0 comments on ““Rouwen moet je zelf doen, maar het hoeft niet alleen””

“Rouwen moet je zelf doen, maar het hoeft niet alleen”

Een plek in Rotterdam waar iedereen die te maken heeft met verlies en rouw terecht kan voor ondersteuning, begeleiding en advies. Die hulp wil het Rouwstation bieden. Vandaag gaan de deuren voor het eerst open, in het pand van Humanitas aan de Pieter de Hoochweg.

Tekst: Karin Spillenaar-Koolen
Beeld: Joep van der Pal

Eén van de initiatiefnemers is Willem Vermeijden, de Rotterdammer die na de zelfgekozen dood van zijn dochter Merel een organisatie van ouder-lotgenotengroepen oprichtte. Het idee voor het Rouwstation ontstond toen Annette Hartlief, rouwbegeleider bij Stichting Humanitas, hem uitnodigde om te spreken in het Rouwcafé.
Hartlief, wier 12-jarige zoon in 2000 stierf aan een hartafwijking, droomde al langere tijd van een plek waar alle aanbod op het gebied van rouw en verlies samenkomt. “Rotterdam kent veel organisaties en particuliere initiatieven die zich bezighouden met verlies en rouw, maar zij zijn niet altijd op de hoogte van elkaars activiteiten. Hierdoor hebben mensen ook geen overzicht hebben en zoeken soms tevergeefs naar ondersteuning.”
Daar moest verandering in komen. Carla Neefs – toegepast psychologe – sloot zich aan bij het project en de bal ging rollen. Vanaf donderdag bieden opgeleide vrijwilligers, stagiaires en een handjevol professionele krachten praktische ondersteuning, begeleiding en advies aan bezoekers van het Rouwstation. Diverse gespreksgroepen, wandelmiddagen, trainingen, lezingen en psycho-educatie vallen onder het aanbod van het Rouwstation, dat een samenwerkingsverband is tussen Humanitas, CVU Uitvaartzorg en Rouwgesprekken.nl van Willem Vermeijden.

De nasleep van het verlies duurt langer dan de aandacht die de omgeving heeft

Taboe
Vermeijden: “Wij hebben contact gelegd met verschillende professionele organisaties en zelfstandig werkende huisartsen en therapeuten die met rouw te maken hebben. Zodoende creëerden we een ‘levende’ sociale kaart, indien verwijzing nodig blijkt.”
Maar de initiatiefnemers willen rouw in de eerste plaats normaliseren. “Dat is ontzettend belangrijk – rouwenden laten beseffen dat het normaal is wat je doormaakt. Er wordt soms te snel geproblematiseerd door betrokkenen en gekozen voor therapie of medicatie. Onze boodschap is: je mag voelen wat je voelt, het is jouw verdriet. Mensen willen daar gewoon aandacht voor, hoe lang geleden het ook is.”
Vermeijden vult aan: “De nasleep van het verlies van een dierbare duurt altijd langer dan de aandacht die de omgeving voor jouw rouw heeft. Het gemis wordt alleen maar groter naarmate de tijd verstrijkt – dat realiseren veel mensen zich niet. Daarom is lotgenotencontact, met mensen die weten wat je doormaakt, zo belangrijk.” Er is ook een taboe op rouw, denkt Hartlief. “Mensen associëren het met de dood en vinden het vaak een lastig onderwerp om over te praten. Middels voorlichtingen streven wij ook naar meer kennis en acceptatie binnen de samenleving.”

Na vijftig jaar huwelijk zit iemand ineens alleen op de bank en dan zeggen mensen: ‘jullie hebben toch een mooi leven gehad samen’ of ‘het was zo’n mooi afscheid’

Ontredderd
Er staan al verschillende lezingen gepland. Van ‘Hoe ondersteun je mensen in de rouw?’ tot ‘Financieel overleven terwijl je verdriet hebt.’ Er worden verschillende activiteiten georganiseerd voor uiteenlopende doelgroepen. Ouderen zijn een bijzondere groep, zo blijkt. “Niet-erkende rouw”, stelt Vermeijden. “Na vijftig jaar huwelijk zit iemand ineens alleen op de bank, helemaal ontredderd. En dan zegt de omgeving dingen als, ‘jullie hebben toch een mooi leven gehad samen’, of, ‘het was zo’n mooi afscheid’. Daarmee ga je voorbij aan de rouw die iemand doormaakt.”
Vermeijden en Hartlief verloren allebei een kind. “Wij zijn allebei op een plek terecht gekomen in de hulpverlening waar we gedijen, maar waar we nooit terecht waren gekomen als onze kinderen niet waren overleden – dat is heel dubbel”, stelt Vermeijden. “Naast dat grote verlies is dit ook een stukje zingeving, het geeft het leven weer betekenis. Wij proberen mensen te helpen vanuit die eigen ervaring. Rouwen moet je zelf doen, maar het hoeft niet alleen.”

