee maal daags. Heen en weer. In die tijd werd er massaal gebruik gemaakt van de fietstunnel en was het veel drukker dan nu. Arie herinnert zich de politieagenten te paard om de fietsers netjes in de rij te houden. Hij wijst op de groeiende rij bij de lift. “Dat daar is er niks bij.”

Maastunnel -021Terwijl een team van monteurs het defect aan de roltrap probeert te verhelpen, raak ik in gesprek met tunnelwachter Youku. Youku houdt al zeventien jaar toezicht op de fietsers en voetgangers die dagelijks gebruik maken van de Maastunnel. Hij bewaakt de openbare orde en helpt mensen met hun fiets of kinderwagen als zij zelf de roltrap niet af of op durven. De functie van tunnelwachter was in eerste instantie een melkertbaan, vertelt Youku, maar inmiddels zijn hij en zijn collega’s onderdeel van Stadstoezicht. Kordaat stuurt Youku de fietsers die zich richting het toegangsgebouw van de tunnel begeven door naar de liften.

Met een grote bakfiets komt de Curaçaose Sergio over het Charloisse Hoofd aangereden. “Hoe lang gaat het nog duren, man?! Jullie zijn al een paar weken met die roltrap bezig!”, roept hij verontwaardigd uit. Niet van plan om zich zonder protest weg te laten sturen briest Sergio verder. “Meneer, kom op, vervang dat ding gelijk dan! Weet je wel hoeveel belasting wij betalen, man! Dat kan toch zo niet, swa?!”. Tunnelwachter Youku kijkt het even aan en legt Sergio na zijn tirade vriendelijk uit wat de oorzaak van het probleem is. Dat stelt Sergio tevreden. Amicaal en verontschuldigend slaat hij Youku op zijn schouder en verzekert hem van het feit dat de boosheid niet op hem gericht was, maar op “die conjo’s van Gemeente Rotterdam”. Nog wat nasputterend en scheldend keert Sergio weer richting huis.

Een groot deel van de aanwezigen heeft haast en de stilstaande roltrap komt voor hen zeer ongelegen. In de rij voor de lift verzucht een man met een NS-logo op zijn jas dat hij te laat op zijn werk gaat komen. “Dat zal toch zeker geen probleem zijn bij de NS”, grapt een andere man die achter hem staat. Wouter uit Barendrecht moet ook naar zijn werk. Als ecoloog werkt hij bij Bureau Stadsnatuur en met fietstassen vol apparatuur verdwijnt hij na een kort gesprekje de lift in. Anderen zijn een dagje uit en genieten van het mooie weer en de Wereldhavendagen. Een vriendenclubje uit Bergen op Zoom staat vertwijfeld op de stoep, hun fietsen bepakt met grote tassen aan weerszijde. “Toch jammer dat de storing aan de roltrappen niet vermeld is door verkeersinfo”, vindt één van hen. De heldhaftigste van de mannen stelt voor om de fietsen dan maar naar beneden te dragen, maar zijn idee krijgt weinig steun. Uiteindelijk sluit het gezelschap aan bij de lift.

Wat maakt de Maastunnel zo bijzonder, behalve dat het een snelle en handige route van ‘Noord naar Zuid’ is? De vrolijke Iris (24) weet het antwoord wel. Zij fietst dagelijks van het Oude Noorden naar Pernis. Soms pakt ze de Erasmusbrug, afhankelijk van het weer en waar ze op dat moment zin in heeft. Toch blijft de Maastunnel ‘iets speciaals’. Iris geniet van de historische fotocollages langs de roltrappen die het ontstaan en de beginjaren van de tunnel tonen. “Ik vind het hier ook altijd zo lekker ruiken! Tja, waarnaar? Ik denk dat dit het smeer van de roltrappen is, het is echt een heel speciale geur.”

IMG_0859Dat fietsen door de tunnel niet zonder risico is blijkt uit de verhalen van Youku. Enkele maanden geleden verloor een Marokkaanse man drie vingers aan de roltrap. Volgens Youku niet de eerste keer dat dit gebeurt. Als ik later zelf op de roltrap sta vraag ik me af welke capriolen iemand in godsnaam moet uithalen om hier zijn vingers te verliezen. Ik denk terug aan de dronken man die een jaar geleden met fiets en al naar beneden kukelde. Hij had in ieder geval zijn vingers nog. Youku wijt het aan de overjarige houten roltrappen die wel een renovatiebeurtje kunnen gebruiken. Een paar weken geleden stelde de ChristenUnie/SGP nog vragen aan het Rotterdamse stadsbestuur over het achterstallige onderhoud aan de roltrappen. Stilstaande, defecte roltrappen zijn geen zeldzaamheid en de raadsleden zijn bang dat de vele vertragingen fietsers zullen weerhouden om in de toekomst nog gebruik te maken van de tunnel. Toch zullen we nog even geduld moeten hebben. Pas eind van dit jaar zullen vier van de acht roltrappen gerestaureerd worden.

