Wat mannen kunnen leren van 50 tinten grijs

Op Valentijnsdag gingen manlief en ik naar de meest besproken én gehypte film van het moment: Fifty Shades of Grey. Van het verhaal kun je vinden wat je wilt. Een onbeduidend keukenmeidenromannetje? Een belediging voor het feminisme? Of juist een stereotype weergave van – en daarmee een belediging voor – de wereld die bdsm heet? Hoe dan ook, met wereldwijd meer dan honderdmiljoen verkochte exemplaren (het boek staat daarmee in de Top 10 Bestselling Books) en afgeladen bioscoopzalen vol grinnikende, zwijmelende en hitsige vrouwen, moeten we onder ogen zien dat het verhaal van Christian Grey en Anastasia Steele menig hoofd op hol bracht.

Tja, wat moet je daar nou mee als man? Is dat dan wat vrouwen écht willen? Moet jij nu ook de zweep ter hand nemen, een miljardenbedrijf en een helikopter bezitten en je geliefde klusschuur ombouwen tot SM speelkamer om de meisjes nog te kunnen bekoren? Grote kans dat je er ook helemaal niet uitziet alsof je zo uit een Calvin Klein reclameposter bent gestapt.
Goed nieuws; het antwoord op die vragen is vermoedelijk nee. Vrouwen zoeken namelijk een echte man en geen sprookjesfiguur. Daarbij, de kans dat jouw meisje van de één op de andere dag een onbedwingbaar verlangen heeft gekregen om zich nederig aan jouw voeten te werpen, leefregels en straf accepteert en zich gedwee aan het andreaskruis laat binden, acht ik klein. Vooruit, misschien wil ze wat meer experimenteren in de slaapkamer, maar jij bent de beroerdste niet, toch?

Moet jij nu je klusschuur ombouwen tot SM speelkamer om de meisjes te bekoren?

Waarmee niet gezegd is dat de film nutteloos is. Sterker, wie goed kijkt en zich leergierig opstelt kan nog een boel leren van die Mr. Grey. Dus, zet je irritatie en trots even opzij en let op! Hierbij, wat mannen kunnen leren van 50 tinten grijs.

1. Ga voor haar en voor haar alleen!
Het verhaal van Grey en Ana gaat over liefde. Punt. Geloof mij, niet de zweepjes, zijn biceps en de overdadige cadeaus brengen vrouwen wereldwijd in rep en roer. Nee, wat de harten sneller laat kloppen is in de eerste plaats de tomeloze liefde van hem voor haar, de geestdrift en vastberadenheid waarmee hij haar van hem wilt maken.
Elke vrouw wil zo’n man. Een man die voor haar gaat. Elke vrouw wil, voor de juiste man, de enige zijn. Wil je haar (en dan bedoel ik, wil je haar écht), ga voor haar en voor haar alleen. Maak haar het middelpunt van jouw bestaan. Laat blijken hoezeer je naar haar verlangt. In woord (I want you, Ana! – en er dan heel gepijnigd bij kijken) en daad. Ook als dat betekent dat je al je afspraken met CEO’s cancelt en met je helikopter naar haar vakantieadres reist (“You’re the only person I’d fly three thousand miles for”) om haar te kunnen zien. Of je chauffeur erop uitstuurt om te onderzoeken waar ze werkt en plotsklaps voor haar neus te staan om kilometers aan touw te kopen. Je kunt haar natuurlijk ook op een etentje trakteren. Of romantisch bootje gaan varen op de plas. Weg met die telefoon! Investeer in jullie tijd samen. Laat zien dat geen moeite teveel is, zonder als een schoothondje achter haar aan te lopen. O ja, en natuurlijk ook zonder haar te stalken. Da’s niet chic!

2. Wees kritisch
Grey zegt tegen Ana: “I’ve never wanted more, until I met you.”

Als World’s Most Eligible Billionaire Bachelor kan Grey elke vrouw krijgen die hij wil. Hij hoeft ze niet. Hij wacht op, en kiest voor, haar. That’s hot! Dus weg met tinder. Klaar met de scharrels. Afgelopen met de ongemakkelijke hapsnap-sekspartijtjes na een avondje kroegen. Als een man zichzelf niet serieus neemt, doet zij het al helemaal niet. Jij bent vanaf nu hard to get. Je gaat alleen nog maar voor de vrouw die jou in vuur en vlam zet en voor haar haal je alles uit de kast. Zelfbeheersing is trouwens ook heel sexy.

3. Verdiep je in haar
Vraag, luister, kijk, onthoud en vraag door. Leer haar kennen zoals alleen jij dat kunt. Er is maar weinig zo vleiend als een man die vastberaden is om jou te doorgronden. Zorg dat je weet hoe ze haar koffie drinkt, wat ze leest (Thomas Hardy?) en wat haar hart sneller laat kloppen. Zo hoef je op haar verjaardag niet met een boekenbon aan te komen. Make it special.
O ja, héél belangrijk; verken ieder plekje van haar lichaam. Leer hoe je haar laat sidderen van genot, haar laat smeken om genade. Zorg dat je haar orgasmes geeft waar ze haar kleinkinderen later over vertelt.

4. Wees alert
Grey hield zijn Ana nauwlettend in de gaten. Wat ze ook deden. Of zij nu aan het kotsen was, voor hem in het zweefvliegtuig zat, met blote billen over zijn knie lag of pannenkoeken stond te bakken, zijn blik was telkens bijna onafgebroken op haar gericht. Er ontging hem niets. Een man die elke beweging en twinkeling in zich opneemt, dwars door je heen kijkt en je gedachten lijkt te kunnen lezen… Ja, dat is best sexy!

5. Zeg: “Ik ben niet de man voor jou”
Gebruiken op eigen risico! Ik wens niet aansprakelijk gesteld te worden voor eventuele geleden schade.
Want stel, je staat in je trainingspakkie met een stuk in je kraag in de kroeg, het geld uit te geven dat je eigenlijk niet hebt terwijl je je drank, drugs en/of gokprobleem nog steeds niet onder ogen ziet, en je zegt – met slechte adem en dubbele tong – “ik ben niet de man voor jou”, dan zal ze dat waarschijnlijk beamen en je voorbij lopen.
Maar stel, je leven staat een beetje leuk op de rit en jij komt goedverzorgd voor de dag, dan kun je ‘m eens proberen.
Dat doe je a la Mr. Grey als volgt: Sta voor haar, neem haar kin tussen duim en wijsvinger of houd twee handen in haar haren. Streel teder haar wang en laat je ogen vlammen – héél belangrijk! En dan, als zij siddert van begeerte en haar lippen tuit in afwachting van de verlossende kus, zeg jij (met je gezicht vlakbij de hare en je blik vol van passie, pijn en ingetoomd verlangen): “Ik ben niet de man voor jou, Rozemarijn (of Eva, Sylvia, Fatima, Anouk, Bridget…) – je moet me vergeten!”
Met kordate tred en zichtbaar hartzeer loop je weg, haar beduusd en met knikkende knieën achterlatend.
‘Wie is die man?’, zal ze denken… Zorg wel dat je de naam juist hebt.