http://www.rouwstation.nl

Over Willem Vermeijden
Merel, de dochter van Willem Vermeijden, beroofde zichzelf op 23-jarige leeftijd van haar leven. In oktober 2013 verscheen er over die gebeurtenis een artikel in het Rotterdams Dagblad. Vanuit de behoefte om ouders te ontmoeten die ook een kind verloren hebben, richtte Vermeijden een lotgenotengroep op: Rouwgesprekken.nl.
Nadat het artikel in deze krant verscheen ontving Vermeijden een stuk of dertig reacties. Dat waren mailtjes van lotgenoten die hun steun betuigden of hun eigen verhaal wilden delen, maar ook mensen die zich aanmeldden voor de groep.
Het duurde niet lang of de eerste bijeenkomst was een feit. Enige tijd verstreek en inmiddels bestaat er een tweede ouder-lotgenotengroep in Brielle,die begeleiding krijgt van Annette Hartlief. En binnenkort begint een derde groep aan de Kleiweg, waar de leiding in handen is van Marjan Dilven. Zij is deelnemer van het eerste uur van Vermeijden’s eigen groep.
Naast de gespreksgroepen verzorgt Vermeijden presentaties met een sterk persoonlijk karakter en doceert hij het vak “Afscheid nemen en rouwen” aan de Hogeschool Rotterdam.
Op verzoek spijkert de Rotterdammer ook de kennis bij van medewerkers die zich inzetten bij welzijnsinstellingen en organisaties. Zo geeft hij presentaties aan GGZ/BAVO Rotterdam over suïcide preventie met als titel: ‘Belangen van behandelaars en ouders met een een kind in de GGZ’

Dit artikel verscheen op 28 mei 2015 in het Rotterdams Dagblad.

11 comments on “De lotgenotengroep voor ouders die een kind verloren: In gesprek met Willem Vermeijden”

De lotgenotengroep voor ouders die een kind verloren: In gesprek met Willem Vermeijden

Zes maanden geleden verscheen mijn interview met Willem Vermeijden (54) in het Rotterdams Dagblad. Zijn dochter Merel had zichzelf op 23-jarige leeftijd van haar leven beroofd. Vanuit de behoefte om ouders te ontmoeten die ook een kind verloren hebben, richtte Willem een lotgenotengroep op. Hoe gaat het nu met Willem, bijna twee jaar na de zwartste dag uit zijn leven? En hoe staat het met de lotgenotengroep?

Tekst: Karin Spillenaar-Koolen
Foto linksboven: Liesbeth Buijs

Als ik iets geleerd heb van het verhaal van Willem is het wel dat het verdriet en de achtbaan van emoties na het verlies van je kind onvoorstelbaar is voor mensen die dit niet hebben meegemaakt. Misschien juist daarom is lotgenotencontact zo ontzettend belangrijk. Vanuit die gedachte en behoefte is de lotgenotengroep – voor ouders die een kind verloren – ontstaan.

Verse bloemen en een kaarsje
De huiskamer in Rotterdam-Crooswijk is nog even gezellig als een paar maanden geleden. Houten meubels op een robuuste houten vloer. Overal staan planten. Het interieur typeert de heer des huizes: warm, gastvrij en vol leven. Aan de muur hangen posters van Ierland – het land waar Willem zijn hart aan verloor en waar hij vaak heen ging met Merel. Een wand in de kamer is gereserveerd voor de platencollectie. In de boekenkast staat een groot aantal boeken over rouw en kindverlies. Op de ‘kast’ van Merel, in de hoek van de kamer, staan foto’s en persoonlijke bezittingen van het meisje. Willem voorziet het hoekje regelmatig van verse bloemen. Er brandt altijd een kaarsje. Terwijl Willem in de keuken een glas wijn voor ons inschenkt, neem ik plaats aan de bekende ronde tafel centraal in de huiskamer. Die staat tegenwoordig standaard in uitgeschoven stand voor de groepsbijeenkomsten die hier om de week op donderdag plaatsvinden.

