Deze vrouwen cheffen het

Nee, echt niet, chef-koks zijn niet altijd tierende mannen die met pannen en messen gooien. Deze drie vrouwen zijn helemaal in control in hun eigen restaurantkeuken. En in hun drukke gezinsleven…


Joyce Giesen (47)
Chefkok: Aan De Lange Dis (luxe catering)
Getrouwd met Michel (51), moeder van zoon Floris (21) en dochter Bo (17)

“Voor zijn 50e verjaardag wilde een klant tafelen in Italiaanse stijl. Aan een lange gedekte tafel in de tuin, met al zijn familie en vrienden. Dat is mij op het lijf geschreven! Ik houd enorm van zo’n mediterraan sfeertje, een tafel vol heerlijke gerechten, goede wijnen en gezelligheid. Na een welkomstdrankje en een amusehapje, serveerde ik huisgerookte zalm van mijn eigen big green egg, gevolgd door langzaam gegaarde kalfswang met truffelsaus.

De voorbereidingen beginnen dagen van te voren. Natuurlijk houd ik rekening met dieetwensen, maar verder laten klanten me gelukkig vaak vrij. Het meeste voorbereidingswerk doe ik in eigen keuken. Ik heb thuis een verdiept aanrechtblad van vijf meter lang, drie ovens en een teppanyaki plaat. Mijn berging ligt vol met horecaspullen (lacht). Op de locatie zelf leg ik de laatste hand aan de gerechten. Ik neem vooraf altijd even een kijkje in de keuken.

“Een mooi gedekte tafel met bloemen en kaarsen, verse producten en een boel gezelligheid; dat is voor mij waar eten om draait”

Mijn passie voor koken ontstond op de hotelschool. De eerste kookclubjes met klasgenoten waren daar al snel een feit. Ik zeg weleens, het is een uit de hand gelopen hobby geworden. Mijn zus en ik begonnen al in 1995 ons eerste bedrijfje in catering en styling, genaamd Soeurs (zussen op z’n Frans, omdat we allebei in Parijs hebben gewoond). Zij werkte toen als doktersassistent en ik had een eigen schoonheidssalon; koken deden we ernaast. Na een tijdje kreeg ik een baan achter het fornuis in een restaurant in Amersfoort. Hier leerde ik koken voor grote groepen en diverse gezelschappen. Binnen een jaar was ik er chefkok. Inmiddels weet ik dat ik niet in een restaurant wil werken; elke keer hetzelfde maken gaat mij vervelen, ik wil me laten leiden door wat er in me opkomt. Mijn zus en ik runnen nu sinds 3 ½ jaar Aan De Lange Dis. Veel van de klussen doe ik alleen, omdat mijn zus er nog een baan naast heeft. We cateren voor feesten, borrels en events, maar koken ook vaak bij mensen thuis.

Inspiratie haal ik uit kookprogramma’s – ik kijk ze allemaal! – maar ook uit kruidentuinjes waar ik langsloop, of versmarkten.
Jaarlijks cateren we voor een groot schrijversevenement, vaak in Duitsland, maar afgelopen jaar zaten we twee weken in Zuid-Frankrijk. Van te voren heb ik een menu in mijn hoofd, maar dan lopen we op die markt… Overal mooie groenten en kazen, prachtige hammen… Op de terugweg vind je overal vers fruit in stalletjes langs de weg. Heerlijk – dan ga ik helemaal los! Een mooi gedekte tafel met bloemen en kaarsen, verse producten en een boel gezelligheid; dat is voor mij waar eten om draait. Ik mingel ook graag met de klanten. Ik loop en kook trouwens altijd op hakken van minstens acht centimeter. Mensen verklaren me voor gek, maar voor mij loopt dat het fijnst!

Mijn gezin is enorm betrokken. Floris doet de Hogere hotelschool – hij wil straks de wijn in – en woont op kamers. Hij helpt ons soms in de bediening. Mijn man is een groot barbecue-fanaat; op zijn Weber bereidt hij soms gerechten voor me, als ik tijd of ruimte te kort kom. Mijn dochter geniet vooral van het lekkere eten. (lacht)
Druk is het soms wel, en schuldig kon ik me ook voelen – zeker toen ik nog in het restaurant werkte. Ik was vaak weg. Overigens geloof ik ook dat ik er een leukere moeder van werd, door mijn eigen ding te hebben en te werken. Dan hadden we zoveel mogelijk quality time als ik thuis was. Nu de kinderen ouder zijn is het goed te combineren. Soms kookt Michel, maar vaak maak ik gewoon iets extra als ik toch voor een klant bezig ben.”