6. Een echte man heeft geduld
Vooruit, nu weer even serieus. Je hebt tip 1 goed gelezen, dus je laat al blijken dat je haar wilt. Goed bezig! Dat betekent echter niet dat je haast maakt. Geduld is een schone zaak in deze! Ana liet Grey wekenlang in spanning of ze al dan niet dat contract ging tekenen. En hij maar mailen… Toen ze elkaar eindelijk weer troffen vertrok ze vroegtijdig naar huis. Ja, dat vond Grey best jammer, maar zoals een echte man betaamt waardeert hij een sterke vrouw die haar eigen keuzes maakt. Ook als dat keuzes zijn die hem ‘benadelen’.
Als een vrouw het waard is om op te wachten – om welke reden ook, heb dan geduld. Don’t push! Een man zonder geduld is geen man. Heeft ook weer met dat zelfbeheersing te maken… En een man die afhaakt omdat het niet snel genoeg naar zijn zin gaat, of omdat hij het wachten beu is, is haar nooit waard. Hij neemt trouwens ook zijn verlies.

7. Leer iets stoers
Iets mannelijks, iets wat vreselijk knap is en wat maar weinig mannen kunnen. Helikoptervliegen bijvoorbeeld. Of vrachtwagentrekken. Kitesurfen! Schilderen mag ook. Vrouwen vinden het leuk als een man iets goed kan. Maakt niet eens zoveel uit wat. Kantklossen?

Zeg: “Wat wil je drinken?” Of beter: “Drink wat met me.”

8. Take the lead!
Een inkoppertje… Niet iedere vrouw is gecharmeerd van een contract waarin ze zichzelf willingly surrendered to your will en veel mannen zullen niet uit de voeten kunnen met een pauwenveer zoals Grey dat kan. Laat staan met een leren paddle. No worries, maar in godsnaam, take the lead! Niet door willekeurige dames op straat bij de strot te grijpen en naar je kruis te dwingen, zoals Julien Blanc vorig jaar suggereerde. Of door een duidelijke ‘nee’ als een ‘misschien’ te interpreteren en daarnaar te handelen. Wel door initiatief te tonen, regie te pakken en leiding te nemen. Minimaal in de slaapkamer! Wij vrouwen zijn ondertussen heerlijk geëmancipeerd – en dat vinden we fijn! – maar een sterke, zelfverzekerde en daadkrachtige man die weet wat hij wil en ons daarin meeneemt vinden we óók heel fijn.
Ik ken maar weinig vrouwen die dit tegen zullen spreken. Of eigenlijk ken ik er geen één.

Gratis tip: Je staat in de kroeg en ziet een leuk meisje. Wat zeg je dan? In ieder geval niet: “Joh, hee, wat leuk, ik zag je staan, en nou ja, toen dacht ik, ehm, als je het niet wilt moet je het zeggen hoor, maar ehm, wil je misschien wat drinken? Ehm, met mij, zeg maar…”
Nope. Zeg: “Wat wil je drinken?” Of nog beter: “Drink wat met me.”
Maar dat is misschien een kwestie van smaak. Ook hierbij wens ik niet aansprakelijk gesteld te worden voor geleden schade! Denk ook nog even aan tip 5, over je adem en dat trainingspakkie enzo.

9. Ontwikkel jezelf
Nee hoor, je hoeft geen miljoenenbedrijf te hebben. Ook geen helikopter en penthouse in Seattle. Zelfs geen titel of een eigen bedrijf. Maar doe wat je leuk vindt en waar je goed in bent en: get even better! Niks aantrekkelijker dan een man die zijn dromen najaagt. Een man die goed is in wat hij doet en datgene met passie uitvoert. Of je nu chirurg, stukadoor, drummer of kantklosser bent. Maak er wat van!

10. Liefde is geven en nemen
Tja, Grey geeft Ana peperdure boeken, een laptop, een auto en een  upgrade naar business class. Zij geeft hem, ehm…, zichzelf. Wat ze echter niet krijgt is een slaapplek in zijn bed en de mogelijkheid hem aan te raken. Daar heeft zelfs Mr. Grey nog een hoop te leren, concluderend uit de sluitende liftdeuren waarmee het definitieve afscheid tussen beiden aan het eind van de film gesuggereerd wordt. Op naar punt 11…

11. Wees sterk én kwetsbaar
Natuurlijk ben jij net als Grey solide, beheerst en zo sterk als gepantserd glas. Je hebt slechts één zwakte. En die zwakte is zij. Of niet? Nou nee. Vooruit, het ging Grey in beginsel ook niet goed af. Het was de reden dat Ana hem verliet aan het einde van deel één. Geen enkel mens is alleen maar sterk; iedereen is kwetsbaar. Let her in! Maak haar deelgenoot. Schenk openheid en vertrouwen. Ze wil je leren kennen. Ze wil je helpen en steunen en daarbij zal ze zich speciaal voelen als jij haar dat inkijkje in de krochten van je ziel gunt. En ach, vrouwen… We ♡ fixing and healing a man’s heart!

12. Eis een rol in haar leven
Wees geen sufferd. Loop niet als een schoothond achter haar aan. Geef het maximale, maar verlang van haar dat ze ook voor jou gaat – op welke manier dan ook. Doet ze dat niet, probeer dan tip 1 nog eens. En tip 7. Denk aan tip 5. Wil ze dan nog niet, dan heb je helaas pech! Ze wil je niet. Haak af.

13. Wees zorgzaam (en bemoeizuchtig)
Grey plaatst Ana op een voetstuk en zorgt dat het haar aan niets ontbreekt. Maar om nou zomaar haar auto in te ruilen en er een nieuw exemplaar voor in de plaats te zetten, ja, dat zijn wellicht iets teveel goede bedoelingen. En ja, het is bemoeizuchtig, overbezorgd, irritant en zelfs kleinburgerlijk als je eist dat ze niet teveel drinkt en haar vervolgens stante pede uit de kroeg haalt als ze ladderzat blijkt. Maar stiekem is het ook best leuk, zo’n zorgzame man. En lief. Dus leer van Grey en zorg voor haar, ook al kan ze dat prima zelf.
A strong woman can do it by herself, but a strong man won’t let her. Dat werk.

14. Liefde en passie hoeven niet altijd maar leuk te zijn
Passie is niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Een relatie gaat niet zonder slag of stoot. De mooiste liefdesliedjes komen voort uit het grootste en meest rauwe hartzeer. Hoe groter de passie, hoe sterker de emoties en hoe harder de landing. Bereid je dus voor op evenveel frustraties, ruzies en huilpartijen als op onstuimige sekspartijen en intens zwoele blikken. Het één gaat niet zonder het ander. Daarbij, een sterke vrouw wil een sterke man, maar ironisch genoeg zijn dat ook de mannen die we het vaakst afstoten. Just saying

15. Know sex
Vooruit, en toch ook maar even dit. Je lijkt dan misschien niet op Charlie Hunnam (want laten we wel zijn, die had de rol van Grey natuurlijk gewoon moeten spelen! – hoewel, hem zien we toch het liefst in een leren motorjack…), zorg er desondanks voor dat je de beste versie van jezelf bent. Niet onbelangrijk: know sex! Experimenteer en word goed! Want anno 2015, met het vrouwvolk in rep en roer door één of andere film over een dominante multimiljonair met een voorliefde voor een jonge maagd en het betere knoop- en slagwerk, moet jij jezelf natuurlijk wel van je beste kant laten zien!