Nadat het artikel in het Rotterdams Dagblad verscheen ontving Willem zo’n dertig reacties. Mailtjes van lotgenoten die hun steun betuigden of hun eigen verhaal wilden delen, maar ook mensen die zich aanmeldden voor de groep. Een artikel in het NRC (in het kader van de serie Het Nabestaan) veroorzaakte een nieuwe golf aanmeldingen. Het duurde niet lang of de eerste bijeenkomst was een feit.

„Wij als ouders moeten verder. Dat is waar het in de groep om draait”

Bijna alleen vrouwen
Inmiddels bestaat de groep uit twaalf deelnemers. Echter zijn ze niet allemaal bij elke bijeenkomst aanwezig. Willem: „Soms komen er vijf mensen, een andere keer elf. Daar is iedereen vrij in. Soms melden mensen zich af als ze niet kunnen of willen komen, anderen doen dat niet. Alles is goed.” In de groep zit één echtpaar; de andere tien deelnemers – allemaal vrouwen – komen alleen. Bijna alle ouders hebben een kind verloren door zelfdoding. Twee ouders verloren hun kind bij een ongeval. Hoewel dit statistisch gezien verklaarbaar is, benadrukt Willem dat de oorzaak van overlijden niet het belangrijkste is en al helemaal geen criterium voor deelname aan de groep. „Wij als ouders moeten verder. Dat is waar het in de groep om draait. Wat wij ontmoeten in dit proces.”

Het idee om te werken met thema’s uit films en boeken, als ware een vehikel om met elkaar in gesprek te komen, is losgelaten. Wat blijkt: als lotgenoten bij elkaar komen ontstaat er verbinding en saamhorigheid, (h)erkenning en daarmee openheid en dialoog. „Als ik in de keuken koffie zet en ik kom daarmee naar de woonkamer, val ik altijd middenin een gesprek. Dat ontstaat gewoon”, vertelt Willem. „We komen vaak niet toe aan een tweede kopje koffie, zo intensief zijn we met elkaar in gesprek.”

Lachen en huilen
Heeft de groep gebracht waar Willem op hoopte? „Misschien nog wel meer dan dat”, zegt Willem. „Er wordt gelachen en gehuild, maar bovenal gepraat over onze kinderen en over ons zelf – hoe we verder gaan als achtergebleven ouders. Er hoeft niets uitgelegd te worden en zelden wordt er gezegd wat iemand ‘moet’ doen. Er is veel respect voor ieders eigen weg die hij of zij te gaan heeft. Elkaar daarbij tot steun zijn, daar gaat het om. Juist door het niet-therapeutische karakter komen mensen bij hun eigen wijsheid.”

„Ik vind het leven bijzonder, verwonder me vaak. Dan moet ik accepteren dat het overlijden van Merel daar dus ook bij hoort, hoe verschrikkelijk ook”

Het verlies van Merel blijft onwerkelijk. Willem: „Soms denk ik, is dit nu echt gebeurd, in mijn leven? En dan vind ik het ongelooflijk dat ik hier nog gewoon zit. Als iemand me tien jaar geleden had verteld dat dit zou gebeuren had ik gezegd; dan hoeft het voor mij ook niet meer. Maar ik vind het leven bijzonder, ik verwonder mij vaak, en dan moet ik accepteren dat het overlijden van Merel daar dus ook bij hoort. Hoe aan de rand en verschrikkelijk ook. Accepteren is in dit geval buigen.”

Al eerder beschreef Willem de twee stromingen in zijn wereld na het overlijden van zijn dochter. Enerzijds een stroming van verdriet, pijn en verscheurdheid; een ander van opbouw en weer kunnen genieten van kleine dingen, zoals muziek. Bijzonder in deze context zijn de huiskamerconcerten, waarvan er inmiddels drie plaatsgevonden hebben in Willems woonkamer. De intieme concerten, vaak een singer-songwriter, worden bijgewoond door familie en vrienden. Voor Willem staat het in het teken van Merels overlijden. „Muziek als troost, maar ook als teken van leven en verder gaan: nieuwe dingen organiseren.”