Chan Roemkitjkran (43)
Chefkok: Yam Thai restaurant
Samenwonend met Arjen (49), moeder van dochter May (26), oma van kleinzoon Thayson (3)

“Ik groeide op in Chonburi, Thailand, in een gezin met nog drie zussen. Mijn moeder heeft een cateringbedrijf en we waren altijd in de weer met eten. Ze kookte bijvoorbeeld voor het leger – honderden man! – maar ook voor feesten. Als klein meisje keek ik al nieuwsgierig mee naar wat ze deed. De Thaise sambalpasta zoals mijn moeder die maakt is onovertroffen!

Toen ik een jaar of 12 was ging ik mijn moeder serieus helpen, toentertijd in de catering op een Hogeschool. Nee, dat vond ik niet altijd leuk (lacht), ik speelde liever buiten. Ik kwam toen net zo hoog als die wokpit, kon er nét in roeren! Nu ben ik er dankbaar voor – koken is echt mijn passie geworden.

In 1998 kwam ik naar Nederland. Ik kreeg een baan als kok in een Thais restaurant. Maar mijn dochter was toen 9 en ik wilde ‘s avonds thuis zijn. Ik heb tien jaar in een fabriek gewerkt en toen May oud genoeg was maakte ik mijn terugkeer naar het restaurant. Hier leerde ik wat er allemaal komt kijken bij het runnen van een restaurant; inkoop, menu, roosters, bediening…
Ik vond dat ik genoeg ervaring had om zelf een restaurant te beginnen. Samen met Arjen, die ik een paar jaar ervoor leerde kennen. Simpel maar voortreffelijk Thais eten – daar gaan we voor. Hier zat vroeger een shoarmazaak/pizzeria trouwens, we hebben echt maandenlang verbouwd om de zaak ons restaurant te maken. Arjen en ik werken en leven samen; samen in het restaurant, samen inkopen doen. We verdelen gelukkig de taken. Hij bemoeit zich niet met mijn werk; ik iets meer met dat van hem, vrees ik! (lacht)

“Gefermenteerde garnalen zijn Nederlanders vaak te gortig”

Maandag zijn we dicht, dat is mijn enige vrije dag. Op maandagen en de overige ochtenden pas ik zo vaak als kan op mijn heerlijke kleinzoon. Mijn dochter komt hier vaak met hem eten. Dan zijn ze er rond 16.00 uur, net voor de drukte, en maak ik wat lekkers voor ze. Altijd gezellig!

Ik heb nu twee koks in de keuken, nog twee koks voor de voorgerechten en wat meiden in de bediening. Veel Thaise koks zijn opgeleid door hun moeder of oma; ze moeten nog leren hoe het er in een professionele keuken aan toegaat. Het heeft trouwens even geduurd voor ik gemotiveerd personeel vond die kon koken zoals ik het graag wil! In de keuken zorg ik voor afwisseling; iedereen moet alles kunnen. Als het heel druk is en ik zie personeel ploeteren, neem ik het even over. Met mijn ervaring is het makkelijker om dingen op te pakken.

Door ervaringen in andere restaurants waar ik werkte, leerde ik hoe je op een goede manier leiding geeft. Hoe je personeel gemotiveerd houdt, hoe je mensen een goed gevoel geeft… Ik kan goed delegeren en leiding nemen, maar zal mijn mensen nooit uitkafferen en ik blijf altijd rustig. Als chefkok is het heel belangrijk om overzicht te houden. We werken hier namelijk ook met afhaal; mensen zitten te wachten, anderen hebben telefonisch besteld en het restaurant zit ondertussen bomvol. Maar kwaliteit staat bovenaan; de smaken moeten goed zijn.