Succes!

Als manlief (die trouwens niets van Grey kan leren – eerder andersom) deze tekst morgenochtend onder ogen krijgt, weet ik al precies wat hij gaat zeggen:
“Het is makkelijk om allerlei eisen aan mannen te stellen, maar wat te denken van de vrouwen? Hebben die geen verantwoordelijkheid, geen plichten?”
Dan gaat mijn antwoord zijn: “Natuurlijk wel!” Want de uitspraak dat iedere vrouw een zeer fijn mannelijk exemplaar verdient, is niet aan mij besteed. Je krijgt wat je najaagt. Ook zij moet durven zijn, durven kiezen en eisen, en evengoed moet ze durven geven en investeren. It takes two to tango!

Maar dat is een volgend verhaal. ;)

50-why-50-shades-of-grey-will-have-you-asking-is-that-it

Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen? Scroll omlaag en volg mijn blog!

Happy times on the happy island, …Aruba!

Aruba!
Gisteren kwamen Eric en ik thuis na twee heerlijke weken vakantie. Inmiddels liggen de teenslippers weer achterin de kast, hangen de eerste zongebruinde vellen al aan mijn schouders en decolleté (afblijven! niet aan trekken!), zijn de wasjes weggewerkt en bladdert de tropisch gekleurde nagellak stukje voor stukje van mijn tenen. We zijn weer thuis. En jemig, wat is het hier koud! Om toch een beetje in de Caribische sferen te blijven, en het vakantiegevoel zo lang mogelijk vast te houden, leek het me leuk om een verslagje van onze trip naar The Happy Island te maken.

Lezerswaarschuwing: Hoe ik ook mijn best doe, ik ben simpelweg niet in staat om over een (Caribisch) eiland te vertellen zonder daarbij steeds over Bonaire te beginnen. Dat krijg je er met geen honderdduizend kokosnoten uit. In 2010 verbleef ik voor mijn afstudeeronderzoek vier maanden op Bonaire en ergens tussen Slagbaai en Kralendijk ligt nog altijd een stukje van mijn hart. Soms vraag ik me af waarom we daar niet gewoon wonen. Bonaire heb ik goed leren kennen en ik ben er van gaan houden, om alles wat het is en vooral niet is. Maar dat betekent niet dat ik niet van de andere eilanden kan genieten. En variatie moet er zijn, toch? Na Bonaire, Curaçao en Sint Maarten, vlogen we ditmaal naar het meest linkse (topografisch gezien dan) eilandje van de Benedenwindse eilanden van de Kleine Antillen. Daar een vakantie vol van zon, zee, strand, lekker eten en heerlijke cocktails zich niet goed leent voor een klassiek reisverslag, vertel ik jullie vandaag wat meer over Aruba én deel ik onze favoriete plekjes en to do’s.

Aruba mag dan met 180 km² het kleinste eiland van de ABC (Aruba, Bonaire, Curaçao) zijn en qua oppervlakte vergelijkbaar met Schiermonnikoog, het is tevens het meest dichtstbevolkte eiland. Aruba telt bijna 110 duizend (!) inwoners. Ter vergelijking, Schiermonnikoog telde er vorig jaar 942. In 1986 tekende Aruba een akkoord om uit de Nederlandse Antillen te stappen en sindsdien functioneert zij als een zelfstandig en autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Het is niet verwonderlijk dat Aruba deze mogelijkheid had, want met de parelwitte lange zandstranden, de azuurblauwe zee, het heerlijke klimaat en het natuurschoon boven en onder water, is het een paradijsje voor toeristen. Jaarlijks bezoeken anderhalf miljoen mensen het eiland, waarvan driekwart Amerikaans is. Het vliegveld kent dan ook twee vertrekhallen: USA departures en, je raadt het al, non-USA departures. Jep, als je naar Aruba gaat word je simpelweg geclassificeerd als niet-Amerikaans. Effe wennen wel. Wel weer goed voor het zelfvertrouwen van de gemiddelde Amerikaan.

1504039_893103624085856_4073299351031105058_nIk bleek een beetje naïef. Natuurlijk wist ik dat Aruba toeristisch was, maar zó toeristisch, en op deze manier? Nee, daar had ik geen idee van. Alles is hier erg goed geregeld en het aanbod in zo’n beetje alles is enorm. Dat maakt het eiland ook ‘vol’, in tegenstelling tot de rust en eenvoud die Bonaire zo typeert (en siert).

Het toerisme is voornamelijk geconcentreerd in Oranjestad en aan de westkust van het eiland. Aan de westkust heb je de mooiste stranden, vooral Palm Beach en Eagle Beach zijn enorm populair. Eagle Beach is in 2014 zelfs uitgeroepen tot mooiste strand van de Cariben. Aan dit strand bevindt zich de lowrise, ofwel de laag gebouwde resorts en hotels. Gebouwen met meer dan vier verdiepen noemen ze op Aruba highrise en deze bouw vind je aan Palm Beach. Alle grote hotelketens, maar ook de kleinere en minder luxe accommodatie, zijn vertegenwoordigd en van alle Amerikaanse restaurant- en koffieketens (Wendy’s! Starbucks! O hallo Tony Roma’s steakhouse!) zijn wel een paar filialen te vinden.
Dagelijks meren er twee of drie enorme cruiseboten aan in de haven van Oranjestad om een vracht aan dagjesmensen te lossen. Het eiland staat bol van souvenirwinkels, touroperators en juwelierszaken. Ik vroeg me trouwens al een tijdje af wat de link is tussen cruiseboottoerisme en juwelierszaken, maar volgens mij weet ik het antwoord. Of althans, Eric wist het antwoord. Komt-ie! De klassieke cruiseboottoerist is vaak een gepensioneerde, wat oudere Amerikaan – meestal uit Florida – met teveel geld op de bankrekening en een inkrimpende levensverwachting. Het geld spenderen zij graag aan iets tijdloos, blijvends, wat ze voor een leuke prijs op de kop tikken en door kunnen geven aan (klein)kinderen. Wat denken jullie? Ik bedoel, het stikt echt van de juwelierszaken. Als in, negen zaken op een rij. Ik overdrijf niet.

Wat mij verder opviel was niet alleen de enorme hoeveelheid winkels, maar ook het segment. Van Prada, Gucci en Vuitton tot Furla, Michael Kors en Burberry. En dan lekker met zandvoeten en op je slippers naar binnen.
Eric vergeleek Aruba meer dan eens met Florida en ook ik moest na een paar dagen toegeven dat Aruba op het eerste gezicht weinig vergelijkbaar is met Bonaire of Curaçao. Maar, als je dan vervolgens het binnenland inrijdt met je huurauto is het toch weer een feest der herkenning. De cactussen, de kleuren en geuren, de zenuwachtige geitjes, de huizen met de propvolle veranda’s die feitelijk gewoon als woonkamer gebruikt worden, de houten indiaantjes boven de voordeuren waarmee mensen hun Indiaanse roots tonen, het gezellige Papiaments op straat, de snèks. Vooruit, we zijn echt op de Antillen!