Een optreden van Johan Borger tijdens het eerste  huiskamerconcert op 6 april 2013
Een optreden van Johan Borger tijdens het eerste huiskamerconcert op 6 april 2013

Brief
Naar aanleiding van het artikel in NRC werd Willem benaderd door Jolien van der Kooij met de vraag of hij een brief wilde schrijven voor het boek ‘Leven met zelfdoding’. In dit boek schrijven zestig mannen en vrouwen – die in het verleden met zelfdoding in hun directe omgeving te maken hebben gehad – een brief aan een voor hen onbekende lotgenoot. Willems bijdrage verschijnt aanstaande donderdag in de bundel. >> lees meer

„Het zou mooi zijn als elders in het land ook lotgenotengroepen met dezelfde doelgroep en formule zouden ontstaan”

Gezien de reacties en aanvragen van mensen van ver buiten Rotterdam, lijkt het Willem een goed idee als elders in het land ook lotgenotengroepen met dezelfde doelgroep en formule zouden ontstaan. Hij ziet zichzelf dan als een ‘ankerfiguur’, bij wie ouders zich kunnen melden om een lotgenotengroep te starten. „We zouden dan een weekend bij elkaar kunnen komen, zaterdag groep houden en zondag bespreken wat er voor nodig is om een dergelijke groep te beginnen. Contact houden met elkaar en elkaar ondersteunen, bijvoorbeeld door regelmatig intervisiebijeenkomsten te organiseren.”

Een oproep dus, van de initiatiefnemer die zelf nog lang niet aan stoppen denkt. Willem: „Als ik met activiteiten bezig ben die met rouw te maken hebben, dan klopt het met mijn realiteit waarin ik nu leef. Dan ervaar ik op momenten dat het verlies van Merel meer eigen wordt, met mij integreert.”

5 juni as houdt Willem een presentatie in Humanitas Rouwcafé, waarin hij zal vertellen over zijn leven na de dood van Merel.

Openingsdia van Willems presentatie
3 comments on “Samen praten over je allergrootste nachtmerrie”

Samen praten over je allergrootste nachtmerrie

Je kind verliezen. Het is de grootste nachtmerrie van elke ouder. Voor Willem Vermeijden (53) werd deze nachtmerrie op 10 mei 2012 werkelijkheid. Zijn dochter Merel beroofde zichzelf, na een periode van vage psychische klachten, op 23-jarige leeftijd van haar leven. Willem kwam terecht in een achtbaan van emoties, gedachten en gevoelens. Zijn wereld stortte in. Nu start hij een lotgenotengroep voor ouders die een kind verloren hebben.

ouder-lotgenoten WillemKlik hier om het (ingekorte) artikel in het Rotterdams Dagblad te bekijken, of lees verder.

Lotgenotengroep
“Een kind krijgen is het mooiste dat er is, maar daar staat tegenover dat een kind verliezen het ergste is dat er is”, vertelt Willem. “Na het overlijden van Merel voelde ik wanhoop, verdriet, pijn, eenzaamheid en verwarring – alles tegelijk. Maar ook schuldgevoelens naar Merel. Ik had het niet goed gedaan, zo oordeelde ik. Ik schaamde me naar de buitenwereld. Het was en is een heel pijnlijk proces om daar uit te komen.”

“De eerste periode na het overlijden vond ik veel steun bij familie en dierbaren”, vertelt Willem. “Echter na een tijdje vond ik het moeilijk hen weer te belasten met mijn verdriet. Zij konden hun leven na verloop van tijd weer oppakken, maar voor mij werd het verdriet om het gemis van mijn dochter alleen maar groter. En daarmee ook de behoefte om te delen.”

“Ik vond het moeilijk om mijn omgeving telkens weer te belasten met mijn verdriet, terwijl het verdriet alleen maar groter werd”

Vanuit de behoefte om ouders te ontmoeten die ook een kind verloren hebben, is Willem op zoek gegaan naar een ouder-lotgenotengroep. Zonder succes. “Er bleken wel verenigingen te bestaan, maar deze organiseren slechts één ouderweekend per jaar. Het verbaasde mij dat er geen groep bestond die elkaar vaker treft, zeker omdat de actualiteit zoveel aandacht besteedt aan kindverlies.” Daarop besloot Willem om zelf een ouder-lotgenotengroep op te richten.