Als ik ergens eet, denk ik vaak: ‘hoe zou ík dit maken?’ Zo is mijn Yam Thai (Thaise salade) ontstaan. Veel mensen in deze buurt eten vegetarisch; dat staat nu vaker op de kaart. Maar ik maak de gerechten in principe zoals ík ze lekker vind en vind dat ze horen te smaken. Wat ik van mijn moeder leerde en later in restaurants maakte, heb ik eigen gemaakt. Als iemand het minder pittig wil, vooruit, maar anders serveer ik het volgens mijn smaak. Maar natuurlijk houd ik rekening met de smaak van Nederlanders. Gefermenteerde garnalen, trassi; dat is Nederlanders vaak te gortig. Mijn favoriet is trouwens Tom Yam, een pittige, kruidige soep – doet me aan mijn moeder denken, maar zoals ik het voor mezelf maak zet ik het hier niet op tafel. Ik ga nog vaak naar Thailand trouwens, dan eet ik overal en nergens en kijk wat er allemaal bijgekomen is!

Trots ben ik zeker. We hebben het toch maar mooi geflikt! Ik kijk ’s avonds vaak stiekem om het hoekje om te zien of iedereen het bordje leeg gegeten heeft. Mijn moeder is heel trots op me trouwens. Ze komt volgend jaar sinds tien jaar weer naar Nederland. Leuk én spannend. Mijn moeder heeft de wind er altijd goed onder in de keuken!”


Mary van Kleef (52)
Baas/ chefkok in de artiestenfoyer van de Rotterdamse Schouwburg
Mary is singel. Moeder van Sabine (29) en Kathleen (25, woont nog thuis), oma van Amy (9) en Lilly (6)

“Alweer 15 jaar run ik hier de keuken. Het is eigenlijk één grote familie, niet in de laatste plaats omdat mijn dochter Kathleen hier achter de bar staat (lacht).
We zijn één van de weinige artiestenfoyers waar nog echt gekookt wordt voor de artiesten, de crew en het Schouwburgpersoneel. Er wordt hier topsport geleverd, dus er moet goed gegeten worden. De dansers eten graag pasta, vol koolhydraten. Zeker die jongens eten dan best veel. De meiden willen vaak liever een stampotje van boerenkool en pomodori.

Er komen hier eigenlijk altijd leuke mensen. Down to earth, het is hier vaak ‘ouwe jongens krentenbrood’ gezellig. De dansers van Scapino ballet, bijvoorbeeld, zijn fijne mensen en inmiddels heel ‘eigen’. Ik ben ook altijd blij als Hans Dagelet komt, dat is zo’n schat!

Ik stel elke dag een ander menu samen. Wat ik maak weet ik van te voren nooit, ik verzin het soms tijdens het snijden van de groenten.
’s Morgens op de fiets doe ik boodschappen. Veel komt via de groothandel, maar ik ga steevast langs de Marokkaanse slager – die ik nog ken van vroeger – en de Turkse groenteboer voor aubergines en zoete aardappels. Eenmaal binnen zet ik vast de oven en platen aan, bak ik brood en maak ik schoon. Ik doe hier van alles; van de menu’s tot de roosters. Lange dagen ja, maar als de voorstellingen rond 20.00 uur beginnen kan ik weg.

“Ik weet altijd precies hoe ik het wil”

Goed eten is voor mij ontzettend belangrijk. Ik ben vegetariër en dus altijd gefocust op verse groenten. Vlees bereiden vind ik geen enkel probleem trouwens. Wel zou ik het liefst alles biologisch kopen, maar toneelgezelschappen hebben helaas steeds minder budget.
Eens in paar maanden maak ik een bulk sambal van Madame Jeanette, dat vries ik dan in. Ik ben er dol op, maar je ruikt het van hier tot aan de kantoren. Ik maak het daarom zo vroeg mogelijk; we willen niet dat de grote zaal ’s avonds nog naar sambal ruikt! (lacht)