10407209_893103710752514_2665541796887140303_n

Reis
Maar goed, onze reis. Aruba klinkt dan lekker dichtbij, het is een klere-eind weg. Een kleine tien uur vliegen vanaf Schiphol, met meestal een tussenstop op Curaçao. Wij vlogen met Arke Fly, en wel met de Dreamliner. We hadden voor comfort-class gekozen, omdat Eric prijs stelt op net wat meer beenruimte. Dat heb je – de eerlijkheid gebiedt te zeggen – ook wel echt nodig als man van 1.83 meter. €25,- duurder voor acht cm extra: it’s worth it! Prima vlucht. Arke houdt de prijzen relatief laag, maar dit betekent wel dat je overal extra voor moet betalen. Voor het meenemen van je bagage, de mogelijkheid om in te checken, je entertainment systeem en je eten en drinken – op een kleine maaltijd met een glaasje water (?!) na. Dan krijg je wel een hele leuke lichtshow aan boord, als je daar op zit te wachten. Qua luchtvochtigheid schijnt het allemaal echt heel innovatief te zijn, maar ik stapte alsnog gaar uit het toestel. Terug vlogen we trouwens Star-class, een soort business class maar een stuk betaalbaarder dan bij de KLM. Uiteraard is dan wel alles inclusief.
Mwa. Volgende keer toch weer KLM. Nostalgie… Ik houd gewoon heel erg van KLM! :-)

Verblijf
Wij verbleven in een Ocean Suite van het Renaissance Resort. Het Renaissance bestaat uit twee delen: de Ocean Suits bevinden zich in het resort gedeelte van het hotel. De kamers hebben een apart slaapvertrek en een balkon met – in ons geval – uitzicht op zee. Heerlijk wakker worden! Beneden liggen twee zwembaden, een lagoon en tal van restaurantjes en winkeltjes. Uiteraard ook een Subway en een Starbucks, wat erg fijn is als je net als ik verslaafd bent aan caramel macchiato’s.
Als je de straat oversteekt kom je in het Marina-gedeelte. Dit hotel is alleen toegankelijk voor volwassenen en de hele ambiance is wat hipper en meer urban. Kleinere kamers zonder balkon, maar wel een ge-wel-dige cocktailbar (Blue), een te gek zwembad met uitzicht op Oranjestad en dat hele sjieke high-end winkelcentrum waar ik net over vertelde op de begane grond. Wij waren erg tevreden met onze Ocean Suite, maar ’s avonds zaten we toch graag aan de Mojito’s aan het zwembad. ;-)

10942324_893103577419194_2438943545424004012_n

Het Renaissance ligt echter niet aan het strand, maar dat deert niet. Het hotel heeft namelijk een privé-eilandje en iedere pakweg zeven minuten vaart er vanaf beide hotellocaties een bootje in vijf minuten naartoe. Het eiland is een heerlijke plek om een middag te vertoeven. Parelwit zand, een heerlijke zee, roze flamingo’s die gezellig tussen de bedjes rondstruinen en pelikanen in de bomen, what else do you need? En ondertussen loopt er personeel rond die af en toe komt vragen of je iets wilt bestellen. Wij zijn een aantal keer op dit eiland geweest. Alleen het boottochtje ernaartoe is al de moeite waard!

Vervoer
Wat waren wij blij met ons huurautootje. Het is echt de moeite waard om een auto te huren en het eiland te verkennen. Laat je vooral niet verleiden om de hele dag in je resort te hangen omdat de zee zo fijn is en daar nu eenmaal de tap vloeit. Eén keer kregen we pech, toen we op zoek waren naar Charlie’s bar (daarover later meer) in San Nicolas en de auto parkeerden voor een Chinese supermarkt om even de kaart te lezen. Na wat geklooi en gebel stond de wegenwacht drie kwartier later voor onze neus om de batterij te fixen (of, nou ja… wat ze ook precies gedaan hebben. We konden in ieder geval weer even rijden en de dag erna kregen we een vervangende auto van Hertz). Als je echt de diepe krochten van het Nationaal Park in wilt heb je een 4×4 nodig, maar in principe voldoet een normale huurauto prima.

10945504_893103597419192_8431251288133985093_n

Stranden
Over het prive-eiland heb ik al één en ander verteld. Dit eiland is alleen toegankelijk voor hotelgasten, maar gelukkig zijn er nog tal van andere stranden. Mijn favoriet was bountystrand Eagle Beach! Dit is een vrij lang strand, maar ons favoriete stuk lag precies voor het Manchebo Beach Resort. Toen we dat resort uitliepen richting zee raakte ik echt betoverd door het prachtige uitzicht. Hier nog geen drukte en hoogbouw, wel rust en één van de mooiste plekjes van het eiland. Ken je dat heerlijke en vrije gevoel van een uitgestrekt strand, de koelte van de blauwe zee, pelikanen die om je heen duiken op zoek naar de sappigste visjes? Nou, dat dus.
Helaas kun je nergens op de stranden gebruik maken van de ligbedden, omdat die bijna allemaal toebehoren aan hotels. Eigen handdoekje meenemen dus.

Palm Beach is het bekendste, meest populaire en daarmee ook verreweg het drukste strand van Aruba. Toch voelt het eigenlijk nergens te druk. Op het strand kun je tal van (water)activiteiten boeken, maar ook hier geldt: nergens is men opdringerig. De eindeloze rij resorts (letterlijk van het RIU tot het Ritz) scheidt het strand van de boulevard aan de andere kant. Overdag vind je het vertier aan het strand en in en op het water, ’s avonds verplaatst de hele meute zich naar de boulevard om te eten, te drinken en te winkelen. Hier vind je ook de typische Amerikaanse winkelcentra, met water- en lichtshows in de fonteinen, Victoria’s Secret (YES!) en dansles op het pleintje. Disneyland, noemen de locals deze regio van het eiland.
Eén van de weinige plekken op Palm Beach die niet aan een resort gekoppeld is, is Moomba, een bar waar je kunt eten en drinken, een strandbedje mag gebruiken en waar op vrijdag en zondagavond een bandje speelt. Moomba werd onze vaste stek op Aruba! Volgens mij hebben we er wel vijf keer gegeten…

Een ander mooi strand is Baby Beach. Dit strand dankt de naam aan het ondiepe water. Kindvriendelijk dus. Je hebt rechts uitzicht op de raffinaderij, maar als je gewoon niet die kant opkijkt is ook dit een fraai stukje Cariben! En ach, het hoort er ook gewoon bij, hoewel de raffinaderij inmiddels al twee jaar stilligt.