De gepensioneerde Rob uit Rotterdam-Alexander laat zich niet uit het veld slaan. Behendig tilt hij zijn fiets omhoog en stapt op de roltrap. “Doe je wel voorzichtig?”, roept Youku hem na. Maar Rob hoort hem al niet meer. Hij is al bijna beneden.

>> Over de Maastunnel
De bouw van de Maastunnel begon in 1937. Destijds vormden de Koninginnebrug en de Willemsbrug de enige verbinding tussen Noord en Zuid. Deze twee bruggen bleken niet langer voldoende te zijn en Rotterdam werd geteisterd door enorme verkeersinfarcten. Er bestond dus behoefte aan een nieuwe verbinding tussen de Maasoevers. Zonder feestelijkheden of ceremonieel werd de tunnel in 1942, onder Duitse bezetting, geopend. Ondanks deze donkere schaduw was de komst van de tunnel iets heel bijzonders. De Maastunnel was niet alleen de eerste verkeerstunnel in Nederland, maar zij was ook (bron: Eeuwboek 1993) “…de eerste afzinktunnel van beton; de eerste met een rechthoekige doorsnede; de eerste met gescheiden rijbanen voor auto’s, voetgangers en fietsers; een tunnel met een uniek funderingssysteem en een geheel nieuwe wijze van ventilatie en verlichting”. Een bijzondere tunnel dus, die tot op de dag van vandaag onmisbaar is voor de stad en de Rotterdammers. De Maastunnel vormt één van de belangrijke verkeersverbindingen in de stad. Inclusief toeritten is de Maastunnel 1373 meter lang.

IMG_0867 IMG_0863 IMG_0876 IMG_0877IMG_0861

Bloggen over Rotterdam

Een stad wordt weliswaar ontworpen door architecten, planologen en politici, maar gekleurd door de mensen die er wonen, werken en leven. De komende drie maanden ga ik wekelijks een blog over Rotterdam schrijven. Dit kan over van alles zijn. Ik ga op zoek naar de gezichten, verhalen en de dagelijkse realiteit van Rotterdam en de Rotterdammer. Bijvoorbeeld: een blog over het schaakbord in de grote bibliotheek. De Noorse Zeemanskerk aan de Westzeedijk. Een bijzondere plek in de stad of een interessant initiatief. Een dagje meelopen met de stadswacht, de roteb of op de markt. Een speciaal restaurant, café of winkeltje. Een bijzonder persoon met een verhaal dat verteld moet worden. Alles is mogelijk.

Daar wil ik heel erg graag jullie hulp bij gebruiken. Ik zou willen weten waar jullie over willen lezen. Een plek of persoon die je goed kent, of misschien juist nog niet? Waar ben je nieuwsgierig naar? Wil je zelf iets delen? You name it! Niets is te gek. Je kunt je idee kenbaar maken door te reageren op dit bericht of je kunt me mailen (zie onder ‘contact’). Iedere week kies ik één onderwerp uit alle ideeën. Ik ga erheen en ik schrijf erover.

Ik kijk uit naar jullie reacties!
Liefs, Karin

………………………………………………………………

Wie Rotterdam zegt, zegt de Maas. Die zegt Feyenoord, Blijdorp en de Koopgoot. Of de haven, de Erasmusbrug en de Kubuswoningen. Maar dit is natuurlijk niet alles dat de stad te bieden heeft. Rotterdam is een stad die zich in eerste instantie niet gemakkelijk laat zien, laat staan begrijpen. Het is een stad die je moet leren kennen en waar je moeite voor moet doen. Moeite die absoluut de moeite waard zal blijken wanneer Rotterdam haar geheimen prijsgeeft. Multiculturaliteit in al haar facetten. Een stad altijd in beweging. Altijd wel ergens wat te doen.

Rotterdam wordt steeds leuker. Ik ben hier geboren en getogen, maar ik ontdek nog regelmatig nieuwe gezichten en plekken in de stad. Momenteel wordt er druk gebouwd en hoewel ik de vele bouwputten soms vervloek, ben ik vooral benieuwd naar wat ze gaan brengen. Ik houd van Rotterdam om haar enorme variëteit in culturen en levenswijzen, de no-nonsense-mentaliteit en de trots en verbondenheid die Rotterdammers met hun stad voelen. Maar Rotterdam is voor mij in de eerste plaats toch vooral een thuis.