12 comments on “Zeg maar jij!”

Zeg maar jij!

FokkeSukkeEnige tijd geleden pleegde ik een telefoontje naar de redactie van een krant. Ik verwachtte een doorkiesbandje of in een gunstiger geval de receptioniste, maar plots kreeg ik de persoon waarnaar ik op zoek was direct aan de lijn. Zonder er goed bij stil te staan noemde ik de man, die ik niet eerder gezien of gesproken had, bij zijn voornaam en sprak ik hem aan met ‘je’. Ik schrok er zelf van. Niet iedereen stelt immers prijs op tutoyeren en mijn actie was dan ook allerminst handig.

Feit is, ik ben een echte jijer en jouwer, wars van elke vorm van poppenkast en geveinsde beleefdheid in het sociale verkeer. Als je het mij vraagt schaffen we ‘u’ af. Hoeven we ook niet meer te twijfelen over de gepaste aanspreekvorm in allerlei sociale situaties. Ik associeer u-zeggen niet per se met respect en beleefdheid, maar beschouw het eerder als een oude, roestige gewoonte. Het creëert een gevoel van afstand tussen mijzelf en de ander, daar waar ik juist afstand wil verkleinen en te allen tijde informaliteit, toegankelijkheid en gelijkwaardigheid nastreef. Ik voel me dan ook ongemakkelijk bij u-zeggen, net zoals ik zelf niet graag met ‘u’ aangesproken wil worden.

In mijn tijd als docent op de Hogeschool Rotterdam ontkwam ik er vaak niet aan. “Mevrouw, heeft u mijn verslag al nagekeken?”. Nekharen kreeg ik van dat ge-u. ‘Mevrouw Koolen’ trok ik ook slecht. Mevrouw Koolen? Dat is toch in de eerste plaats mijn moeder. Nog erger vond ik de mailtjes van studenten die mij aanspraken met “Geachte mevrouw Koolen” terwijl ik ze al twee kwartalen lesgaf. Dat laatste was volgens mij gewoon een kwestie van onbekendheid met de gepaste aanspreekvorm, maar goed. Ik stelde me altijd voor als Karin en bij de eerste ‘u’ of ‘mevrouw’ gaf ik aan dat ze gewoon ‘jij’ en ‘Karin’ mochten zeggen. Veel studenten deden dit daarna ook (sommigen pas na verloop van tijd), maar anderen deden dit pertinent niet. In het begin herhaalde ik nog wel eens dat het ge-u niet nodig en zelfs niet gewenst was, maar later realiseerde ik me dat ik puur voor mezelf sprak. Veel studenten voelden zich er simpelweg ongemakkelijk bij om een docent (in hun ogen toch een autoriteit) te tutoyeren. Zij hadden van huis uit geleerd om artsen, leraren, maar ook hun ouders, ooms en tantes met ‘u’ aan te spreken. Wie was ik dan om hun in verlegenheid te brengen met mijn gedram?

Eén awkward moment staat me nog goed bij. Dat was bij terugkomst op Schiphol, na de internationale studiereis naar Kopenhagen met tweedejaars studenten. Samen met student F. zat ik in de trein van Schiphol naar Rotterdam. Hij en ik waren als enige van de groep overgebleven en zaten naast elkaar in een volle treincoupé. F., slechts een paar jaartjes jonger dan ik maar minstens een kop groter en de helft breder, liet mij allerlei grappige foto’s en filmpjes op zijn telefoon zien. We hadden de grootste lol, maar onderwijl bleef F. mij ‘mevrouw Koolen’ noemen en me met ‘u’ aanspreken. Het één stond het ander overduidelijk niet in de weg, maar de verbaasde en nieuwsgierige gezichten van de andere reizigers gaven me toch een ongemakkelijk gevoel!

u-zeggen-752689Ik voel me stokvolwassen als mensen me met ‘u’ aanspreken. Ik wil voor altijd en eeuwig een ‘jij’ blijven. Als ik straks negentig ben en in het bejaardenhuis zit, dan wil ik dat de verpleegster naar me toe komt en zegt: “Zo Karin, je hebt je prakje helemaal op. Was het lekker, meid?”
Toch ontkom ik er niet aan. Of ik het nu leuk vind of niet. In winkels word je als bijna-dertiger steeds meer begroet met: “Goedemiddag mevrouw, wilt u even rondkijken?”. Zelfs de stuiterballen op de Lijnbaan die donateurs werven voor goede doelen beginnen hun praatje nu steevast met ‘u’ en ‘mevrouw’. Mensen die dan juist weer jijen en jouwen hebben een streepje voor bij mij. “Jou mag ik!”, denk ik dan. “Ja hoor, ik koop ‘m, die elektrische vaatdoek!”, “En ja hoor, natuurlijk word ik donateur voor Red de dodo! Waar moet ik tekenen?”.

In de Scandinavische landen is ‘u’ al bijna niet meer in gebruik en ook in veel andere landen, waaronder Nederland, is het u-zeggen op zijn retour. Gelijktijdig realiseer ik me dat zolang ‘u’ ingeburgerd blijft in onze taal en daarmee in ons sociale verkeer, het voor veel mensen een belangrijke betekenis zal hebben. En zodoende kun je dus flink de fout in gaan.
Met die redacteur van de krant is het overigens niets geworden. Maar of dat nu de schuld was van mijn getutoyeer, dat zullen we nooit te weten komen…

Wist je dat..?

De ‘tweede persoon’ wordt door de oude generatie op Bonaire soms vervangen door de derde persoon. Dan zegt men iets in de trant van: “Heeft mevrouw Karin een leuke vakantie op Bonaire?”. Ik heb het eigenlijk nooit onderzocht, maar ik vermoed dat dit een oud gebruik uit het koloniale verleden is. Of eigenlijk, als ik er zo over nadenk, obers doen het ook: “Wil meneer nog iets drinken?”. Op Bonaire was ik trouwens nooit mevrouw Koolen, maar altijd mevrouw Karin Koolen. Dat klinkt alweer leuker, toch?

Een klein onderzoekje naar het ontstaan van tutoyeren en vousvoyeren leert ons dat tutoyeren historisch gezien de gewone manier van aanspreken is. Vousvoyeren is juist betrekkelijk nieuw. In de Bijbel komt vousvoyeren alleen voor als men een koning aanspreekt, of als de spreker achting wil uitdrukken. De huidige vormen ‘jij’ en ‘gij’ waren in de middeleeuwen hoofdzakelijk beleefdheidsvormen, waarbij het oudere ‘du’ de normale enkelvoudsvorm was. ‘Du’ werd na verloop van tijd als onbeleefd beschouwd en verdrongen door de beleefdere variant ‘jij’ en ‘gij’, die zowel voor het enkelvoud als het meervoud gebruikt werden. In de laatste paar eeuwen ontstond in het Nederlandse taalgebied echter een behoefte aan een nieuwe beleefdheidsvorm, waardoor in sommige streken en in het Standaardnederlands het huidige ‘u’ ontstond. Historisch gezien is ‘jij’ dus de Nederlandse beleefdheidsvorm en is ‘u’ dubbel gevousvoyeerd.