Uit eten!
Eten! Wij houden van eten. Van lekker eten, van gezellig tafelen, van een glaasje (of een flesje) wijn, van goede gesprekken en heerlijk natafelen. Laat Aruba zich daar nu fantastisch voor lenen! Wat een culinair genoegen! Het zou te ver gaan om hier alle restaurants te bespreken waar wij geweest zijn, aangezien we moesten ontbijten/lunchen en dineren, maar ik noem een paar van onze favorieten:
Flying Fishbone. Met stip op één. Romantisch en culinair hoogwaardig dineren in een informele ambiance met je voeten in het zand, óf in het water. Er is een soort nisje in het water gecreëerd zodat je niet bij de eerste de beste golf met tafel en al omver wordt geslagen en de garnalen in je schoot drijven. Altijd fijn. Leuke bediening, goed eten (vis en vlees, grote – Amerikaanse – porties!) en een geweldige Sancerre. Nadat we hier voor het eerst gegeten hadden, hebben we gelijk een tafel geboekt om onze laatste avond goed af te sluiten. Die laatste avond zat Eric echt met de voetjes in het water. Het was even schrikken toen er ineens een slang voorbij kwam zwemmen, maar de bediening stelde de geschrokken gasten gerust: “It’s okay, that’s just Susy, she comes her every night.” Oke dan, hallo Susy…
Bij restaurant Barefoot eet je ook met je voeten in het zand. Hier kun je ook lekker eten, maar Fishbone bleef onze favoriet!

Dan is er nog West Deck. Een soort geheim van Aruba, maar dan één die inmiddels door iedereen ontdekt is. West Deck wordt gerund door locals en staat niet in de toeristenboekjes. Desondanks zit het er iedere avond stampvol, want het is hier LEUK! Het restaurant zit aan een steiger en wordt ’s avonds verlicht door allemaal lampionnetjes. Heel gezellig. Door het hele restaurant hangen bordjes met teksten, bijvoorbeeld if you’re not barefoot, then you’re overdressed. Je eet hier allemaal kleine gerechtjes en op de kaart staan veel Arubaanse gerechten, zoals kokos garnalen, funchi en gefrituurde vis gemarineerd in het lokale (Balashi) bier. Allemaal even lekker, heerlijk zitten en heel goed betaalbaar!

En vooruit, hij moet genoemd worden: Casa Tua. Volgens mij is het een keten, want ik heb twee filialen gezien. Toen we net uit het vliegtuig rolden en moe en hongerig op zoek gingen naar een snelle hap, kwamen we hier terecht. Ook onze allerlaatste lunch op het eiland nuttigden we hier, weliswaar binnen in de airco omdat we onze reiskleding al aan hadden en een lange spijkerbroek is echt niet te doen op Aruba. Volgens Eric serveren ze hier de beste pizza die hij in lange tijd gegeten heeft. Casa Tua zat in ons resort en iedere ochtend, nog voor de eerste ontbijtgasten arriveerden, zagen we de chef al in de weer met het pizzadeeg. Passie en liefde voor je vak, noemen ze dat. En dat proef je!
Andere toppers: L.G. Smith’s Steak & Chop House, Amore Mio Pizzeria en familierestaurant Papiamento (schijnt, wij zijn er helaas niet geweest omdat het restaurant helemaal vol zat toen we kwamen – echt reserveren dus!)

Activiteiten
Vooruit, tussen de maaltijden door moet er natuurlijk ook wat ondernomen worden. Anders tikken die vakantiekilo’s er wel heel snel aan.
Arikok is het nationaal park van Aruba. Elk Antilliaans eiland heeft wel zo’n park. Arikok neemt een kleine twintig procent van Aruba in beslag en is beschermd natuurgebied. En dat is maar goed ook. Er wordt namelijk nog steeds gebouwd op Aruba en er zijn concrete plannen om een groot resort bij Baby Beach te bouwen, nu nog één van de weinige ongerepte stukjes van het eiland. Jammer! In Arikok vind je de flora en founa van het eiland, een aantal prachtige baaien en grotten met rotsrekeningen van indianen. Wij zijn er met de auto doorheen gereden. Minder mooi als Washington Slagbaai op Bonaire (oeps, doe ik het weer!) maar zeer de moeite waard!

(Wat zit Eric nu te doen met zijn voeten in dat water?! Er zwommen van die knabbelvisjes, ook wel bekend als pedivisjes, in het water. Je weet wel, visjes die dode huidcellen eten. Brr…)

Ook de Vlindertuin (The Butterfly Farm) is een bezoekje waard. De Canadese initiatiefnemer houdt in deze tropische tuin tal van vlinders. Vlindersoorten van over de hele wereld zijn hier te vinden. Het is sowieso een erg mooie tuin om doorheen te wandelen, maar leuker is een rondleiding waarbij je informatie krijgt over het proces van bevruchting tot ontpopping. Als je op tijd bent kunt je zelfs een ontpopping aanschouwen. Dit laatste hebben wij helaas niet kunnen zien (lees: VROEG!), maar het was wel leuk om wat meer te weten te komen over deze beestjes.
Tipje: als je jezelf de vorige avond vol met deet hebt gespoten tegen de muggen, was dat er even af dan…

Charlie’s bar! Zoals ze op Aruba zeggen, een ‘begrip in de Cariben’, misschien wel in de wereld. Charlie’s bar bestaat 77 jaar en was ooit een duikersbar. Later werd het het onderkomen voor personeel van de nabijgelegen raffinaderij, tot het uiteindelijk werd wat het nu is: een beroemde bar. ;-) De hele zaak hangt vol snuisterijen uit alle hoeken van de wereld en menig (internationaal) bekendheid is hier al langs geweest: van Marco van Basten en Rijk de Gooier tot André van Duin en Maxima. En Geert Wilders. Foto’s aan de muren en onder de glasplaten op de tafels vormen het bewijs. Ontzettend leuk bezoekje, heerlijke biertjes!

Zeilen en snorkelen hoort er op Aruba natuurlijk gewoon bij. Wij boekten een vijf uur durende trip met de Tranquilo die ons helemaal naar de Spanish Lagoon bracht. Alle drankjes aan boord waren inbegrepen, ook de rum punch, en als lunch kregen we heerlijke erwtensoep (?). Hondje Buster kregen we op de koop toe. Deze Jack Russel vaart al zes jaar lang met baasje de kapitein mee en krijgt, zodra de zeilen gehesen worden, ook gewoon een reddingsvestje aan. Buster had meer aandacht voor de vissen in het water dan voor ons, maar vaak lag hij ook gewoon lekker te slapen in zijn vaste hoekje.
Bij de lagoon kregen we onze snorkelset en mochten we eindelijk het water in. Ik vind zwemmen en snorkelen altijd leuk, al was de onderwaterwereld toch een stuk minder kleurrijk en indrukwekkend als op Bonaire (ik word nu echt vervelend he?). Maar Bonaire heet dan ook niet voor niets Diver’s Paradise!

Fort Zeezout, een klein museum in Oranjestad, zat letterlijk om de hoek van ons hotel. Leuk om even binnen te wippen en wat meer te weten te komen over de geschiedenis van Aruba.
En natuurlijk zijn er tal van andere dingen te doen (maar wij waren ook erg druk met strandhangen en het uitproberen van alle restaurantjes, he?). Zo is er een Donkey Sanctuary, een vogelreservaat en meer dan genoeg mooie natuur om te bekijken. De Natural Bridge is in 2005 ingestort en sindsdien pronkt het eiland met de ruines of the natural bridge. Ook leuk is een tochtje naar het lighthouse en het kapelletje Alto Vista.