Ik ben 18 jaar getrouwd geweest en heb 12 jaar gelat. Maar die mannen snappen het echt niet. De horeca, de werktijden, dat je soms onverwachts naar de zaak moet… Altijd discussies – ik ben er wel klaar mee.
Mijn oudste dochter is ook alleenstaande moeder én werkt ook in de horeca. Privé is het rennen, vliegen en de tijd aan elkaar knopen. Na mijn werk ga ik naar het huis van mijn oudste dochter om op Amy en Lilly te passen, zodat zij kan werken. Dan kook ik gelijk wat lekkers. Als de dienst van Kathleen erop zit, lost zij mij af tot haar zus weer thuis is. Zo regelen we het met elkaar…

Als baas ben ik rechtdoorzee. Je kunt tegen mij ook alles zeggen. Ik stoor me weleens aan het haantjesgedrag van de mannen. ‘Grappige’ opmerkingen, je kent het wel. Dan neem ik ze even apart om te zeggen dat ik daar niet van gediend ben. Werkt altijd.
Ik werk met twee koks in de keuken. Ik weet altijd precies hoe ik het wil; verspillen doe ik niet graag, veel groenten is een vereiste en ik vind het doodzonde als ik zie dat het blijft liggen. ‘Snijd die vier penen op’, denk ik dan. Daar word ik pissig van.
Ik kan trouwens best voor een baas werken hoor, dat heb ik een tijdlang gedaan. Als ik maar geen chef hoef te zeggen. ‘Wie ben jij dan?’, denk ik. ‘Je hebt toch een naam!’ Doe maar lekker gewoon…

Heel af en toe krijgen we iemand in de foyer met een attitude. Vaak zijn dat nieuwkomers die nog niet weten hoe het hier werkt. Diva gedrag. Maar dat kunnen wij beter! Dan kijken mijn dochter en ik elkaar aan; ‘zo ma, hoor je dat?’ ‘Ben jij nou serieus?’ Dan is het gauw voorbij. (lacht)
Maar in al die jaren heb ik maar een keer een echt nare ervaring gehad. Ik geniet elke dag van mijn werk.”


 

Rotterdamse roedel neemt Schouwburgtoneel over

Tachtig ‘gewone’ stadsgenoten uit Zuid nemen het podium van de Rotterdamse Schouwburg vrijdag en zaterdag over. Nou ja, even dan. Als roedel doorkruisen ze tijdens het project De Oversteek van Adelheid Roosen de voorstelling ‘Dantons Dood’ van Toneelgroep Amsterdam. “We trainen iedereen om zichzelf te zijn.”

Tekst: Karin Spillenaar-Koolen | Foto’s: Ruben Hamelink
(Verschenen op: Vers Beton)

In de kleine zaal van de Rotterdamse Schouwburg liggen vijftig mensen op de grond. De Chinese Jian (60) zit als enige in kleermakerszit op zijn slaapmatje. In zijn gestreepte pyjama slaat hij het bonte gezelschap glimlachend gade.
De 16-jarige Mohammet draagt een djellaba en ligt naast Joni (24), met rossig haar en onstuimige energie.
“Mag ik echt alles doen wat ik normaal ook doe voor het slapengaan?”, vraagt ze.
Na een bevestigend antwoord van Melih buigt Joni zich in haar favoriete yogahouding: de opwaartse boog.
Bij gebrek aan een kussen heeft een gesluierde vrouw van eind veertig haar hoofd op de borst van haar buurman gelegd. Een ontspannen tafereel, terwijl ze elkaar toevoegen op Facebook.
Melih Gencboyaci van theatergezelschap Zina klapt verrukt in zijn handen.
“Heel goed! Jullie maken me echt blij, lieve mensen!”
Hij is bijna tevreden.
“De volgende keer wil ik nog nét ietsje meer energie zien.” Elly (70) doet door een gekneusde rib vandaag niet mee met de repetitie. Ze schudt lachend haar hoofd. “Doe eens niet zo enthousiast jij, joh. Ik word al moe als ik naar je kijk.”

Zachte revolutie

Deze mensen, waarvan het merendeel zelden tot nooit in het theater komt, steken straks letterlijk het podium over tijdens ‘Dantons Dood’; een voorstelling van Johan Simons over de Franse revolutie, met acteurs als Hans Kesting, Gijs Scholten van Aschat en Halina Reijn. Brein achter De Oversteek is Adelheid Roosen; theatermaker, ‘wijkrevolutionair’ en artistiek leider van theaterplatform Zina. In Amsterdam en Den Bosch stak zij al eerder over. Nu is Rotterdam aan de beurt.