2013-08-19-17-34-48.terschelling augustus 2013Rond-de-tafel gesprekken
Middenin Willem’s gezellige huiskamer staat een houten ronde tafel. Hier wil Willem straks (twee keer per maand) de bijeenkomsten houden. De bedoeling is om persoonlijke verhalen, gedachten en gevoelens met elkaar te delen. Herkenning en support zijn hierbij de sleutelwoorden. Willem: “Iedere ouder doorloopt zijn eigen unieke rouwproces en hoewel iedereen dit zelf moet doen, hoeft dit niet alleen. Wat ik persoonlijk ervaren heb is dat anderen bijvoorbeeld op het juiste tijdstip moeten zeggen dat je als ouder alles gedaan hebt dat je kon. Eigen schuldgevoelens kunnen zo’n aanname blokkeren.”

Omdat Willem geen ouders ontmoette die zelf een kind verloren hebben, is hij boeken gaan lezen van schrijvers die dit hebben meegemaakt en hierover verhalen. Willem: “Het frappeerde mij wat ik allemaal herkende, ondanks dat onze kinderen op heel verschillende manieren om het leven zijn gekomen. Het lezen van de boeken is echt een hele grote steun voor mij.” Het bracht Willem op het idee om boeken een belangrijke rol te laten spelen in de groepsbijeenkomsten. Een bijzondere boekenkring dus.

Thema’s
Tijdens de groepsbijeenkomsten zal er gewerkt worden met thema’s, zoals schuld- en schaamtegevoelens, zingeving of het oppakken van het dagelijks leven, zoals werk. Het is volgens Willem belangrijk om met thema’s te werken in een groep. “Dit vormt een vehikel om met elkaar in gesprek te raken. Je kunt niet om tafel gaan zitten en de vraag stellen waar we het over zullen hebben.” De thema’s haalt de groep uit de boeken van schrijvers die over het verlies van hun kind schrijven. De deelnemende ouders lezen voorafgaand aan de bijeenkomst één of meerdere hoofdstukken uit een boek dat door de groep geselecteerd is en dat wordt vervolgens besproken. Willem: “Wat heeft ons geraakt? Wat herkenden we, of juist niet? Hoe zijn wij hier mee omgegaan? Zulke vragen komen aan de orde.” Ook films, krantenartikelen of muziek kunnen overigens als inspiratiebron dienen. “Denk bijvoorbeeld aan de muziek die gedraaid werd bij de uitvaart, of een andere muziekstuk dat troost geboden heeft. Iedereen kan iets inbrengen wat hij belangrijk vindt om te bespreken met elkaar.”

“Ik geloof dat de doodsoorzaak niet het belangrijkste is. Het basale gevoel is dat je als ouder je kind had moeten beschermen”

Geen therapie. Wel saamhorigheid
Willem, Gestalttherapeut en docent Maatschappelijk Werk aan de Hogeschool Rotterdam, benadrukt dat de lotgenotengroep pertinent geen therapiegroep is. “Ik ben zelf deelnemer. Als therapeut zet ik me in voor mensen die het moeilijk hebben, terwijl ik in het contact met lotgenoten juist saamhorigheid en gelijkheid beleef. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje en juist die gelijke positie is essentieel voor de groep.

De lotgenotengroep maakt geen onderscheid in de wijze waarop een kind is overleden. “Ik geloof dat de oorzaak niet het belangrijkste is”, legt Willem uit. “Het basale gevoel is dat je als ouder je kind had moeten beschermen en dat je daarin hebt gefaald. Na het verlies is er alleen maar pijn en verdriet. Alles is anders en niets is meer vanzelfsprekend. Ouders staan voor de opgave om hun leven opnieuw richting en betekenis te geven. Dit vormt de rode draad.”

In het contact met anderen voelde Willem zich lange tijd ‘die vader van het overleden kind’. Willem: “Ik vond het moeilijk om me in het bijzijn van andere mensen een houding te geven. Daardoor ben ik ook gaan beseffen hoe belangrijk lotgenotencontact is. Lotgenoten kunnen elkaar de kracht geven om het verlies te dragen en elkaar helpen weer richting te geven in het leven.”

2013-08-19-17-21-09.logo rouwgesprekken 1Het verdriet is nog onmiskenbaar aanwezig, maar recentelijk ervaart Willem ook een kracht waar hij zich niet eerder bewust van was. “Vanuit die energie is het plan voor de lotgenotengroep ten uitvoer gebracht. Ik voel de behoefte om het overlijden van Merel en mijn leven samen te laten komen. Ik heb me erbij neergelegd dat het verlies van mijn dochter mij de rest van mijn leven bezig zal houden.”

(Belangstellenden kunnen zich aanmelden via de website http://rouwgesprekken.nl. Er zijn geen kosten aan deelname verbonden.)