Uitgaan
Tja. Voorafgaand aan mijn bezoek aan Aruba had ik gehoopt, misschien wel gerekend, op zwoele zomeravonden, dansen met mijn lief op blote voeten in het rulle zand op de klanken van opzwepende Merengue en Bachata. Socializing with the locals. Maar daar lijkt Aruba het eiland niet voor te zijn, of misschien moet je daarvoor zodanig ingewijd worden dat je de weg weet naar de kleine Chinese barretjes waar de ‘echte’ Arubanen de heupen los gooien en zich te buiten gaan aan Polar. De meeste barretjes en restaurants zetten liever de Amerikaanse sportkanalen aan, met als resultaat geen muziek maar wel een hoop schreeuwende Amerikanen die hun favoriete club aanmoedigen. Wij hadden al onze hoop gevestigd op Moomba waar vrijdag en zondag livemuziek geprogrammeerd wordt. Het was even een desillusie toen deze bandjes alleen maar Sting, Pink Floyd en Eric Clapton bleken te spelen. Niet dat we helemaal niet gedanst hebben hoor. Eén keer is het gelukt, bij een Nederlandse kroeg nota bene. Maar het typische Caribische vertier hebben wij niet gevonden. Meestal dronken we ’s avonds cocktails in de bar van het Marina – uiteraard helemaal niet verkeerd.

Toch kon ik me soms niet aan het gevoel onttrekken dat Aruba haar ziel verkocht heeft aan het Amerikaans toerisme. Voor veel Bonaireanen is Aruba het schrikbeeld – ‘zó moet Bonaire vooral niet worden!’, zeggen ze daar –, hoewel ze daar weinig te vrezen hebben dankzij het ontbreken van zandstranden. Het stemde me soms verdrietig, te zien hoe het eiland zich inzet om het de Amerikaanse toeristen zo prettig mogelijk te maken. Anderzijds realiseer ik me ook dat Aruba het meest welvarende land is in de Cariben, met nauwelijks werkloosheid en het hoogste inkomen per hoofd van de bevolking. Juist dankzij het toerisme eet iedereen op het eiland een goede boterham. De mensen lijken gelukkig, zijn innemend, vrolijk en aller- allervriendelijkst. De kreet One Happy Island gaat echt op. Misschien ben ik er ook wel te kort geweest om er echt over te kunnen meepraten. Misschien heb ik een erg romantisch beeld van het ‘echte’ Caribische leven en vind ik het gewoon een naar idee dat zoiets verloren gaat.

10934073_893103644085854_5997321460249699039_n

Het eiland nemen zoals het is, namen we ons voor, en genieten van wat Aruba te bieden heeft. En dat is gelukt! We hebben een heerlijke vakantie gehad, vol van zon, zee, strand, heerlijk (!) eten en fijne (!!) cocktails. Dus mocht je er naar toe gaan, je zult je ongetwijfeld meer dan prima vermaken. En mijn ABC is eindelijk compleet!

10929015_893104344085784_146094845456013305_n

Rotterdamse nachten: de mystiek van een slapend Hotel New York

In de periode tussen de kortste en de langste nacht van het jaar bezoek ik voor Vers Beton stadgenoten die in de nachtelijke uren de kost verdienen. Want terwijl jij slaapt, wordt in Rotterdam hard gewerkt. In aflevering één: Menno, nachtportier van Hotel New York.

Tekst: Karin Spillenaar-Koolen | Beeld: Geertje van Achterberg
(Verschenen op: Vers Beton)

Nachtportier-HNY-1

Middernacht. De goedlachse Menno (31) – keurig gekapt en in een roodomrand jasje van Hotel New York – zit aan de telefoon als ik binnenkom. Het stel in de bruidssuite krijgt de gekleurde sfeerverlichting niet uit. “Er zit een paneel links van het bed”, zegt Menno. “Anders kom ik wel even naar boven. Oh… Aan de andere kant misschien?” Als de missie voltooid is, hangt Menno de telefoon op en schudt mij de hand. “Koffie? Thee? Iets anders? Ik ben nog even bezig, maar als de afsluitploeg van het restaurant weg is, sluit ik de buitendeur. Dan kan ik je een rondleiding geven.”

Rozenblaadjes
Met een cappuccino uit het restaurant wacht ik in de ruimte achter de receptie. Een oude kluis, waar vroeger geld en waardevolle bezittingen van passagiers opgeborgen werden, fungeert als inloopkast. Achter het bureau hangt een prikbord met belangrijke telefoonnummers en een protocol voor als de ontbijtkok zich ziek meldt. In een stellingkast achterin staat een voorraad tandenborstels, scheerschuim, tampons en deodorant. De doosjes met rozenblaadjes zijn bestemd voor de bruidssuite, in één van de voormalig directievertrekken.

Menno is één van de vier nachtportiers in Hotel New York. Zo’n drie a vier nachten per week is het hotel zijn domein, en dat inmiddels al 8,5 jaar. Menno: “Het begon als een tijdelijk bijbaantje. Ik studeerde toen nog aan de kunstacademie en kwam hier via een uitzendbureau terecht.” Menno bleef. Hij paste goed in het team en werd verliefd op het historische gebouw. “Ik ben niet zweverig, maar ik vind het wel bijzonder om in zo’n oud pand te werken, met zo’n rijke historie.” Hoewel de clientèle ook bestaat uit zakenmensen en artiesten uit het Nieuwe Luxor, denkt Menno dat de meeste mensen bewust kiezen voor een overnachting in Hotel New York. “Het is een belevenishotel.” Hij wijst op de oude scheepselementen in de lobby, de hutkoffers en de historische foto’s aan de muren. De hoge plafonds en de robuuste buizen en pilaren maken het gemakkelijk om je terug in de tijd te wanen.

Nachtportier-HNY-2

Nachtwerker
Het loopt iets na enen. Keukenpersoneel komt nog even snel voor een pleister. “Blauwe horecapleisters voor tijdens het werk, de gewone huidkleurige voor na het werk”, legt Menno uit. Passanten met rood-wit-blauwe vlaggetjes op hun wangen willen geld wisselen voor sigaretten. Eén van de hotelgasten vraagt om paracetamol. Menno laat me het bakje zien met daarin paracetamol, aspirine en strepsils. “Amerikanen willen altijd aspirine, asprin. Europeanen vragen juist om paracetamol.”

Eva van de afsluitploeg heeft haar jas aangetrokken en staat op het punt van vertrekken. “Menno…”, zegt ze met een lieve glimlach. “Zou jij vannacht die bloemen uit de Plate zaal weg willen gooien en er nieuwe voor neer willen zetten?” Menno lacht terug. “Nou, vooruit dan maar.”