Met De Oversteek wil Roosen een brug slaan tussen de Nederlandse stadsschouwburgen en de mensen op straat. Doel: de schouwburg een thuis maken voor álle Rotterdammers. Want waar de schouwburg voor de één een tweede thuis is, is het voor een ander een imponerend gebouw met een torenhoge drempel. Het idee ontstond toen enkele jaren terug een storm van kritiek over de culturele sector raasde. “We kregen het verwijt dat we met onze rug naar het publiek stonden en met onze portemonnees naar Den Haag. Dat vond ik zeer onterecht, dus die handschoen wilde ik wel oppakken. Schouwburgen zijn tenslotte overheidsgebouwen. Ik was wel benieuwd hoe open die overheid zelf is”, zegt Roosen in een interview met De Correspondent.

Kim Zonneveld en Kyra Bououargane zijn vanuit theatergezelschap Zina afgezanten voor De Oversteek in Rotterdam. Zonneveld: “Om te onderzoeken in hoeverre openbare gebouwen ook echt openbaar zijn, willen wij met een grote groep – letterlijk – een gebouw binnenlopen terwijl het in functie is. In dit geval: terwijl er iets op het podium gaande is.” De Oversteek lijkt uiteindelijk geknipt voor ‘Dantons Dood’, vindt Zonneveld. “‘Dantons Dood’ is onder andere een stuk over de Franse revolutie, over de opstand van een volk. Wij maken eigenlijk een zachte contrarevolutie.”

Verborgen kennis

Van de tachtig Rotterdammers die De Oversteek gaan maken, zijn er vandaag vijftig aanwezig bij de repetitie. Tijdens de voorstellingen steken er honderd over, waarvan twintig uit de ‘kerngroep’; een kleine groep deelnemers die in álle zeven steden mee oversteekt en hun eigen taken hebben binnen de voorstelling. De rest komt uit Katendrecht, de Afrikaanderwijk en andere delen van Feijenoord en Charlois. Voor hen betekent De Oversteek in de eerste plaats een oversteek over de Maas. Een enkeling komt uit Blijdorp of West.
In de nacht van 14 op 15 maart blijft de groep slapen op het toneel in de schouwburg. ’s Morgens is er een gezamenlijk ontbijt met alle medewerkers van de schouwburg en geïnteresseerde omwonenden. Ontmoeting en verbinding tussen mensen uit verschillende culturen, wijken en sociale klassen – al jaren de rode draad in Adelheids theaterwerk – lijken ook hier weer centraal te staan.
Uniek voor De Oversteek in Rotterdam is de Markt van Verborgen Kennis. Vanuit de gedachte dat veel (vak)kennis in rap tempo uit onze dagelijkse beleving verdwijnt, worden de deelnemers aan De Oversteek uitgenodigd om die kennis te delen. Zo zal Elly alles kunnen vertellen over breien en haken, geeft Bep uitleg over het zelf maken van jam en chutney en heeft Heico het antwoord op veel van je klusvragen.

Roedel uit Rotterdam-Zuid

“Kyra en ik hebben alle roedelleden opgezocht, ontmoet en leren kennen”, zegt Kim Zonneveld. “In september zijn we voor het eerst met onze fiets de wijken ingegaan, vooral Katendrecht en de Afrikaanderwijk. We hebben aangebeld bij mensen, maar ook bij organisaties en buurtinitiatieven. Wij komen allebei niet uit Rotterdam en kenden Zuid helemaal niet. Door heel vaak door een wijk te lopen en fietsen, leer je de buurt en de mensen wel kennen. Het contact word intensief en persoonlijk, je staat echt even middenin hun leven.  Het is dan zo mooi als ze ‘ja’ zeggen tegen De Oversteek.”