De nachtdienst is nu officieel begonnen. Alleen Menno en nachtwerker – “dat klinkt dubieuzer dan het is hoor” – Fernando zijn nog binnen. Menno rookt nog snel een sigaretje voor de ingang en dan gaat de (draai)deur op slot. ‘Als de deur gesloten is, kunt u aanbellen’, staat op het houten bordje dat hij ophangt.

De tompoezen en moorkoppen zijn al weggegooid of meegenomen door het personeel

Ik krijg een rondleiding. Het is opvallend hoe snel het hotel ‘eigen’ en ‘vertrouwd’ voelt wanneer je hier ’s nachts rondwandelt. We maken een rondje door het lege restaurant. Hier werd vroeger de papierwinkel van de vertrekkende landverhuizers gecontroleerd. Fernando maakt hier de boel op orde voor het ontbijtbuffet. “Als je straks een gebakje wilt, moet je het zeggen.” Menno wijst op de gebakvitrine. De tompoezen en moorkoppen, op slagroombasis, zijn al weggegooid of meegenomen door het personeel.

Een hotel-restaurant met 72 kamers, zeven conferentiezalen en 420 zitplaatsen in het café-restaurant vereist een grote keuken en een nog grotere voorraad. Twee keukens eigenlijk: één achter de bar en een grotere keuken beneden. Op een hittebron pruttelt een enorme pan fond. In grote koellades liggen fruit en beleg opgeslagen. De bekende buideltasjes voor het bedienend personeel hangen keurig in een zijkast. Nog een verdieping lager bevinden zich de kantoren, de inloopkoelkasten, de broodovens en een kantine.

Krakende treden
Menno leeft en werkt graag ‘s nachts, vertelt hij als we even later achter een aardbeiengebakje in het restaurant zitten. “De nacht heeft iets mystieks, een bijzondere sfeer. Zelfs hardlopen doe ik ’s nachts.” Pas rond het middaguur duikt hij zijn bed in, om er pakweg vijf uur later weer fris en fruitig uit te stappen. “Ik heb niet meer dan vijf uur slaap nodig.” De nachtdiensten verlopen over het algemeen rustig. Soms, tijdens heel rustige nachten, heeft Menno tijd om wat werk te doen voor het creatieve bedrijfje dat hij runt met een stel vrienden. En als er dan toch iets gebeurt? Menno: “Alle nachtportiers hebben hun BHV gehaald en een agressie regulatietraining gevolgd.” Mochten zaken echt uit de hand lopen, dan is hulp nooit ver weg.

De rondleiding gaat verder naar boven. Op de trap kijkt Menno me even samenzweerderig aan. “Deze trede kraakt.” De traptrede kreunt inderdaad onder ons gewicht en echoot door de stille gang. Bij één van de foto’s aan de muur blijft Menno staan. Een groepsfoto van passagiers uit 1902. “Dat jongetje daar, links onderin, lijkt sprekend op een oud buurjongetje van mijn moeder. Echt sprekend. Hij kijkt ook hetzelfde.” Menno schudt even zijn hoofd. “Bizar hè? Ik moet er elke keer aan denken als ik de foto zie.”

Jan wil best vertellen wat hij doet, maar wordt daarbij niet graag voor de voeten gelopen

Sleutelklossen
De mobiel gaat. Een gast staat voor de deur en wil naar binnen. We snellen naar beneden en Menno overhandigt de man zijn sleutel. Hier geen moderne keycards, maar ouderwetse sleutelklossen. “Do you have something to eat?”, vraagt de man met een Amerikaans accent. Na een blik op de roomservice menukaart bestelt hij een broodje met ham en kaas. En twee bottled water. “I’ll bring it right up”, belooft Menno. In de keuken trekt hij de verplichte blauwe handschoentjes aan. Hij legt een geperst servet, een smetteloos wit bord, een bakje voor de salade en een peper- en zoutstel op een dienblad. ’s Nachts mag er niet gebakken, gekookt of gefrituurd worden, maar dan nog is er keus genoeg. De Amerikaan krijgt een rijkelijk beleg broodje (dat mag ook wel, voor een totaalprijs van €9,50).

Nachtportier-HNY-5

Nachtportier
Het is inmiddels 04.00 uur. Net als we de bloemen hebben ververst en Menno een reservering uit Arizona heeft afgehandeld, komt Jan ‘van de goederen’ binnen. Nog één sigaretje dan. Jan werkt al 11,5 jaar voor Hotel New York. In de vroege uurtjes ontvangt hij de bestellingen – en dat zijn er heel wat: brood, vis (van Schmidt), vlees, groenten, fruit en alle andere boodschappen. “Tandenstokers, placemats, zeep voor de keuken…”, somt Jan op. Hij wil me best vertellen wat hij doet, maar wordt daarbij niet graag voor de voeten gelopen. “Ik ga zo eerst eens de slagroommachines schoonmaken”, zegt hij, terwijl hij zijn sigaret in de asbak mikt. “En daarna het goederenhok opruimen. Dan ben ik hopelijk klaar voor de jongens komen.” Met een muziekje op gaat hij aan de slag.

Het loopt tegen vijven. De ontbijtkok is zojuist gearriveerd en maakt de keuken mis en place. Langzaam stromen de eerste goederen binnen, in de eerste plaats het brood voor de vroege ontbijtgasten. Over twee uurtjes zit de dienst van Menno er ook weer op. Dan begint er weer een nieuwe dag bij Hotel New York.

————————-

Landverhuizers
Hotel New York is gevestigd in het voormalig hoofdkantoor van de Holland Amerika Lijn. Het gebouw (1901) heeft vele arme Europese landverhuizers richting Amerika zien vertrekken, vol hoop op een beter leven in Het Beloofde Land. In de jaren 1880 – 1925 gingen veel Oost-Europese landverhuizers, meestal Joden, massaal aan boord in Rotterdam. Op de vlucht voor armoede, woningnood en geloofsvervolging vertrokken zij met hun schamele bundels, pakken en andere bezittingen vanaf de Rotterdamse Cruise Terminal naar Amerika. Ze legden de lange reis vaak ‘tussendeks’ af: geld voor een comfortabele hut was er niet. In de laatste kwart van de negentiende eeuw werden 1300 reizen gemaakt: 90.000 kajuitpassagiers en 400.000 derde klas passagiers maakten de overtocht.

In de loop van de jaren zestig van de vorige eeuw nam het passagiersvervoer af en het hoofdkantoor van de Holland Amerika lijn verhuisde naar Seattle. Nadat het pand geruime tijd heeft leeggestaan (met hier en daar een verwaaide expositie), opende Hotel New York – met twee groene torentjes als een baken in de Rotterdamse haven, maar ook als een mijlpaal in de geschiedenis – in 1993 haar deuren. Men zag potentie in de bijzondere, historische locatie. Eenzame waaghalzen in een onherbergzaam gebied moesten langs verlaten en vervallen loodsen over een verder lege Wilhelminapier, een kwartier van het dichtstbijzijnde metrostation Rijnhaven. Hoe anders is dat nu!

Taxi Harry: Hard voor weinig, nooit chagrijnig!