Hoe de feitelijke Oversteek er in de voorstelling precies uit gaat zien, houden Zonneveld en Bououargane liever even stil. Bououargane: “Dat is niet om flauw te doen, maar het is zonde als het publiek al precies weet wat er gaat komen.” Op een gegeven moment in de voorstelling betreedt de roedel het toneel. Deze beweging moet goed voorbereid worden. Hoewel het makkelijk oogt, is de uitvoering precisiewerk. “We nemen het startsein door en oefenen de looproute op het podium, maar verder moeten mensen vooral zichzelf zijn”, legt Bououargane uit. “Tijdens de repetities zijn we ook bezig om elkaar te leren kennen en vertrouwd te raken met de schouwburg, dat is immers ons ‘huis’. We komen vijf keer bij elkaar voordat we hier echt gaan slapen.”

Nieuwsgierig allegaartje

Het gezelschap is divers, multicultureel en een ‘allegaartje’. Toch hebben de mensen veel gemeen. Ze zijn nieuwsgierig, in voor iets nieuws en allemaal op een eigen manier sociaal en maatschappelijk betrokken. Tijdens de repetitie worden er speeddates gehouden. De vraag die ieder moet beantwoorden is: ‘Wat is revolutie in jouw leven?’
Kyra Bououargane: “We zoeken naar ieders kracht en verborgen talenten. Iedereen wordt getraind om zichzelf te zijn.” Waarom doen mensen mee? Niet in de laatste plaats door het aanstekelijke en oprechte enthousiasme en de gedrevenheid van Zonneveld en Bououargane, zo blijkt in de gesprekken met de deelnemers. “Mensen hebben verschillende drijfveren, die je van tevoren niet zelf wilt invullen”, zegt Zonneveld. “Bijvoorbeeld nieuwsgierigheid, nieuwe mensen willen ontmoeten, het theater leren kennen of gewoon het avontuur. Dat snap ik wel. Vroeger wilde ik altijd in Ikea of Hema blijven slapen.”

Samen tanden poetsen

Bououargane: “Samen tanden poetsen en in pyjama door de gang lopen en ontbijten, is al zo bijzonder en direct al gezellig, intiem en verbindend. Slapen onder de lampen van het toneel van de grote zaal van de Schouwburg, het is op zoveel manieren zo ontzettend leuk. We noemen het een zachte revolutie, maar het snijdt ook echt hout. Zodra je ruimte creëert om een ontmoeting te laten plaatsvinden, gebeurt er veel.”

Melih sluit de repetitie bijna af. Met jas en tas staat de groep op het podium. “Jullie zijn fantastische talenten in oversteken. Eén ding, nog één belangrijk ding: NIET naar de grond kijken, want dan verlies ik je.” Nog een laatste keer. “En trek volgende keer allemaal schoenen aan die geen geluid maken.”


“De interesse in theater is aan het groeien”

Rob van der Rest (67):“Mijn leven lang woon ik al op Zuid. Ik ben projectleider van Buurtpreventie ‘Burgerblauw’ in de Tarwewijk. Op een dag zijn we benaderd door Kim en Kyra. Die liepen een avondje met ons mee en waren op zoek naar mensen die mee wilden doen met de Oversteek. Tja, als projectleider kon ik niet achterblijven. Mijn vrouw zei ook: ‘Ga jij maar een nachtje naar de Schouwburg, dan slaap ik ook eens lekker zonder dat gesnurk van jou!’ Ik ben één keer eerder in de Schouwburg geweest. Dat was bij ‘Dorus’, van Tom Manders. Voor de rest heb ik eigenlijk niks met theater. Onze interesse ligt er gewoon niet. Ik weet niet of dat gaat veranderen, misschien na de voorstelling, maar mijn echtgenote is ook niet zo van de Schouwburg. We gaan liever naar een concert of zo.
Een tijdje terug deed het Rotterdams Wijktheater ‘Charlois Aan Het Water’. Dat startte in het gebouw van de bewonersorganisatie. Wij van Burgerblauw begeleidden de mensen over de Brielselaan. Toen zijn we zelf ook gaan kijken natuurlijk, en dat was eigenlijk heel grappig. De interesse is aan het groeien, vandaar ook dat ik mee doe.
Ik heb er ontzettend veel zin in. Het is toch leuk, dat het toneelstuk op de helft is en dat je ineens met zoveel mensen naar binnen stormt. Men weet dat er iets komt, maar niet wat en wanneer. Ik ben ook heel benieuwd hoe het overnachten zal zijn. Je moet dat soort dingen eens meegemaakt hebben. Het is ook een hechte groep geworden. Ik vind het fijn dat men respect heeft voor elkaar, met alle verschillende talenten van de ander. Niemand steekt zijn kop boven het maaiveld, niemand is zo van: ‘kijk mij es’!”