“Ik kom overal. Iedereen kent mij!”  Taxichauffeur Harry (59) is een begrip in Rotterdam, zo blijkt als ik een nacht doorbreng op de bijrijdersstoel. Als rasechte Rotterdammer, geboren en getogen op de Kruiskade, kent hij elk straatje en steegje in de stad. Met 23 jaar taxi-ervaring in Rotterdam en bijna 1000 vrienden op facebook, heeft Taxi Harry zijn plekje in de stad veroverd.

Tekst: Karin Spillenaar-Koolen (verschenen op Vers Beton)
Foto’s: Annabel Storm

’s Nachts werken is niet voor elke chauffeur weggelegd. Harry doet niets liever. “Veel relaxter”, meent hij. “Geen filestress, ik ben overal zo doorheen en geen irritant zonnetje in mijn giechel. Ook het publiek is gezelliger.” Dat dit vooral aan de charismatische taxichauffeur ligt, blijkt al snel.

Maandagavond. Harry trekt zijn jasje aan. Nooit een stropdas. Het donkerblauwe pak dat door de RTC wordt voorgeschreven, hangt nog in de kast. “Mijn eigen pakken zijn veel mooier. Trouwens ook drie keer zo duur”, lacht hij. Onder zijn witte overhemd bungelt een kettinkje met een foto van zijn zoon.

Taxi-Harry_Annabel-Storm_03

Het is 20.00 uur als we de woning in het Kleiwegkwartier verlaten. Katten Jerry en Max glippen door de voordeur mee naar buiten. De paarse Mercedes-Vito, die met gemak acht personen vervoert, staat voor de deur geparkeerd. Een Feyenoord-vaantje verfraait de zonneklep. Er worden nog snel twee pakjes sigaretten en een rolletje mentos gehaald bij de pomp. Uit het opbergvakje pakt Harry Chanel Allure, sinds jaar en dag zijn geurtje. Zijn dienst kan beginnen.

“You get a job. You become the job”
“Ik heb een ontzettend leuke baan. Zelfs een slechte avond wordt gezellig, want ik kom overal bekenden tegen”, vertelt Harry als we aan de koffie bij brasserie Kaat Mossel zitten. Niet alleen hier is hij een graag geziene gast, maar ook bij eetcafé Stobbe en studentensociëteit Hermes is hij altijd welkom voor een kop koffie en een spelletje kaart. Daarnaast rijdt hij regelmatig de spelersgroep van Feyenoord.
De crisis overleeft Harry wel. In deze branche moet je slim zijn en mensen aan je weten te binden. Peanuts. Achterin de rij aansluiten op een taxistandplaats heeft hij in 23 jaar nog nooit gedaan. Hij weet zijn klanten te vinden en zij hem.

Een karper van een rit!
De boordcomputer registreert elke beweging van de taxi en via het display communiceert de centrale met de chauffeurs. Het scherm licht op. Hotel Stroom, vijf man, tien koffers. We zetten koers naar de Sint-Jobstraat. “Zul je zien dat ze naar CS moeten”, zucht Harry, die ondertussen uitrekent wat hij had kunnen verdienen als we hier niet twintig minuten hadden staan wachten. Steunend tilt hij de ene na de andere koffer het busje in. Het ritje blijkt gelukkig gunstig: bestemming Europoort haven 8200.
Met vijf slapende Denen en tien koffers aan boord gaan we op weg. Vanuit de taxi belt Harry naar collega Ted. Het gebruikelijke “Hoe is het?” – “Hard voor weinig, nooit chagrijnig”, wordt uitgewisseld. “Waar ik over bel, Ted, …ik zet een stel Denen af bij een boot in haven 8200. Welk bedrijf zit daar?” Ted reageert euforisch op het ritje van zijn collega. “Sjeeeeezus, Har, wat een karper!” Een sprankje jaloezie is hoorbaar vanwege de vette verdienste die dit ritje gaat opleveren.

Taxi-Harry_Annabel-Storm_12

“Harry hoort gewoon bij ons”
Het is inmiddels 2 uur ‘s nachts. We zijn aangekomen bij de sociëteit en stappen het feestgedruis van studentendiscafé Bikini in. “Harry!” Amicale handdrukken en flesjes cola vallen ons ten deel. “Veel chauffeurs rijden niet graag studenten omdat ze denken dat het lastpakken zijn, maar deze knapen en meiden zijn juist kanjers!” vertelt Harry trots en vol warmte. Al vijftien jaar rijdt hij voor de ‘soos’. Dit is niet alleen leuk, maar zakelijk ook verstandig. “De studenten van nu zijn straks directeur bij Unilever of een topper bij een grote bank”, verwacht Harry. Tenslotte zijn veel van zijn vaste zakenklanten ooit lid geweest van de sociëteit.
“Effe kijken of Harry er staat”, roept een jongeman naar zijn vriend. Harry rookt net een sigaretje met de portier. “Hier ben ik, vriend, stap maar alvast in!” Sommige studenten wachten liever een half uur op Harry, dan dat ze in een andere taxi stappen.
Student Thomas: “Kijk, als je na een feestje heel dronken bent is het niet relaxt om in een taxi te zitten bij een chauffeur die heel formeel is of niks zegt. Dan zak je in, ja toch? Harry houdt je wakker, maakt geintjes met je.”  Niks fijner dan een taxichauffeur die je kent, weet waar je woont en waarbij je op je gemak bent. “Welke andere chauffeur kent nou studentenhuizen als Pinkeltje en Steenhouwer?” zegt Harry. Hij vertrekt pas als de studenten de voordeur achter zich dichttrekken. Tijdens de introductiedagen van de sociëteit leren de studenten hoe ze Harry kunnen vinden. Dankzij Harry kennen ze het verschil tussen een joet, een geeltje en een meijer. “Voor een joet zit je goed.” Meestal dan. Voor degenen die geen geld bij zich hebben heeft Harry een opschrijfboekje in het dashboardkastje liggen.

Fietssleutel
Paniek bij één van de studenten. Terwijl de taxi al vol zit met zijn maten zoekt hij in paniek naar zijn fietssleutel. Zonder succes. Harry toetert. “Ga je nog mee?” Het dronken gezelschap wordt één voor één thuis afgezet. “Harry…”, mompelt de fietser. “Zeg het ‘s, vriend?” “Ben je me aan het ontvoeren?” “Nee hoor, fijne gozert, ik breng jou straks gewoon thuis.” Gestoei achterin. “Kappen jongens, kom maar even een bankje naar voren, jij.” Gestommel. “En heb je je fietssleutel nou al gevonden?” Gelach.

Jaffa
De laatste rit gaat naar Jaffa met het personeel van eetcafé Stobbe. We besluiten de avond met Turkse pizza en de broodnodige cafeïne voor de laatste rit naar huis. “Komt die bolle nou alweer shoarma eten?”, lacht de eigenaar van Jaffa, terwijl Harry een bord patat onder zijn neus geschoven krijgt.

Na de dienst wordt het busje volgetankt en kunnen Jerry en Max na een enerverende nacht weer naar binnen. Morgen weer een dag, grotendeels gevuld met oud-studenten van de sociëteit die nu het zakenleven bestieren. Maar eerst duikt Harry zijn bed in.