35-rob-van-der-rest-8785-900x1348Rob van der Rest

“Ik dacht; als ik het niet doe, wie dan?”

Sukran Bostancı (49):“Laatst kreeg ik een mailtje van een ex-collega. Ik woon in de Afrikaanderwijk en werk bij Samenspel op Maat, waar kinderen tussen 1,5 en 2,5 jaar leren spelen met anderen als voorbereiding op de peuterspeelzaal. Die ex-collega had iets gehoord over De Oversteek en dacht dat het iets voor mij kon zijn. Het balletje ging rollen nadat ik contact opnam met de organisatie en we in gesprek gingen.
Het project sprak me erg aan, want ik ben echt een cultureel en sociaal type. Ik dacht; als ik het niet doe, wie dan? Iemand moet de voortrekker zijn. Daarbij wil ik graag een voorbeeld zijn, een motivatie voor andere mensen.
Theater en toneel prikkelen me, dat is natuurlijk ook een reden om mee te doen. Naar voorstellingen en concerten ga ik graag, ik houd ook van ballet. Pas geleden heb ik ‘Swan Lake On Ice’ nog gezien. Prachtig, echt prachtig! Ik wil ook nog graag eens naar een opera. En ik houd van Turkse muziek. Eigenlijk zit ik overal; theater Zuidplein, Luxor, De Doelen, nu dus hier. Overal waar een beetje leven is.
Zal het straks uitverkocht zijn, hoe vol zit de zaal, wat vinden mensen ervan? Het slapen zelf is voor mij een beetje dubbel, dat is niet echt mijn ding – hoewel ik heel makkelijk ben. Het stuk waarin we ons moeten omkleden, is toch wel apart, voor mijn cultuur en geloof.
De groep is echt een kleine familie geworden, iedereen heeft wel ergens en met iemand een klik. Het is telkens: “Hee zus, abla, tante.” We zijn allemaal mensen die iets moois willen doen, sociaal zijn. We zoeken elkaar op.”

22-sukran-bostanci-8711-900x1348Sukran Bostanci

 “Maar eens zien of ik talent heb”

Howard Gemerts (49): “Nog nooit was ik in de Schouwburg geweest. Ik wist dat het er zat, maar ging nooit naar binnen. En hier ben ik dan. Het is net een doolhof.
Sinds september werk ik als vrijwilliger bij de Proeftuin, in Feijenoord. Zelf woon ik in Bloemhof. Ik geef bij de Proeftuin Nederlandse les aan Marokkaanse buurtvaders. Binnenkort begin ik met een cursus computerles. Ik ben ICT’er maar nu in between jobs. Ik maak mezelf graag nuttig.
Kim verscheen op een goede dag bij de Proeftuin, dolenthousiast, en ze vroeg aan paar medewerkers en aan mij of we zin hadden om mee te doen met De Oversteek. Het leek mij wel wat, ik heb zoiets nog nooit gedaan en ben altijd wel in voor iets nieuws. Het leek me een leuke uitdaging. Ik ben eigenlijk niet van het plannen, ik stort me er gewoon op en dan zie ik wel waar het uitkomt. Zo sta ik in het leven.
Ik ben wel eens naar voorstelling van Freek de Jonge geweest en naar stand up comedy, zoals ‘Raymann is laat’. Maar echt theater, nee, nog nooit. Misschien dat ik er wel meer in ga doen, als bijrol of zo. Eerst maar eens zien of ik talent heb. Ach, het is gewoon iets leuks om aan mee te doen.
Het leukste aan De Oversteek vind ik dat we het podium opkomen en daar kunnen overnachten. Ik heb al met de technici gesproken over een feestje. Nemen we allemaal wat lekkers mee in koffer, leuke muziek, paar biertjes. We maken er een memorabele avond en nacht van. Maar wel alles netjes achterlaten!”

25-howard-gemerts-8715-900x1348Howard Gemerts